514 - nostalgie, een magisch woord

"De herinnering is het enige paradijs waaruit we niet verdreven kunnen worden."

"De herinnering is het parfum van de ziel."

Nooit te voren werd het woord nostalgie zo sterk gebruikt als heden, en daarvoor is een goede reden als je weet dat nostalgie eigenlijk heimwee betekent: het wee dat je ondervindt bij een verloren land, een verloren vriend. 

Het begrip heeft te maken met herinneringen, maar niet direct met geheugen. Herinneringen behoren bij de ziel, zoals de geciteerde uitspraak zegt en geheugen behoort bij het intellect. 

Wij herinneren ons slechts die gebeurtenissen die indruk maakten op onze ziel, hetzij droef, hetzij vrolijk. 

Als we gaan spreken over de veel besproken Oerherinnering, dan bedoelen we slechts dat we "wee" hebben naar een verloren "heim", dat zich blijkbaar niet op aarde bevindt. 

Er zijn mensen met en er zijn mensen zonder oerherinnering. 

Degenen die de oerherinnering bezitten zijn noodgedwongen zoekers, zoals de hedendaagse mens zoekt naar een verloren gegane betere wereld, met natuurlijke dingen, met rust en romantiek. 

Zowel de ene als de andere mens vergeet de smartelijke zaken die daar beslist bij behoorden De moderne nostalgie is een noodgedwongen vlucht in schone herinneringen, want het innerlijke wee komt altijd te voorschijn zodra de huidige omstandigheden drukken. 

Dat ook de moderne nostalgie te maken heeft met de ziel wordt bewezen doordat het altijd gaat om dingen en gebeurtenissen die een prettige indruk maakten op de ziel. Het is het heimwee naar een zieleleven zonder hetze, zonder druk van de maatschappij, zonder plastic en luchtvervuiling. 

Het is een heimwee naar de verbintenis tussen ziel en natuur en daardoor tussen ziel en bron. 

De nostalgie is geen beter bewijs voor de honger der ziel. 

Een hongerende ziel kan door een herinnering, een geur, een klank teruggebracht worden naar de omstandigheden waarnaar zij verlangt. Vandaar dat leringen, boeken, woorden slechts een enkel beeld behoeven te toveren om die ziel te beroeren. 

Men zegt wel eens: dat komt me zo bekend voor en daardoor ging ik die of deze leer aanhangen. 

Maar het zijn nooit de leringen die de ziel beroeren, naar altijd losstaande begrippen. Dat wat uitgebouwd wordt tot een lering verglijdt in intellectualiteit, en zodra het intellect de boventoon gaat voeren blijft de ziel onberoerd. 

Kijk naar de oude leringen: het zijn de bronnen die de ziel treffen, nooit de latere, er omheen geweven betogingen en verklaringen. 

Dat wat de ziel treft behoeft geen verklaring, dat weet zijzelf veel beter. 

Denk hier aan de oude legende van de "engelen" die nederdaalden op de berg Hermon, voor velen is het een legende, voor anderen is het een herinnering aan iets dat werkelijk is gebeurd en dat vaag in hun herinnering aanwezig was. 

De overleveringen zijn in de loop der tijden tot verdichtsels van de waarheid geworden, maar het is altijd de ziel die de waarheidskern er uit te voorschijn haalt, het intellect faalt hier. 

Onze moderne religie, al de bekende secten, bezitten veelal een minimale waarheidskern waar omheen talloze verdichtsels, verklaringen en leringen gesponnen zijn. 

Uit de nostalgie kun je ook verklaren dat je nooit je naaste je  eigen overtuiging kunt aanpraten indien er sprake is van een oerherinnering. 

Iets aanpraten heeft een zelfbevredigend motief; alle leringen die zo graag willen "vissen" doen dit uit eigenbelang, want elke zoekende ziel stuit op zijn eigen tijd op de herinnering die voor hem noodzakelijk is. 

Het "werven" van leden is niets anders dan een organisatorische positie verstevigen, en dit heeft niets te maken met ziele-nostalgie of met spiritualiteit. 

Het spiritueel zijn komt direct vanuit de ziel en betekent slechts  dat je het op aarde niet vinden kunt; spirituele mensen interesseren zich niet voor kwantiteit, maar altijd voor kwaliteit. 

Spirituele mensen zoeken gelijkgestemde herinneringen; lezingen zijn totaal zinloos wanneer ze gegeven worden voor een publiek dat de herinneringen niet deelt. 

De aardemens, die de "engelen" zagen indalen zoekt aanbidding, vormendienst, de ingedaalden zoeken een "terugweg" en hebben een nostalgie die ze slechts met hunsgelijken kunnen delen. 

Hieraan is niets te veranderen; iedere zoeker exploreert zijn eigen zoekersweg en zal dan altijd - vroeg of laat - stuiten op een treffende herinnering. 

Hieruit blijkt dat prediken eigenlijk niets anders is dan moraliseren, het manen om een goed leven te leiden, maar een goed leven is nog geen spirituele levensweg en een goed mens is nog geen spirituele zoeker, noch iemand met een oerherinnering. 

Degenen die een oerherinnering bezitten en de daarmee gepaard gaande nostalgie, herkennen elkaar altijd, zij behoeven niet zo noodzakelijk ondergebracht te worden in een vereniging of groep. 

De groep wordt belet door de gemiddelde noemer, de eenling breekt los indien hij zijn nostalgie voelt schrijnen. 

Dat kun je - als een afspiegeling van de spiritualiteit - om je heen ook zien, degenen die theoretisch nostalgisch zijn blijven zitten in de gewenning, degenen die werkelijk behoefte hebben aan ruimte voor hun ziel veranderen hun belemmerende omstandigheden. 

Een individueel mens laat zich niet dooddrukken door onnutte omstandigheden, hij verzet zich tegen het feit dat de kracht uit  hem wordt geperst. 

De aardemens is ongeïnteresseerd wanneer je spreekt over een "terugweg", hij zou niet weten waarnaar hij terug zou moeten, en heeft er genoeg aan dit leven zo aangenaam mogelijk te maken. 

Wat heeft het dan voor zin hem te forceren? 

Wat heeft het voor zin week in week uit moraalprediking aan te horen, indien je weet dat je hier op aarde niet thuishoort? 

Wat brengt het voor oplossing moreel een goed leven te leiden,  als je nooit stuit op een heenwijzen op feiten uit je oerherinnering? 

Het slechtste wat zulk een mens kan overkomen is die oerherinnering dempen - hem negeren, zoiets brengt gespletenheid en dus ongelukkigheid mee, zowel voor lichaam als ziel. 

Want totaal uitdoen kun je die herinnering niet. 

Hij wacht dikwijls totdat we weer bereid zijn te luisteren en soms hebben we een harde werkelijkheid nodig om ons eraan te herinneren dat we op een verkeerd spoor zitten. 

Wanneer twee mensen samenleven en de ene kent die nostalgie en de andere zegt dit totaal niets zal die samenleving onmogelijk blijken. Herinneringen zijn magische trillingen, onze ziel is opgebouwd uit herinneringen die besloten liggen in onze rechterhersenhelft, en die we dus in de loop van ons leven los kunnen wikkelen, zodat die hersenhelft er weer een kronkel bij krijgt, hetgeen voor de linkerhersenhelft onmogelijk is. 

Dit kan zo lange tijd doorgaan zodat die rechterhersenhelft groter, dus machtiger wordt dan de linkerhelft, en daardoor de persoon in kwestie verandert, hij wordt intuïtiever, herinnert zich meer spirituele dingen of ziele-ervaringen en wordt daardoor wijzer. 

Onze rechterhersenhelft is een vat vol onaardse herinneringen, de linkerhersenhelft kent het geheugen. 

Bij oude mensen kan het geheugen zwakker worden, maar nooit hun herinneringen, zij keren altijd terug naar de jongste en vooral de indrukwekkendste herinneringen, terwijl actuele gebeurtenissen hen ontsnapt. De organische mens wordt oud, de etherische mens blijft altijd jong. 

Oude mensen die lang jong blijven, worden sterk geïnspireerd door hun etherische lichaam waarin geen ouderdom mogelijk is. 

Je kunt etherisch rijper en rijker worden, maar nooit oud in de betekenis van degenereren. 

In onze goed georganiseerde maatschappij verlangen we terug naar een verleden waarin het veel chaotischer toeging, maar waar er andere leidinggevers waren. 

De klok, die niets ontziende opjager, perst onze energie uit ons en maakt dat alles veel sneller moet gaan dan we in wezen willen of kunnen. 

Hij houdt totaal geen rekening met ons ingeboren ritme, toch kun je daarvan de klok niet de schuld geven, hij is een schepping van 's mensen hebzucht, want "tijd is geld", nietwaar. 

Er zijn geen groter vijanden dan de ziel en het geld. 

Tot nu toe blijkt het geld machtiger dan de ziel die zich slechts kan verdedigen door de nostalgie, die mensen dusdanig kan pijnigen dat ze ofwel ziek worden, ofwel uitbreken. 

De nostalgie is onze enige bescherming tegen de innerlijke ontkrachting, want materialisme, maatschappelijke gewenning, hypocrisie ontledigen ons dermate dat we aan de meest enge ziekten gaan lijden. 

Ziekten die men veelal psychosomatisch noemt. 

En daaraan helpt geen enkele vorm, noch enige leer, hierin helpt slechts voedsel voor de ziel. En voedsel voor de ziel bestaat altijd uit waarachtige feiten, lang verloren gewaande herinneringen en opfrissende woorden. 

Hebt u nooit bemerkt dat zoveel religies en esoterische leringen muf zijn geworden, doordat niemand meer in staat is de bevrijdende klank, de treffende herinnering eruit los te maken. 

Dan krijg je dat inslapen, ondanks uiterlijke pracht en praal. 

De geest is dan reeds lang daaruit heengegaan, want geest is niets anders dan "opwekking", de Pistis die de Sophia aanspreekt. 

Als ik niet bij machte ben de trilling uit woorden vrij te maken, bewijs ik zelf herinneringsloos te zijn, een vormenaanbidder. 

En als de prediker herinneringsloos is, wat kan hij dan verwachten van zijn publiek? 

De oerspiritualiteit is geen leer, maar een feit dat heden bedolven is door vormen, loze klanken en glitter. 

Men kan zijn naaste niet spiritueel maken, je wordt "spiritueel" geboren. Spirituele mensen kun je niet opsluiten in een organisatorische kooi, zelfs niet als die van goud zou zijn, spirituele mensen hadden nl. vleugels, zij waren vrij en ongebonden. 

Iemand die zich laat binden loopt het risico een gevangene te worden en dan kan hij niet meer op zoek gaan. 

Hoevelen van ons worden belet werkelijk te zoeken hetgeen zij verloren hebben? 

Hoevelen van ons zitten berstens vol nostalgie, omdat hun omstandigheden op gevangenissen lijken? 

De gezegende nostalgie kan een zweep maar ook een troost zijn. 

Maar onze nostalgie verschilt onderling, zoals zielen verschillend zijn. We hebben dan één herinnering gemeen, we willen terug. 

Maar over ons thuisland hebben we allen andere herinneringen. 

Ons zoeken bindt ons, maar we zoeken dikwijls niet hetzelfde. 

Niettemin is de nostalgie een verbindende schakel. 

Het ligt er slechts aan hoe snel we bevredigd zijn 

Zullen we bevredigd zijn met een stuk natuur, met rust, met mystieke ervaringen? 

Een hongerende ziel vraagt heel iets anders dan een bevredigde ziel die blijft zoeken naar zijn verloren tehuis. 

Een zieke kijkt anders om zich heen dan een gezond mens.

Er zijn mensen die zich gelukkig gevoelen wanneer zij gelijkgestemde zielen ontmoeten, en dit heeft niets met een etiket te maken, maar alles met de herinnering. De herinneringen der ziel bestemmen haar geur. En de oude zeiden dat edele zielen een heerlijke geur uitzonden. 

Alles heeft een geur; dat wat sterft heeft een andere geur dan dat wat leeft en dat wat kwaadwillend is bezit een andere geur dan dat wat zegenend is. 

Niet voor niets kennen we daarover uitspraken: 

"In een kwade reuk staan" b.v.

"Ik kan hem of haar niet luchten."

De geurkennis is verloren gegaan, maar geur is net zo abstract als muziek en als sfeer - niettemin hebben zij een sterke invloed. 

Zielloze leringen geuren muf, spiritistische mensen geuren muf, zielloze mensen geuren muf. 

Muffe kruiden hebben hun ziel verloren. 

Een geur kan onze nostalgie fel doen oplaaien, en dit behoeft niet uitsluitend een jeugdgeur te zijn, maar het kan dieper gaan. 

Een edel mens heeft een prettige geur en die komt niet uit zijn lichaam.  

Een ruimte waarin doorlopend schone gedachten, edele daden worden verricht heeft een aangename geur zonder dat de oorzaak aanwijsbaar is. Het is een geur die de ziel treft en opent. 

Geur is magisch, want alles wat de ziel beïnvloedt heeft met  magie te doen; alles wat ons - zonder overleg - domineert heeft een magische oorsprong. 

En de dogmatische bewegingen zijn daar bang voor, omdat deze soort beïnvloeding nooit weerstaan kan worden door het intellect. 

Geen enkel dogma kan tegen een magische invloed op, hetzij  goed hetzij slecht. 

Magie gaat dieper dan het lichaam en verder dan het brein. 

Als je de innerlijke kern van een mens kunt raken, heb je die  mens helemaal en voor zoiets kun je noch je best doen, noch behoef je geleerd te zijn. 

Het gaat om dat ene trefwoord, die ene trilling, die specifieke geur, die speciale herinnering. Het is de sleutel die die mens opent, maar eveneens toesluiten kan. 

Toesluiten voor het oude, openen voor het nieuwe. 

De overleveringen kennen talloze wezenlijke en symbolische voorbeelden, zoals b.v. het beeld met de dode ogen. 

Wij dragen dit beeld met ons mede en het gaat er slechts om zijn ogen het licht weer te geven. 

We kunnen nooit zeggen: u moet dit doen of dat doen, iedereen volgt de aanwijzingen van de eigen ziel, indien de nostalgie sterk genoeg is. 

Nostalgie bewust opwekken gaat eveneens niet, hij kan elk moment als een bliksem ontwaken, indien we een geur, een klank, een trilling wedervinden of wellicht een vermelding in een oud geschrift. 

We zoeken bevestigingen van iets dat we al weten, op aarde vinden we herinneringen in dingen uit het verleden, oude beelden, oude tempels, ruïnen, streken. 

Vanuit die ervaringen kunnen we soms verder teruggaan, omdat we een link legden, ook onze levenservaringen, onze incarnaties hebben daarmee te maken. 

Sommige mensen kunnen door een object vast te houden plotseling verplaatst worden in een verleden of in herinneringen b.v., het is de trilling en de geur die hier hun werk doen. 

Nostalgie groeit door onze latente kennis los te wikkelen uit de bedekkingen, dus door onze rechterhersenhelft te activeren. 

Mediteren - in de juiste betekenis van het woord - doet dat: iets horen, iets zien, iets voelen en daarom wegmijmeren. 

Dan krijgen we een innerlijke blik die meer ontsluit dan we ooit kunnen leren. 

Een stille plek in ons huis, omringd door de ziel, weldoende dingen, beoogt dit b.v. en dan ook, zal mijn ziel andere dingen nodig hebben dan uw ziel b.v., over de keuze van onze zielen valt nooit te twisten, omdat zij alle een ander uitgangspunt hebben. 

Nogmaals: één ding hebben de zielen gemeen: hun onaardsheid. 

Hun nostalgie kan even intens zijn, maar hun herinneringen verschillen, zoals Pythagoras ook zei. 

En onze herinneringen bestemmen onze ziel. 

Zielen zijn nooit goed dan wel kwaad, zielen zijn intelligent en benutten die intelligentie op hun eigen wijze. 

De intelligentie is eerzuchtig en verlangt te zijn als de leider, wat die ziel daaronder ook verstaat. 

Zielen kunnen nooit worden vernietigd, zielen kunnen een teug vergetelheid drinken, maar hun lot is dat zij eeuwig blijven leven, en pijnen zullen lijden dan wel de opperste vreugde kunnen indrinken. 

Op aarde gaat alles voorbij, de ziel gaat nooit voorbij, de ziel is veroordeeld om het eeuwige leven terug te verdienen en daarom zal haar vreugde intenser en haar leed dieper zijn dan van het lichaam. 

Daarom ook lijdt zij onder haar nostalgie en kan zij diep ontroerd zijn wanneer zij iets van haar herinneringen terugvindt. 

Laten we echter nooit vergeten: zolang de ziel lijdt, lijdt het lichaam met haar mede. Want van deze twee is de ziel de leidinggevende, en om haar te helpen kan het lichaam niets doen, maar zal het de nostalgie, het heimwee, de diep ingrijpende herinnering moeten zijn die haar heelt en troost. 

Verzorg daarom de plaats goed, waar uw herinneringen leven en levend worden, want daar zal uw ziel zijn en zal zij haar gelijken treffen. 

En wordt rijk door datgene dat uw ziel aan u voortovert, want het is de sleutel tot HET geheimenis.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene