521 - het eeuwige verraad

"Wie twee meesters dient, moet tegen één liegen" 

Spaans spreekwoord. 

Het gevleugelde woord zegt het al: het overgrote deel der mensen is gedwongen verraad te plegen tegen één van de meesters. 

De oorzaak ligt in onze besluiteloosheid, die ons belet gericht één meester te dienen, vastbesloten één doel te volgen. 

Zo is het geweest vanaf onze komst op aarde en zo lijkt het te blijven tot aan onze dood. 

Op aarde zijn er nog meer meesters bijgekomen, en het grootste verraad plegen we dan tegenover onszelf als we "onze eigen meester" willen zijn. 

Het is voor onszelf een blijvend verdriet dat we er schijnbaar nooit in slagen een gewenst doel te bereiken, hetzij dan dat we coûte que coûte één lijn volgen, want er zijn natuurlijk wel mensen die komen waar zij wensen te zijn. Daarnaast plegen zij verraad tegenover alle anderen die in dit doel onbelangrijk zijn. 

Het eeuwige verraad is de leugen, die wij ons permitteren tegenover onszelf, tegenover de innerlijke meester en het wezen waarmee wij leven moeten. 

Het blijkt altijd dat we het trouwste zijn aan datgene of diegene die ons belang het meeste dient. 

En dus krijg je de vraag: wat is je belang? 

Verraad is een vorm van opperste egocentriciteit, naast een lafheid uit angst voor zelfschade. 

Het heeft niets te maken met enige vorm van geloof of religie, het heeft alles te maken met "wie we zijn". 

Maar het is wel zo dat Salomo gelijk heeft als hij zegt: "De leugen doodt de ziel." 

Want is verraad iets anders dan leugen? 

Het ergste is het verraad tegenover degenen die van ons houden; we kunnen niet zeggen: "tegenover degenen van wie we houden", want degenen waar van we werkelijk houden verraden we nooit, zoals velen zichzelf nooit verraden. 

Deze meest verfoeilijke houding komt voort uit een eigenliefde, die door het leven gebroken zal worden. 

Want verraad wordt niet getolereerd in de spiritualiteit, het is een vorm van lafhartige zelfhandhaving, een gedrag dat in alle situaties de meest catastrofale gevolgen kan hebben. 

Niettemin doen we het dagelijks en omdat we menen dat er toch geen zichtbare gevolgen zullen zijn, gaan we er onverminderd mee door. 

We vergeten dat elk vergrijp, individueel en massaal, op onze eigen hoofden terugkomt. 

Het hoeft niet in dit leven te zijn, maar dan zeker in het volgende, maar och, "wie dan leeft wie dan zorgt", nietwaar? 

We zijn nog steeds doende met een z.g. zoekersweg, omdat we te lang met verraad bezig zijn geweest en we tobben zozeer en hebben dermate veel cursussen en lessen nodig, omdat we hardleers zijn. 

Elk mens, hoezeer hij ook zijn best doet, stuit min of meer op de verleiding van het verraad. Verraad is: datgene of diegene laten vallen waaraan je geen behoefte hebt op dat moment, of die je geen kwaad zal doen vanwege dat verraad. 

Zo is het tegenover onze geestelijke Bron: wij menen dat die niet direct kwaadwillend wordt als we hem verraden, en daarom gaan we ermee door, totdat het leven hard ingrijpt. 

Onze onwetendheid speelt ons hier ook parten en de neiging zover te gaan als onze mogelijkheden reiken; hier in de kwade zin des woords. 

Door ons te storten in al dat onbenullige vermaak, die onbenullige z.g. plichten, plegen we dagelijks verraad; door ons bezig te houden met gekwebbel inplaats van onze energie te besteden aan innerlijk verrijkende vraagstukken, plegen we verraad. Het is een kwestie van energie verspillen en de energie is de essentie van alle leven, maar ook van alle welslagen. 

Op een mens kun je nooit bouwen, want, "een mens is maar een mens", zo zegt een gevleugeld woord, waarmee het eeuwige verraad reeds is ingebouwd. Niettemin is het een waarheid. 

Iedereen heeft de neiging tot verraad, bij de ene mens ligt de trede echter hoger dan bij de andere. 

Hoe huidna komt de kwestie, hoezeer zal de daad in gaan grijpen in ons eigen leven, in ons bestaan, in al die dingen waaraan we gewoon zijn. Dat is het criterium. 

De "leugen terwille van" kan het begin zijn van verraad, indien we het doel niet nauwkeurig in het oog houden. 

Het is niet nodig wondend eerlijk te zijn, maar er ligt een grens, nl. daar waar je je meest waardevolle innerlijke schatten moet verraden. Verraad is een begeleider van de liefde. In alle aspecten van de liefde. Dat wat je niet liefhebt verraad je sneller dan dat wat je denkt lief te hebben. 

In het leven worden we vrijwel allemaal getest op onze trouw, iemand die trouw is pleegt geen verraad. 

Het verraad is gemeen, omdat het zelfs nog feller kan worden dan ontrouw. Elke verrader is op eigenbelang uit. 

Zij, die dit eigenbelang totaal niet achten, zijn de meest edele, hoogstaande dan wel trouwe mensen. Het eigenbelang niet achten heeft echter een schaduwzijde: het fanatisme. 

Je kunt jezelf volkomen vernietigen door belangeloosheid, een instelling waarbij het eigenbelang verruild is voor andermans belang of een groepsbelang. Maar het is altijd een belang waarmee wezelf annex zijn. 

Belangeloosheid is nauwelijks na te leven, omdat zelfs innerlijke rijkdom dan wel innerlijke groei te maken hebben met een belang: het belang van degenen die we eens waren, of het belang van de ziel. 

Niets gebeurt voor niets.

Er is altijd een lichamelijk, maatschappelijk, gemeenschappelijk dan wel spiritueel doel waaraan we gehoor geven. 

Belangeloosheid staat slechts voor: geen egocentrisch belang hebben. De ziel wordt niet gediend door egocentriciteit, integendeel, de ziel groeit ondanks onze inspanningen, dan wel verzwakt ondanks onze inspanningen. 

Dat we zo dikwijls verraad plegen tegenover de ziel komt doordat we menselijk, d.w.z. maatschappelijk denken: zonder streven geen resultaat. 

Het begrip "streven" staat bij velen hoog in het vaandel geschreven, bij anderen, en dat zijn veelal gemakzuchtigen dan wel religieus gevangenen, is het woord "niets doen is beter" meer in zwang. 

Een ieder legt elke term uit naar zijn eigen wensen. 

En in die wensen ligt het verraad op de loer, omdat verraden gemakkelijker is dan trouw. 

Je kunt streven om je zwakten te overwinnen, je kunt streven om je drang naar verraad te herzien, je kunt streven om die geestelijke gemakzucht uit te bannen, maar je kunt nooit streven om een goed of een spiritueel mens te worden. 

Elk mens leeft en werkt naar de intensiteit van zijn mogelijkheden en hij kan zelfs zijn grenzen verleggen, indien hij innerlijk groeit. 

Het is zo vlug gezegd: hij kon niet beter of hij kon niet anders. 

Iemand, die innerlijk wijzer wordt, die energie bijlaadt, die zijn innerlijke zicht vergroot, vergroot tevens zijn mogelijkheden. 

Als je iets niet kunt volbrengen, heb je je bij je eigen tekortkomingen neergelegd en dat is iets dat lijnrecht tegen alle spirituele voorwaarden ingaat. 

Acceptatie is een toegangspoort om van daaruit op een andere wijze verder te gaan. Acceptatie is geen stilstand, al denkt men dit vaak. Het is ook niet een zich ergens bij neerleggen in de letterlijke betekenis van het woord, het is meer een stil worden en eens uitzien en overleggen en afwachten waar de vijand zich verscholen houdt.

Het streven kan te dikwijls een vechten tegen een ongeziene of onbekende tegenstander worden, en dan krijg je dat nutteloze gevecht, het vechten "tegen de bierkaai". 

Velen doen dit, omdat zij menen te moeten streven en dit streven is niets anders dan een ongelijk gevecht, dat niets anders brengt dan uitputting. 

Acceptatie is geen verraad, integendeel: het kan het begin zijn van een onverbrekelijke trouw. Het zich "neerleggen" bij een situatie kan ook een vorm zijn van vermoeidheid. De vermoeienis van het vechten tegen een ongeziene en overweldigende vijand. 

Het verraad is een bewuste handeling. 

De acceptatie van iets of zelfs van iemand mag nooit stilstand of zelfverraad inhouden. 

Men moet met zijn innerlijk, met zijn inwonende en enige meester overleggen of men iets op dat moment accepteren kan en mag. 

We zijn te snel geneigd te denken: "dat is nu eenmaal zo" en dan kunnen we ons heerlijk en gemakkelijk met prettiger dingen bezig houden. Een vorm van verraad.

Niemand is geraffineerder geworden tegenover de buiten- en binnenwereld dan degenen die vanuit andere werelden op aarde neerdaalden. 

Het aardse leven is bedwelmend; de maatschappelijke verhoudingen zijn misleidend. energie-vretend en de natuur is schoon als men zich niet verdiept in de zelfhandhaving. 

Dit behoort bij de aarde: zij is absorberend, omvattend, berustend, egocentrisch uit zelfhandhaving. 

Het is een volkomen andere levensinstelling dan degenen, die van buiten kwamen, kenden. 

Dus het is verleidend en geruststellend. 

Hier staat buiten alle geploeter voor geld en goed, dat is volkomen onbelangrijk. 

Geld en goed behoren eveneens bij de aarde, maar vooral bij de maatschappij, de samenleving die we allen accepteren uit gemakzucht. 

Dat we zo in dit maatschappelijke leven zijn verstrikt geraakt is een verraad tegenover ons werkelijke zijn, tegenover de ware innerlijke mens. Dat dit ons niet veel doet bewijst dat we veel meer aards zijn dan onaards. 

Als we zo sterk onaards zouden zijn, vraag je je in gemoede af: wat voor interesse hebben we dan in spirituele problematiek, ik bedoel niet in z.g. godsdienstige organisaties of cursussen, maar in de werkelijke spirituele problematiek. 

In het naakte feit: waarom verraad ik mijn afkomst? 

Waarom pleeg ik dagelijks verraad tegenover mijn ware Zelf? 

Wat we daarnaast doen is totaal zinloos indien dit verraad doorgaat.

Al kennen we alle esoterische boeken, alle sekten, alle bekende filosofen, het gaat er slechts om: wat doe ik? 

Wat doe ik als ik voor de keuze kom te staan? 

Wat doe ik als van mij gevraagd wordt datgene los te laten waaraan ik hang b.v.? 

Waar gaat mijn liefde naar uit?

Waar woont mijn hart en sterker nog: waar woont mijn ziel en is deze ziel wel verbonden met dat hart? 

Het hart kan nl. op de emotionele toer gaan en zich vastklampen aan emotionele bindingen, zoals dit gebeurt in families, bij z.g. vrienden, bij de sociale angsten. 

Vergeet niet dat werkelijke vrienden één ziel vormen en er dus geen verraad kan plaatsvinden, omdat er begrip heerst. 

Je kunt tegen een vriend eenvoudig en eerlijk zeggen: ik laat jou even in de steek, omdat ik dit of dat meer liefheb. 

Dat is geen verraad, het is een kwestie van keuze en beweging. 

Verraad is kwaad berokkenen. 

Verraad kan vreugde putten uit het vernietigen van de verradenen. 

Hoe dikwijls doen wij onze ziel kwaad? 

Hoe dikwijls hebben wij een zeurende innerlijke pijn, omdat wij ons ware zelf kwaad hebben berokkend en dit weten? 

Hoe dikwijls kiezen wij de gemakkelijkste weg, omdat de andere keuze moeilijkheden zou veroorzaken? Met de maatschappij, met de familie, met relaties, met geld. 

Geen van alle zijn belangrijk, bezien in de grote opdracht van het menszijn. 

Hoe dikwijls accepteren we lichamelijke gevolgen van ons verraad en leggen we ons bij allerlei psychosomatische ziektebeelden neer, die uit kunnen lopen in fatale ziekten, die dan een eigen leven gaan leiden. 

De verrader is gek op medelijden en komt om in eigenliefde. 

Er zijn teveel mensen met medelijden en te weinig met medeleven en inzicht. Het medelijden ontneemt ons het inzicht en het veroorzaakt veelal misleidende en ongelukkige situaties. 

Niets gebeurt voor niets. 

Het is wellicht voor sommigen een harde wet, maar het is een doelmatige wet. Wij beoordelen veelal altijd de situatie fout, omdat we geen achtergronden, noch de diepten kennen. 

En uit die verkeerde beoordeling reageren we, trekken we conclusies die wonden, of die een totaal verkeerd beeld oproepen, dat ook weer een eigen leven gaat leiden. 

We worden allen, ieder mens, voor dezelfde opgave gesteld, er zijn slechts nuanceverschillen. Het gaat om: trouw, herstel van de ware mens en inzicht. 

Deze drie gaven moeten we zien te verdienen. 

Het begint met inzicht; zonder inzicht geen trouw, zonder trouw geen herstel. Inzicht wordt bevochten op de misleiding, op het instinct van verraad, op de gemakzucht en de verstikkende onbelangrijke plichten, ingesteld door een maatschappij die op eigenbelang uit is. 

Elk men kent bepaalde bindingen die uit liefde ontstaan, hierin liggen besloten bepaalde eisen, bepaalde gedragslijnen. 

Die zullen nooit, wie dan ook, kwaad berokkenen. 

Dat wat wij veelal niet liefhebben tolereren we, maar hiermee intensieve bindingen ingaan is uit den boze. 

Doordat we dit wel deden, raakten we in hel slop, werden we losgeslagen van een vaste bodem, zoeken we het en der, weten we niet meer wie we werkelijk zijn. 

Kennen we ongefundeerde angsten. 

Iemand die bodemloos is, kent altijd angsten en angst wordt verraad. En verraad doodt ons innerlijke zelf, belast het dermate dat we dreigen te verliezen, althans voor dit leven. 

Dan krijg je de emotie van je doorlopend ongelukkig te gevoelen, en je weet niet, of wilt niet weten, waarom. 

Dan ben je aangewezen op medelijden. 

Zij, die medelijden oproepen, zijn uiterlijk of/en innerlijk arm. Arm zijn degenen die lijden uit onwetendheid. 

Zolang die onwetendheid echter blijft, blijven zij arm, wat wij uit medelijden ook doen. 

Zij, die weten en toch niet doen, zijn niet arm, maar doen alsof. 

Zij zijn hardleers, eigenwijs, gemakzuchtig en plegen verraad. Niemand van ons zal zich "arm" kunnen noemen en zo hebben we geen enkel recht op medelijden. We gaan veel te veel verbintenissen aan op basis van medelijden, soms om zelf "de goede mens" uit te hangen, soms uit onwetendheid. 

En zal de onwetende de onwetende kunnen helpen? 

Het zijn toch altijd de wetenden, zij die zelf bewezen hebben wat zij waard zijn, die de waarlijke hulp kunnen geven? 

Door daden worden fouten hersteld, niet door woorden, niet door medelijden, zelfs niet door medeleven. Het is slechts de mens zelf die zijn fouten herstellen kan en daardoor kan groeien. Het is de mens zelf die alles in eigen hand houdt, iedereen die zich met hem bemoeit kan hoogstens een aanreiker zijn en een aanreiker is een goede helper. 

Nog nooit hebben woorden de wereld of de mens werkelijk veranderd, het zijn de daden die op die woorden volgen, die de verandering inzetten. 

Het is het daadwerkelijke verraad dat je ten kwade verandert, maar de gedachte aan verraad bewijst reeds dat je de daad niet schuwen zou. 

Alles heeft een voorbereiding en deze voorbereiding luidt een nieuwe bladzijde in ons leven in, een zwarte dan wel een witte. 

Wij hebben allen een levensboek en we schrijven er eigenhandig in, met ons harte- en zielebloed. Doen we dit niet, dan blijft het boek leeg. 

Mensen met een leeg levensboek hebben een lege blik. 

Mensen met een zwart levensboek hebben een wetende, onaangename blik. "Het oog is de spiegel der ziel", is een overbekend woord, we vergeten dit zo dikwijls. 

Onze blik verraad ons, maar gelukkig voor ons zijn zij, die de blik vertalen kunnen, met weinigen, anders zouden er minder onwetenden zijn. 

Laten we doen hetgeen we intuïtief voelen te moeten doen, dat is een eerste schrede tot inzicht en trouw. 

Want intuïtie is de moeder van inzicht en het geweten is de vader van de trouw.  Luister naar deze moeder en vader en verraadt hen nimmer, want het zijn de oerouders van de ware mens die we meedragen en het is deze mens die uiteindelijk bepaalt waar we staan, waar we heengaan in het hiernamaals en waar we komen in een volgend leven. 

Vanuit deze waarachtige mens komen waarschuwingen, aanwijzingen en aanmoedigingen tot ons . Wees erop attent en wordt wijzer.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene