472 - de voorchristelijke chrestos

"Er zijn drie manieren om te geloven: de rede, de gewoonte en de inspiratie." 

Het zou bekrompen zijn zich te baseren op een enkel boek, zoals de Bijbel, hoewel er talloze overleveringen zijn die over een Chrestos, een gezalfde, spreken. 

Het zalven van geroepenen of leiders is een oud gebruik; ook voorchristelijke volkeren deden dat.  

Als je een Chrestos bent, sta je in dienst van een bepaald ambt; de innerlijke Chrestos is de door God geroepene. 

Er zijn talloze woorden te citeren, die dezelfde betekenis hebben als de Bijbelse; en als we bedenken dat niemand sterfelijk is, maar dat allen de eeuwigheid, het eeuwige wezen in zich omdragen, dan zullen de woorden: 

"Er was geen tijd waarin Ik niet was, noch gij, noch enige van deze Zonen des Lichts zullen ophouden te bestaan. 

Het onvergankelijke treedt steeds in andere vormen op. 

Het onwezenlijke heeft geen werkelijke zin en dat wat  werkelijk is, houdt niet op te zijn; maar tussen het onvergankelijke en dat wat slechts schijnt te zijn, vermogen de wijzen onderscheid te maken."

We struikelen allen over de dingen die onbelangrijk zijn, de werkelijk belangrijke dingen zien we nauwelijks, omdat we hun belangrijkheid niet begrijpen. 

We staren ons suf op het Christendom, terwijl dit niets anders is dan een eeuwig zijn in een andere vorm. Of we nu boeddhisten, christenen, theosofen of rozekruisers worden genoemd, we vallen allemaal in dezelfde kuil: het gode ZIJN. 

Elke etikettendrager kan zich als mens misdragen, en dat betekent,  dat hij nog niet aan het gode-zijn toe is. 

Het streven naar volmaking of goddelijkheid is zo oud als de wereld, en begrijpelijk, indien men weet dat Lichtzonen deze aarde beschouwen als een lager levensveld, dat zij, ofwel moeten verlaten, ofwel moeten zien te veranderen. 

Proberen het aardse levensveld te verheerlijken of te veraangenamen is het doel van velen; bewust dan wel onbewust probeert men een evenbeeld te schappen van hetgeen men heeft verloren. 

De poging van Judas die een Heerser voor deze wereld zocht, is totaal niet nieuw; bovendien komt dan in aanmerking de afstamming van Jezus, als erfgenamen van de Israëlische troon. 

De naam Jehoshua is een oude naam en het toegevoegde Christus een aanduiding van je taak.  

Vele heersers in voorchristelijke tijden hebben zulk een dubbelnaam.  

Ook bij de Druïden was de naam Yesu bekend, als een onderdeel van de drieëenheid: Yesu (rechts), Taranis (midden) en Belenis (links). 

Yesu staat voor kracht, Taranis voor wijsheid en Belenis voor Liefde. 

De christelijke uitdrukking: "In Christus vind ik de kracht", is dus beslist niet alleen bijbels 

Uit kracht, wijsheid en liefde wordt geboren de vierde macht: de gerechtigheid. Zonder één van de drie genoemde: kracht, wijsheid en liefde is er geen gerechtigheid op aarde mogelijk. 

Dat zien we duidelijk om ons heen. 

Gerechtigheid is dus een voortbrengsel van een drieëenheid, en het is altijd de drieëenheid die de mens moeite kost. 

Kracht en liefde ontspruiten nl. uit de stam: de wijsheid. 

Wijs is degene, die beseft dat tijdelijkheid geen doel op zichzelf is, maar dat het eeuwige zich met eeuwigheid moet bemoeien. 

Dat vergeten we dagelijks. 

Het eeuwige-in-ons wordt verwaarloosd terwille van iets dat zich oplost. Het ongezalfde krijgt meer aandacht dan het gezalfde. 

Kracht en liefde, die we herkennen in alle uitbeeldingen van een Chrestos, onverschillig in welke overlevering, komen voort uit de stam waaruit we werden geboren, geestelijk werden geboren. 

Als we bewuster zouden beseffen dat we van goddelijke afkomst  zijn, zouden we meer kracht en liefde uitstralen.  

Kracht heeft niets te maken met een nerveuze activiteit, maar met een hulpschenkende zekerheid; ook niet een overheersende, iemand gevangen nemende zekerheid, neen, een overdragen van kracht die een medemens weer op de geestelijke benen kan zetten. 

Tenslotte moet iedereen zelf kracht baren: uit wijsheid. 

Wijsheid is voor menigeen zoiets als een ver ideaal. 

Maar het is niet zo ver weg als we denken; degene die harmonisch is, denkt en doet wijs.  

Als ik moe ben en ga rusten, ben ik wijs; als ik ongelijk heb en dit erken, ben ik wijs; en als ik vergeving vraag voor een onaangenaam optreden, ben ik wijs; wijsheid heeft immers aspecten en niveau's, die echter alle kunnen leiden tot de hoogste trap. 

Onwijsheid komt voort uit het afwezig zijn van de "innerlijke gezalfde", slechts de sterfelijke, die alles verwacht van de sterfelijkheid, kan tot onwijze daden en gedachten verleiden. 

Door liefde is wijsheid herkenbaar en door kracht is deze herkenbaar.  

Het is begrijpelijk dat een Chrestos de drie vereent. 

In het dagelijkse leven betekent dit, dat we gegrondvest moeten zijn in het midden, onze stam, en als we dit niet zijn, kennen we noch kracht, noch liefde, noch hebben we idee over gerechtigheid.  

Deze voorchristelijke opvatting verbindt alle godsdiensten, maar ook alle mensen, indien zij menselijk zijn.  

Het geloof, als innerlijk weten, komt uit God, niet uit de Bijbel of enig ander boek. 

Het geloof, zeiden de ouden, is de wortel van de Eik met de drie takken: kracht, wijsheid, liefde.  

Kracht geef je uit geloof, liefde geef je uit geloof, en het geloven maakt wijs. 

Geloven in de dingen die je NIET ziet, maar wel kent. 

Iedereen kan iets ervaren of weten, dat hij niet kan bewijzen door feiten, maar waaraan hij hecht of hangt, omdat hij innerlijk WEET dat het waar is. 

Daarvan kan niemand hem afbrengen. 

Iemand, die nooit uit een noodsituatie is gered, gelooft nauwelijks dat er een oplossing bestaat. 

Maar hoe is het met iemand die de redding kent? 

Hoe reageren we op unieke ervaringen? 

Worden zij ingeëtst of gaan we er onopmerkzaam aan voorbij? 

Hoe lang hebben we nodig voordat we iets WETEN, d.w.z. geloven? 

Hoe lang doen we erover om een werkelijk Christen, een Chrestos te zijn of een wijze? 

We groeien allen naar wijsheid, als het goed is, waarvan de eerste stap is ons te gedragen als goede mensen en de tweede stap ons te gedragen als spirituele mensen, goden-mensen.  

De tweede stap kan nooit gezet worden voordat de eerste volkomen is. Meestal beginnen we met de tweede of de derde, zonder dat we ooit over de eerste stap hebben nagedacht. 

Er is in de loop van de eeuwen nooit iets nieuws toegevoegd aan de alleroudste leringen, ook het christendom deed dat niet, maar mensen hebben nieuwe vormen nodig om geprikkeld te worden, zoals christenen heden nieuwe vormen nodig hebben om opnieuw in de aloude christelijke idee geïnteresseerd te raken. 

Dat wat oud is verveelt ons; en dat wat verveelt heeft ons eigenlijk nooit geboeid. 

Het werkelijk boeiende heeft een verbintenis met onze innerlijke chrestos; en dit is een feit dat zo oud is als de wereld, wat voor nieuwe namen we ook bedenken voor ideeën, er is beslist niets nieuws onder de zon.  

Maar wij raken vermoeid van het streven, omdat we iets zoeken voor de tijdelijkheid, omdat we iets willen bereiken in en voor deze tijdelijkheid, het eeuwige in ons bleef ongeïnteresseerd, ongeboeid.  

Het eeuwige heeft onvrede binnen de tijdelijkheid, dus wordt het geboeid door alles waarin eeuwigheid verborgen ligt, nietwaar? 

De rest is vermoeienis. 

Als we verveeld geraken is het tijdelijke, het ego, op zoek naar nieuwe prikkels. Er zijn talloze prikkels in onze tijd: van yoga tot meditatie en van occultisme tot esoterie en filosofie en alle onderverdelingen daarin. 

We worden overspoeld met prikkels, die echter voor dat ego moeten blijven prikkelen, willen wij er deel aan blijven nemen, maar worden we er gelukkiger, innerlijk heler en wijzer door? 

Raken we mateloos geboeid? 

En ímateloosí betekent. zonder maat, zonder einde, dus altijd. 

Altijd is vrijwel synoniem met eeuwig. 

Het begrip "altijd" kan met gewoonten te maken hebben, maar ook met geloof. Gewoonten kunnen door omstandigheden worden afgebroken. Maar geloof, wanneer verliezen we ons geloof? 

Als een ervaring bewijst dat we geloofden in een onwaarheid, maar waarop baseerden we dan ons geloof? 

Op de tijdelijkheid, op mensen, op materie? 

Of meten wij een Opperwezen onze normen aan? 

Het oerchristendom kende net zoveel edele, goede, wijze mensen als het hedendaagse christendom, en dezulken vindt men in alle lagen der bevolking en in alle overtuigingen. 

Het etiket bepaalt nooit de wijsheidsgraad; het stadium van de innerlijke chrestos bepaalt dat.  Als de etiketten wegvallen, blijven er mensen over; en wie of wat lééft er werkelijk in die mensen? 

Het voorchristelijke druïdisme zegt: 

"Er zijn drie onontkoombare noodzaken: de noodzaak om te lijden; de noodzaak om te vernieuwen; en de noodzaak om te kiezen." 

Als die drie noodzaken er zijn, waartoe leiden deze dan? 

Door het lijden kun je vernieuwen, door het vernieuwen kom je tot DE keuze.  

Voor het lijden vluchten we, dan wel we laten er ons zo masochistisch in wegzinken dat we er door ondergaan, en zo kom je nooit tot de tweede noodzaak. 

Als een volkswoord zegt: "lijden loutert", is dit hetzelfde principe. 

Je lijdt niet om te lijden, maar je lijdt om vernieuwd te worden. 

En het lijden wordt steeds intensiever, indien je je niet vernieuwt. 

Lijden is niet iets uiterlijks, maar iets innerlijks, laten we niet de domheid begaan om lijden te vereenzelvigen met de chaos, die we er in deze maatschappij soms van maken. 

Dat is lijden creeëren. 

Alle wijze woorden hebben betrekking op de eeuwige-in-ons, de rest gaat voorbij. Alle wijze woorden begrijpen we ook slechts door middel van de-wijze-in-ons. Zolang die slaapt, blijft het mysterie ondoorgrond. 

En hoe dieper die innerlijke wijze slaapt, des te meer mysteries er blijven. Wat voor de ene een mysterie is, kan voor de andere een openbaring zijn. 

Niemand bezit dezelfde mysteries, en daarom valt er over mysteries en God, ziel en wijsheid niet te discussiëren. 

Voor iedereen heeft de Chrestos een ander aanzicht; en dat is goed; hetzelfde zie je in alle leringen, de mens kleurt de leer, de mens kleurt zijn leven en hij kleurt zijn overtuiging.  

Je kunt echter ergens van overtuigd zijn zonder er in je hart in te geloven; je weet dat iets KAN, maar je gelooft er niet echt in. 

Opnieuw is hier de vraag: in hoeverre heeft je hart er deel aan? 

Pas als je hart erin gelooft en als dit geloof zetelt in de eeuwige, dan pas ben je onoverwinnelijk, heb je kracht en liefde en wijsheid.  

Een christen in hart en nieren is precies hetzelfde als een boeddhist  in hart en nieren, al spreken hun monden wellicht een andere taal, zij zullen hetzelfde DOEN. 

Wijs zijn, krachtig zijn, liefdevol zijn en daardoor gerechtig zijn.  

Dit blijkt bepalend om elkander te begrijpen. 

Wat is de barrière voor het begrip tussen mensen? 

De verscheidenheid in hun tijdelijke vorm, en de afwezigheid van de stam, het godsprincipe. 

Als ik besef uit eeuwigheid te zijn geboren, die dus kracht en liefde voortbrengt, zal ik nooit handelen tegen de principes daarvan. 

Het verweven zijn met tijdelijke waarden trekt ons weg van eeuwigheidswaarden.  

Waarom? 

Omdat die eeuwigheid ons niet werkelijk boeit? 

"Wat brengt die ons HIER", vragen we ons dikwijls af. 

"We leven HIER en NU", zo zeggen we, jawel, maar zonder die eeuwigheid bestond er noch leven, noch hier en nu. 

Hier en nu leven we met die eeuwigheid in ons en deze doet ons zeker staan, geeft ons begrip en wijsheid, vreugde en loutering in het verdriet. 

Het verdriet, dat voorbijgaat, het lijden, dat loutert, de vreugde, die kracht uitstraalt. 

Leven is een afwisseling van tegenstellingen, als die er niet zouden zijn, zou het leven ophouden; de tegenstellingen completeren elkander en wij vormen daarvan het midden. 

Het midden zonder uit ons evenwicht te geraken, een kern waar omheen alles zich afspeelt, die kern is de chrestos-in-ons, nooit Jan of Marie, want die behouden hun evenwicht nooit afdoende. 

Dit "midden" behoeft geen andere vorm, noch een andere bedekking of een etiket, dit "midden" is DE christen of DE boeddhist of DE alchemist, dit midden IS, en de rest is bijzaak. 

Dit midden is de stam die geworteld staat en het is degene die ontspruit.  

Wat hebben we eraan of we de bijbel uit ons hoofd kennen en alle wijzen kunnen citeren, als het hart die woorden niet LEEFT? 

Het mens-zijn bevat drie gaven, die onontbeerlijk zijn, zegt de  Druïde: Kennis, of gnosis, of wijsheid des harten; Kracht en Liefde.  

En er is niemand die hieraan niet zou kunnen beantwoorden, want allen zijn we mens.  

Tob niet over hetgeen je nog niet hebt, maar werk met hetgeen je  hebt, om te ontdekken wie en wat je bent.  

Zolang je dit niet weet, blijft het mens-zijn onvolwaardig. 

Het mens-zijn leidt tot het gode-zijn, maar dit gode-zijn vervolmaakt het mens-zijn. 

Het beseffen hiervan brengt louter vreugde.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene