54 - De muur van Saturnus

In de laatste tijd worden wij op frappante wijze geconfronteerd met geschriften, boeken en lezingen, die alle meer of minder heenwijzen naar het Johannes-evangelie en de Openbaringen. Wij hebben zelf de overtuiging dat wij langzaam maar zeker gevoerd worden naar een ruimer geestelijk gebied, naar een grotere spirituele levensruimte, waarbinnen verre uitzichten zich van tijd tot tijd ontsluiten. 

Wij bemerken het in de mensen èn in het individu, dat er een beweging is naar een andere spirituele instelling, die zich wijdser, ruimer, en dieper ontplooit dan voorheen. 

Met de voltrekking van deze beweging gaan natuurlijk altijd tegengestelde stromingen gepaard, die door die éne, zich voortzettende spirituele doorbraak opgevangen moet worden. Zodra deze verplaatsing naar een groter geestelijk levensgebied een feit wordt, ontmoet de mens, de kandidaat, àndere zielen, die met hem in harmonie treden. 

Deze hem herkennende zielen zullen voor de betrokkene volkomen nieuw zijn, mensen, die hij voorhéén niet kende. 


Kortom, het gaat zich alles voltrekken zoals in het Evangelie van de Pistis Sophia staat, in de achtste boetezang: "En hij, Jezus, voerde mij naar een ruimer gebied!" 

Deze verplaatsing naar een ruimer gebied is het antwoord van het Licht op de noodkreet van de kandidaat. 

De inzichts- en uitzichts-verruiming is het gevolg van een intense innerlijke benauwenis, waardoor de mens, in een laatste wanhopige poging, zijn gebedsschreeuw uitstoot. 

Wel, ons spirituele uitzicht wordt ruimer, omdat wij positief, als een intuïtieve noodzaak, Willem breken met de verdoemenis, van de saturnale ring, die als een loden pantser om ons heeft heen gelegen! Deze saturnale ring bestaat nooit uitsluitend uit een organisatorische, materiële benauwenis, maar zij gaat, voor de bewuste kandidaat, altijd vergezeld van een spirituele nood, een honger, die op dat moment niet bevredigd wordt, en ook niet kan worden. 

Het in zichzelf besloten worden heeft een oorzaak, maar heeft ook een gevolg. Zodra de spirituele impulsen, die als lichtflitsen de kandidaat doorlopend moeten openbreken, wegvallen, wordt deze aangewezen op het schaarse, zwakke flakkerende eigen licht. Hetwelk hij dan ook nog verdedigen moet tegen de aanvallen vanuit alle uithoeken dezer natuur, aanvallen die de gestalte van mensen, die de vormen van omstandigheden of de abstracte trillingen der giftige spanningen kunnen aannemen.  

Iedere kandidaat, die op het punt staat door Jezus (Christus, de innerlijke middelaar), naar een ruimer gebied gevoerd te worden, is het middelpunt der wraakzuchtige aeonen-trawanten. 

Met het overgaan van het Petrus-geloof, naar het Johannes-geloof komen wij in contact met mensen, die zich eveneens richten op de verwerkelijking van de abstracte Godsgedachte.  Dat wil zeggen: een groep van innerlijk religieuzen gaat elkander vinden. Deze groep wordt niet door een enkel land bepaald, maar zij is internationaal en op zichzelf vormt deze groep mensen geen beweging of bekende groepering. 

Neen, dit zijn mensen, die als Individu uit andere groeperingen voortkomen en zelf, als autonoom wezen, op zoek zijn, in beweging zijn, gereed om elk ogenblik de laatste wanhoopskreet uit te schreeuwen. 

Deze mensen moeten de afgrond van het niet-zijn gezien hebben, aan den lijve ervaren hebben, zij moeten weten dat binnen de omheining van het saturnale bewegen géén uitkomst te vinden is. 

Slechts weinigen weten dat. Er zijn velen die zèggen dit te weten en te kennen, maar hun daden bewijzen het tegenovergestelde.  

Al deze mensen, die louter de klank van het woord "gebed" kennen, zullen gedwongen worden zich verder langs de afgrond te bewegen!  Zij zullen niet naar "de ruimere plaats!" gevoerd worden, daar hun gebed de hoogste hoogten nog niet heeft bereikt. 

U kunt het allen zo klaar nalezen in dat oude apocriefe evangelie! 

In de achtste boetezang ontvangt de Pistis Sophia de "ruimere plaats". 

In de negende boetezang bemerkt zij dat haar gebeden de binding met het Licht tot stand hebben gebracht. 

Uw gebed moet een gebed zijn uit spirituele nood voortgekomen!  Materiële nood betekent nog geen spirituele nood! De wand, die keiharde muur van Saturnus, waarin zich de poort bevindt, wijkt geen duimbreedte wanneer de mens uit materiële nood schreeuwt. 

Om deze te lenigen kan hij binnen de omheining van Saturnus verder zoeken en bevrediging vinden. 

De spirituele nood wordt slechts diegenen, als een genade geschonken, die bewezen hebben te kunnen bidden! 

Die bewezen hebben de zeven boetezangen doorleden te hebben, zodat zij de achtste boetezang als één alles ontledigende innerlijke kreet kunnen uitschreeuwen. 

Dan pas worden zij naar een "ruimere plaats gevoerd en wordt hun gebed verhoord". 

Nu het dogmatische christendom meedogenloos aan de tand wordt gevoeld, en veel zeker schijnende fundamenten onder de mensheid worden weggetrokkken kan en moet de spirituele mens zich funderen op-het innerlijke fundament, dat voor hem een ervaringsbezit geworden is. Zulk een fundament is door niets en niemand weg te trekken, niet door mensen, niet door omstandigheden, niet door woorden en ervaringen. Dit is het enige fundament dat in onze Aquarius-era stand zal houden, en dat de mens de zo nodige spirituele bescherming zal kunnen bieden.  

En dit geestelijke fundament is slechts te bouwen op innerlijke inkeer, noemt u het meditatie, (als dit woord voor u geen valse bijklank bezit). 

In ieder geval is dit geestelijke fundament een individuele aangelegenheid waarbij wij elkander slechts kunnen helpen door begrip en dat woordeloze, maar zo heilzame mede-beleving in de richting van het Grote Doel. 

Deze mede-beweging is een innerlijke aangelegenheid, die echter bewerkstelligt dat de doorbraak uit de ban van Saturnus sneller tot stand komt. 

Zoals wij al eens zeiden: het zich losmaken van een gebied kan pijnlijk zijn, een nieuwe geboorte brengt echter ook smart.  

Wel, door zulk een smartelijk sterven en door zulk een smartelijke geboortestonde zullen wij àllen individueel heen moeten. 

Die krampachtige vlucht in bijkomstigheden is de signatuur van de angst, van hen, die niet willen of niet kunnen. Iedere spirituele mens zo hij dit waarlijk IS, wordt in deze kwelling van de zevende naar de achtste boetezang gedrongen.  

Let u echter wel! 

Wij spreken niet over zelfkwelling, neen, maar het geleid worden naar die uiterste rand van de afgrond, waarin de ziel meent: "nu is het afgelopen, ik kan niet meer! Mijn God, de afgrond zuigt mij omlaag en ik val in de diepste diepten!" 

Dat is de innerlijke toestand van de doorbrekende kandidaat! En dan met een laatste krachtsinspanning, een gebed schreeuwen, en zich niet afwenden van de weg, van de smart, van de bitterheid. Dan geschiedt wat de bewuste kandidaat zo fantastisch ervaart in die negende boetezang: Het gebed wordt verhoord! 

De trawanten trekken zich een ogenblik terug, in opperste vertwijfeling, want deze mens ontvangt een sterker Licht! 

Daarna komt de sprong, in de tiende boetezang, die sprong, als steenbok, als Individuum, over de afgrond. 

Van de top van de saturnale levenssfeer springt deze ziel over de diepe afgrond heen tot op de eerste berg in het Nieuwe Land.  

Er komt voor ieder van ons het moment (zo dit er al niet IS) dat hij alleen gelaten wordt met zijn eigen innerlijke ervaringsschat. Deze confrontatie ontwijken velen. 

Wetende dat hun innerlijke rijkdom nihil is, daarom proberen zij ànderen het innerlijke Licht te ontstelen, precies zoals de trawanten der Authades-aeonen binnen de achtste boetezang doen! 

Wij hebben u gezegd: het gaan van de zevende naar de achtste sfeer, of het doorbreken van de zevende naar de achtste boetezang is een beslissing. Is een pijniging, een declaratie, en een confrontatie. Maar aan de andere kant is er voor de bewuste kandidaat die onmetelijke verte, en die tienduizendvoudig lichtende middelaar, die hij plotseling naast zich ziet! 

Wel, zowel het één als het ander is duidelijk merkbaar! 

De weg, die wij gekozen hebben is geen spel méér, wat u daarvan ook denkt!  

En dat zullen sommigen aan den lijve ervaren! Het is uit met het getheoretiseer, met het beleren van anderen uit de eigen tweedehandse kennis! Nu gaat het om onszelf, om ons eigen Individuum. In hoeverre dit levensmogelijkheid bezit! Nu helpt het niet meer om zich aan ànderen vast te klampen, om te pronken met andermans innerlijke Licht! 

Zodra de kandidaat zich uit de saturnale ring bevrijdt, als innerlijke ervaring, staat hij naakt, slechts omsloten door het eigen kleine licht, de eigen kleine kracht, en de vraatzuchtige trawanten, in welke vorm zij zich ook vertonen, storten zich op zijn innerlijke kracht, "wetende", zo staat er zo scherp in het evangelie van de Pistis Sophia, dat hetgeen de kandidaat naar buiten brengt, "klein en zwak" zal zijn! 

Natuurlijk! Dat is de kleine kracht, die zwakke, nietige, maar vooral onaardse kracht, die buiten het bereik van de natuur-aeonen ligt! Op deze "kleine kracht" breekt de aanval der trawanten: zij trekken zich terug, afwachtende, een beslissing vragende aan de opperheer: Authades. 

Op dat moment IS de kandidaat reeds overwinnaar. 

De natuur-machten hebben zijn kleine kracht onderkend, en als "niet van hen zijnde" bevonden. Dit betekent de scheidingslijn tussen de kandidaat en allen die binnen de saturnale ring leven. Na de directe binding tussen het Grote Licht en de ziel, door middel van het het gebed van het Individuum, verstaat de kandidaat dat zijn Kracht slechts te vinden is in de innerlijke verzonkenheid, in de geest. U kunt dit "mediatie" noemen, maar wij bedoelen ermee het zich zonder voorbehoud overgeven aan de trillingen des geestes.  

Hoe u dit doet is niet belangrijk, want daarvoor is er géén methode. En u kunt dit slechts spontaan doen, wanneer u de leegte, de saturnale muur, de diepe wanhoop kent, als ervaring. U kent dan de hoge trilling en u vindt deze weder, omdat deze zich IN u bevindt. 

Alle andere methoden zijn aangeleerd, tweedehands, geleend, drogredenen om de smart van het sterven en het opnieuw geboren worden niet behoeven door te maken! 

Wanneer wij zeggen dat wij ons willen baseren op Johannes en zijn Openbaring, en op de Acht Zaligsprekingen van Jezus, dan menen wij niet orthodox, dogmatisch: Wij volgen de letter van de Heilige Schrift, maar wij willen daarmede zeggen: De Apocalyps, als Universele Leer, moet NU verwerkelijkt worden, de acht Zaligsprekingen, zijnde een Universeel Pad moeten NU in de daad omgezet worden. 

Zowel de Zaligsprekingen als de Openbaring van Johannes zijn beide ouder dan de ons bekende Heilige Schrift. Zij vertolken een Universele taal, een ongebonden woord, een oer-kosmisch gebeuren in de mens, in de kosmos.  Een gebeurtenis die gelijkstaat aan een innerlijke omwenteling, aan een wedergeboorte in de mens, in de micro's, in de macro's, in de ziel. 

Kortom, het is een voltrekking die het gehele wezen van de mens doortrilt, verscheurt, pijnigt, balsemt, en dit gaat samen met een kosmische verandering; wij zijn afhankelijk van elkander, kosmos en microkosmos, ziel en stof, geest en ziel, Christus en mens en noemt u alle symboliek maar op!  

Er bestaat geen leer buiten u. Alles is wezenséén IN u. 

U bent, als mens-op-het-Pad, de leer. U kunt een Christus worden, u kunt een Pistis Sophia worden. Maar u kunt ook een trawant van Authades zijn of worden, of een vals licht, een demon. 

In diepste waarheid bestaat er geen leer die u kunt aanhangen als zijnde de ene, waarachtige Waarheid. 

Er kunnen in uw leven, op uw weg slechts aanwijzingen bestaan, die de Ene Universele Leer IN u ontsluiten. 

En al het andere wat u als klaar toebereide Leer gebracht wordt, is nonsens, drogredenen, licht van de leeuwenkop; tweedehands toebereid licht, klatergoud, schijn-methoden en imitatie-oefeningen. 

Zo is het ook met de meditatie, waarover wij spraken. 

Meditatie is een geladen woord, zoals occultisme een geladen woord geworden is. Uw meditatie is INkeer en innerlijk meebewegen met de hogere trillingen, die IN u behoren te zijn. 

Occultisme is spiritueel spel, uitgedacht door de twijfelende ziel, uit angst voor de grote sprong over de afgrond. Zodra men die afgrond opvult met schijn-kennis, imitatie-licht en spiritueel gezwets, lijkt hij te verdwijnen. 

Maar die afgrond blijft, wij verzekeren het u. En op de één of andere dag komt de waarlijk spirituele kandidaat daar wederom voor te staan!  

Totdat hij ontdekt dat dit een genade is en hij zich niet meer verzet, met alle wettige en onwettige middelen. 

Totdat hij zich niet meer verschuilt achter de anderen en zich onzichtbaar tracht te maken temidden van de worstelenden. Hij, die als Individuum uit die grote, worstelende, zwoegende, zichzelf bedriegende massa wordt opgeheven en in de ontmaskering van het Licht wordt geplaatst, IS het waard, is een begenadigde.  

Hoe hij ook lijden moge onder de zweep van dat ontdekkende licht. Zodra de kandidaat ontdekt dat er een kosmische Christuskracht is (en tot die ontdekking zijn wij gekomen) gaat het mes in de begrenzing van de persoonlijkheid. 

Want om deze Christus te ontmoeten moet de persoonlijkheid allereerst zijn ban verbreken, anders gezegd, moet de ziel uit de persoonlijkheidsban uitbreken, moet de mens zijn begrensde persoonlijkheid herkennen, overwinnen. De mens moet dan "kosmisch" een groter wezen worden. 

Veel van deze woorden zijn door onze alles ontluisterende moderne denkwereld zwaar beladen geworden, maar verstaat u ons toch vooral niet verkeerd: De kandidaat moet samenvloeien met de Christusvibratie, die in hem en om hem is. 

Zolang de ban, de vloek van de onheilige zevengeest, de ring van Saturnus, hem nog omsluit, kan hij niet wezenséén worden met een Universele Kracht, een Christus Licht, of hoe u een Universele Atomaire levenskracht ook noemen wilt. 

Daarom herhalen wij steeds weer: ga de Stilte binnen, zoek uw innerlijke Kracht. Deze woorden worden echter verstaan door hen, die worstelen om het laatste gebed uit te spreken: zij, die binnen de achtste aeon strijden om het behoud van "de kleine kracht" en gepijnigd worden op de rand van de saturnale hoogmoed en de christo-centrische deemoed, waaruit het gebed geboren wordt. 

Deze kandidaten zullen overwinnen, zo zij hun eigen worsteling herkennen, het "waarom" doorschouwen en het onontkoombare ondergaan praktiseren. 

Uw woord is niet genoeg, in dit stadium wordt u op uw woord beproefd. En dan zult gij zijn, wie gij zijt! 

Petrus, die de steen vasthoudt, uit angst voor het onzichtbare; Johannes, die het onzichtbare grijpt, omdat hij de koude, en de levenloosheid van de steen kent. 

Wij zeggen u nogmaals: De Johannesmensen worden in deze bewogen Aquarius-tijd geroepen tot hun Apocalyps. 

Het beest, het ego-beest komt uit zijn afgrond, u zult het zien en niet vrezen, omdat u plotseling bemerkt dat Christus, de innerlijke middelaar, naast u staat, tienvoudig lichtend. 

Wel, dàn is uw gebed verhoord, wàt kan u dan nog deren?

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene