504 - de wind fluistert wijsheid

"Er zijn vijf treden om tot wijsheid te komen: zwijgen, luisteren, zich herinneren, handelen en studeren."

Arabisch 

Niemand zal ontkennen dat wijsheid volkomen iets anders is dan intellectualiteit. 

Wijsheid is eigenlijk iets ongrijpbaars voor materialistische handen, want b.v. "de wind van de vijandelijkheid waait nooit in het koninkrijk van de wijsheid", hetgeen die wijsheid direct op een zeer afzonderlijke plaats stelt. 

De geciteerde Arabische tekst is daarom diepzinniger dan men vermoedt, omdat inspanning nooit in wijsheid resulteert, hoewel gemakzuchtigheid er eveneens verre van blijft. 

Wijsheid zetelt in een harmonie tussen verstand en gevoel, het is de evenwichtigheid die ons onbezorgd maakt, doch niet zorgeloos. 

Wijze mensen verzwaren hun leven niet door zich nodeloos zorgen te maken, of zich de problemen van anderen op de hals te halen, dan wel de eigen emoties te vermorsen voor nutteloze zaken. 

Als we zeggen: de wind fluistert wijsheid, dan bedoelen we: men moet kunnen luisteren naar de ongevormde klanken, men moet kunnen lezen achter de woorden, en kunnen herkennen achter de maskers.

Wijsheid is als een altijd aanwezige trilling om ons heen, zij kan zich overal in ophouden, zowel in de natuur, als in de mens, in een gebouw, als in een onbegrensde ruimte. 

Wijsheid is ongrijpbaar, maar kan zijn als een fluwelen mantel, die om onze schouders wordt gelegd, waardoor we ons direct behaaglijk voelen. Het is doelloos te proberen elkander wijs te maken, omdat zij in onszelf ontstaat na handelingen en ervaringen. 

Na pijnlijke ervaringen leert men wel zwijgen; na vele vergissingen door onoplettendheid leert men wel luisteren; en na het oplopen van diepsnijdende verwondingen moet men zich wel herinneren; en na de ervaring dat praten geen zoden aan de dijk zet gaat men wel handelen; en het studeren is hetzelfde als onderzoek, het graven naar de kern aller dingen. 

Deze studie voltrekt zich tijdens het leven en als men niet wil of uitstelt wordt men door de omstandigheden gedwongen. 

Niets is een op zichzelf staande lering, de vijf0 genoemde treden behoren bij elkander; op harde leringen moet zich herinneren volgen b.v. 

Iedereen heeft ervaringen, maar hoevelen leren eruit? 

Het wiel van geboorte en dood voltrekt zich aan ons allen, en niemand kan zich daaraan onttrekken, maar we hebben zelf in de hand hoeveel draaiingen het voor ons zal maken. 

We behoeven niet te hopen op een uitredding of een genade zolang we zelf niets doen. 

Wij persoonlijk dragen ertoe bij dat de lichtfrequentie sterker wordt of zwakker, dat heeft niets te maken met een vriendelijke God. 

Het is zo primitief om te menen dat alles wel voor ons wordt gedaan of dat we alle narigheid op andermans schouders kunnen werpen of op Gods schouders. 

De wetten zijn in hemel en op aarde dezelfde, elk schepsel bewerkt zijn eigen lot en dit staat buiten elke vorm van religiositeit. Er is maar één religio en die woont - als een individuele ster - in de mens zelf. 

Het is alleen een gewoonte van velen om zich uiterlijk aan iets te willen vastklampen, en daar veelal het onderscheidingsvermogen ontbreekt, wordt er veel te dikwijls op een verkeerd paard gewed met alle emotionele consequenties daaraan verbonden. 

De mens is een individu en geen kuddedier; en daar waar zich kudden concentreren heeft hij slechts de opdracht zich ervan te bevrijden. 

Slechts in afgezonderdheid kan men op de juiste wijze luisteren. 

Niemand kan zichzelf ontdekken te midden van een massa en niemand kan zich voortdurend voeden aan leringen die op een middenmoot zijn afgesteld en dat is het geval in elke groepering. 

Het is onvoorstelbaar hoeveel lessen er schuilen in het observeren van zijn omgeving, het is ook frappant hoeveel men kan vernemen in de eenzaamheid en/of de stilte. 

Maar ook dit is een ervaring die volgt na andere leringen. 

De vijf Arabische treden zijn stuk voor stuk levenskunstwerken. 

Wie betrapt zichzelf er nooit op dat hij zijn mond niet heeft kunnen houden? Of niet kon luisteren? Of totaal vergeten was hoe het voelde om b.v. zijn geloof te verliezen of zijn innerlijke zekerheid? 

Wie betreurt het niet op bepaalde momenten NIET te hebben gehandeld of verzuimd te hebben iets te onderzoeken? 

Er gaat veel te veel tijd heen met vergissingen, verzuimen en gemakzucht. Ook in spirituele zin moet je "het  ijzer smeden als het heet is", dus reageren als je intuïtie zegt dit te moeten doen. 

Uitstellen maakt traag en traagheid maakt vlak, onze fijngevoeligheid stompt af. 

De wind is een natuurelement dat steeds weer verandering brengt en in die verandering kan een zaadje van wijsheid verborgen liggen.

Hebt u wel eens bemerkt dat het leven één grote draaiing van een rad is, waarbij steeds weer het onderste boven komt en omgekeerd? 

Toen de Prediker zei:  Er is niets nieuws onder de zon, had hij voor 100% gelijk en nog veel sterker als we misschien menen. 

Er wordt aan de natuur niets toegevoegd, er verdwijnt, er verandert, met behulp van dezelfde ingrediënten, maar er komt nooit iets werkelijk nieuws. 

Dat geldt voor scheppingen en schepsels. 

Vandaar dat de herinnering zo belangrijk is, en dat herinneringen mensen kunnen samenbrengen of van elkander kunnen verwijderen. 

De natuur, de kosmos, een schepsel zijn vaten vol herinneringen en alles wat we doen is op herinneringen gebaseerd, al dan niet bewust. Wij worden in wezen geleefd door datgene wat we achter ons en in ons hebben, en als we nu denken: waar blijft dan die veel geprezen vrijheid? 

Er is maar één vrijheid: de vrijheid om al dan niet te luisteren, te handelen, te zwijgen, te studeren of het ons te herinneren. 

Als we aan deze vijf treden geen gehoor geven WILLEN we eenvoudig niet, en dat is onze vrijheid: we kunnen willen of niet. Deze vrijheid - die een vloek kan zijn - voltrekt zich op alle gebied: 

We WILLEN ziek zijn of niet; 

we WILLEN stom doen of niet; 

we WILLEN ons ergens aan vastklampen of niet. 

En uit dit willen of niet willen komen dan gevolgen die een eigen leven gaan leiden en waarvoor - mogelijk - allerlei instituten, sociale en religieuze, in het leven worden geroepen. 

De bijzaken leiden ons af van de werkelijke oorzaak en de bijzaken gaan een hoofdrol in ons leven spelen. 

Doordat bijzaken ons gaan regeren kunnen we onze levensweg totaal veranderen. 

Wijsheid is luisteren naar en zoeken naar onze eigen leid-ster; niet reageren op wat die sterfelijke mens nu zo graag eens zou willen, dat kunnen we doen als voorbijgaand en zeer oppervlakkig tijdverdrijf. 

Onze leid-ster spreekt onze onsterfelijke kern aan, en als deze verziekt of kwijnt gevoelt de hele mens zich ongelukkig, en als we NIET luisteren naar wat onze intuïtie daarover zegt krijgen we harde levenslessen, lichamelijk èn geestelijk. 

Dat is niet erg, het is een teken dat het kosmische Licht zich nog met ons bemoeit. Maar gevangen blijven in bijzaken en jammeren over onbelangrijkheden, dat is funest. 

Elk mens is een waardevol schepsel en daarom heeft hij ook waardevolle dingen te doen in het leven, en waardevolle dingen houden altijd verband met medemenselijkheid en onderzoek. 

Als we menen iets vergeten te zijn, of menen te zoeken naar iets dat we verloren hebben, moeten we op onderzoek uitgaan. 

En dit kan allerlei aspecten hebben en behoeft niet samen te gaan met boeken lezen, hoewel het niet behoeft te worden uitgesloten. 

Op onderzoek uitgaan is alert zijn op kleinigheden die zich overal kunnen voordoen. Iedereen kan van tijd tot tijd een ogenblik wijs zijn en dat maakt vreedzaam en gelukkig. 

Wijs zijn maakt het leven gemakkelijker en rijker; en in wezen is het eenvoudig. 

We behoeven maar na te gaan uit welk motief we reageren of handelen; is dat motief egocentrisch, heeft het een bijbedoeling, is het materialistisch?  

Overleggingen hebben maar al te dikwijls tot doel ons eigen voordeel in ogenschouw te nemen. Wijze reacties zijn spontaan en komen dus van binnenuit, en vloeien voort uit een harmonisch moment tussen gevoel en denken. 

Hoe vaker we zulke momenten hebben des te langduriger worden zij; met alle goede gaven is het zo dat gebruik ervan hen vergroot of verdiept. 

Met de wijsheid is het niet anders. 

Het is een veeg teken als de z.g. spiritualiteit of de religiositeit ons noch verdiept, noch wijzer of geestelijk rijker maakt. 

Het spirituele dat we belevendigen verdiept en verwijdt zich; de kleine begaafdheid of de kleine mogelijkheden die we bezitten, worden groter en intensiever als we ervan gebruik maken, indien niet dan kwijnen ze weg. 

We staren ons wellicht blind op DE wijsheid, terwijl een vonk van die wijsheid dagelijks aan onze deur klopt; we negeren de mogelijkheid om op het moment suprème wijs te zijn. 

Wijs is, niet voortdurend dezelfde ervaringen te moeten herhalen; 

wijs is, zich niet te laten provoceren; 

wijs is, zich niet door medemensen te laten beïnvloeden; 

wijs is, de eigen weg te gaan, ongeacht wat anderen daarvan zeggen; 

wijs is, zich van iets los te maken als het ons te veel geestelijk belast. 

Wijsheid luistert nooit naar egocentrische motieven. 

Het is natuurlijk altijd juist datgene te doen waaraan je behoefte hebt, maar het is juister nog zichzelf af te vragen waardoor die behoefte ontstaat. 

Onze behoeften zijn in de loop der eeuwen nl., dermate vervormd dat we behoorlijk zijn afgeweken van de oerbehoeften en de spirituele noodzakelijkheid. 

Onze behoeften kleuren ons. 

In werkelijkheid kan de mens met zeer weinig toekomen; men schept behoeften uit allerlei twijfelachtige motieven. 

Velerlei behoeften ontstaan uit lichamelijke dan wel spirituele zwakte, en aan die behoeften tegemoetkomen vergroot de zwakheid nog. 

Iedereen weet dat ontberingen een zeer goede invloed kunnen hebben. Ook geestelijk. Als ik noodgedwongen iets moet ontberen kom ik tot creativiteit, ingenieusiteit en zelfonderzoek. 

Als dit niet zo is is dat reeds een teken van ontoereikendheid in  het mens-zijn. 

Welke bevredigde behoefte draagt bij aan ons geluk? 

Dat is een kardinale vraag. 

Welke behoefte maakt ons innerlijk rijker? 

Alle andere bevredigingen zijn tijdelijk, voorbijgaand, en laten soms een bittere smaak achter. Spirituele bevredigingen worden vaak verward met emotionele bevrediging. 

In een tijd waarin mensen emotioneel tekort komen gaan de religie de rol van emotionele stiller spelen. 

De psycholoog, de therapeut en de psychiater hebben de plaats van dominee en pastoor ingenomen, nietwaar? 

Maar spirituele bevrediging gaat wel wat dieper dan de emoties, het is het stillen van een onuitroeibare honger en hoe meer men ontvangt des te hongeriger wordt men. 

Het is een vorm van wijsheid om het verschil te onderkennen tussen intellectuele en/of emotionele bevrediging èn spirituele verzadiging. 

Een spirituele voeding verzadigt blijvend, het is voedsel dat je nooit meer afwijst. Het voedt je kern, maakt deze sterker, verandert je. 

Er zijn in onze ervaringen waarschijnlijk altijd voedende bestanddelen geweest die van blijvende aard werden.  

Er zijn dingen die je je leven lang gebruikt, of die je je herinnert, wellicht schaaf je er wat aan, maar weggooien doe je ze nooit. 

Het zijn onsterfelijke waarden en je zult ook kunnen aantonen dat ze waardevol blijven. Mensen kunnen tegen je aanpraten, maar die herinnering, dat waardevolle blijft onaangetast. 

Hoe sterker, levendiger die kern word, des te sterker kom je in het leven te staan, maar ook des te wijzer word je. 

Het is dus zaak om die kern te vergroten en te verdiepen. 

Hoe? 

Door te luisteren - het onverklankte op je in laten werken; 

door te zwijgen - indien je niets waardevols te zeggen hebt; 

door te handelen - als je intuïtie daartoe dringt; 

door te onderzoeken de dingen die je waardevol lijken; 

en vooral ook door je te herinneren wat je overkomen is of wat je vernomen hebt, dat bespaart je pijnlijke herhalingen en harde lessen. 

Bovendien is de herinnering de enige lering waaruit je getuigen kunt, en getuigenissen zijn veel indrukwekkender dan woorden. 

Uit dat vat vol herinneringen in onszelf, herinneringen die wellicht slechts enigszins werden vertroebeld, kunnen we wegwijzers vinden die ons twijfelloos de juiste richting wijzen. 

Dan behoeven we niet zo nodig iedereen te vragen: Waar is de waarheid? Wat is waardevol? Welke leer is juist? 

Het is wel afgezaagd om te herhalen, maar alles is IN ons, we hebben slechts de omstandigheden nodig die ons wakker schudden of herinneringen oprakelen. 

Door omstandigheden of ervaringen af te wijzen, omdat "alles in ons zou zijn", komen we er niet, want de teug vergetelheid belet ons duidelijk te onderkennen. 

Zoekers op geestelijk niveau zoeken altijd naar aanwijzingen, prikkels, die hun herinnering doen ontwaken, hoewel ze dit meestal niet beseffen. 

Een spirituele zoeker zoekt nooit naar vermeerdering van kennis, maar altijd naar verdieping. 

Het is nooit de veelheid maar altijd de kwaliteit die de doorslag geeft, althans zeker op geestelijk terrein. 

Een mens verfijnt en verrijkt zichzelf door selectie, niet door verzamelwoede. 

Het is duidelijk te merken bij de religieuze organisaties: menigten verzamelen verdunt de voeding; selectie kwalificeert de voeding. En zij die de verdunde voeding begeren hebben dus een zwakke spirituele behoefte.

Iemand, die wenst wijs te zijn zoekt voeding die de wijsheid voedt. En de wijsheid is zeer kieskeurig. 

Want wijsheid wordt mede gevoed door herinneringen en herinneringen kiezen tevens de voeding uit. 

Het is zo juist wat Plato zei en wat ook de Druïden zeiden: de gezamenlijke herinnering verbindt mensen. 

Het is de kwaliteit van onze ziel die ons wederzijds doet herkennen en daar kunnen we zelf noch iets aan afdoen, noch iets aan toevoegen. 

Het is de wind die ons toefluistert: dat is er één van ons en dan omarmen de zielen elkander.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene