525 - het miskende ego

Het ego heeft een slechte naam in de esoterische kringen en men doet alle mogelijke pogingen om dat ego te straffen ofwel te pijnigen. 

Dit is niets nieuws: in de middeleeuwen zag men hetzelfde in de kloostergemeenschappen, waar de vleselijke driften het summum van zondigheid waren. 

Het ego is zuiver aards en alles wat aards is, behoort bij zondigheid, tegenstand, misleiding. Het is een oerherinnering uit de tijden dat wezens van buitenaf op aarde indaalden en hun buitenaardse gaven beperkt werden, doordat zij een aards omhulsel kregen en zich aan de aarde-omstandigheden moesten aanpassen. 

Het heeft niets te maken met "zondig". Zondig betekent "buiten het licht" staan. En niemand staat buiten het licht dan degenen, die zich van hun eigen bovenaardse licht afkeerden. 

De aardemensen behoren bij de aarde, het aardelicht is hun licht en zij hebben geen verlangen naar iets anders. Alles wat aards is, is hen goed. 

Een halve waarheid is erger dan een hele leugen en in vrijwel alle religieuze en esoterische kringen onderwijst en leeft men met halve waarheden: het ego is slecht, het moet onderdrukt, gepijnigd, vernietigd worden. 

Een opgave, die tot mislukken is gedoemd en waaruit de mens geschonden naar lichaam en ziel te voorschijn komt, zoals in allerlei kringen duidelijk herkenbaar is. 

Alle bewegingen, die zich tevreden stellen met moraliserende leringen of met interessante bespiegelingen doen geen kwaad, maar bieden evenmin een oplossing. 

De z.g. onaardse mens zal altijd een leer zoeken, die onaardse dingen verkondigt, op wat voor wijze hij dit doet is een andere kwestie, hij behoeft nog geen oordeelsvermogen te bezitten. 

Het interessant en moraliserend bezig zijn heeft geen risico's, maar zodra er ingegrepen wordt in lichaam en ziel, zoals straffen, beloningen, valse beloften en magische praktijken kunnen doen, kan men zichzelf enorm schaden. 

Het ego is miskend, de woorden egoïstisch en egocentrisch hebben een onsympathieke klank, doch niettemin is alles wat aards aan de mens is egocentrisch, maar het egoïsme is iets anders. Alle wezens, waar zij ook vandaan komen, kunnen egoïstisch zijn. Egoïsme heeft met profiteurschap te maken, egocentriciteit behelst slechts het goed zijn voor het ego. 

Egoïsme behoort bij: luiheid, wellust, ijverzucht en eerzucht. 

Het zijn vier eigenschappen, waarbij de ander niet wordt geteld, ofwel het andere, de leefsituatie, de natuur, het levende wezen. 

Aan egoïsme gaat de maatschappij of de menselijke leefgemeenschap kapot, niet aan egocentriciteit. 

Het ego heeft op zich ook goede kwaliteiten. Het is de levensstimulans van de mens en het gezonde ego is niet angstig, noch kwaadaardig, noch weerstrevend tegen de aspiraties van de ziel. 

Het is zoals de aarde is: ontvankelijk voor licht, zoals de emotioneel-sentimentele mens toont en het is bereidwillig, zoals de humane mens laat zien. Het ego schikt zich naar de wensen en doelstellingen van de mens, het streeft nooit werkelijk tegen, zoals de planeet Aarde, niettegenstaande haar uitbuiting, laat zien. 

Men kent het ego een veel te grote rol toe. In werkelijkheid is het een werktuig in allerlei handen: in het kwade, in het goede, in het spirituele. 

Het kan er slechts aan kapot gaan, maar werkelijk zelf iets ondernemen kan het niet, daarvoor is het te afhankelijk, zoals haar moeder Aarde toont. 

Het kan ziek worden, evenals de Aarde ziek kan worden. 

Ziekten van het ego behoren bij de overspanningen en de uitputtingen. Elk wezen wordt ziek als men het zijn normale levensomstandigheden onthoudt en dit gebeurt ook met het ego, gelijk dit met de ziel kan gebeuren. 

Psychosomatische ziektebeelden behoren bij het vegetatieve zenuwstelsel en dit zenuwstelsel behoort bij de ziel, nooit bij het ego. Het willekeurige zenuwstelsel behoort bij het ego, het onwillekeurige behoort bij de ziel. 

Zoals de ouden vroeger zeiden: het vegetatieve zenuwstelsel staat open voor kosmische invloeden, er kunnen herinneringen in verborgen zijn. Geen enkele bevrediging van het ego kan een psychosomatische, dus een vegetatieve zenuwstoornis, genezen. 

De ziel krijgt pas rust, indien men zich ontspant, geestelijk ontspant, dus niet sporten b.v., maar wel natuurwandelingen maken, doch geen loopoefeningen. 

Het gaat om de wisselwerking tussen de harmonische omgeving en de mens zelf. 

Ontspannen observatie, niet kritische opmerkzaamheid, ontspannen luisteren en niet gespannen, cynisch luisteren. 

Men kan een zonsondergang chemisch uitleggen en men kan ontspannen van de schoonheid genieten: de eerste observatie maakt ziek, de tweede heelt. 

Alles is afhankelijk van de levensinstelling, een levensinstelling, die door zoveel aangeprate houdingen en opvattingen kan worden bedorven. 

De levensinstelling van de mens houdt in: zijn houding tegenover en opvatting over de huidige aardse situatie en zijn houding ten opzichte van het leefmilieu, die hij in een oerverleden heeft verlaten. Is de levenshouding tegenover beide juist, dan blijft de mens gezond, of "heel", ofwel harmonisch. 

Dan stroomt de energie toe of hij neemt af, in een volkomen harmonische op- en neergang. 

Het ego kan religieus zijn, maar nooit gnostiek, het kan goed zijn, maar nooit wijs.  Wijsheid ligt boven het aardse niveau.  

Men kan het ego nooit dwingen te zijn, zoals een leer of een meester zegt dat het moet zijn.  

Het ego is zoals het geschapen is, een neutrale aardse energiekern. De positieve en de negatieve stroom binnen de natuur zijn immers ook neutraal! Het intellect kan manipuleren, het intellect kan een duivel zijn, zoals de Druïden al vertelden: "God of duivel heersen in het denken". 

Het intellect wordt duivels als het hoogmoedig is en dat is het in vele opzichten en in vele omstandigheden. 

Elke interessante, esoterische of religieuze opvatting kan leiden tot hoogmoed van het intellect. Daar is de wetenschap een voorbeeld van, maar de clerus of de geschoolde esoterici evenzeer. 

Het eigen intellect kan worden verleid om de leiding in handen te nemen over ego en ziel. Het resultaat ziet men om zich heen. 

Het huidige milieufiasco, de huidige wetenschap, de huidige religies, esoterisch, occult, soms zelfs mystiek, bewijzen de duivelsheid in het intellect. Deze duivelskunstenarij veroorzaakt nieuwe ziekten, direct of indirect, en dikwijls ongeneeslijke zieken, doordat hun innerlijke harmonie totaal werd verstoord. 

Het gaat er niet om of men goed kan leren of niet, het gaat erom in hoeverre men zichzelf, terecht of onterecht, onfeilbaar, beter of wijzer vindt. 

Deze houding slaat nooit ergens op, want de instelling is reeds foutief, dus ontheiligend, vernietigend, licht-afstotend. 

Niet voor niets zegt de oude overlevering, dat wijze, hoogstaande mensen zichzelf nooit te goed of beter of onfeilbaar vinden, zij zijn allen bescheiden en praten nooit over zichzelf. 

Intellectualiteit behoort nl. niet bij het ego, noch bij de aarde, maar is een ontsporing van Mercurius. 

Intelligentie is totaal anders en kan bij iedereen behoren. 

Het ego kan intelligent zijn en de ziel is intelligent, elke soort mens kan intelligent zijn. Intelligentie is waarheid onderkennend. 

Zij is een last voor degenen die haar bezitten, omdat zij de coulissen wegrukt en zelfonderkennend en spiritueel onderkennend is. Zij is een ziele-eigenschap, d.w.z. behoort tot de zielekracht van elke planeet, van elk wezen, van elke soort. Intelligentie is de oerenergie van het wezen. 

Een oerenergie, die zich uitdrukt op de wijze van zijn oergrond. 

Er zijn dus niveaus in intelligentie, maar intelligente mensen begrijpen elkander altijd; een intelligent wezen bezit nl. totaal geen intolerantie of domheid of bevooroordeelde weerstand ofwel religieuze waanbeelden. Een intelligent ego ziet en onderscheidt veel meer dan een dom ego. Deze eigenschappen staan volkomen buiten een mogelijke scholaire opvoeding. 

Als een intelligent mens kwaad wil, wordt hij geraffineerd, verfijnd kwaadaardig; als een intellectueel mens kwaad wil, wordt hij dom en star, intolerant, en vooral jaloers of ijverzuchtig. 

Intelligentie behoort bij de eenling, niet bij de massa. 

Intelligentie kan men opwekken: zoekende mensen kunnen langzaam maar zeker intelligent worden, omdat zij hun zielebegaafdheden gaan exploreren. 

Het ego straffen is een teken van intellectuele starheid of domheid. Gebrek aan inzicht en doorzicht. Een intelligent mens weet dat zielekwaliteiten door geen enkele straf kunnen worden uitgewist. 

Dit bewijzen de kettervervolgingen wel. 

Een intelligent mens zoekt zijn weg en wordt steeds selectiever, hoewel hij zijn oorspronkelijke gaven behoudt: de tekenen van zijn afkomst. 

Hoe sterker de intelligentie wordt ontwikkeld, des te bewuster en vastbeslotener gaat de betrokkene zijn weg. Een intelligent mens bezit altijd een doel, onafhankelijk van enige beweging of kerk. D.w.z. een doel dat heilzaam is voor de mensheid, de natuur, de naaste. 

Men moet intelligent zijn om gebruikt te kunnen worden als dienaar voor een belangrijk humaan of geestelijk doel. 

Vandaar dat er een ontplooiing aan voorafgaat. 

Men moet zich bewust worden van zijn eigen ziel, de gaven en de kracht daarvan en vooral van het belangrijkste in het leven. 

Deze mens behoort een gezond ego te hebben, dus een ontvankelijk, meebewegend, zichzelf van zijn gaven bedienend ego. Het is dus in zekere mate egocentrisch, maar nooit egoïstisch. Het moet egocentrisch zijn, de aarde is dat ook, het is een kwestie van levensdrang. 

Ziekelijke egocentriciteit is een afwijking. 

Aardetypen kunnen ziekelijk egocentrisch zijn. Dit behoeft niet kwaadaardig te zijn, maar het is ziekmakend. 

Foutieve meningen straffen het ego voor eigenschappen, die het niet bezit, het intellect straft de ziekelijke afwijkingen, die het zelf bij de betrokkenen heeft aangekweekt. 

Helaas kan men opmerken, dat het overgrote deel van de mensheid ziek is op basis van halve waarheden, leugens en ziekelijke behoeften. En dat wat op deze manier ziek is, krijgt geen opdracht, is spiritueel noch wijs en wordt nooit en te nimmer een dienaar van zijn medemens. 

Het ego van velen is ziek en/of de ziel is ziek. Oorzaak: het intellect. 

Of men nu weinig of erg intellectueel is, doet niet terzake, het gaat er slechts om wat men ermee doet. 

Het intellect kan de intelligentie afwijzen. En dit is de oorzaak voor de moderne contactstoornissen tussen ziel en lichaam. 

Zolang de ziel zwak is, kan men haar niet verheerlijken en zolang het ego ziek is, kan men dit niet prijzen. Ego en ziel zijn geen tegenstanders, het ego is te neutraal om een tegenstander te zijn. Om een tegenstander te worden, moet men of het intellect, dan wel de intelligentie intensiveren. 

Zonder één van beide lukt dit niet. 

Straffen voor het lichaam en het ego waren dus altijd straffen tegen het eigen ontspoorde intellect en omdat de straf dom was, was hij altijd gespeend van intelligentie. 

Men kan een slachtoffer nooit straffen. Het lichaam is overal en altijd het slachtoffer: van het intellect of van de intelligentie. 

Egoïsme is een ziekte van het ego en dus zijn luie mensen ziek, evenals wellustigen en ijverzuchtigen en eerzuchtigen. 

Als men samen gaat werken met een ziek ego zullen de vruchten desastreus zijn. 

Kijk maar om u heen: de luiheid, de wellust, de ijverzucht en de eerzucht zijn aanleidingen tot vernietiging van natuur, mens, schepsel, enz. Ziekelijke egocentriciteit mondt dikwijls uit in egoïsme en omdat het hier om een zieke kernkracht gaat, zijn de voornoemde vier drijfveren ongelooflijk sterk en beheersen iemand totaal. 

Laat men niet vergeten dat de voornoemde vier eigenschappen als aanleg in het ego aanwezig zijn. 

Een gezond ego is op zijn tijd lui, het goede "dolce far niente"; het is op zijn tijd wellustig in de goede betekenis van het woord, d.w.z. het begeert voldoening. Ook is het in aanleg ijverzuchtig, d.w.z. het is ijverig, wil graag ijverig zijn, in de goede betekenis. 

En tenslotte is het in aanleg eerzuchtig, het wil nooit in zijn eer worden aangetast. Het is dus in zekere zin trots. 

Hier geldt weer: alles wat "te" wordt is ziek en ziekmakend. 

Dit "te" komt men zo dikwijls tegen in de ijverzuchtige, luie, wellustige of eerzuchtige groeperingen, de egoïstische groeperingen, hoe ze zichzelf ook mogen noemen, welke doelstellingen ze theoretisch ook zeggen na te streven. 

Is fanatisme hiervan niet een ellendige uitwas? 

Het is een overdosis aan ijverzucht, dus egoïsme. 

Gaat het niet al te dikwijls samen met profiteurschap? 

Als men het eerlijk beschouwt, is de maatschappij ziek en met zieken heeft men medelijden, of men maakt ze gezond, als ze willen. 

De maatschappij, dus de samenleving, wil wel gezond worden, maar de tegenstrevers willen niet, omdat er egoïsme in het spel is, profiteurschap. 

De goed menende mens vecht tegen de bierkaai, omdat hij vecht tegen een losgeslagen energie, een zieke ontspoorde kernkracht. 

Hij kan slechts succes boeken in een kleine kring, daar waar een gezonde kernkracht de leiding heeft. 

Men kan niet de wereld verbeteren, maar wel zichzelf en misschien een enkele naaste. Daarmede moet men genoegen nemen. 

Niemand kan tegen zijn wil beïnvloed worden, want de wil is een neutrale energie, die door het ego of het intellect, door de ziel of de intelligentie gebundeld kan worden. 

Ego en intellect werken samen en ziel en intelligentie werken samen. Men ziet ook wel eens een samenvoeging van alle vier, dus van alles wat en dit komt vooral voor bij de zoekende mens: hij heeft nog geen keuze gemaakt. 

Dan is men het ene moment oerdom en het andere moment intelligent, dan weer egocentrisch en dan weer volkomen spiritueel gevoelig. 

Hieruit volgt echter nooit een kwaad-aardigheid, omdat geen van de vier krachten echt gebundeld wordt. 

Zij zijn alle enigszins zwak en daar waar zwakte is, is noch concentratie, noch kracht, noch macht, noch welslagen. 

Welslagen in de goede betekenis van het woord: het slagen in de opdracht waarvoor men werd uitverkozen, niet door mensen, maar door de kosmos, de omstandigheden dwongen de mens ertoe b.v.. 

Zo kan men ergens terecht komen, waaraan men nooit gedacht had, maar dit zal altijd een plaats zijn waar men "goed" kan doen, heilzaam kan werken. 

Als de kosmos iemand verkiest, heeft dit een bedoeling die helend, helpend werkt, want de kosmos arbeidt mee aan redding en nooit aan vernietiging, hoewel men dat soms denkt. 

Het gaat altijd om het grote geheel, om het belangrijkste: de harmonie behouden, de leefmogelijkheden behouden en datgene terugbrengen wat verloren dreigt te gaan. 

Maar datgene wat "verloren dreigt te gaan" (vergeef de platgetreden term) moet zelf willen en moet zelf bewijzen dat het wil. 

"Verloren gaan" wil alleen zeggen: vergeten waar men vandaan komt en ondergaan in de geneugten van het land waarin men terecht kwam. 

Lees er het "Lied van de Parel" in het apocriefe Thomas-Evangelie maar op na. 

Maar de intelligenten gaan niet verloren, tenzij zij dat willen. Degenen die men kan helpen zijn altijd de "naasten", de gelijken, de zoekenden en hen moet men helpen om hun zwakheid om te zetten in kracht, opdat er steeds meer helpers zullen komen, die herinneringen wakker maken en het oerbewustzijn stimuleren. 

Want daar waar de mens vandaan kwam is het Licht en het Licht is energie en wijsheid, macht en kracht en zij, die dit Licht hervinden in zichzelf, zullen "helers" worden genoemd. 

De wereld kent er slechts enkelen, mogen het er meerderen worden.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene