505 - het onuitblusbare licht

"Het Licht komt uit het licht en alle lichten komen uit God." 

Arabisch

De opvattingen over het licht zijn meervoudig, maar dat de mens licht behoeft om te leven is begrijpelijk. 

Wanneer je in spirituele zin echter over licht spreekt, dan wordt er altijd gemeend: een levensbron die je lichamelijk en geestelijk in harmonie houdt met de Oerbron. 

Dit is een kwestie van innerlijke noodzaak, niet een zaak van het geloof. 

Het geloof is nl. een zeer platgetreden begrip. 

Het populaire woord "geloven doe je in de kerk" slaat b.v. nergens op. 

De onverbrekelijke verbintenis met het Licht heeft niets met geloven te maken, maar uitsluitend met een innerlijk weten en een innerlijke drang. Een wetend mens laat het Licht nooit los.

Hoe laat je het Licht los: 

door negatief-verbrekende gedachten; 

door negatief-verbrekende gevoelens; 

door onbenulligheid en materialistisch egoïsme. 

Ieder van ons maakt zich hieraan wel van tijd tot tijd schuldig, maar het wordt ernstig indien je het gevoel krijgt dat je geen oplossing ziet, of indien je een knagend gevoel van ontevredenheid bezit. 

Elk mens heeft een opdracht in zijn leven, deze opdrachten verschillen natuurlijk van mens tot mens, maar ieder die geen gehoor geeft aan het vervullen van zijn opdracht gaat zich ongelukkig gevoelen, een ongelukkigheid die zich op vele manieren kan uiten. Het is echter altijd een gevoelskwestie: je  kunt het gevoel hebben dat je b.v. niet genoeg doet in je leven, of dat je iets wilt, maar het lukt niet. 

Hieruit komt ook dat onrustige zoeken voort, waardoor we  dingen kunnen gaan doen die in wezen nutteloos of zeer onbevredigend blijken. 

Het heeft alles te maken met die ziele-opdracht; elke ziel moet in haar existentie op aarde aan een voorbestemde opgave voldoen. Om te ontdekken wat haar opgaven is heeft de mens vaak vele moeilijkheden te doorworstelen, maar beantwoorden aan die opdracht gebeurt in het moment waarop je je innerlijk gelukkig en vredig (bevredigd) gevoelt. 

Iemand kan zich nl. pas volkomen vredig gevoelen indien er niets meer is dat hem drukt. Je kunt je pas goed ontspannen als je de overtuiging hebt dat je iets "af" hebt of dat je op weg bent iets te volbrengen. 

Elk ondermijnend gevoel, elke frustratie, elke onaangename gedachte, of negatieve gedachte (als verbreking) komt voort uit een innerlijke onvrede. 

Iemand, die een doorlopende verbintenis met het Licht bezit, heeft nauwelijks of zeer voorbijgaand, zulke emoties. 

Hij is er te zeer op bedacht zijn zo kostbare verbintenis niet te schaden. 

Iemand, die zich daarvan totaal niet bewust is, is een onbewust levend mens en zou hij zich een spiritueel mens noemen dan benadert dit niet de waarheid. 

Spiritualiteit heeft nl. alles met Licht te maken en vrijwel niets met boekenwijsheid of intellectualiteit. Velen lezen, maar weinigen leren. 

De hele maatschappij-opbouw, onze cultuur en onze opvoeding kunnen ons tot kerkelijk mens hebben gemaakt of ons attent maken op interessante boeken, ons dringen tot yoga of/en ontspanning, maar niets daarvan kan ons een blijvende verbintenis met het Licht geven. 

Licht-aanwezigheid is nl. een antwoord op een innerlijke vraag of een dringende behoefte. Je kunt iemand nooit een behoefte aanpraten; behoeften ontstaan of worden blootgelegd; deze behoefte heeft ook niets te maken met je opvoeding of je jeugd, zoals de heren psychologen beweren. 

Elk mens is een individu dat zelf zijn behoefte en zijn levensweg bepaalt; alle omstandigheden waren noodzakelijk om zichzelf te ontplooien. 

Het karakter is hierbij een winst, dan wel verliespunt. Maar ook ons karakter krijgen we niet voor niets, d.w.z. ons zodiakale type b.v.. 

Het ineigen karakter, dus de begaafdheden en diepste hoedanigheden brengen we mee vanuit ziele-ervaringen. 

Er zijn zielen die snel leren en er zijn zielen die star zijn. 

De persoonlijkheid die ons meegegeven wordt werd daarbij aangepast. 

Er wordt in kringen van esoterici nogal eens gesproken over het "universele  geneesmiddel", maar niemand weet precies wat dit inhoudt. En niemand zou de eenvoud van de oplossing aanvaarden. 

Het geneesmiddel is nl. Licht-aanwezigheid in de betrokkene. 

Aangezien niemand dit de ander kan overdragen is er een ingewikkelde methodiek, leringen, discussies en allerlei misvattingen rond dit begrip ontstaan, men is er zo graag van overtuigd bezig te zijn met de spiritualiteit en het licht. 

Maar wat is "bezig zijn met spiritualiteit of met het licht"? 

Alles wat we daarvoor doen is een interessante of intellectuele, dan wel emotionele hobby. 

Je kunt niet met het Licht bezig zijn, het Licht houdt zich met jou bezig - of niet. Dit zou aanleiding kunnen worden om zoveel mogelijk je best te doen "opdat het Licht zich tot je zou wenden."

Maar "je best doen" is een begrip van de persoonlijkheid, niet van de ziel. De boom doet niet zijn best om te rijpen, hij rijpt eenvoudig indien de daarvoor noodzakelijke voorwaarden aanwezig zijn. 

Dan maar afwachten? Neen. 

Het is een kwestie van beantwoorden aan je intuïtie, ook een platgetreden begrip, maar vrijwel niemand reageert erop. 

Hoe dikwijls doen we iets tegen onze zin, tegen onze intuïtie, tegen onze gevoelens of overtuiging.  We excuseren ons dan met allerlei gecompliceerde, schijnbaar steekhoudende argumenten, maar zelf weten we dat we onszelf bedriegen. 

Hierop volgt altijd de innerlijke onvrede. 

En doen we dit teveel dan kan onvrede uitmonden in karakter-bederf of/en ziektebeelden. 

De wil is in dit hele spel maar al te dikwijls een boosdoener, hij forceert iets dat we begeren uit angst, of egocentrische zelfbevrediging. 

Het is noodzakelijk een onderscheid te maken tussen de ziel en de aardse persoonlijkheid, die totaal onbelangrijk is in het zieleproces, zoals we weten, maar niet opvolgen. 

Menigeen meent dat de ziel wel bevredigd wordt indien we  allerlei religieuze, dan wel esoterische leringen nalopen of lezen. Dat is echter niet waar. 

Er kan een moment komen waarop de ziel platgedrukt wordt door die esoterie of die religie. Zij voedt zich nl. niet met religie of esoterie, maar met Licht. 

En of er in de betrokken religie dan wel esoterie licht schuilt is maar de vraag. Hier stuit je dan weer op de persoonlijkheid die oordeelt voor de ziel uit allerlei egocentrische of gefrustreerde motieven. 

Het Licht is overal te vinden en bepaalt zich nooit tot één religie, één levensopvatting, één soort esoterie of dergelijke. 

Daar alles uit het Licht leeft is er - voor de ziel - overal Licht te vinden en zal zij automatisch die regionen of uitingen mijden, in zichzelf handhaven door duisternis. 

Denk over "duisternis" niet te slecht: afwezigheid van Licht is reeds duisternis. En dit kun je dus in alle levensuitingen, opvattingen, emoties, samenbundelingen, vinden. 

"Negatieve" gedachten zijn b.v., duister, indien zij onschadelijk negatief zijn; zijn zij slechts een uiting van vragende ontvankelijkheid, dan zijn zij niets anders dan de begeleider van het Licht. 

Indien iemand een verbintenis bezit met het Licht kent hij deze gedachten, zij zijn een constante vraag, een doorlopende behoefte. 

Het gevoelen van een behoefte is nl. negatief in de goede betekenis van het woord. Op dit gevoelen komt dus een antwoord, zo krijgt dus datgene waarom je vraagt, wellicht onbewust. 

Iemand, die zich aan allerlei lichtloze dingen te goed doet, kan het gevoel hebben dat hij/zij zich met stenen voedt inplaats van met brood; doorgaan op de ingeslagen weg leidt dan tot een catastrofe. 

Het is het beste direct op te houden indien je gevoel je zegt, dat er iets niet klopt met wat je doet. 

De consequenties moeten dan op de koop toe worden genomen, hetgeen een obstakel vormt voor sommige persoonlijkheden die dan steeds opnieuw in eenzelfde situatie worden geplaatst om hen te leren: eerlijk te zijn en de moed te hebben de juiste weg te gaan. 

Een opdracht kan nl. veel aspecten bezitten: de ene ziel moet verdraagzaamheid leren, de andere vertrouwen, weer een andere moed of doorzetting, en nog een andere moet zich ontwikkelen tot wijsheid. Opdrachten hebben gradaties. 

Het is een ontwikkelingsladder die tot de hemel rijkt, dus een werkelijke hemelladder. 

Menigeen is zo oneerlijk tegenover zichzelf - vooral als de wil in het spel is - dat hij coôte que coôte doorgaat met foutieve dingen, ondanks de gevolgen. 

Onze beoordeling van iets kan zo beïnvloed worden door persoonlijke gevoelens dat we aan onze intuïtie volkomen voorbijgaan. Egocentrische motieven, omhangen met schone frasen, zijn dikwijls de oorzaak. 

Wie zijn wij dat wij b.v. voor een ander kiezen of een ander oordelen? 

Zolang we onze eigen opdracht niet vervullen, moeten we afblijven van die van een ander. 

Zo kunnen we ons ook zo druk maken over de z.g. overgave, hoewel ieder van ons er wellicht iets anders onder verstaat. 

Overgave is absoluut geen blinde volgzaamheid, maar een  kwestie van vertrouwen, waarbinnen de individualiteit en het eigen beoordelingsvermogen kan blijven bestaan. 

Vertrouwen is innerlijke zekerheid omtrent een kosmische leiding. Alles wat dit vertrouwen schaadt moet vermeden worden. 

Als we moeilijkheden hebben om überhaupt "te vertrouwen",  moeten we onszelf geestelijk reinigen. Er staat dan een ervaring in de weg die we niet hebben verwerkt of begrepen. 

Vertrouwen is een oerkwaliteit die in ziel en natuur is ingeschapen. Verloren we deze, dan zijn we met een les niet goed omgesprongen. Ieder van ons kan - als hij/zij eerlijk is tegenover zichzelf - het moment vinden waarop er met dit vertrouwen iets is misgegaan. 

Er gebeurt in het leven nooit iets voor niets maar we kunnen wel - door domheid of starheid - leringen vernietigen, dan wel verbuigen. 

Hetgeen uitmondt in moeilijker opgaven. 

Veel mensen zijn moedwillig dom of onwetend. Ze houden zich dom, omdat weten consequenties eist en die willen ze niet om de ene of andere persoonlijke reden en die is altijd egocentrisch. 

Het "goede" willen voor anderen b.v. is ook zo twijfelachtig. 

Op dat moment beoordelen wij wat "goed" is en wat slecht en de maatstaf wordt afgemeten naar onszelf. 

Zijn wij dan wijs? 

Zijn wij dan gelukkig, kennen we innerlijke vrede? 

Vooral met mensen met wie we een emotionele binding hebben, handelen we zo, in de blinde opvatting dat we "goed" doen. Emotionele bindingen met medemensen zijn totaal onbelangrijk bezien in de spirituele ontwikkeling. 

Innerlijke herkenning van medemensen is iets anders, dan  kunnen we, nu, dan wel in een vorig leven, iets gelijk hebben. Maar emotionele bindingen zijn vrijwel altijd egocentrisch van aard. 

In een emotionele binding zit vrijwel nooit "licht", maar altijd een persoonlijke emotie. 

We zitten vol met foutieve opvattingen, die we allang overboord zouden hebben geworpen, indien we een lichtbinding bezaten. 

Het idee b.v. dat "God goed zou zijn". Een opvatting die we laten vallen indien we harde levenslessen of moeilijke opdrachten krijgen. God heeft niets met goedheid te maken, maar de wet die zielen doet rijpen is juist. 

"Goed" is een aanvechtbaar begrip, nietwaar? 

Als we b.v. zien dat een emotioneel geliefd medemens in een poel van narigheid terecht komt, vinden we op dat moment God "slecht". 

Wie zijn wij om te kunnen beoordelen wat de ziel van die medemens nodig heeft?

Vertrouwen is aanvaarden van alle kosmische wetten, verzetten we ons daartegen dan betekent dit dat we onze z.g. God alleen maar vertrouwen indien Hij doet wat wij "goed" noemen. 

Een kwestie van blinde domheid dus. Of een kwestie van extreme egocentriciteit. 

Je plaatst jezelf dan in het middelpunt en alles en allen er omheen moeten zich gedragen zoals jij wilt, zelfs God. 

Waar blijft dan de spiritualiteit? 

Louter aangeprate boekenwijsheid, op z'n best. 

Spiritualiteit uit zich nl. ook in vertrouwen. 

Hetzelfde geldt voor de rechtvaardigheid, wij vinden iets onrechtvaardig indien we niet direct door hebben wat de kosmische wet ermee bedoelt.  

Over de maatschappelijke rechtvaardigheid praat ik niet, die is totaal verwrongen. 

De schepping en ook de kosmische wetten zijn ondergeschikt aan een doel en zij gedragen zich uitsluitend ten bate van dit doel: voortzetting van de natuur en innerlijke reiniging van de wezens die moedwillig zich tegen de Oerwet verzet hebben. 

Aan dit doel wordt alles en allen ondergeschikt gemaakt. 

Het doel heiligt de middelen is een kosmisch begrip, maar absoluut geen menselijk uitgangspunt, omdat voor de uitvoering van dit begrip wijsheid nodig is. 

Is het ene het andere waard, dat is het criterium. 

Zijn wij niet voortdurend bezig om ons op te winden, of te verbazen, over z.g. kosmische rampen, menselijk leed, natuurlijke verwording? 

Wij zien zelden het moment waarop de aanleiding daarvoor aanwezig was. En die dikwijls nutteloze emotie remt dan onze z.g. spiritualiteit en doet kwaad in ons organisme, waarop we nog verder van huis zijn.

De aanleiding tot lichtloosheid is altijd: de in mindere dan wel meerdere mate afwezigheid van de behoefte aan licht. 

De ene heeft genoeg aan een enkele wenk en borduurt daarop verder, een ander negeert zelfs de wenk. Weer andere omringen zich met wenken, maar zien ze niet, zijn  zo met zichzelf, hun z.g. interesse of hun emotionele verbintenissen bezig, dat elke wenk, elke ervaring, elke aanmaning dan wel vermaning, totaal aan hen voorbijgaat. 

Als ze dan na veel ellendige omstandigheden eindelijk wakker worden uiten ze hun gramschap tegenover God die hen z.g. liet vallen of strafte voor niets. 

Niemand wordt gestraft, wij straffen altijd onszelf. 

Niemand "doet ons goed", de oorzaak daarvoor zijn we zelf. 

We zoeken onze eigen vrienden, we omringen ons met onze soort mensen, we zoeken onze eigen omstandigheden. 

Daarnaast projecteren we ons eigen beeld, onze eigen opvattingen op onze omgeving en verheugen ons over die projectie, totdat de lantaarn wordt uitgeschakeld en we bemerken dat wijzelf de projectie deden ontstaan. 

Dat was dan een schijnlicht. 

Als we een spiritueel mens willen zijn, en of we daarop het etiket esotericus willen plakken is onbelangrijk, bewijzen we dat door een lichtbinding, en is die sterk dan straalt die automatisch om ons heen. 

Wat die uitstraling dan bewerkt is onze zaak niet, het is uitsluitend onze intentie om de binding met dat Licht te bewaren. Wij vragen ons eigenlijk altijd veel te veel af, dat leidt ons van de daad af: het volgen van wat wij intuïtief, zonder bijbedoelingen, juist vinden. 

Daarop volgt het resultaat vanzelf als je tenminste van resultaat kunt spreken. Want het is natuurlijk een zijnstoestand, waarover niet te discussiëren valt. 

Maar zulk een zijnstoestand zal antwoord geven op alle vragen die ons besprongen hebben vanaf het moment dat we op aarde kwamen. 

Het Licht is alomtegenwoordig als wij het roepen komt het. 

O Licht der Lichten raak ons aan, opdat hetgeen duister aan ons is, vluchte.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene