440 - verlossing, een farce?

"Wanneer men de geest najaagt verkrijgt men de dwaasheid."   

Montesquié 


"Geest is radio-activiteit. Men flonkert van geest, men gaat op in een krans van fijne stralen." 

Hilsbecher 


Het is steeds verbazingwekkend hoe mensen over spiritualiteit en religieuze zaken denken. 

Niet voor niets menen velen dat geest-, filosofie, esoterie slechts onderwerpen zijn waarmede men zich vermaakt, maar die geen zoden aan de dijk zetten.   

We zijn gewend te denken in dingen die "nut" hebben.   

En onder "nut" verstaan we dan altijd iets waardoor we zelf beter worden. Dingen die niet "nuttig" zijn beschouwen we als amusant tijdverdrijf. En we hebben "geen tijd" voor amusant tijdverdrijf. 

Dat we hierdoor onze gezondheid en ons geestelijke evenwicht op 't spel zetten, ontgaat vrijwel iedereen. Of men beseft het slechts theoretisch.  

Filosofie is theorie, horen we zo dikwijls. 

Spiritualiteit is een abstracte zaak, je hebt er niets aan. 

In de religie, d.w.z. de georganiseerde, heeft men daar een oplossing voor gevonden: de beloning krijg je in het hiernamaals.   

En daar er niets zekerder is dan de dood, trekt men hiermede het publiek aan.  Het begrip "verlossing" speelt in velerlei kerkelijke, occulte en esoterische leringen een belangrijke rol.   

Mensen, die een hard levenslot hebben, willen daarvan worden verlost en hopen op een beter leven in het hiernamaals, hetgeen hun kerk of dergelijke hen dan ook belooft.  

In de esoterie ziet men verlossing als een bevrijd worden van het ego, van de "slechte" invloeden van de wereld en van de tijdelijke metgezel waarin de ziel gevangen ligt. Ofwel: verlossing is het herstellen in de oorspronkelijke levensstaat. 

Wel, zo zijn we dan beland in die sfeer van irrealiteit, van theorie en van abstractie, die velen de spiritualiteit en de esoterie verwijten. 

Dat verwijt kan slechts juist blijken, indien iedereen die zich met spiritualiteit bezighoudt mank gaat aan spirituele realiteit. 

Een spirituele realiteit die is verwaterd in dogmatisme en velerlei dwaasheden die de geest verkracht hebben. 

In hoeverre is in ons eigen leven de spirituele realiteit? 

Een spiritualiteit zonder woorden slechts getoond door daden? 

En in hoeverre weten we - uit ervaring - wat spiritualiteit is? 

In hoeverre praten we onze leraren na zonder enig idee te hebben van de werkelijkheid?    

Wat zegt ons het woord: verlossing, als we een goed en comfortabel aarde-leven hebben?   

Scheiden we "leven na de dood" van spiritualiteit? 

Wat is überhaupt spiritualiteit en verlossing? 

Waarvan willen we dan worden "verlost", als we zo fanatiek achter een geloof aanlopen, dat ons iets dergelijks beloofd? 

Willen we "goden" worden?    

In hoeverre hebben we dan een herinnering daaraan?   

Paracelsus zegt zo frappant: "Niets en niemand kan worden tot datgene hij NOOIT is geweest."    

Er moet in ons dus iets zijn wat ons tot een eventuele "verlossing" dringt.  Anders is het met die zogenaamde beloning in het hiernamaals. 

Zij, die dit aannamen, kennen het hiernamaals blijkbaar niet meer, missen de herinneringen.  Herinnering is bewustzijn,  zegt Plato.  

Als we naar een "verlossing" zoeken moeten we een vergelijkingsmateriaal hebben, of we moeten ons "gevangen" gevoelen, wellicht zijn we ontevreden met ons tegenwoordige bestaan. 

Een verlossing beloven doet velen in gelukzaligheid leven, maar ontneemt vrijwel iedereen de realiteitszin.  

Dit hebben nu juist de buitenstaanders tegen esoterici: hun "theoretische of zweverige gepraat".  

Inderdaad kan niemand ons bewijzen of er werkelijk een "verlossing" bestaat; niemand kan ons bewijzen dat hij zich "gevangen" gevoelt. 

Niemand kan discussiëren over een onderwerp dat geen enkel zichtbaar houvast geeft. 

Daarmede belanden we weer op het irreële vlak.   

Waarmede houden wij, al die mensen die over wedergeboorte, herstel of verlossing spreken, zich dan bezig?

Zijn we dan werkelijk "elitair"? 

Een woord dat in deze tijd van "gelijkheid" als een vloek wordt beschouwd.  Ja, we zijn elitair.  

Elke spiritualist die uitgaat van een "herstel in goden", is elitair tegenover al degenen die dit dwaas gezwets noemen, omdat er geen bewijzen voor zijn. 

En dit "elitair" is niets om trots op te zijn, integendeel, het bewijst dat we EENS behoorden tot de "goden, die gode verraadden". 

Die bovendien, gezien de overlevering, het evenwicht binnen de natuur en de menselijke levenshouding, uit hun balans stootten.   

Iets, waar we nu nog mee bezig zijn. 

Alle nevenzaken van de spiritualiteit, al die commerciële, esoterische, geestelijke bedrijven dragen er het hunne toe bij om natuur en mensheid van de Oerbron af te voeren, inplaats van hen er dichter bij te brengen, zoals men beweert. In deze hele commercie speelt de "verlossingsidee" een belangrijke rol. 

Het "verlost worden" klinkt degenen die op aarde eigenlijk niet thuis horen, omdat zij uit een "andere sfeer" kwamen, als muziek in de oren.   

Maar die verlossing wordt slechts realiteit indien die oerherinnering zò pijnlijk en zò dringend doorklinkt dat de betrokkene ook werkelijk iets doet voor die verlossing.   

En elke "eens gevallen Lichtzoon" zal beseffen dat geld of materie niets voor hem kunnen doen in dit opzicht.    

Maar iets anders laat deze Lichtzoon eveneens niet los: zijn WIL om coûte que coûte te slagen.  Eens was het zijn wil om te onderzoeken, nu is het zijn wil om terug te keren.    

De Zonen van het Vuur en de Wil moeten leren dat zij eveneens Zonen van Water en Aarde zijn.  En dat "water en aarde" hun eigen wetten hebben en uitsluitend bereid worden mee te werken indien "vuur en lucht" uit geestelijke trillingen bestaan. 

Zegt de overlevering niet dat "vuur en lucht en de geest" het water en de aarde hervormden in de schepping?  

Vuur en lucht rebelleren tegen ofwel associëren zich met de geest. 

Water en aarde wachten.  Zij zijn die ze zijn. 

Paracelsus zegt zo mysterieus: "Flegmatische typen kunnen niet coaguleren VOORDAT zij materie zijn geworden." 

We kunnen dit direct in de praktijk herkennen en in eenvoudige woorden vertalen: water- en aardetypen moeten bezield worden door vuur en lucht VOORDAT zij herschapen kunnen worden. 

Vuur- en luchttypen moeten LEREN dat zij hun wil en hun rebellie opgeven VOORDAT zij scheppen kunnen.  

In onszelf is duidelijk te herkennen bij zelfonderzoek wat verlost wil worden: water en aarde; ontvankelijke mensen willen NOOIT zichzelf verlossen, maar verlost WORDEN, zij wachten op iets of iemand. 

Vuur- en luchttypen willen het zelf klaren; eventueel zullen zij het ook voor anderen willen klaren. 

Vandaar dat het begrip "verlossing" twee betekenissen krijgt, het verlost WORDEN en het zichzelf verlossen.  Het zichzelf "verlossen" sluit direct aan op een oerweten en het verlost "worden" KAN aansluiten op een herinnering aan goden die iets gedaan hebben.  

We zien dan ook in onze huidige wereld hoe de spiritualiteit, of wat daar voor doorgaat, uiteenvalt in twee stromen: zij die zich LATEN verlossen en zij die zichzelf herstellen.   

Water- en aarde-typen, en vuur- en lucht-typen.    

Natuurlijk kun je niet generaliseren; maar het gaat uitsluitend om het "bezield" zijn doordat een oerweten drijft naar een herstel in goden, NIET naar een uitzien naar goden.  

Dat is het verschil. 

Je kunt het bij jezelf nagaan: Zie je uit NAAR verlossing, of ben je bezig aan een z.g. "verlossing"?  

Daadwerkelijk, zonder inmenging van derden?   

Ons baserende op een "oerweten" zouden we de weg tot die verlossing ongetwijfeld kunnen vinden. 

Dit oerweten huist in die z.g. elitaire groep, die het nu moet doen met een tijdelijke metgezel, zijn aardse mens, die ofwel snel bezield is, vuur/lucht; ofwel flegmatisch reageert, aarde/water. 

Maar die tijdelijke metgezel is werkelijk TIJDELIJK; hij behoort ondergeschikt te zijn aan de geest, waarvan de ziel een onderdeel is.   

Niemand kan zich verontschuldigen door te zeggen: ik ben zus of zo en daarom......, die tijdelijke metgezel is ondergeschikt, zijn klachten en zijn excuses zijn totaal onbelangrijk, bezien in de werkelijkheid van de ziel.  

Wel, wat IS ziele-werkelijkheid? 

Ook hier weer een abstractie, een filosofisch gepraat? 

Voor de ene realiteit en voor de andere abstractie. 

Het ligt eraan in hoeverre dat "oerweten" actief, wakker is 

Ons oerweten wordt aangesproken door "verlossing"; het verlost WORDEN past bij de aardse mens, met zijn herinnering aan de goden.  Maar een gevallen god geweest ZIJN of er mede te maken gehad te hebben is iets geheel anders.   

Esoterici worden verondersteld "goden" geweest te zijn.  

Wezens waarvoor het eventueel gedaan wordt door z.g. ondergeschikten, dan wel wezens die zelf handelden.  

Een z.g. elitair gezelschap dus. 

Een verknoeid gezelschap, een stelletje machtswaanzinnigen, dan wel een stelletje arrogante betweters.  

Maar wèl elitair. 

Zou hieruit die aversie tegen "elitair gezelschap" voortkomen?   

Zij, die het EENS, onvergetelijk, verknoeid hebben?

En als gevolg, in iedere incarnatie, het opnieuw verknoeiden?   

Wezens die WISTEN, maar niet DEDEN?  Of het tegenovergestelde deden?   

Waarom verdiepen we ons in esoterie?  Of lopen we vast in uitwassen daarvan zonder ons oerweten te bevredigen?   

Waarom LATEN we ons liever verlossen door een z.g. goden-zoon, die het voor ons doen zal?   

Waarom willen sommigen GEEN verantwoordelijkheid dragen? Omdat ze beseffen dat ze dat NOOIT hebben gehad?   

Wat is die strijd in ons, waar elk geloof en elke leer vol van staan?   

Een strijd tussen aardse mens en geestelijk wezen?   

Nonsens.  

Een geestelijk wezen strijdt NIET met aardse wezens, hij onderwerpt hen.  Een ziel strijdt niet met het ego, zij maakt het tot haar dienaar.   

Hoe kunnen we ons zulk een rad voor de ogen laten draaien, dat we gebukt gaan onder die zogenaamde strijd tussen ego en ziel? 

Ach, ach, het is zo moeilijk, horen we zo vaak. 

Wat is moeilijk? 

Alles is vreemd, abstract, z.g. noeilijk, indien we iets forceren. 

Indien we GEEN oerweten hebben en TOCH herstelde goden willen zijn.  

"Water en aarde moeten eerst materie worden."   

Dat wat NIET luistert (aarde) en dat wat steeds vloeit (water), moeten eerst tot een vaste bodem worden, die geest, vuur en lucht kan ontvangen.  Maar vuur en lucht behoren bescheiden, dienstbaar te worden aan de geest, VOORDAT zij kunnen herscheppen.    

Daar zitten we mee. 

Indien we GEEN geestelijke leiddraad bezitten, wordt de ene mens laks en slaafs; de andere intellectueel, obstinaat, arrogant. 

Maar het is die geest, ofwel het ontbreken van GOEDE geest, die het bewerkt.  Goden waren geestelijke wezens, die hun geestelijke gaven misbruikten. 

Niet luisteren, d.w.z. verharden; ofwel met alles meebewegen; fanatisme ofwel luchtigheid.   

En de ziel, die alert is, probeert de aarde ontvankelijk te maken, het water liefdevol, het vuur begeesterd en de lucht intelligent.    

Wat in ons tegenstribbelt OF geen zin heeft, is altijd de ZIEL. 

Zonder die ziel beginnen we NIETS. 

Elke eens gevallen Lichtzoon moet op een gegeven moment ZELF handelen om te worden wie hij WAS.  

Wachten op hulp is voor hen een tijdelijke fase, ZEER tijdelijk. 

Het wachten is bij hen totaal anders dan bij hen "die een herinnering bezitten aan de goden, die zij ZAGEN komen." 

Zijn wachten is een gespannen zoeken naar een aanleiding, een luttele aanleiding wellicht, waardoor hij zich herinnerde dat hij als een godenzoon NEERDAALDE. 

Vanaf dat moment, als hij zich dat plotseling realiseert zal alles voor hem anders worden.  

Hij geeft zijn zoeken NOOIT op, hij strandt niet in theorie, hij amuseert zich niet met ceremonieën of methoden, hij zal langzaam maar zeker zijn oerweten ONT-WIKKELEN.   

Dan blijft hij geen theoreticus die over een "verlossing" spreekt. 

Het begrip "verlossing" zegt hem wat. 

Hij wil zichzelf VERLOSSEN. 

En het begint dan dikwijls fout: met WILLEN, fanatiek WILLEN. 

Hoewel het moet beginnen met ERKENNEN na zijn HER-KENNEN.  HERKENNEN is als een lichtflits, erkennen is als het uitbreiden van een zacht, koesterend licht. 

Dat behoort elke zoekende mens, onverschillig waar hij zich momenteel bevindt, te ondergaan.   

Herinnering is bewustzijn, zei Plato. 

Wel, wat herinneren we ons? 

Zegt u: Ik herinner me niets.  Dat is nonsens. 

Je hebt dan nooit de tijd, de aandacht genomen om jezelf te onderzoeken.  Latent is er bij iedereen iets aanwezig.  

Er zijn talloze bewijzen voor zulk een oerherinnering.  

Het gaat er slechts om: waaruit bestaat die? 

Waarheen leidt die je? 

Logischerwijze kun je daarover niet discussiëren, hoogstens kun je ze met elkander vergelijken.  Maar alles staat en valt wel met de essentie van die oerherinnering, die zich allereerst ont-wikkelt in oerweten.  


Het is vele mensen eigen om te willen schijnen die ze niet zijn. 

Waar komt dat vandaan? 

De natuur is neutraal, zij heeft haar eigen wetten die altijd effectief zijn.  Schijn is daarin onbekend.  Meer willen zijn eveneens. 

Onderwerpen of heersen is een ingeschapen natuurwet, maar schijnen die je NIET bent, dat komt ergens anders vandaan.   

Zich schamen voor wat je bent of NIET bent. 

Dat is een volkomen verkrachte idee. 

Hoezeer zijn we verstrikt geraakt in verkrachte natuurwetten, waar doorheen die oerherinnering loopt die ons provoceert als we een comedie gaan opvoeren; een leven gaan leven dat in wezen NIET bestaat.  

Logischerwijze krijgt dan het woord "verlossing" een totaal andere klank.  Dan willen we eigenlijk van onszelf, onze schijn, worden verlost. 

Maar bij zoekende mensen zou dit niet eens ter sprake behoeven te komen, zoekend zijn betekent zijn "oerweten of oerherinnering" als leiddraad nemen. 

Het "gevonden hebben" bestaat niet, hoogsten HET herkend hebben. Maar dat is dan pas een luttel begin. 

Geen enkele gevallen godenzoon WORDT verlost, hij ZIET dat hij zichzelf verlossen moet en begint hiermede onder invloed van de alomtegenwoordige geest. 

Die tenslotte alomtegenwoordig is om, mede, de rebellen terug te voeren, nietwaar, maar deze moeten wel HERkennen dat ze rebel zijn, of dat ze blind zijn of erkennen WIE ze zijn.   

Een verlossing betekent GEEN beloning, het betekent aan jezelf werken, d.w.z. jezelf ONT-WIKKELEN. 

Zoeken met je ziele-zintuig; je niet storen aan suggesties van buitenaf, maar zoeken wat jezelf WEET, maar toedekte.  

Als je op deze wijze ZOEKT, onderwerpen zich alle elementen, en daarmede de natuurlijke mens, met zijn ego. 

Alles wat je van binnenuit doet, moet je "gelukkig maken, vrede geven", dat wil zeggen dat je iets hebt gevonden. 

En hierin beweegt het ego mee, het wordt dienaar. 

Daar is niets moeilijks aan.  

Wil en arrogantie, slaaf en dikkop die vinden het moeilijk. 

Maar ziel en ego begrijpen elkander best, INDIEN het oerweten en de oerherinnering opstaan.   

Het gaat er slechts om een weg te vinden waarbij oerherinnering en oerweten zo sterk als mogelijk optreden kunnen.   

En die vind je ALTIJD als je ziel alert is.    

Want het woord: de geest beheerst de materie, is waarheid.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene