454 - terug naar de geboorteschreeuw

"Een willekeurig landschap is al een zielestaat." 

Zwitsers 

Wij worden allen in het leven geplaatst met de bedoeling een opdracht uit te voeren. 

Een ieders leven is als een landschap, er zijn landschappen waar men zou willen wonen, er zijn er die ons ontroeren en er zijn er die men bewondert.  

Ons landschap des levens is de plaats waarin wij moeten wonen, in ieder geval tijdens onze onmondigheid. We proberen van dat levenslandschap dan iets te maken, omdat geen mens kan bestaan zonder een wisselwerking tussen zijn omgeving en zichzelf. 

In onze tijd van therapeuten en van zeer minitieus onderzoek, ontdekte men dat het kind vanaf de geboorteschreeuw een zelfstandig individu'tje is, dat direct daarna de wisselwerking met zijn omgeving aangaat en ondergaat.  

Geboren worden is een moeilijke opgave; niet voor niets zijn er kinderen die niet geboren willen worden, noch eigenlijk willen leven, als gevolg van vroegere levenservaringen.  

En nu zijn we op aarde, voor de zoveelste maal, om eigenlijk weer terug te keren tot een ziele-geboorteschreeuw, waarvan de  lichamelijke geboorteschreeuw een weerspiegeling is.  

Ons hele leven is eigenlijk een geboortegang naar die uiteindelijke ziele-geboorteschreeuw, die we meestal niet bereiken, zodat we weer een leven moeten doormaken. 

Het lijkt er nl. op of we ons niet voldoende inspanning willen of kunnen getroosten om die geboortegang door te komen, een inspanning die voor b.v. de baby de moeilijkste is van zijn hele leven. Ook de psychologie loopt hier synchroon met de spiritualiteit, want momenteel probeert men mensen die allerlei angsten bezitten die doortocht door die geboortegang te laten imiteren, en opnieuw een schreeuw laten uiten, zodat de confrontatie met de existentie herzien wordt.  

Eigenlijk is dat hetzelfde wat we, gedwongen door de incarnatiewet, doorlopend allemaal doen; allemaal doen; de psycholoog daarachter is dan de Oerbron of Schepper, die ons dwingt te incarneren totdat die schreeuw er uitkomt. 

Hoe dikwijls ontvluchten we in ons leven realiteiten die we niet onder de ogen durven zien, en op dezelfde wijze ontvluchten we een geestelijke realiteit. 

Spiritualiteit is nl. de enige realiteit die genegeerd kan worden zonder dat we er direct voor boeten moeten, neen, die boete strekt zich uit over levens. Gods molens malen langzaam en fijn, maar ze malen, en dat vergeten we. 

De geboorteschreeuw van het kind komt als een zich ontladende spanning; spanning is een opeenhoping van energie, van kracht. 

Wie heeft ooit zoveel energie of kracht, gebalde concentratie aan de spiritualiteit besteed dat hij na de overwinning een spontane schreeuw zou uiten? Wie kent die opluchting dat hij het "gehaald" heeft. 

Is dit niet allemaal irreëel voor ons? 

Wat zouden we moeten halen? Wat zouden we moeten overwinnen? 

Welk leven, welke existentie wacht ons dan? 

We weten net zomin iets als de baby. Maar we ondergaan de geboortereactie niet, omdat we NIET geboren worden, of niet WILLEN worden, geestelijk bezien. 

Wij praten over wat we zullen doen als..... Maar de realiteit is altijd anders. Latent in ons ligt de zekerheid DAT we een ziele-geboorte-schreeuw moeten slaken, maar we weten niet hoe, omdat we de geboortegang niet herkennen. 

Hoevelen zijn er die bewust beseffen dat zijn leven een doorgang is, een toegang tot iets dat hij gekend heeft en weer hervinden moet?  

Al die psychosomatische ziekten komen immers voort uit het feit dat we niet weten hoe we met ons leven moeten omgaan? 

Dat we waarde hechten aan onbelangrijke zaken, door hun verlies uit balans geraken, en dat we de belangrijke dingen negeren? 

Wie kent het onderscheid tussen belangrijk en onbelangrijk? 

Waarmee beoordelen we dat? Onze maatstaf is immers ook afgesteld op valse verhoudingen? 

We behoren te beoordelen vanuit de geest, vanuit de spiritualiteit zijn heel wat dingen totaal zinloos, dingen die ons veelal nodeloos de das om doen.  

In het Evangelie van de Pistis Sophia, de twaalf boetezangen, bespeuren we een doorlopende geboorteschreeuw, die zich in 12 etappen herhaald.  

Een worsteling om het onbelangrijke, dat dikwijls helaas pijn doet, af te werpen voor het belangrijke, dat als een licht aan de einder ons bemoedigt. 

Wie ziet dat licht-aan-de-einder nog? Het licht dat op de grens ligt tussen het oude land en het nieuwe land, waarvoor we de zielegeboorteschreeuw moeten uiten? 

Hoevelen zeggen niet dikwijls: "ik ben het licht verloren", "ik zie het niet meer zitten", "wat bezielt mij nog?" 

Het voorgetrokken worden of het aangetrokken worden door een licht-aan-de-einder kun je slechts behouden, indien je het onaardse laat preveleren boven het aardse, het bovenmenselijke boven het menselijke, het ideële boven het reële. 

Beide horen bij elkander, scheidt men ze, dan wordt men òf materialist òf een onwerkelijke idealist. Een gedrag dat zowel materialisten als idealisten in een kwaad daglicht stelde. 

Idealisme behoort onaards te zijn, de wereld, de maatschappij, kent geen idealisme, staat het niet toe; de spiritualiteit kent nauwelijks materialisme, hoewel een verwerkelijkte spiritualiteit eigenlijk een vereniging is van materialisme en idealisme.  

Voor de materialist is idealisme onwerkelijk indien het niet verankerd ligt in de zichtbare materie. Iedereen die zijn spiritualisme vóór de ziele-geboorteschreeuw verenigt met materialisme komt teleurgesteld uit, omdat hij altijd strandt in een materialisme met een spiritueel sausje dat dit materialisme moet verzoeten of bedekken.  

En elke materie stelt teleur; elke materie is anti-idealistisch. 

De natuur kent geen idealisme, zij kent realisme, materialisme.  

Haar spiritualiteit is slechts haar achtergrond, maar zij heeft daar niet werkelijk deel aan, zij offert zich daaraan eigenlijk in haar stervensproces, een geboorteschreeuw voor een andere existentie.  

De doorlopende transformatie is een vorm van incarnatie, maar dan zonder het oog op een ziele-existentie. 

Daarom wordt de natuur gesymboliseerd door de liggende acht, de lemniscaat en de transfiguratie, de omzetting door de staande acht. 

Één leven onder-aards, één leven boven-hemels; in de natuur voltrekken zich alle levens op aarde; in haar processen weerspiegelt zij de geest, maar zij IS de geest niet; zij beleert ons, zij confronteert ons met de mogelijkheden, zij maakt ons attent op wat zou KUNNEN  zijn. Het is immers het Boek der Natuur! 

Een boek, een instructie-materiaal. 

Wie dit boek weggooit leert nooit iets, wie het doorlopend citeert wordt het boek zelf, maar nooit de Meester die het heeft geschreven. 

Ons hedendaagse leven met zijn ontelbare misstappen moet ons toch bewijzen dat we niet goed, of helemaal niet, in het instructieboek van de natuur hebben gelezen? 

Tevens moeten we dan toch begrijpen dat spiritualiteit, als praktijk, een woord is gebleven? 

Goed. niemand leert meteen, maar iedereen kan toch schrede voor schrede zetten? In iedereen behoort toch een opening te zijn om te willen leren? 

Slechts degenen. die intuïtief voelen dan wel bewust weten, dat er eens een hernieuwde ziele-geboorteschreeuw geuit moet worden, is bereid te leren. Alle anderen staan stil.  

Wie onder ons staat stil? 

Is er genoeg zelfcritiek om te onderkennen dat je stil staat, de interesse hebt verloren? 

Als we in dit opzicht stil staan kun je zeggen: je leven is voorbij,  vanaf dit punt ga je het opnieuw proberen. Bij dit punt begint je volgende leven, een nieuwe incarnatie beginnend bij het punt waarop je nu zou zijn ingeslapen.  

Dus dat betekent weer een incarnatie om de mogelijkheid van een ziele-geboorteschreeuw uit te proberen. 

Natuurlijk zijn er mensen die niets liever willen dan steeds opnieuw incarneren, "want het leven is zo mooi". 

Is het dat? 

Er is in een normaal leven net zoveel moois als lelijks, en als de balans in evenwicht blijft dan spreken we over "een goed leven".  

Meestal is dit echter niet het geval. 

Hij, die kijkt vanuit de geest ziet niets lelijks, alleen iets nuttigs.  

Hij, die kijkt vanuit de geest hanteert dan treurigheid en tragiek ook anders. 

Een geboorte is nu eenmaal moeilijk, aan de lichamelijke geboorte-signatuur bij het kind kun je de levenssignatuur van zijn leven herkennen, zijn schreeuw is tevens kentekend, zoals iemands stem, het geluid, een signatuur is. 

Geboren worden als ziel is voor ons een abstract begrip. 

Niemand weet wie en wat de ziel is, niemand weet hoe zij wordt herboren, alle literatuur ten spijt. Er zijn te weinig herboren zielen en te veel onbegrijpende zielen om de wijsheid van de wedergeboorte actueel te maken.  

Omdat de bewijzen zo schaars zijn neemt niemand die wedergeboorte erg serieus, al doen we wel alsof. Het staat zo ver van ons af. nietwaar? 

En onze herinneringen zijn zo vaag en de inspanningen zo groot.  

En na ons komt wel weer een nieuwe mogelijkheid. Het "nu" is belangrijk. Maar in dat "nu" is deze ziele-opdracht een ingeweven patroon.  

Zien we dat niet ? 

Zien we niet dat het mens-zijn vastgekoppeld zit aan die zieleschreeuw? 

Zien we niet dat het mens-zijn slechts realiseerbaar is door een bewuste spiritualiteit? 

Zien we niet dat die zeven oerzonden, waar we allen onder lijden, zoals we zeggen, slechts opgeheven kunnen worden door dit mens-zijn, uitgenomen de zonde? 

Het mens-zijn kent niet het "in duisternis verkeren" (de zonde), want elk mens-zijn wordt bezield door dat licht-aan-de-einder. 

Denk niet dat we mens-zijn omdat we existeren.   

Het mens-zijn houdt een evenwicht in, een normaal natuurlijk evenwicht; zoals de natuur gedragen wordt door de geest, maar wel normaal haar eigen wetten volgt. 

Wat zijn onze wetten? 

Niet die van de maatschappij, maar die van een levensgemeenschap, zoals b.v. die van de bijen. 

De bijen vliegen weg als hun meester sterft, dan zoeken ze een nieuwe meester; die hen liefheeft.  

Wat doen wij? 

We houden vormen in stand, die niet bezield zijn; we klampen ons vast aan figuren die ons niet liefhebben; we nemen geen afscheid van dode, afgelopen fasen. 

Kortom, we LEVEN niet volgens onze ingeschapen wetten. 

Ons leven tekent de disharmonie! 

TE veel smart, TE weinig vreugde, TE veel vreugde, TE weinig droefheid, TE veel zon, TE weinig regen of omgekeerd. 

Wie bestuurt dit levensklimaat? 

Onze geest, onze ziel, ons mens-zijn.  

Maar alles is afhankelijk van dat licht-aan-de-einder, dat zich    opnieuw manifesteert in een volgend leven, want het is ons licht. 

Een donkere einder belooft niet veel goeds, nietwaar? 

Indien dit tijdelijk is, is het overkomelijk, maar het kan niet oneindig duren. Een toestand die we in stand houden als we het geloof in de-terugkeer-van-dat-licht hebben verloren.  

Alles in de natuur gelooft in een wederkeer, geloven wij dat allemaal? Geloven betekent hier: weten, zekerheid. 

Er is een wederkeer op aarde, maar er is nog die andere, de zielewederkeer, die voor de meesten louter theorie is. 

Waarom? 

Omdat we zo ten dele zijn; omdat er één kant aan ons wezen is dat niet voldoende alert is, dat onwerkelijk is. 

Ja juist, de geestelijke zijde, een bovennatuurlijke zijde die ons niettemin kwelt. Anders zaten we hier niet, anders verdiepten we ons niet in de mogelijkheden van de spiritualiteit. 

Er zijn maar zeer weinig spirituele mensen, hoewel men zegt: dat er velen zijn. Er zijn spiritueel geïnteresseerden en dat is wat anders.  

Dat is een begin, een vermoeden van iets. 

Maar daarbij kan het niet blijven. 

Als spiritualiteit inhoudt dat we afrekenen met de oerzonden, dan zijn we voorlopig bezig, nietwaar? 

Want de oerzonden zijn ingeschapen in de natuur en daar zijn ze instinctief, maar nooit vernietigend. Bij ons zijn ze destructief geworden, zeven demonen die satanisch regeren. 

Kent u ze nog? 

Hoogmoed, wellust, jaloezie, gulzighed, gierigheid, drift en luiheid. 

Stuk voor stuk demonen die dat latente stukje spiritualiteit-in-ons vernietigen kunnen, zodat we louter natuur worden, instinctief, driftig levend zoals de dieren, beangst zoals de zwakke dieren, prooi zoekend zoals de sterke dieren. 

Elk van die hoofdzonden ontneemt ons de lust naar een ziele-geboorteschreeuw. 

Welke van de zeven ligt bij ons op de loer? 

Ontneemt ons dus onze opdracht, zodat we met zekerheid stil gaan staan? Wordt dan het spreken over spiritualiteit niet een farce? 

Een geboorte is een moeilijke opgave en een moeilijke fase, en men moet slechts op één ding zijn geconcentreert: de geboorte zelf. 

Al het andere telt niet mee. 

We zijn dan klaargemaakt voor deze inspannende fase, we hebben dan de mogelijkheid hem te volbrengen. Als we voor de ziele-geboorteschreeuw staan, zijn we gerijpt in ons mens-zijn; dan worden we niet meer afgeleid, noch beangst, noch schijnheilig, dan weten we: ieder moment kan het komen. 

Dan komen de stuwingen, de golven, het uitgestoten worden uit het oude leven, ons gezapige, wellicht prettige leven, dat we echter wel als tijdelijk herkenden. 

En dan - in een ommezien - in een plotselinge overgang is daar dat geboortemoment, het licht, de schreeuw van verrassing, van bevestiging, van opluchting. 

Een onvergetelijk moment. 

Wie het kent, wordt erdoor getekend. 

Wie het niet kent, praat erover, droomt er misschien van. 

Maar niemand ontkomt eraan. 

De ziele-geboorteschreeuw die van ons een herboren god maakt, een zoon des mensen, geïncarneerd als godheid.  

Want er is géén legende die niet stoelt op de werkelijkheid.  

Hij, die dit weet, bemoedige zichzelf erdoor! 

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene