522 - tussen leven en dood

"Het leven is een brug tussen twee eeuwigheden." 

Het gebeurt zelden dat jonge mensen aan de dood denken, omdat zij midden in het leven staan; niettemin weet niemand van ons wanneer hij zal sterven of hoelang hij te leven heeft. 

Ook astrologisch is dit niet te voorspellen, omdat het einde van een leven bepaald wordt door enkele onvoorspelbare factoren. 

Ten eerste: hoe wordt er omgegaan met de levensenergie, gebruiken we deze zuinig en efficiënt; ten tweede: in hoeverre staan we bloot aan lichamelijk, emotioneel of agressief geweld; en ten derde: in hoeverre hebben we ons verbonden met de allopathische geneeskunde en het kunstmatig verlengen van het leven. 

In de kosmos wordt er geen rekening gehouden met ÈÈn mensenleven, maar er wordt gerekend met de kwantiteit aan energie en deze kan, afhankelijk van de mens, over ÈÈn dan wel twee levens worden verdeeld. 

De oude uitdrukking 'het is je tijd nog niet', slaat uitsluitend op de energetische mogelijkheden, maar nooit op onvoorziene ogen-blikken: geweld, verkeer, de wil om kunstmatig het leven te verlengen en emotionele uitputting. 

De wet van leven en dood is namelijk ingesteld op het normaal functioneren van de lichamelijke en geestelijke voorwaarden. 

Zondigen we tegen deze kosmische wet dan kunnen we de levensduur verlengen dan wel verkorten.

  Levensduur is iets totaal anders dan Het leven. 

Levensduur is een totaal onbelangrijk begrip en heeft te maken met tijd en tijd is onbekend in de eeuwigheid. 

Wij mensen meten alles naar tijd, wij bouwen aan menselijke voorstellingen en houden rekening met menselijke, dus beperkte, begrippen. We leven in een tijd dat we, als mensen, beschikken willen over het geboortetijdstip en het stervensmoment. 

Het zijn twee voorzieningen die ons, al zou het anders lijken, uit de hand worden genomen, want in het grote geheel zullen de wetten co˚te que co˚te voortgang vinden. 

De wet van incarnatie bepaalt de geboorte, en de wet van energie bepaalt het sterven. 

Daar tussenin bevindt zich de school des levens, die we nodig hebben voor het herstel van het oorspronkelijke wezen dat we zijn. 

Alles wat zich daarbuiten afspeelt is onbelangrijk en leidt ons slechts af van de opdracht: herstel van het oorspronkelijke wezen. Indien je vanuit dit gezichtspunt het menselijke leven beschouwt is het dermate gevuld met onbelangrijke dingen, dat het begrijpelijk wordt dat een mens zo lang nodig heeft, levens en levens, om te leren. 

Er wordt minimaal geleerd en maximaal tijd verdaan.

Neem onze tijd van milieuvervuiling en de alom aanwezige dreiging van atomaire rampen; we schuiven de mogelijke vernietiging al pratende, spelende, experimenterende en filosoferen-de van ons af. 

En laten we nu niet menen dat aan de andere kant van het leven in het rijk der doden, de mensen zich anders zullen gedragen. 

Hier is de leerschool, niet daar, hetgeen we wellicht foutief ooit hebben aangenomen. 

Aan de andere zijde is het een wachtkamer waar de ene lang, de andere kort vertoeft. 

Het lange of te lange vertoeven is een gevolg van het niet willen wegsterven, dus een gevolg van het aardse niet willen sterven. 

Als iemand zegt: "Het is jammer dat ik sterf, want ik had nog zoveel te doen" wat houden die woorden dan in? 

Iets te doen voor de maatschappij, het gezin, de carrière?

Belangrijk werk, bezien in het grote geheel, zal altijd worden afgemaakt dan wel goed worden overgenomen, want hier gelden de kosmische wetten. Ook hier telt echter altijd onze menselijke beoordeling: wat was of is belangrijk? 

Een waardevol mens krijgt altijd de kans zijn opdracht af te maken en zal altijd de energie daartoe bezitten. 

Ik ken een dominee, die ernstig ziek was en overal hulp zocht, omdat hij zoals hij zei: 'nog zoveel kerkelijk werk te doen had'. 

In het grote geheel bezien is dit natuurlijk onbelangrijk en gelden voor hem eerder de woorden: 'Houdt u bezig met uw ziel en niet met organisatorische belangen'. 

Vandaar dat zo iemand dan geen kosmische hulp zal ervaren, maar wanhopig overal, betrekkelijke, menselijke hulp zal zoeken. 

In het leven aan gene zijde, als we dit al 'leven' kunnen noemen, zijn de beklagenswaardige typen diegenen, die tussen twee sferen vegeteren. 

Zij zijn blijven staan bij hun z.g. belangrijke werk, of hun z.g. belangrijke bezit en kunnen noch verder noch teruggaan. 

Zij incarneren ook niet voordat zij zich los hebben gemaakt van deze binding, en dat betekent een kwelling, omdat je niet werkelijk ermede kunt bezig zijn, noch je er werkelijk van kunt losmaken. 

Dit is wat soms genoemd werd 'het vagevuur' en heeft niets met vuur te maken, maar wel met een onbepaalde energie.

Zoals hier op aarde is het aan gene zijde evenzo: de daad bepaalt de voortgang. 

Niemand bepaalt zelf wanneer hij incarneert, het is de som van het bewustzijn die dat bepaalt. 

Deze som bepaalt het gedwongen incarneren, terwille van de nog noodzakelijke leringen, ofwel het vrijwillig incarneren, terwille van een vrijwillig aanvaarde opdracht. 

En zij die een opdracht vrijwillig aanvaarden, krijgen ruimschoots de kans deze te vervullen. 

"In het rijk aan gene zijde zijn vele woningen", een overbekende uitspraak, die te maken heeft met sferen die zijn afgesteld op bewustzijnsstadia. 

Hierop aarde bepalen we dus zelf waar we komen na onze dood. 

Alle hulp in gene zijde is tijdelijk; het overgaan van het ene naar het andere veld vraagt soms hulp, bij bepaalde mensen. 

Anderen gaan direct daarheen waar ze behoren. 

Als ze eenmaal in hun eigen sfeer zijn, zijn ze niet meer bereikbaar voor spiritistische seances, noch voor mediums, maar komen vrijwillig, in een noodgeval, indien zij dit zelf noodzakelijk achten. 

Doch het is altijd kenmerkend met wie zij contact zoeken. 

Gelijke zielen hebben contact met gelijke zielen, dit is een universele wet. 

Oproepen kun je dezulken niet, zij komen en gaan op eigen initiatief, want ook hier heeft de mens niets te bevelen, het zijn de zielen die de wetten stellen. 

Het is de Sophia, de hartziel, en de Pistis, de hoofdziel, die de kosmische wetten beheersen en niemand anders. 

Een wakende hart- en een wakende hoofdziel heersen over een hoogstaand, vrijwillig geïncarneerd mens; een wakende Sophia beheerst een zoekend mens en een slapende Sophia kan nog niets beginnen, dan is het zoeken chaotisch, onbewust, dus uit-proberend. 

Als de Sophia, de hartziel, in dit leven ontwaakt, word je je bewust van het doel des levens, begint je innerlijke Kennis te groeien en komt er de strijd tussen karakter en ziel. 

Indien de hoofdziel, de Pistis, zich hierbij voegt, is er geen  sprake meer van strijd, dan is er slechts de opdracht. 

Slapende hartzielen bewonen zoekende, zich ontelbare malen vergissende mensen. 

Om die hartziel te doen ontwaken komen er dus, soms, harde ervaringen, maar het is wel een teken dat deze hartziel waardevol is. 

Denk hier aan "Het Evangelie van de Pistis Sophia" van Valentinus uit de 2de eeuw na Christus, dat geschreven werd  door een mens met een wakende hart- en een wakende hoofdziel en uitsluitend op schrift werd gesteld voor de Sophia's, de hartzielen, die moeten ontwaken. 

Pas als die hartziel is ontwaakt, kan er sprake worden van de hoofdziel, de Pistis. 

Pistis betekent Kennis en natuurlijk gaat het hier om een ontwakende innerlijke Kennis, het Ge-weten. 

Sophia houdt direct verband met intuïtie, het aanvoelen, maar het nog niet weten.

Pistis houdt direct verband met het Ge-weten, je hebt het Ge-weten, hetgeen totaal iets anders is dan wat de mens het geweten noemt. 

Indien je je 'aanvoelen' of intuïtie negeert, beledig je de hartziel, de Sophia; indien een mens met een ontwaakte Sophia en een ontwaakte 

Pistis zijn Ge-weten negeert, begaat hij een onherstelbare fout, een fout tegen de heilige geest, een vergrijp tegen de alles omvattende geest. 

Het is totaal onnodig en onbelangrijk zich bezig te houden met het 'hoe en waarom van een leven na de dood', want dit is voor de mens hier van geen enkele waarde. 

Voor deze mens is dit leven van belang en zelfs zij die menen waardevolle inlichtingen te krijgen van hen die aan gene zijde leven, kunnen nooit iets verkondigen wat een ontwaakte hartziel of ontwaakten naar hartziel en hoofdziel niet weten. 

Men is aan gene zijde niet wijzer dan hier, men weet slechts iets van degenen die 'overgaande' zijn. 

En dit is dus een tijdelijke inlichting, want de wijzen beperken hun existentie aan 'gene zijde'. 

Je kunt dit zo duidelijk nalezen in het boek van Matthew Manning: nooit kreeg hij waardevolle inlichtingen, het waren altijd onwijze, beperkte en overbekende verklaringen. 

Slechts de wijzen houden contact met de wijzen om een bepaalde reden: hulp aan zielen. 

En deze wijzen bespreken dit nooit met onwijzen. 

We kunnen vanuit gene zijde waarschuwingen krijgen, dingen  die zich zullen voordoen in het magnetische veld van de aarde, en dit kan voor aardse mensen van belang zijn, maar nooit voor zielen. 

Een waarschuwing voor een komend ongeluk b.v. komt altijd  van een gestorvene, die iemand die hij liefhad wil waarschuwen om geen ontstellende fout te maken. 

Deze waarschuwing wordt vrijwillig gegeven via een medium dat hem of haar ligt en waarvan hij weet dat het de betrokken mens zal bereiken of het wordt direct via hem of haarzelf gedaan. 

Goede mensen met ontwaakte Sophia-hartzielen, worden soms voor dit doel gebruikt, maar ontvangen dan ook altijd zinvolle boodschappen. 

Zinvolle boodschappen hebben altijd betrekking op zielelessen, levensenergie die nog verbruikt moet worden, en staat nooit in verband met onbenullige relaties. 

Contact zoeken met gestorvenen is dus zinloos, zij zoeken contact met ons, indien zij dit nodig achten en dan zullen zij altijd weten hoe zij dit moeten doen. 

Een ontwaakte Sophia-ziel noch een wijze die beide zielen ontwaakt bezit zijn mediums, neen, zij zijn een bewust en wetend contactpersoon, en dat is totaal iets anders. 

Een medium staat open voor alles en iedereen, de anderen luisteren met onderscheid en weten wat zij met de boodschappen moeten doen. 

Een ander geval is het gevoelig zijn voor het aardmagnetisme: het voorvoelen van aardse rampen, het voorvoelen van menselijke neigingen, het voorvoelen of 'lezen' van menselijke gedachten,  dit zijn lichamelijke gaven, die veel dieren ook bezitten. 

Het pendelen behoort hier o.a. toe. 

Het is het zich afstellen op het aardmagnetisme. 

Dieren kunnen dit zonder pendel. 

Niemand hoeft hierop prat te gaan. 

In onze tijd worden deze verloren gegane lichamelijke gaven opnieuw ontwikkeld en zij dienen het aardse welzijn, hetgeen ook nodig is. Maar dit heeft niets te maken met boodschappen die ontvangen worden via de Sophia of direct via de Sophia en de Pistis, dat zijn bewuste contacten en bewuste aanwijzingen die nooit zullen worden genegeerd, zoals met de berichten via het aardmagnetisme wel wordt gedaan, indien er geen wakende Sophia aanwezig is. 

Dan wordt het een spel met lichamelijke energie en zal er meer energie worden afgetapt dan goed is voor het lichaam, omdat men er niet bewust en wijs mee kan omgaan. 

Het spelen met de energiewetten is een verschijnsel van onze tijd.

Bezien in deze alomtegenwoordige energie waaruit alles en allen leven is de dood natuurlijk een fictie. 

Het is werkelijk het verwisselen van een aards kleed voor een etherisch kleed. 

Hierbij is het goed even te memoreren dat bewondering hier misplaatst is: men bewondert geen mediums, noch pendelaars, noch voorspellers. 

Bewondering is überhaupt een remmende emotionele uiting, net als verering, het verwonderen brengt ons verder, het opent ons voor nieuwe impulsen. 

Het is beter met begrip over iemand te spreken, dan met bewondering; begrip houdt liefde in, bewondering kan in jaloezie eindigen. 

Begrip kan tot medeleven komen en medeleven is de hoogste vorm van sympathie. 

En daar waar sympathie is, naderen zielen elkander. 

In de existentie aan gene zijde zijn er van tijd tot tijd top-concentraties van overledenen; indien er velen zijn die niet willen vervluchtigen wordt het tijd om een schoonmaak te houden, maar dit gaat niet via incarnatie, omdat men degenen die niet willen niet kan forceren, want zij zijn lichamelijk en geestelijk niet klaar, maar het gebeurt door een kosmische ramp, waarbij de atomen weer uiteen worden gedreven, atomen die eerst een vegeterend wezen bijeenhielden. Zij worden dus als 't ware opgelost in de ruimte. 

Dit is geen ramp voor zielen, maar wel voor aardse mensen, omdat deze existeren met behulp van een ongestoord aards levensveld. Zo'n z.g. ramp staat ons dus weer te wachten. 

Wanneer je verder ziet dan een aards leven, begrijp je dit, wanneer je dit niet doet is zo'n ingreep werkelijk een ramp, een totale vernietiging van alle levensvoorwaarden; deze zullen echter altijd weer worden hersteld, omdat de opdracht 'herstel het oorspronkelijke wezen' verder zal gaan, alleen zullen degenen die deze opdracht remmen 'opgeruimd' moeten worden, van tijd tot tijd. 

Hierbij moeten we nooit denken aan de 'goedheid of de wrake Gods', dit is een primitieve opvatting, maar we kunnen uitsluitend denken aan kosmische wetten en aan levensvoorwaarden voor Sophia-zielen die indaalden en Pistis-zielen die zullen ontwaken om uitredding te brengen. 

Het evangelie van de Pistis Sophia is volkomen waar, en slaat op een gebeurtenis die heeft plaatsgevonden en gebeurtenissen die doorlopend plaatsvinden. 

Het is de optekening van een wetend Pistis-Sophia wezen dat waarschuwt, vertelt en de weg wijst. 

En het is werkelijk de hart-ziel, de Sophia, die verzucht: "O Licht der Lichten redt mij, want ik heb mij vergist." 

Iedere hart-ziel die zich vergist komt in narigheid en moeilijkheden, dat zullen sommigen kunnen onderstrepen, het zijn zij, die verzuchtingen zullen slaken en zullen blijven zoeken en proberen, totdat het Licht van waaruit zij kwamen op zal gaan in hun eigen hartzielen. Dan pas kunnen zij zeggen: Ik heb het Ge-weten en ik heb het voorvoeld: Het Licht der Lichten redt mij, indien ik roep in benauwdheid. 

Maar het redt mij, opdat ik nooit meer zal vergeten. 

"O Licht der Lichten. wat is mijn ziel zonder Uw hulp!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene