52 - Het zoeken van de innerlijke stilte

Voor de zoekende mens is het leven één en al strijd. 

Zij, die zich waarlijk uit de horizontale beweging van dit leven optrekken, worden direct aangevallen door de belagers. De omstandigheden worden benauwend, innerlijk raakt men in onrust, het denken wordt van het verheven doel afgetrokken, het hart voert een onophoudelijke strijd tussen de geestelijke Liefde en de wereldse interessen.  

Kortom, de waarachtige zoeker wordt in eerste instantie niet gekenmerkt door een uitstraling van rust. Allereerst is daar voor hem de losbreking uit de horizontale lijn, als een worsteling om vrijheid. In deze situatie blijven de meeste zoekers steken, zij komen niet verder daar deze felle strijd om verlossing hen uitput - of daar de aanvallers hen terugwerpen in de horizontale levenslijn. 

Een groep Wijsheid of Gnosis zoekende mensen, wordt altijd herkend door zijn onrustige beweging, die tenslotte slechts door de innerlijke Stilte kan worden uitgedaan. 

Voor deze pelgrim echter die innerlijke Stilte als oplossing daadwerkelijk kan aanvaarden, moet hij beseffen dat zijn levenspatroon niets anders dan worsteling zal blijven, zolang hij werkelijk zoekt.   

U kunt ervan opaan dat deze pelgrim twee rust-toestanden kan ingaan: of de beweegloosheid der uitputting, of de beweegloosheid van de innerlijke neutraliteit.  

Beide toestanden zijn te herkennen uit het gedragspatroon van de pelgrim. De uitputtende worsteling om verlossing, wordt tegelijkertijd een verzet tegen de gevangenname binnen de horizontaliteit. Deze mens is zich van zijn tweeledigheid bewust en in hem is een onverklankte wanhoop, die zich uitdrukt in een innerlijke ontevredenheid met zichzelf, met zijn geestelijke vorderingen. 

Dikwijls uit zich deze ontevredenheid door zich af te reageren op de omgeving. Zulk een mens gevoelt de eigen onmacht, terwijl hij zich zeer wel van het Doel bewust is, hij is innerlijk één en al strijd, één en al spanning. In hem is echter een beweging, een leven dat belaagd wordt door de aanvallers uit de horizontale sferen. 

Dan is er een andere soort pelgrim: hij die hunkert naar het Doel, zich daarvoor offeranden getroost, maar eigenlijk niet precies weet waar hij heen moet. Hij is de mens. die luisteren kan, die mee wil bewegen, die tot alles bereid is, maar hij mist die felle bewogenheid, die felle daadkracht van de eerste.   

Hij echter kent de strijd van de verwarring, hij verliest zijn Doel dikwijls uit het oog en glijdt dan weg in andere interessen, doch hij wordt steeds weer opgewekt, aangespoord. In een groep zoekers staat slechts één probleem centraal: het gevecht om het bereiken.  

Daardoor verliezen zij zichzelf vaak in bijkomstigheden, de strijd wordt hun levens-middelpunt. Slechts een spirituele impuls vermag hen uit de verwarring en de obsessie van de strijd te trekken.  

Ontneemt men hen deze impulsen dan vernietigen zij zichzelf door de strijd, of zij worden vernietigd door de omstandigheden, of zij vernietigen elkander. 

De spirituele impulsen is voor hen het Levensbrood, waaruit hun Hogere Mens zijn kracht put. U zult zelf wel eens bemerkt hebben hoe snel zij, die zich temidden van deze verlossende worsteling bevinden, wederom terugvallen in de horizontale greep, zodra de spirituele impulsen ontbreken. 

Het bewijst dat de pelgrim - temidden van zijn levensstrijd - niet voldoende spiritualiteit kreeg toegevoerd, of deze niet wist te absorberen. Zodra de uitputting over de zoeker valt, is bewezen dat de doorlopende tegenstand van de lagere mens zijn ziel hebben doen verstommen.   

Deze uitputting kenmerkt zich in ongeïnteresseerdheid in spirituele zaken, en in het zichzelf bedriegen door filosofische uiteenzettingen, die de kern der Overgave niet raken. 

Pelgrims, die de Gnosis ontdekt hebben en daarheen op weg zijn, zijn meestal, moeilijke mensen! 

Waarom? 

Zij bewegen zich tussen het zelfstandige, hoogmoedige, onuitstaanbare individu van het Ik, en het zich optrekken aan het zelfstandige Individuum van de ziel. 

Deze pelgrims hebben de slavernij, in welk opzicht dan ook, achter zich gelaten, nu bevinden zij zich in die gevaarlijke zone van de individuele zelfstandigheid, die zij zullen moeten prijsgeven voor de ziele-zelfstandigheid. 

Deze ik-individuen haten in diepste wezen een groep, die zij gelijkschakelen met een kudde schapen! 

Niettemin moeten zij ontdekken, door harde ervaringen, dat er zoiets als een ziele-eenheid bestaat, die een groep individuen kan overkoepelen. Deze pelgrims hebben één eigenschap gemeen: zij zijn één brok wantrouwen. 

Een wantrouwen geboren uit harde leringen, en nog niet geheel en al verwerkt tot wijsheid. 

Om deze pelgrims te benaderen kan men geen zwaard en geen mes hanteren, noch een zweep, maar slechts de Rede van het ge-weten. Zij staan op het punt om de logische rede te gaan aanbidden of om te zetten, dus zij staan op het punt van de Omzetting en nu balanceert de weegschaal. 

Zij hebben dikwijls het gevoel dat zij hun Doel bijna bereikt hebben, het kan slechts een kwestie van dagen of weken zijn, niettemin verlengen zij zelf deze situatie, doordat zij - en dat is typerend voor deze zoeker - de innerlijke Stilte niet vermogen te grijpen! Hoewel zij weten dat deze hen de verlossing schenken zal! 

Wel, wij kunnen zeggen, dat het overgrote aantal van de pelgrims op deze weg in deze toestand staat.  

Zij exploderen innerlijk van begrip, zij kunnen het Doel bijna letterlijk aangrijpen en toch lijkt het zo ver weg. Waarom? 

Omdat, verstaat u dat toch, de innerlijke stilte ontbreekt, waarin die verheven Mens zich los kan rukken van zijn dierlijke mens-zijn!  Omdat u zichzelf uitput' in een terugslaan, terwijl u zichzelf eigenlijk moest verwijderen van deze lagere mens! 

In diepste zin bewéégt u niet!  

U verstart in dezelfde beweging, in de kringloop. 

U trekt u op en zakt wederom terug, dit gaat goed totdat u te moe zijt om u wederom op te richten! 

En dit vreest u, vandaar de worsteling! 

U gevoelt uw levenssappen wegstromen, terwijl u het Doel, bij wijze van spreken, naast u weet! 

Dat is tragisch en enerverend. Het lijdt tot depressies en tot willoosheid in de verkeerde betekenis.  

Deze wanhoop uit zich, al naar gelang van uw type, door een miserabele levenshouding, die u eigenlijk niet wilt. 

Niemand is sterker in zichzelf tegengesteld dan de ketter. 

Hij heeft zijn tweeledigheid scherp in zijn bewustzijn gegrift staan, en zo hij niet slaagt om de Stilte binnen te gaan wreekt hij zich - onbewust - op zijn omgeving! 

Herkent u de tragedie? 

Begrijpt u uw mede-ketters nu? 

Eén grote tragedie speelt zich af binnen een groep zoekers, waar het merendeel zichzelf kapot vecht! 

Zij zijn als onwetende gewonde dieren die wegsnellen van de hulp der verzorgers en zich tot aan de uitputting verder slepen om dan wanhopig het moede hoofd neer te leggen.  

Deze pelgrim slaat voortdurend de verzenen tegen de prikkels en hij ervaart de pijn in merg en been, terwijl hij de Overgave aan de Stilte tevergeefs naderbij tracht te forceren! 

Uw lijden bestaat niet uit de uiterlijke omstandigheden, die omstandigheden vormen de prikkels waartegen u zich de verzenen bloedig verwondt! 

Zodra deze pelgrim zich terugtrekt uit de omklemming van de horizontale overheersing, en zich niet meer afreageert volgens zijn type, uit machteloosheid, maar zichzelf innerlijk overgeeft, zal hij Rust vinden en daarbij ook heiliging en genezing, en alle Kracht die noodzakelijk is voor de Verlossing, uit die lagere greep dezer natuur.  

Voordat deze pelgrim deze Overgave echter in al zijn Kracht zal kennen moet hij eerst de strijd gekend hebben, die worsteling om zijn hoofd boven de horizontale grens te heffen. 

Laat u nooit bedriegen door de laksheid van de lauwen, die zeggen in de rust te staan, maar in werkelijkheid gewoon meebewegen met de horizontale levensstromen. 

Om uw hoofd boven deze stroom uit te steken moet u eerst in de worsteling staan!  

Herinnert u zich de woorden van Goethe: "Wie nooit zijn brood met tranen at, Wie nooit in kommervolle nachten wenend op zijn bed te neerzat, die kent U niet, Gij Hemelse Machten!" 

En dat kan een proces zijn in dit leven en een proces geweest zijn in uw vorige leven, ook kunt u het proces in dit leven moeten voltooien!  

Maar niemand van u ontkomt aan een innerlijke worsteling, een strijd met uw diepste zelf!  

Dat is het gevecht tegen uw type, tegen Saturnus, uw kern-belemmering. Mèt het naderbijkomen van de overwinning veranderen uw omstandigheden, zij passen zich aan bij uw worsteling. Zij worden als een Judas, zij weerspiegelen zich in u en zijn rondom u.  

Zodra uw hoofd boven de horizontale lijn begin te verschijnen wordt u interessant, belangrijk en een gevaar voor de aardgebonden stromen. 

De innerlijke strijd kan zich intensief in het denken of in het gevoel afspelen.   

U kunt komen tot zelfontdekking en daardoor innerlijk in verwarring geraken. Deze worsteling is voor ieder van ons anders! Maar zij drukt een stempel op ons. Vandaar dat wij moeilijke mensen zijn, over het algemeen! 

Wij hebben meestal nog niet het innerlijke evenwicht gevonden tussen de twee wezens in ons. Er is immers geen compromis te sluiten, want dat brengt strijd! 

Gewetensstrijd, verlies van Inzicht, teleurstelling, gewoontevorming! 

Daarom zeggen wij u nogmaals, en veel nadrukkelijker dan ooit tevoren: u moet zich een vacuüm scheppen, waarbinnen u het strijdperk kunt overzien! 

Waar u uw wonden kunt verzorgen, uw gedachten verzamelen, uw gewonde hart vertroosten! 

Wilt u dit niet of praktiseert u dit niet, dan kunnen wij u verzekeren dat het gaan van dit spirituele Pad voor u een bitterheid wordt, of een waan is, of een teleurstelling wordt! 

U wilt zo graag vorderen op het Pad! Dat kan uitsluitend gebeuren wanneer u zichzelf herstelt, zo u zich in de innerlijke worsteling bevindt! 

En een ieder, die nog niet volkomen uit de horizontale sfeer opgeklommen is, bevindt zich daarin! 

U zoudt kunnen zeggen dat wij ons eigenlijk doorlopend in een toestand van innerlijke verwonding bevinden. 

Wij zijn met elkaar een groep meelijwekkende figuren, hoewel wij uiterst bevoorrecht genoemd mogen worden! Zouden wij onze meelijwekkendheid inzien, dan kwamen wij sterker tot het bewustzijn van onze bevoorrechte positie! Wij bevechten onszelf, wij bevechten de omstandigheden en onze medemensen, en in ons is eigenlijk maar één rauwe kreet om Rust te bespeuren. 

De spirituele Rust van het zich verheven hebben boven dat lagere zelf, dat geketende type! 

Hoe zouden wij u anders kunnen helpen dan u telkens weer met de innerlijke Stilte te confronteren, totdat u deze waarlijk grijpt? 

Het Inzicht brengt u felle worsteling, het geloof kan u lauwheid brengen, maar daar waar Inzicht en geloof in harmonie samengaan, daar kan een doorbraak plaatsvinden.  

Zij, die het Inzicht bezitten kunnen niet ageren tegen hen, die het geloof bezitten, en zij die het geloof bezitten, kunnen niet protesteren tegen hen die in felle worsteling hun Inzicht demonstreren. 

Veel verder van het doel verwijderd zijn zij, die hun waan aanbidden: hun geleende kennis voor Inzicht aanzien en in deze kennis geloven. Zij zijn teruggeworpen in de horizontale sferen, welke geciteerde woorden hun mond ook moge spreken.  

Zij bezitten niet de Kracht van de Intuïtie, de Wijsheid der Innerlijke Kennis, en hun ge-weten vermaakt zich slechts met uiterlijke zaken. 

De innerlijke zintuigen zijn afgestompt en het spel der spiritualiteit heeft de plaats ingenomen van de innerlijke levensworsteling.  

Daarom is er één alomvattende wens in ons: dat u elkander begrijpt, vergeeft, en vooral: herkent als ziel. 

Dat u uw energie niet verliest door u uit te leven in uw type, door uw innerlijke teleurstellingen op uw medemensen te wreken, want u verzwaart uw strijd voor uzelf, voor anderen. 

Het praktiseren van de Stilte is de eerste Opgave voor de Wijze, die binnen deze Stilte zijn Intuïtie verdiept. 

Dit is het begin van de Weg, en zo komt het Goede Einde vanzelf nader.  

Zonder worsteling, slechts door vermeerdering van Intuïtieve Kennis, die echter in het dagelijkse leven wordt uitgedragen. 

Deze Weg ligt voor u open, zo u waarlijk wilt!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene