70 - de methode der verwerkelijking

De kern waar omheen de Gnostieke leringen draaien is gelegen in de methode der verwerkelijking van hetgeen de gnosticus voorstaat. 

Er zijn in de loop der historie en ook in het heden talloze leringen, die spreken over de binnen het aardse lichaam gevangen genomen ziel; die haar weg-terug tot haar oorspronkelijke staat moet bewandelen.  

Vele grote voorgangers bedachten ingenieuze methoden om deze ziel tot haar goddelijke staat terug te voeren. 

De belemmering op deze weg-terug vormde en vormt het "ik", het menselijke ego, existerende  uit de natuurlijke levensdrang van dit universum. 

De oppositie ego - ziel is het middelpunt der velerlei methoden tot ik-versterving, of tot het endura der middeleeuwse Katharen. 

De ik-versterving plaatst de natuurgeboren mens voor zoveel moeilijkheden, dat hij bereid is naar de meest extreme middelen te grijpen om dit ik te doen verdwijnen en de ziel te "verlossen".  

Uit deze begeerte naar verlossing konden de religieuze methoden geboren worden, die een geheel arsenaal vormen van lichamelijke en geestelijke kwellingen tot en met materiële en lichamelijke offeranden en een vlucht in het schijnbare "niets", waarbinnen de arme slachtoffers hun vermoeide lichaam en geest trachtten te helen. 

Door heel de wereldhistorie heen ontmoet men één lange reeks van naspeuringen en experimenten om tot de nivellering te komen van dat zo gehate, hinderlijke en belemmerende "ik", de grote tegenstander van de ziel.  

De vlucht in de verscheidenheid der filosofieën blijkt dikwijls niets anders, dan de wanhoopspoging van de falende mens, die er niet in slaagde een afdoend middel te vinden om die afgrond tussen het ego en de ziel te overbruggen. Het hart werd tot waanzinnige exaltaties gevoerd, om de breuk tussen ego en ziel te bewerken, waarna er geen middel meer bestond om een ontstane afgrond te overschrijden; het intellect werd tot geraffineerde kennis opgevoerd, opdat vanaf die machtige intellectuele hoogte de afgrond tussen ego en ziel te overzien zou zijn-. 

De gevolgen van de ene zowel als van de andere methode waren afschrikwekkend. Gevoelige mensen, begenadigd met een fijnbesnaard zenuwgestel, als middelaar tussen geest en stof werden krankzinnig, beschikten niet meer over de heerschappij over hun lichaam. 

En toch moest er een middel zijn om het grote geheim der ziele-verlossing op te lossen. Ascetisme, mysticisme, exaltatie, intellectualiteit en occultisme brachten mislukkingen, terwijl hun leiders veelal de kern van het probleem benaderden. Doch altijd stuit men wederom op dat mysterie waar het intellect faalt, want de afgrond tussen ego en ziel kan niet overschreden worden met de gaven van het ego. 

Tot die conclusie kwamen eveneens velen en dus probeerde men het met de gaven van het onzichtbare ego, het dubbel-ego. Ook die pogingen liepen op niets uit, want de mens belandde slechts in de rijken van het dubbele ego, het onzichtbare gebied van deze natuur, waar zich het wonderbaarlijke goddelijke Rijk zeker niet bevindt. 


–––––––––––––– 


Wij sommen u deze experimenten op, om u praktisch te plaatsen voor het feit dat ieder van ons opnieuw voor het aloude punt gesteld wordt: de ontmoeting van ego en ziel, waarbij het ego onder moet gaan, ver-assen zoals de alchemisten zeggen. Het is een realiteit die iedere gnosticus op zijn eigen tijd onderkent, maar die hij dan ook moet gaan realiseren, wil hij deel krijgen aan een praktisch Gnosticisme. 

Na het bestuderen van vele leringen van allerlei boodschappers zijn wij tot de conclusie gekomen, afgaande op de stemmen van Geweten en Intuïtie, dat er slechts één doorgang tot dit ziele-rijk bestaat, anders gezegd: dat er slechts één mogelijkheid tot de ziele-overwinning is.  

Dit is het achtvoudige Pad, het overwinnen van de saturnale begrenzing, het praktiseren van de acht zaligsprekingen. 

De realiteit van dit achtvoudige Pad hebben wij teruggevonden in de woorden van verschilIende grote wereld-leraren. 

Om tot verwerkelijking van dit Pad te komen moet de kandidaat: 

ten eerste: 

zijn intellectuele gaven vergeten - 

ten tweede:  

zijn emotionele gaven negeren - 

ten derde: 

zijn maatschappelijke en ego-bindende vestiging in deze 

wereld niet tellen - 

en ten vierde: 

het "ik ben" volkomen uit denken, willen en gevoelen 

wegvagen.  

Tot zover kwamen eveneens enkele andere, naar de oplossing zoekende, sectarische leiders. 

De vraag is nu: "Hoe bewerkt de kandidaat dit alles?" 


De psychologie loopt vlak langs de oplossing en tracht de vermoeide zoeker los te rukken uit zijn wanhopige streven en hem te plaatsen op het fundament van de zelfkennis, van het "wie ben ik?" 

Resultaat is een terugkeer tot de natuur en een weder vinden van de harmonie tussen mens en natuur. Een loffelijk streven, maar geen verlossing voor de ziel, slechts een balsem voor het moe-gestreden,  afgebeulde ego.  

De fatale vermoeidheid, die iedere teleurgestelde zoeker op een bepaald moment overvalt, is het bewijs dat het ego tot aan de grens van zijn kunnen is gekomen en nu voor de afgrond van het "tol be or not to be" staat. 

In dat stadium is de mens rijp voor allerlei verbrekende, schijnbaar vernieuwende methoden, zoals wij duidelijk in onze tijd kunnen zien. 

De ware oplossing ligt echter in een tweevoudige verwerkelijking: een negatieve reiniging en een positieve inspanning. De reiniging van het negatieve principe van de mens vindt plaats door een meditatieve inkeer, waaruit zelfkennis op een nieuwe wijze tot de mens komt. 

De positieve inspanning is het realiseren van een ego-loze levenshouding, die geboren wordt uit de innerlijke bezinning tot zelfherkenning. 

Beide methoden zijn onafscheidelijk van elkander. 

Geen enkele methode tot ego-pijniging is in staat het ego te doden, integendeel, er groeit een onbewust, verborgen verzet, dat in latere jaren, soms in latere levens tot angst en gemoedsverharding leidt. 

Geen enkele occulte meditatieve oefening is in staat de innerlijke reiniging, en daardoor de openvouwing van de Goddelijke Bloem te bewerken. De bezinning op het achtvoudige Pad is een concentratie, met als middelpunt een universele Wijsheid, die niet verbonden wordt met enige persoon, of met enige religieuze beweging. 

De universaliteit van het onbegrensde Tao is het enige middelpunt dat de kandidaat tot individuele reiniging, bezinning en zelfherkenning mag aanwenden! 

Het - binnen een bezinning - ondergaan in de absolute grootsheid van Tao, van God, van het goddelijke Niets, brengt de kandidaat terug tot de onzichtbare nietigheid van het eigen ego. 

Hoe meer de mens tot de overtuiging komt dat hij "niets" is, des te ontvankelijker hij zal worden voor de wijsheid uit Tao, uit dat grote Niets. 

Zodra de kandidaat deze ervaren nietigheid echter ondergeschikt maakt aan een persoon, hetzij door meditatie, hetzij door een slaafse volgzaamheid, verliest hij de alomtegenwoordige vrijheid van het bewustzijn in Tao en zijn inzicht wordt beperkt, wordt hem ontnomen. 

De enige onderwerping van het ego geschiedt binnen Tao, het alomtegenwoordige Niets; de enige opstanding van de ziel vindt plaats binnen Tao, het alomtegenwoordige goddelijke Zijn. 

De mens die zichzelf binnen dit Tao terugvindt- en zichzelf daarbinnen overdraagt aan de Bron des Levens, komt tot een levenshouding die alle menselijke begripsvermogen te boven gaat. Hij paart bescheidenheid aan wijsheid en belangeloosheid aan liefde. Dit is slechts mogelijk - en wij onderschrijven de woorden van de Boeddha volkomen - wanneer de mens uitbreekt uit zijn zodiakale gevangenis, op de wijze zoals wij u beschreven. 

De bezinning binnen Tao geeft het Geweten de mogelijkheid de mens tot zelfherkenning te leiden, waarna de Intuïtieve aloude wijsheid de ziel, als belevendiger van de dagelijkse levenshouding, naar buiten draagt.  

Dit is de enige doorgang en hij is gelegen in het kruispunt van het saturnale cijfer 8, daar waar ego en ziel elkander ontmoeten, en waar de kandidaat opstijgt in de bovenste cirkel, terwijl langzaam maar zeker de onderste cirkel vervaagt door zijn levenspraktijk, verbonden met de innerlijke bezinning.  

Deze doorgang blijft geopend zolang de kandidaat deze negatief-positieve methode praktiseert; houdt hij daarmede op, dan sluit zich de doorgang langzaam en hij verliest het uitzicht op het Land der Verten! 

Een ervaring die u wellicht wel eens hebt opgedaan.  

Dan blijft er niets anders over dan te grijpen naar àndere methoden, die het ego verkrachten en slechts vermoeidheid, bitterheid en teleurstelling achterlaten, ofwel de kandidaat gevangen nemen in de saturnale verharding van de zelfgenoegzaamheid. 

De intense vermoeidheid van het ego is het resultaat van eeuwen misleiding en geeft de psychologie en de psychiatrie redenen van bestaan. Er zijn velen geweest die hun weg begonnen met enthousiasme, zeker van de overwinning en die eindigden in de brute methoden van ik-veebreking om althans nog een glans van succes mee te nemen in het graf.  

Het universele achtvoudige Pad, de weg die langs Saturnus voert, is de individuele weg van de kandidaat zelf. Indien hij de negatief-positieve praktijk niet verwerkelijkt, houdt dit Pad voor hem direct op en strandt in de theorie. Er is niemand die deze kandidaat kan dwingen tot zelfherkenning, of tot die innerlijke stilte, hij komt spontaan tot deze realisatie, omdat ook zijn ego vermoeid is van het zoeken en het falen. 

Daarom is dit achtvoudige Pad de weg voor hen die "met de rug tegen de muur staan", in spiritueel opzicht. 

Zij moeten weten dat geen enkele methode de oplossing geeft, dan deze - "de stilte en de beweging", die zo duidelijk bij de Groten van Geest terug te vinden is. 

Het is de methode van het "instromen en het uitstromen", van het inkeren en het uitdragen. Binnen deze ritmische beweging ligt de "omzetting", de zielegroei verborgen. 

En deze "omzetting" is geen punt van strijd, noch van forcering, of van kwelling, maar zij is het gevolg van de tweevoudige levenspraktijk.  

Daarom spreekt de kandidaat van dit achtvoudige Pad nooit over zijn moeiten en verdrietelijkheden, dan wanneer deze hem tot een obstakel zijn geworden, hij zijn inzicht zoekt te vergroten door te rade te gaan bij zijn mede-kandidaten. Het endura of de ik-versterving is voor hem geen offerande, slechts het uitvloeisel van zijn levenspraktijk. 

Hij verdoet zijn tijd niet met het uitdenken van geraffineerde methoden om tot de overwinning te komen, maar hij beweegt zich harmonisch mee met de inkerende stroom en zoekt de gaven uit zijn oorspronkelijke Land.  

Noch verspilt hij te veel tijd aan de dingen die tijdelijk zijn, maar hij zoekt onophoudelijk naar de Gouden Draad, die hem met de eeuwigheid verbindt. 

Hij tracht slechts naar buiten te treden wanneer de harmonie van de uitgaande stroom hem tot handeling roept.  Het dagelijkse leven waarbinnen de tijdelijke dingen komen en gaan is voor hem een noodzaak tot uitdrukking en hij probeert daarmee zo min mogelijk binding te verkrijgen. Hij ziet nimmer naar zijn naaste, om deze te corrigeren of te berispen, maar hij tracht zelve zo te worden, dat zijn naaste hem tot spiegel kan aanwenden.  

Dit is de simpele praktijk van het achtvoudige pad, waarbij het ego geen vermoeienis ondervindt, omdat het niet aangesproken wordt, maar waarbij de ziel de grootst mogelijke kans wordt geschonken om naar buiten te treden en zich te manifesteren. 

De realisatie ligt in handen van het individuum, en de kandidaat kan weten, reeds vanaf de eerste schrede op dit Pad, of het gelukken kan. Want de zelfherkenning vertelt deze kandidaat of hij wil. 

Wil hij dit pad met hart en ziel gaan, dan behoeft hij zich slechts te wenden naar de eenvoudige praktijk van de blootlegging van Geweten en Intuïtie, en hij zal bemerken hoe hij geleid wordt! 

Daarom behoeft dit achtvoudige Pad, dat door sommige fanatieke strevers "het pad des doods" wordt genoemd, u geen enkele angst, zorg of vrees aan te jagen! 

Zodra u de eerste stap zet staat u onder de bescherming van Tao, de Absolute Levenskracht, waarbinnen de dood niet kan zijn. 

Wij hopen dat u deze praktijk des Levens individueel ervaren zult!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene