453 - God heeft engelen - de mens heeft slaven

"De hand die te kort is om een dienst te bewijzen, is het ook om een hogere plaats te bereiken."  

Egyptisch 

"Groet geen kaaiman; dat zou niet uit vriendschap zijn, maar uit onderworpenheid."  

Madagaskar 

Mensen zijn vreemde wezens, zij doen zich altijd anders voor dan ze zijn en velen hebben zulk een angst voor hun medemensen dat zij "de kaaimannen onder hen groeten, uit vrees voor represailles".  

Is het een wonder dat de begerenswaardige kwaliteiten, zoals trouw, vriendschap, barmhartigheid en liefde, zelden of nauwelijks worden aangetroffen? 

De psychologen zeggen dat onze dromen in de loop der eeuwen gecompliceerder zijn geworden, omdat de mens zich meer verbergt; kinderen dromen eenvoudig en direct zonder symbolen, volwassenen verbergen hun ware aard, hun wensen en bedoelingen achter symbolen.  

Vandaar dat elke droominterpretatie behoort bij de dromende mens; iedereen droomt in specifiek zijn symbolen, geënt op omstandigheden, bewustzijn, leven.  

Een onderworpen mens droomt heel anders dan een autoritair mens; een onderworpen mens maakt van zichzelf een slaaf, een autoritair mens kan van zichzelf een godheid maken.  

Zo is de wereld, net als de hemel, onderverdeeld in twee soorten: heren en dienaren. Een heer kan een slecht mens zijn, maar een dienaar eveneens. Een heer brengt zijn karakteristiek mee in zijn religie of geloof, maar een dienaar eveneens. 

Het afleggen van ons karakter is de moeilijkste taak; vooral omdat dit niet wil zeggen dat iedereen dan maar een meningsloos wezen moet zijn. 

De autoritaire eigenschappen die in elk mens verborgen liggen, ook in de slaaf, komen pas tot bloei indien de levens-omstandigheden zich daarvoor eigenen. 

Geen mens is nl. in 't leven gezet als slaaf, en elke denkvrijheid op verbeterde omstandigheid wordt een provocatie aan de autoritaire instincten. In de kudde heb je onderworpenen, maar welk mens is geroepen tot kuddedier? 

Het je boven de kudde uitwerken gebeurt op velerlei manieren; maar het heeft altijd te maken met het verbreken van ketens, boeien, banden. 

En als je dan nagelaten hebt je denken te ontwikkelen, kun je de verkregen vrijheid niet aan. Vrijheid moet namelijk worden beheerst en deze beheersing bezit de autoriteit.  

De esotericus, de van dogma's en kerken vrijgevochten mens, gaat spelen met zijn vrijheid; en nu kan deze hem gaan overheersen, zodat hij opnieuw een slaaf wordt, nu van zijn vrijheidsdrang, dan wel, hij gaat intelligent om met die vrijheid en groeit daarin. 

Slaven groeien pas als ze vrij zijn, heren groeien als ze hun vrijheid beheersen. 

Een godheid, en dat zijn we in wezen allemaal, doorziet de misleidingen van een vals vrijheidsbegrip, hij zal nooit de kaaiman groeten uit angst, maar wel voor hem op zijn hoede zijn, omdat hij het gevaar onderkent. 

Wel, als we nu deze beelden verplaatsen naar onze maatschappij,  naar ons leven, èn naar onze levensinstelling, inclusief onze geestelijke gezindtheid, dan zullen we bemerken dat er aan de situatie van kaaiman en groetende niet veel veranderd is, behalve de decors. Zelfs binnen onze geestelijke gezindtheid gaan we op dezelfde voet verder. We verwarren dienstbaarheid en slaafsheid, en het ware heer zijn en de arrogantie.  

Arroganten hebben TE korte handen om een dienst te bewijzen en slaven groeten de kaaiman.  

Het krioelt binnen onze levensomstandigheden van "kaaimannen" die we groeten uit angst om opgevreten te worden; onze maatschappij is hieruit opgebouwd, diverse geestelijke of z.g. religieuze groeperingen kennen hun kaaimannen en de toekomstige slachtoffers. 

Maar het vreemde is dat de toekomstige slachtoffers glimlachend  hun einde tegemoet zien en er zelfs nog trots op zijn te mogen worden gevreten. Dat is een anti-menselijke instelling, een ziekelijk verschijnsel. 

Het is ondermenselijk en behoort zelfs niet bij de dieren die zich nooit toegeeflijk laten slachtofferen.  

Slechts een arrogant heer doet met zijn slaven wat hij wil, veelal omdat zijn eigen hand te kort is om dienstbaar te kunnen zijn. 

God heeft engelen; engelen zijn dienaren, maar wel in vrijheid; dit symboliseren hun vleugels, die in sprookjes voorkomen. 

Een dienaar heeft een opdracht die hij zelfstandig uitvoert zonder enige angst voor straf; hij bezit geen kaaiman-angst, omdat zijn taak is afgebakend en speciaal voor hem bestemd. 

Dat is een positie in overeenstemming met zijn innerlijke bewustzijn.  

De natuur en de schepping zijn onderverdeeld in taken met de daarbij behorende werkers.  

Zelfs in ons organisme herken je dat: elke cel heeft zijn opdracht en komt niet op het gebied van de andere cel, maar sluit zich wel bij het werk van de anderen aan. De enige die deze cellengemeenschap schadelijk kan verstoren is de denkende mens.  

De denkende bouwt een schimmenspel op en perst zich in een rol zonder dat hij zich afvraagt of zijn organisme daarmee accoord gaat, dat organisme is zijn slaaf en hij doet daarmee wat hem goeddunkt.  

Het organisme rebelleert door ziekten.  

Het is NIET slaafs, maar geordend in een gezamenlijke arbeid en daarin heeft het zijn wetten die de denkende mens nooit straffeloos kan opbreken.  

Slaafse mensen, genoodzaakt het eigen indivdu te vernederen tegenover een "kaaiman", wreken zich op hun organisme, dat zij als slaaf gaan behandelen en kastijden door allerlei onwijze ingrepen. 

Het is het bekende voorbeeld van de directeur die de opdracht doorgeeft aan zijn secretaris, deze geeft deze weer door aan zijn ondergeschikte en die weer aan zijn knechtje, totdat de opdracht terechtkomt bij het duvelstoejagertje. 

Iedereen voelt zich een autoriteit, hoewel hij nog slaaf is.   

Uit deze slaven-mentaliteit komen net zoveel gevaren als uit de valse autoriteiten-mentaliteit, die uitmondt in een gevaarlijke dictatuur.  

Dictators en slaven vind je in alle groeperingen, en er kan slechts verbetering in komen indien de mens verandert en de verhouding wordt als heren en dienaren, waarbij de dienaar eveneens heer is en de heer dienaar. 

Het is evenmin een schande dienaar te zijn als heer, maar het is wel een schande onmenselijk te zijn in beide posities.  

Onmenselijk wordt men zodra we ons tekort voelen gedaan in het mens-zijn, ofwel ons dit mens-zijn wordt onthouden door omstandigheden, door onszelf, door allerlei ingevreten angsten en vrezen of ingesuggereerde ideeën.  

Een mens is nl. een god en een dienaar tegelijk; heerser over zijn eigen cellengemeenschap; als heerser over zijn eigen denken en gevoelen kan hij een godheid worden dan wel een demon, een arrogante, egocentrische god. 

Daar er aan onze godheids-beeltenis en -praktijk wel zo het één en ander mankeert is de hele maatschappij gedoemd geworden een hel te zijn voor velen, ook voor onszelf. 

In de hel wonen demonen, goden, die noch hun denken noch hun gevoelens beheersten; de duivel heeft duiveltjes die hun eigen ongenoegen botvieren, nietwaar? Weer op de slachtoffers, u en ik.  

En wie nu denkt dat esoterici, occultisten, vrome kerkmensen hieraan ontsnappen, heeft het mis. 

Aan deze wanorde ontsnapt alleen de volwaardige mens.  

Iemand die noch vrees kent voor de kaaiman, noch een TE korte  hand heeft om een dienst te bewijzen.  

Wie denkt dat hij zichzelf tot een volwaardig mens kan oefenen, heeft het ook mis. 

Volwaardigheid ontstaat uit gevoelen in denken, hart en hoofd. 

Volwaardig zijn betekent in alle opzichten bewust leven, gevoelig èn verstandig zijn. 

Acht slaan op de tekenen van alle dag, steeds opnieuw bij jezelf te rade gaan zonder jezelf doorlopend als middelpunt te zien.  

Het vrij zijn van banden betekent immers het aangaan van banden tussen jezelf en de Schepper; maar ook tussen je lichaam en je gevoels- en denkleven; waarbij de twee laatste afgestemd zullen zijn op de Schepper of de Kosmos.  

De trillingen van de Kosmos komen o.a. binnen in de kruin of de pinealis, maar ook in de andere klieren met interne secretie, en hun insteliing is afhankelijk van ons denken en gevoelen en vice versa.  

Het is een gesloten energie-circuit.  

Daarvan is het lichamelijke organisme afhankelijk.  

Het is de dienaar van de geestelijke energie-centra in ons aurische lichaam. 

Elke goede gedachte, elke goede emotie, activeert deze centra; elke slechte gedachte of emotie remt hen. 

Afremmen betekent energie-verlies, en energie-verlies ontketent mankementen in de cellengemeenschap, met hun organen als werkcentra. Energie-slurpers verlammen ons, maken ons depressief, onverschillig, ongeestelijk, lauw. 

Geen enkel werk slurpt zoveel energie op als een verkeerde emotie of kommervolle gedachten. 

Iedereen weet dat verdriet ons belet ons gewone werk te doen; aan de andere kant kunnen we zeggen: ik stort me in werk om het verdriet te vergeten, dat is natuurlijk geen "vergeten", maar een wegdrukken, op de achtergrond schuiven. 

Ook hier komt de rekening op een kwade dag. 

Ook hier bewijzen we dat we niet beseffen wat het betekent volwaardig mens te zijn, met alle gesteldheden daarmee verbonden: regen - tranen; zon - vreugde; donder en bliksem - woede; wind - ademhaling.  

In de slaaf zijn deze gesteldheden net zo chaotisch als in de dictator; en in onze maatschappij worden deze gesteldheden nauwelijks geduld, dat belemmert ons in ons mens-zijn.  

Een re-ligio (als alles goed is) zou bij de vreugde moeten behoren. 

Doet zij dat dikwijls? 

Gif wordt reeds al te vaak verzameld in ons geforceerde leven, waar we vergeten tranen te storten om het af te voeren; emotioneel gif uit onze dictatoriale dan wel slaafse positie geëxtraheerd, gaat vastzitten in ons organisme, maar belet ons ook kosmische energie te absorberen en/of te verbreiden, en zo kunnen we wegkwijnen.  

Het tegenover elkander staan als mens schijnt een moeilijke opdracht te zijn geworden, we lijken ons te hebben verward in al die maskerade-pakken; en deze - op hun beurt - roepen weer nieuwe neven-werkzaamheden, neven-maskerade op; waardoor er weer nieuwe terminologieën, instructies, therapieën en leringen op de markt komen.  

En nu zien we door de bomen het bos niet meer.   

Wat kunnen we daar tegen doen? Trachten meer en meer het masker af te werpen, tegenover onszelf, tegenover de omgeving.  

Ook in geestelijk opzicht. 

Dekmantels DURVEN afwerpen; de kaaiman negeren, of de TE korte hand langer maken. 

Ook binnen de gesettlde groeperingen waarin we misschien een strelende positie bekleden.  

Wat vinden we strelend en wat vinden we beledigend? 

De slaaf wordt beledigd, de dictator wordt gestreeld. 

Ook dit brengen we mee binnen onze groeperingen. 

Slechts het beledigd worden in je mens-zijn is de moeite van het protesteren waard. Tegen elke vorm van streling moet je altijd protesteren, eerder, tegen je gevoel van graag gestreeld WILLEN worden. 

God en Zijn engelen vormen een gemeenschap; de mens en zijn slaven nooit, er broeit altijd opstand. Of deze verhouding zich nu buiten dan wel binnen onszelf afspeelt: de opstand broeit. 

Anders is het als je jezelf als slaaf voelt, hoewel je het niet bent; dat is een vorm van minderwaardigheidscomplex. 

Het tegenovergestelde gebeurt ook: je dictator of heerser voelen, hoewel je stikt van de angsten. Ook dat is een complex. 

Complexen zijn uitwassen van het onvolwaardige mens-zijn;   complexen worden overal afgereageerd, iedereen weet dat.  

Maar dat behoort bij het ziek-zijn; in het stadium daaraan voorafgaande kunnen we dit voorkomen.  

Onze onoprechtheid dwingt ons onze fouten, de onvolwaardigheid in ons mens-zijn te verbergen, alsof we ze daardoor zouden opheffen.  

Deze schijnhouding reageert zich ook af in onszelf. Als we ons niet verstoppen in onze sohijnposities, waar dan ook.  

In diepste wezen WENSEN we allemaal een volwaardig d.w.z. voldaan, bevredigd en gelukkig mens te zijn. 

Onze wens regeert ons, zo niet overdag, dan wel 's nachts in onze dromen. Onze wens kenmerkt ons. 

Zolang we een dictator dan wel een slaaf wensen te zijn, is er iets mis met ons mens-zijn. 

Je hebt kleine en grote dictators, maar het gaat om de mentaliteit.

Je hebt emotionele en mentale slaven, ook hier gaat het om de mentaliteit. 

Ooit bemerkt dat we soms onze mening laten vallen voor een andere, hoewel we het er NIET mee eens zijn? 

Slaven helpen dictators de mensheidsgeschiedenis te veranderen in een bloedbad, hier zijn dus beiden schuldig.  

Slaven helpen dictators de mensen te ont-"ikken", ook hier zijn beiden schuldig. Iedereen bezit zijn eigen schuldrekeningen, die hij moet vereffenen om ze op te lossen.  

Ons organisme schrijft rekeningen uit en onze medemensen; omdat we veelal geen goed idee hebben van schuld en/of boete kunnen dictators de slaven ook hier ketenen. 

Vrijkomen van slavernij en van dictatoriale instincten betekent: denken en gevoelen ontgiften, vermenselijken en daarna kun je hen pas vergoddelijken. Ontgiften is belangrijk.

Je ontgift heel vaak door een "antidoot" van edele gevoelens en gedachten. Het ene vervangt het andere, ze kunnen nooit tegelijk aanwezig zijn. 

Spiritualiteit begint door het onedele te vervangen door het edele, nietwaar? 

Hoe doe je dat?  Te beginnen met je los-te-wikkelen uit al die maskerades. Vrijwel alle maskerades zijn terug te voeren op de angst, en er zijn ontelbare soorten angst. Maar in diepste wezen gaat het om dat "groeten van de kaaiman". 

De "kaaiman" in onszelf of buiten ons. 

Als we maar eens wilden inzien dat we zowel in de spiritualiteit als in het gewone leven alles gecompliceerder maken dan het is, en daardoor vragen om moeilijkheden. 

Het eenvoudige "zijn" is nog steeds een belangrijke opdracht.   

Niet het existeren, maar het "zijn". 

Het "zijn" als een door Gode geroepen mens, en hoe kunnen we op die roep antwoorden als onze slaven ons te veel te doen geven, of als de kaaiman ons doet beven van angst? 

Maar hij die IS, ziet toe dat hij niet valle.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene