68 - het principe van hemel en hel

De weg tot de vervolmaking of tot de goddelijkheid is gelegen tussen hel en hemel. De mens wil gaarne vergeten dat dit smalle pad beginnen moet in de benauwende omstandigheden van een hel, een individuele hel, gelegen in het eigen innerlijk. Over heel de wereld spreken de voorgangers over het verkrijgen van de hemel., zij schrijven boete-doeningen en leringen en voorschriften voor, om een kunstmatige hel te creëren, waardoor de hemel als beloning in het vooruitzicht kan worden gesteld. 

Men verbindt de "zaligheid der hemelen" wel degelijk met een "verschrikking van de hel" waarin dan zij terecht komen, die de voorschriften niet opgevolgd hebben. 

Zachtjes sudderend in de heerlijke olie van de zalvende zedenmeesters verbeeldt de mens zich de verschrikkingen van de hel te kunnen ontlopen. 

Wel, het hemel-hel principe is beslist geen unicum van het christelijke geloof, het is de basis waarop iedere nedergedaalde ziel zijn terugweg zal moeten veroveren. 

Iedere spirituele pelgrim zo hij de weg der hemelen wil bewandelen, zal allereerst geplaatst worden in de hel, in de donkere verborgen aarde van zijn eigen zelf, waarbinnen rozen kunnen ontkiemen, maar waar eveneens het beest uit de afgrond kan opstaan.   

De heilige uitgestreken gezichten van de zondags-christenen zullen allereerst tot diepe smart moeten worden verwrongen, aleer zij de eerste schrede kunnen zetten op het pad van hel tot hemel. De hemel daalt niet neder binnen de kundig georganiseerde christelijke, of occulte vereniging, maar deze hemel moet veroverd worden door hen, die de hel hebben overwonnen. 

En die het vagevuur niet schuwden en die, als een apotheose, de hemel boven zich zien uitspannen, . wanneer zij dodelijk vermoeid terneder zinken.  

De individuele hel wordt pas ervaren wanneer de bewuste kandidaat bemerkt dat hij het Geweten en de Intuïtie negeert, en toch gaat hij verder. Hij leeft tegen beter weten in, hij zondigt bewust tegen de innerlijke wet, die hij als een genade mee kreeg om zijn tocht van hel naar hemel . te kunnen volbrengen. 

De hulp voor deze kandidaat komt dus nooit van buiten, maar altijd van binnen.  Uiterlijke omstandigheden, vrienden, leiders, helpers kunnen hem attenderen op deze hulp, zij kunnen zijn hel als een werkelijkheid aan hem tonen, maar zij kunnen voor deze kandidaat niets meer doen. De individuele hel moet iedere mens zeer persoonlijk doorworstelen! Zoals in de natuur de rozenstruik vanuit de aarde naar de hemel groeit zo zal in de kandidaat de herinneringsroos vanuit de eigen aarde omhoog moeten groeien tot de hemel.  

En de doornen van deze roos zullen zijn hart verwonden tijdens de groei, zij zullen hem levend houden door hun prikken en zij zullen hem een vagevuur doen beleven, waarin Geweten en Intuïtie hun stemmen laten horen en hem doen branden in het vuur van het "weten" en het "niet-doen" en het "herkennen" en het niet accepteren. 

De roos, die zo mooi in het hart van het kruis is bevestigd, baant zich een weg naar de hemelen, in de kandidaat met alle innerlijke ervaringen daarmee verbonden.  

Men plukt geen roos en hecht die in het kruis, want op deze wijze sterft de roos en het kruis zal blijken aan vermolming onderhevig te zijn.  De voet van het kruis, zoals u in de symboliek van het Katharenkruis kunt zien, staat gefundeerd in de aarde, en de mens staat daarin als een pentagram, met de roos bloeiende in het hart. 

Kruis en roos groeien tezamen op in de aarde, vanuit de hel, en de mens groeit met hen mee, als pelgrim. 

Niemand kan een levend kruis en een levende roos beërven, zo hij de grond waarin zij ontkiemen moeten, niet bezit. De aarde, het water, het vuur, en de lucht zijn de vier elementen waarin kruis en roos ontkiemen, opstaan, en de hel waarin de kandidaat zich bevindt is de disharmonie van deze vier elementen, waardoor hij niet in staat zal zijn de voorwaarden tot een levende roos en een levend kruis te vervullen. 

Ieder mensenkind, dat de wens te kennen geeft de terugweg te willen aanvaarden zal op hetzelfde moment de hel binnengevoerd worden om het begin van de weg daarin te baseren. Deze hel kan een ervaring zijn, een beproeving, een keuze of een ziele-strijd, elke aanvang ligt in een diep ervaarde omstandigheid. De hel van ieder individu verandert met zijn bewandelen van een spirituele weg, de omstandigheden wijzigen zich, de beproevingen worden intensiever, soms abstracter, maar zij zijn altijd ingrijpend. 

U moet beslist niet menen dat een verlossingsweg vanuit deze chaos, zoals zij in het evangelie van de Pistis Sophia beschreven wordt, iemand bespaard zal blijven. 

Misschien denkt u: "ik heb geen harde ervaringen, dus ik ga geen weg." Het is ook mogelijk dat uw ervaringen een innerlijke strijd vormen, waarbij u geen acht slaat op het Geweten en de Intuïtie; uw hel kan zelfs de overweging zijn van: "Gà ik eigenlijk een weg?" 

Het overgrote deel van de religieuze mensheid speelt immers maar zo'n beetje langs de kant van een vermeende weg, beschermd door een veelvoud van voorschriften en menselijke wijsheden? 

Is de theologie voor de mensheid niet een geraffineerd excuus geworden om de waarachtige weg vanuit de hel tot de hemel, te kunnen begeren? 

Verschuilen de meesten zich niet achter hun leider en zijn voorschriften, totdat zij door een ingrijpende ervaring neergesmeten worden in hun persoonlijke hel, tenminste als zij nog waardevol gebleven zijn? 

Is het ontwaken uit de veiligheid van het zo kunstig opgetrokken theologische bouwwerk, dikwijls niet een hel voor de waarlijk, spirituele kandidaat? 

Ziet u heden niet om u heen hoe velen uit die veiligheid van de theologische moederlijke armen getrokken worden om ontkleed in de storm en het vuur van de individuele hel te worden geplaatst? 

Ziet u deze bevoorrechten niet wankelen door deze plotselinge tegenstelling met de voorheen genoten warmte en vermeende veiligheid? 

Wordt heel hun leven niet omgeworpen door stormen, gevaren, afgronden, en de ontstellende leegte, die hen als een hel aangrijnst?  

Hoevelen zullen er zijn die zulk een hel met een dankgebed begroeten? 

Kan de mens danken in nood, neen, hij schreeuwt om erbarmen, om hulp, om genade, hij zoekt God in grote nood en hij negeert hem in vreugde en voorspoed! 

Zolang de mens door de zweepslag des levens tot in die bittere nood gedwongen wordt, krijgt hij de kans om zijn goddelijke oorsprong in zijn herinnering terug te brengen! En dan gaat de weg weer heel langzaam opwaarts, de hel wordt minder aangrijpend, het vagevuur begint een strijd waarin materie en geest, uiterlijke voordelen en de waarheid - van Intuïtie en Geweten elkander tegentreden.  Dit kan zulk een intensieve brand worden dat de kandidaat - gepijnigd door schuldgevoel tegenover Geweten en Intuïtie - alle mogelijke verzoeningen verzint. Hij tracht met geld de waarheid te verdoezelen, hij zoekt verschoning in een humane levenshouding, hij wringt zich in allerlei bochten om het schuldcomplex tegenover de ziel kwijt te raken, uit te doen. Nerveuze depressie, al die ziekten van het zenuwstelsel, die psychische aandoeningen komen voort uit een schuld-complex, zegt de psychiater. Daarom laat hij de zieke uitpraten, de woelingen van zijn innerlijk blootleggen. Bij de spirituele kandidaat gaat dit schuldcomplex veel dieper, hij ontmoet de psychiater niet op het spirituele vlak, hij kan zich van zijn geestelijke schuld nooit ontdoen op de divan van de psychiater. 

Dan blijft slechts de vlucht over in de strenge wetten van religieuze voorgangers, en hij draait zichzelf een rad voor de ogen. Maar dacht u nu werkelijk dat een levende, spirituele mens de oplossing vond binnen menselijke wetten, binnen door geestelijke leiders uitgedachte methoden? 

De weg van hel tot hemel is niet geplaveid met voorschriften, noch met schone woorden, noch met heilige gezichten, maar hij kerft zich een route in het hart des mensen, in zijn denken, in zijn bloed. Men kan niet massaal een individuele weg tot verlossing betreden, want de weg van uw naaste is uw weg niet. 

Uw eigen weg zet zich voort aan de hand van uw microkosmische ervaringen, en de herinnering die in uw chromosomen werd vastgelegd!  

En dan kan de voorganger tot u razen en tieren, en u de weg van hel tot hemel op willen slaan en desnoods vloeken, het zal geen zier helpen. Hoogstens schudt de toehoorder even tevreden zijn hoofd: "de preek is weer zo heerlijk donderend geweest!" 

Weet u waarom men zulk een preek zo prettig vindt? 

Omdat een ogenblik het bijna gestorven spirituele leven daardoor wordt opgewekt en men gevoelt zich in die roes van waarheid bijna een "goed mens', een spiritueel mens! 

Maar enkele uren later sluit de gezapigheid van alledag zich weer om de mens heen en hij vergeet de injectie des levens. 

Donderende preken rukken de bijna slapenden uit hun mijmering, maar zij vermogen de intellectuele betweter niet aan te raken, omdat deze zich niets laat zeggen door een voorganger; of een bezielde helper! 

De intellectueel geschoolde mens, de hartstochtelijke lezer en de filosoof weegt voorzichtig de waarden tegen elkander af en verschuilt zich dan weer in zijn boeken-rijkdom. Ook hij negeert de hel, waarin de verlossingsweg begint. 

Weet u, zulk een hel is zo lastig en opbrekend, hij verstoort dat prettige leventje zo!  

Maar wij zijn ervan overtuigd dat iedere waardevolle spirituele kandidaat steeds opnieuw voor een "keuze" wordt gesteld. Er wordt hem steeds meer ontnomen, totdat hij niets meer bezit; noch spiritueel, noch materieel. Dat wil zeggen: hij wordt een vreemdeling, een losgeslagene, in de goede betekenis van het woord. Hij zal zich niet meer kunnen verschuilen achter een schoon spiritueel bouwwerk, of achter een veilig materieel bezit. 

De pelgrim op de weg van hel tot hemel zal alle facetten van de hel moeten doorstaan en daarin ligt ook begrepen: het loslaten van de zekerheid. 

De zekerheid dezer wereld, geconcretiseerd in sociale wetten, in voorschriften, in beloningen. Een zekerheid die de religie heeft overgenomen, door inwijdingen, graden, hiërarchieke posities.  Hij, die spiritueel waarde bezit wordt uit die zekerheid verdreven, niet als straf, maar als genade, barmhartigheid, omdat hij te waardevol is om te sterven binnen de verstening. 

Iedere doorn van de roos die aan de grond van het individuele innerlijk ontspruit brengt een bloeddroppel voort, maar het betekent dat zij groeit, dat zij omhoogklimt naar het hart van het kruis, waardoor de pelgrim de zang der hemelen zal kunnen beluisteren. 

Het is noodzakelijk als wij zo gezapig ons zat zitten te eten aan de diepe waarden van een universele filosofie dat wij de zweep van tijd tot tijd door de tempel halen, door de individuele tempel, gelijk Christus door de tempel te Jeruzalem. Want iedere innerlijke tempel wordt een markt, waarop gezwendeld wordt, wanneer daar niet de zweep van de waarheid overheen wordt gelegd. Voordat de kandidaat het beseft heeft hij van zijn godshuis een warenhuis gemaakt, waar de meest biedende de voorrang geniet. 

Men verhandelt spirituele kennis, man speelt met goddelijke waarden en men verpatst de wijsheid der intuïtie en de waarheid van het geweten.  

Gaat het niet zo, in de meeste tijd van uw leven? 

Uit angst voor de individuele hel plaveit men de weg met goede voornemens, en bepleistert het uiterlijke gebouw met goud en edelgesteente. Goud uit de mond van anderen, edelgesteente uit de ervaringen van ànderen. Maar dit gebouw der schijn-spiritualiteit zal afgebroken worden zo God de kandidaat nog herkent als zijn schepping. 

God zal zich dan aan hem bekend maken als een donderslag bij heldere hemel en de kandidaat zal van de toren van zijn schijn-zekerheid neervallen tot in de diepste diepten.   

En hoe hoger zijn uiterlijke façade, des te dieper zal hij vallen, gelijk iedere hoogte een diepe val riskeert. 

Daarom zeggen er ook velen: ik wil niet hoog klimmen, anders val ik straks diep. 

Gevoelt u hierin de angst voor de hel niet? 

Gevoelt u hierin niet de angst van de kleinmoedige kandidaat, die de hemel door anderen voor hem wil laten veroveren? 

Zo gaat het niet! Iedere kandidaat moet het risico van de val doorstaan, moet het gevaar van de afgrond onder ogen zien en de hel doorleven. Hij, die innerlijk groeit, moeizaam de weg-omhoog beklimt, kan altijd vallen, die realiteit moet hij onder ogen zien. 

Niettemin zal hij voorwaarts moeten gaan, en zijn leven zal dan wel bewijzen of hij op de juiste weg is of niet. 

Een weg van hel tot hemel sluit àlles in zich: de felste tegenstellingen, de schoonste harmonieën, de bitterste leugen.  

Hel en hemel is de zegen der tegenstelling, waardoor de ziel rijpt. De kandidaat verbindt door zijn levensgang deze hel en hemel en hij lost de hel op in de verovering des hemels. 

Dit is toch het uitdoen van de tegengestelden, dit is toch het bouwers-project? 

En als de kandidaat zijn mede-mens of zijn helper verwijt: "u helpt mij niet verder!"  ligt daarin niet besloten de lusteloosheid en de gemakzucht van de pelgrim.  

Filosofie kan men verdiepen, men kan flitsen van inzicht tot de kandidaat overdragen, maar moet hijzelf daar niet mee arbeiden?  

Is ieder overgedragen begrip niet een bouwsteen waarmee het individuele gebouw Sancta Spiritus moet worden opgebouwd? 

Wat helpt het de pelgrim wanneer hij de bouwstenen naast zich neergooit en op de volgende bouwsteen wacht? 

Zal hij straks niet omkomen in de stapel bouwstenen en dan klagen dat hij de hemel niet meer ziet? 

Met behulp van Geweten en Intuïtie moet u elke bouwsteen op de juiste plaats aanbrengen en als u niet weet waar de steen behoort, als u geen idee hebt hoe u de spirituele Mens moet oprichten, wel, waaraan begint u dan? 

Als de zogenaamde gnostieke mens, zijn Gnosis van alle kanten wil bezien vanuit zijn fauteuil achter de kachel of gezeten in zijn mooie tuin, dan kan hij dat doen, daarin is hij vrij. Maar kom dan later niet met het verwijt: "ik kom niet verder op de weg."  

Gnosis, Wijsheid, Licht, Waarheid beziet men niet in zijn fauteuil, met een appeltje voor de dorst in de hand! Gnosis, God wordt ervaren, als een hel, als een hemel! 

En als de spirituele mens dit schuwt, God liever zoekt in een schoon gedrukt boekje, wel, dan moet hij zich storten in de massa der gezapige religieuzen, die mens-erger-je-niet met hun geweten en hun intuïtie spelen. 

Hij, die de ziel wil verlossen uit de chaos, die dus een Terugweg tot de Oorspronkelijke Werkelijkheid wil bewandel, zal zijn hel eerder krijgen dan hem lief is. 

En nu gaat het er om, of hij dit bewust onderkent, of dat hij blind naar de hemel grijpt en als een beschonkene zijn religieuze dronkemanslied aanheft! 

De waarheid wordt u gebracht door uw Geweten en uw Intuïtie en als u verder wilt komen op het Pad ten Hemel aanvaardt die waarheid dan als een moedige, een spirituele pelgrim, die zijn belofte tegenover God, het Licht, houdt, gelijk dit Licht zijn belofte tegenover de zijnen nimmer schendt! 

Dat is trouw!  

Dat is moed!  

Dat is waarheid en spiritualiteit!  

Moge gij ontwaken en verstààn!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene