468 - onderwezen door de sterren

"De weg van de aarde naar de sterren is niet geëffend." 

Seneca

Er is een oud spreekwoord dat zegt: "Het hoofd omhoog, hier beneden is het niet", en waarschijnlijk hebben we er nooit bij stilgestaan, dat een aarde zonder sterrenhemel het leven ondraaglijk zou maken.  

Het is merkwaardig dat het menselijke gedrag, zijn lichaamshouding en zijn mentaliteit verklaarbaar worden uit zijn al dan niet opkijken naar de hemel, zowel lichamelijk. als geestelijk. 

Vanaf de vroegste oudheid was men ervan overtuigd dat de hemel, de planeten en sterren hun wetten in de aardse scheppingen drukten en zo zou dus elke schepping een concretie zijn van de verre hemelwetten.  

Hoe zou een mens, waarin dus de hemelwetten leven, niet geneigd zijn tot de sterren op te zien? 

De verwijderde en lichtende hemel roept vrijheid, ongebondenheid en zelfs de neiging tot ontsnappen in iemand op; de hemellichten kunnen opwekken tot vreugdem, tot vertrouwen en tot hoop.  

Niets is fascinerender dan door een telescoop naar planeten en sterren te kijken en menigeen voelt dan een soort heimwee.  

In de astrologie of de esoterische astrosofie worden de planeten en sterrenwetten tot symbolen, en tot remmingen en stimulansen, waardoor elk mens wordt beheerst. 

U weet: de sterren dringen wel, maar dwingen niet. 

Dit neemt achter niet weg dat tot aan de dag van vandaag het gedrag der hemellichamen ons kan onderwijzen. En het is bemoedigender zich te spiegelen aan de sterren, dan terug te zien naar het eigen verleden. We onderscheiden drie soorten mensen: de geestelijke, de materialistische en een mengsel van beide. 

De zuiver geestelijke negeren de wetten des hemels nooit; de materialistische gaan slechts af op feiten en twijfelen dan soms nog; de gemengde aarzelt tussen geloof en wetenschap, schaamt zich voor zijn z.g. dweperij en zou graag zijn geloof en de wetenschap verbinden. 

Duidelijk komt dit tot uitdrukking in de verhouding tussen astronomie en astrologie; momenteel zijn zij vijanden. hoewel er toenaderings-pogingen worden gedaan. 

Deze vijandigheid is een duidelijk bewijs voor de verwijdering tussen geest en stof, tussen esoterie en exoterie, want in werkelijkheid behoren astronomie en astrologie bij elkander. 

De beoefenaars verwijderen hen van elkaar. 

De beoefenaar is de mens, hij is het middel dat hemel en aarde, esoterie en exoterie samenbindt. 

Alles mislukt indien esoterie en exoterie twee afgescheiden levens gaan leiden en dit zie je maar al te vaak in kringen van exoteristen of/en esoterici. Ook bij de astrologen en astronomen is deze scheiding grond voor misvatting en haatdragendheid. 

Deze voornoemde scheiding laat een indruk achter bij de mensen die met beide stromen of één van hen te maken krijgen.  

En u kunt zich afvragen: wat heeft dat met mij te doen? 

Wel, alles. 

Niemand ontkomt nl. aan de indrukken der sterren, al zou hij zich daartegen verzetten. In kerkelijk-dogmatische kringen wordt de invloed van het firmament ontkend, hoewel de hedendaagse onderzoekingen zouden kunnen bewijzen dat alles op aarde invloeden van planeten en sterren ondergaan. 

Hierin brengt onze esoterische of exoterische zienswijze geen  verandering. 

Het is totaal onmogelijk dat we door een bepaalde levenswijze aan de invloed des hemels zouden ontkomen, we kunnen hoogstens beter reageren op het: de sterren dringen wel, maar dwingen niet. 

Er is nog altijd een aspect van de vrije wil, hoewel de dogmatische astroloog dit ontkent. 

Ook de parapschychologie wijst de vrije wil af; bij de eersten dwingt de horoscopische tekening, bij de tweede zijn het de dwingende omstandigheden. Beide houden geen rekening met het verrassingselement, dat, tot verdriet van de dogmatische astronomen, in het gehele heelal aanwezig is. 

Het verrassingselement dat een wet op het laatste moment onberekenbaar kan verstoren. 

Wel, dit verrassingselement kunnen we vergelijken met de vrije wil. 

Een wilsaspect dat totaal anders is dan de veel bezongen wilsterreur. 

De vrije wil heeft nl. iets goddelijks, iets universeels, hij wordt geïnspireerd door de ziel. Vanzelfsprekend is deze vrije wil bij het overgrote deel der mensen zoek. 

Daar is het de machtswellust van de aardgebonden wil; een kracht die dan weer het goede bevordert, dan weer het kwade.  

Deze aardgebonden wil is een instinctieve energie-bundeling: ik WIL niet dood, ik WIL niet afhankelijk zijn, ik WIL niet ziek zijn. 

Deze wilskracht kan men duidelijk terugvinden in de horoscoop, de ene heeft er wat meer van dan de andere. 

Maar anders is het met de vrije wil, die beslist niet terug te vinden is en die onszelf en anderen voor een complete verrassing kan plaatsen. 

Wee hem die deze vrije wil laat knechten of afleidt, of negeert. 

De vrije wil heeft iets te maken met het vijfde element: de ether, omdat de vrije wil b.v. plotseling met de twijfel kan samengaan, waardoor gevestigde gewoonten, heilige huisjes, en allerlei gebruiken volkomen overhoop gehaald kunnen worden. 

Gezegend de vrije wil, die ontsnapt aan de dictatuur van mensen, van allerlei dogma's en stellingen.  

De gezegende vrije wil waaraan wetenschappers, zeker de dogmatici onder hen, nauwelijks geloven.  

De vrije wil is analoog met het mysterie. 

Er blijft bij het bestuderen van natuur en mens, van hemel en aarde, altijd een zekere mate aan mysterie over.  

Dat mysterie intrigeert de materialist, nooit de spiritualist, die accepteert het mysterie. 

De fanatieke wils-mens kan erdoor worden geobsedeerd en dit wordt zijn noodlot: hij WIL begrijpen. Maar begrijpen doe je niet met de wil. 

Het instinct, dat de natuurwetten dwangmatig volgt, houdt zich niet op met begrijpen; maar de intuïtie, die vrij is en dus een ziele-aspect, nog minder. 

Het licht schijnt, maar de duisternis heeft het noch gegrepen, noch begrepen. Duisternis is materie.  

Als ik mij materialistisch opstel ben ik duisternis en grijp het licht dus niet. Begrijpen heeft met licht te maken, er gaat mij dan nl. een "lichtje" op. 

Sterren en planeten, heel de hemel, hebben met licht te maken, daarom is een aanblik op de hemel verlichtend.  Deze aanblik doet de aarde en de vermeende zorgen, het onbegrip, vergeten.  

Wee de mens die mij de blik op de hemel ontneemt, zegt een Chinees gezegde.  

Het ergste wat de mens kan overkomen is hem de wijdsheid ontnemen, zijn geloof aan vrijheid, aan ontkomen. 

U weet dat sommige wilde dieren in gevangenschap alleen jongen kunnen voortbrengen als hen de wijdse verten wordt getoond. 

Bij de mens vind je een parallel op het geestelijke vlak; het is onmogelijk om in geestelijke gevangenschap geestelijke vruchten voort te brengen, de aantrekkingskracht en het lichten van de hemelen ontbreekt. 

Zowel in de astronomie als in de astrologie zie je een vermaterialisering, waardoor de essentie, de inspiratie, het bevrijdende aspect verloren gaat.  

Er zijn zowel bij de astrologen als bij de astronomen slechts enkele uitzonderingen. 

Het bevrijdende aspect maakt contact met de vrije wil en met de ether, het bevrijdende aspect is altijd specifiek goddelijk, een verrassings-element, etherisch, en zich van geen enkele vorm iets aantrekkend.  

Indien de hemel, de sterren en planeten erin slagen dit goddelijke element over te dragen, hebben zij hun opdracht vervuld.  

Zij werden van oudsher de "boodschappers van Ptah en Noût" genoemd, de kernen en openingen waardoor de hoogste trillingen tot de aarde konden doordringen.  

Niemand kan vooruit voorspellen wanneer en hoe een mens deze trilling opvangt.  

Een van de voornaamste organen is hier het hart; daarna de lever en tenslotte het vegetatieve zenuwstelsel.  

Het zijn drie bemiddelende organismen, die in binding kunnen staan met de geest of het spirituele element, dat heel het universum doordringt.  

Het verrassende is hierbij, dat hier ook totaal geen rekening wordt gehouden met een esotericus of een exotericus, met een kerkmens of een occultist; de dispositie is aanwezig of niet; vandaag kan hij er niet zijn, morgen plotseling wel en niemand kan deze dispositie WILLEN. 

We kunnen hem wel WENSEN, maar dit is een buiten-organische toestand; wensen is een latente kracht van het hart. 

De wens is organisch niet te plaatsen, slechts etherisch. 

Niemand kan willen wensen, niemand kan iets vooropgesteld en omlijnd wensen, wel WILLEN, maar het hart kan plotseling met de wens op de loop gaan. 

Overkomt u het nooit dat midden in werk, in plichten, in absoluut totaal absorberende omstandigheden, je hart met je wens op de vlucht slaat? Volkomen verrassend, onverwachts, soms beschamend? 

Een irritante ervaring voor wilskrachtige, verantwoordelijke, sterke mensen. Maar een gelukkige bijkomstigheid van de schepping: het verrassingselement dat overal een streep doorhaalt.  

Juist dit verrassingselement schijnt het evenwicht in het universum te bewaken. 

En bij ons? 

Irriteren wij ons aan de etherische boodschap van de sterren? 

Irriteren wij ons aan de vrije wil, die we niet kunnen tiranniseren, die we noch in dogma, noch in occultisme, noch in parapsychologie kunnen ketenen? 

Deze vrije wil is de universele wet van de hemelen; het is de plotseling doorbrekende lach als starre wetten ons drukken; het is de plotselinge huilbui als ons gevoel wordt geterroriseerd; dat zijn plotselinge factoren, in mindere dan wel meerdere mate van de vrijheid, die het uitgangspunt was van de schepping en ook het uitgangspunt voor onze z.g. val.  

Het uitgangspunt dat slechts geëerbiedigd kan worden door een onaantastbare, alwetende, alomtegenwoordige Schepper.  

De mens tolereert dit althans niet, of slechte met tegenzin. 

Allen die roepen dat ze "vrij" zijn, zijn het meestal niet; allen, die zeggen dat ze anderen vrij laten, hebben daar meestal moeite mee.  

Vrijheid is onbepaald, nooit bepaald.  

Onze vrijheid komt en gaat zoals de inspiratie kan komen en gaan. 

Zoals vriendschap, trouw, liefde kunnen komen en gaan en organisch niet te plaatsen zijn.  

Zoals kennis of gnosis buiten de cerebrale functies om aanwezig kan zijn.  

Het is deze vrije wil, deze boodschap der sterren die talloze occultisten, esoterici, wilsfanatici, strebers, mateloos irriteert. 

De menselijke arrogantie neemt het niet dat iets hem kan ontgaan. 

De vrije wil ontkomt aan de horoscoop, aan karma, aan god of/en duivel, aan alle menselijke wetten. 

Het is de vrije wil die het gevaar vormt voor alle ordelijkheid, maar ook voor alle leerstelligheden. 

De vrije wil is de goddelijke lach van de ziel, zoals de menselijke lach de bevrijding van de lever en het hart betekent.  

De goddelijke glimlach soms aanwezig op heilige beelden is een uitdrukking van de vlucht van de ziel, in vrijheid. 

Opkijkende naar de sterren kunnen we overweldigd worden door een vrijheidsimpuls, door rust, of door idealisme, de vrijheid van het onbegrensde, de rust van het eeuwig zijnde, het idealisme van de abstractie. 

Zonder de sterren zouden we omkomen in de eigen zorgen, in het neergezogen worden in de modder, in de tegenstrijdigheid, het onrecht of de pijnen en de sterfelijkheid van het aardse. 

Iedereen die depressief is zou naar de sterren moeten kijken, en zijn denken en zijn emoties laten meedrijven op de wolken en de sterrenlichten. 

Er zijn ontelbare sterren - gelukkig; niets kan hun aantal meten, niets kan hun val tegenhouden, niets kan hun samenklontering, hun sterven en geboren worden ophouden. 

Wij kunnen het aanzien en verbijsterd worden. 

Of geïrriteerd omdat we hen niet kunnen tiranniseren. 

Maar het meest bevrijdende is: het opzien in VER-wondering. 

Ver-wondering is grensdoorbrekend. 

Je over jezelf ver-wonderen kan verrassend zijn, of humoristisch, of pijnlijk, maar het is altijd verbrekend, opbrekend, het oude reinigend, verwerpend, iets nieuws tonend.  

Waarom kan de mens zo moeilijk met VER-wondering omgaan, en versteent hij veel vaker in BE-wondering? 

Omdat hij zijn vrije wil, zijn verrassingselement negeert, dan wel probeert te onderdrukken. 

Het verrassingselement is dikwijls iets wat je niet WILT, maar wat je ziel WENST. 

Gezegend het hart dat de ziel op haar weg via de sterren volgt, die weg is ongeëffend, geen mens heeft hem geëxploreerd, geen WIL kan hem gaan, en toch is hij vanaf de jongste tijden tot aan heden de meest begeerde weg, want, zoals de Druïde zo mooi zegt: 

"Ik ben geboren bij de melkweg, in de schoot der sterren." 

Daar is de goddelijke ether aanwezig en wordt de dauw geschapenen, houdt men HET leven levend, daar rusten de idealen der spiritualisten, maar ook die van de materialisten, allen zoeken zij nog horizontaal en niet verticaal. 

Maar als de spiritualist weigert het verticale horizontaal te realiseren is hij net zo falend als de materialist, die het horizontale niet met het verticale verbindt. 

Beide lopen met een half kruis, dat dan niets betekent als een waardeloze balk; slechts het kruis, de vier elementen, in het hart samengebonden door het vijfde, vormen het kruis dat bevrijdt, dat echter niet door lichamelijk lijden wordt verdiend, maar door het accepteren van de vrije wil, die geïnspireerd wordt door de sterren, en die een glimlach tovert op het omhoog geheven gelaat. 

Wie voelt zich niet opgeheven bij de aanblik van de lichtende hemelen?

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene