436 - religie zonder ziel

"De kooi zonder vogel heeft geen waarde."  

Perzisch 


"Iedereen interpreteert op zijn eigen wijze de muziek der hemelen." 

Chinees 


De begrippen religie en ziel zijn onlosmakelijk met elkander verbonden; de ziel IS de re-ligio en re-ligio kan niet bestaan zonder ziel. Het is de ziel die de wederverbintenis wil en het lichaam staat daar volkomen buiten.    

Daarom, als iemand zegt: ik ben niet religieus, dan bedoelt hij slechts dat hij een weerzin heeft tegen religieuze organisaties, en tegen suggesties, die de mensen hun individualiteit en hun denken ontnemen. 

Ook is het natuurlijk absurd te menen, dat denken en re-ligio niet samen zouden kunnen gaan, integendeel: HET denken, dat stoelt op een kosmische informatie-bron, is onontbeerlijk voor de ziele-ontwikkeling. 

Dit is leuk in woorden uitgedrukt door Henri van Praag, die verschil maakt tussen informatie en materie. 

Hebt u er ooit over nagedacht dat informatie zeker niet uitsluitend via gedrukte woorden gaat, noch via de taal; voordat het woord is, voordat de taal bestond, voordat de beeltenis zichtbaar wordt, put de informatie-verstrekker uit een ondefinieerbare informatie-bron.  

Deze informatie-bron is onuitputtelijk; zowel de denkers als de kunstenaars uit verleden en heden putten daaruit, en nog is de informatie niet op, noch zijn de denkers en de kunstenaars ledig geworden.   

Religie neemt hierin eveneens een plaats in. 

Wij reageren op religie als op een informatie, we keuren de informatie goed dan wel af.  Maar degenen die ons informeren putten uit een informatie-bron en deze BEHOORT buiten het intellect te liggen. 

Intellectuele gegevens zijn eindig. 

Niemand kan meer informatie verstrekken dan hij heeft aangeleerd.  

Buiten deze eindige informaties zijn er echter andere gegevens die oncontroleerbaar zijn, die ergens, uit het niets, worden geput. 

Intellectuele gegevens kunnen worden gelokaliseerd in de hersenen; geestelijke, creatieve informaties, degenen die aanzetten tot scheppen, kunnen NIET worden gelokaliseerd. 

Geestelijke informatie wordt aanvechtbaar, wordt controleerbaar en meetbaar, zodra hij een middelaar, een inductor krijgt.   

De inductor meten we: de mens; zijn kunst, zijn leer, zijn verwoording. 

In wezen hebben die inductors niets met re-ligio te maken, noch met de geest. Zij zijn feilbaar, begrensd, soms zelfs onwaardig.  

Wel, de ziel, als deeltje van de geest is eigenlijk een informatie-bron, een onmeetbare geestelijke bron, waarvan de geest, de grote informatie-gever, zich bedient.   

De ziel aanvaardt en geeft informaties aan onze zintuigen door, ook aan ons hart en ons denken, die voor de materie, al het lichamelijke, niet te verwerken zijn. 

Alles wat onbegrensd, onaards is lijkt deze zintuigen, hart en denken, vreemd.   

Als we religie of/en ziel beoordelen, doen we dat via de materie, het lichamelijk. Als we veroordelen eveneens. 

Zoals wel eens is gezegd: iedere mens is grijpbaar op het menselijke, op het materiële. Zodra iets immaterieel wordt, ontsnapt de essentie aan de kritiek van de zintuigen. 

Geld en God zijn totaal verschillende begrippen; God ontsnapt ons, wordt onbegrijpelijk; geld kunnen we beoordelen en veroordelen. 

Over geld kunnen we discussiëren, over God niet, eenvoudig omdat het onbegrensde en onsterfelijke zich buiten ons begripsvermogen bevinden. 

Daarom, en dat is zeer waar, kunnen we onderling niet over de ziel discussiëren, over waar zij zich bevindt, wie zij is, waaruit zij bestaat. Datgene waarover we discussiëren is de ziel NIET, maar een concretie van ons verstand, of een emotie van ons hart. 

Net zomin kunnen we over edele, hoge gevoelens discussiëren, ziele-emoties worden uitgedragen, niet bediscussieerd. 

Er wordt onophoudelijk over de liefde gezwetst, toch zijn de mensheid, de wereld, de maatschappij, de georganiseerde religies Liefdeloos, met een grote L. 

Liefde, evenals vriendschap en trouw zijn geestelijke gaven, gaven die ons vanuit de ziel doorlichten, en wel of niet aanwezig zijn, een tussenweg is er niet.   

De ziel herinnert zich de volmaaktheid, de mens niet. 

De ziel van de ene dominee of pastoor kan zich die volmaaktheid herinneren, de andere dominee of pastoor bezit mogelijk slechts een intellectuele informatie.  

Iemand, die angst heeft om een georganiseerde religie te verlaten, bezit, zonder meer, weinig ziele-informatie. 

Hij is onzeker over zijn eigen inwonende ziel. Zich vastklampen aan uiterlijke houvast bewijst een gebrek aan innerlijke houvast. 

En elke esotericus, zelfs elke serieuze zoeker zou dus - via de ziel - van de zwervers en de dogmatici te onderscheiden zijn, wat helaas lang niet altijd het geval is.  

Een geestelijke belijdenis zonder ziele-informatie is waardeloos.  

De ziel zou moeten aanzetten tot denken, tot onderscheiden en tot levenswandel. 

Er is een interessante informatie over een natuurvolk, de  Doektoes uit Gabon, die zeggen dat de "mens oorspronkelijk onsterfelijk was, doch dat hun vergrijp tegen de wetten van de goden hen sterfelijk maakte. Toen zonden de goden een uil als boodschapper om hen over hun verloren onsterfelijkheid te vertellen. 

Maar de sterfelijke mensen wilden niet luisteren. Toen werd hun lot deze onsterfelijkheid wederom te beërven via de reïncarnatie." 


Een informatie die elke ziel zou moeten ontroeren.  

Zelfs zou moeten bewegen op zoek te gaan, te luisteren, betere informatie te verschaffen. Laten we vooral even denken aan je creativiteit: elke denker, elke goede kunstenaar, elke geïnspireerde mens weet: het is alsof ik luister, de informatie is in en om mij en die vertrouw ik toe aan de materie, waarin hij mij altijd onvolkomen lijkt, begrensd.   

Je kunt die informatie nooit helemaal pakken, en het vreemdste is, volgens de instrumenten is die informatie NIET meetbaar, maar hij IS er wel, dat weet iedereen.  

Alleen de energie-wisseling is meetbaar; de informatie bedient zich niet van energie alleen, de informateur bedient zich van energie om de betrokken informatie door te geven.  

Zijn energie versterkt zich terwijl de energie van de ontvanger vermindert, afzwakt. Doorgeven vraagt energie, ontvangen verzwakt een moment de energie. 

Het is dus logischerwijze het positieve dat energie gebruikt, en het negatieve dat energie ontvangt. Maar de informatie blijft gelijk. 

Hoeveel informatie je ook doorgeeft, hij wordt nooit minder. 

Intellectuele onderwerpen, ja, daarover raak je uitgepraat. 

BE-leren is eindig. Net als AAN-leren. 

Maar je geestelijk informeren is onuitputtelijk, net als het scheppen. 

Materiële beelden worden mogelijk eentonig; maar de informatie daarachter blijft nieuw. Dan wel: hernieuwt zich.   

Het is altijd: oeroude wijn in mogelijk herstelde vaten. 

Maar die oeroude wijn blijft boeien, naar wijn smaken, verliest nooit zijn kracht, het zijn de vaten die vergaan. 

Wij zijn de vaten, onze ziel verschaft ons wijn uit de onuitputtelijke wijnoogst van de geest.  

De ziel, als partner van die geest, stoort zich niet aan de staat van de vaten. Zijn de woorden van alle wijzen, waarachter ziele-informatie brandt, niet onsterfelijk?   

Zeggen we niet altijd: je moet van eenzelfde bezieling doortrokken worden, of eenzelfde informatie kennen om de geest uit die woorden te bevrijden? 

"Een kooi zonder vogel is waardeloos."  

Dat geldt voor veel dingen, voor woorden, leringen, mensen, religies en alle materiële vormen. 

Als ons, als bezielde wezens, iets boeit, dan is het de ziel van iets, de ziel brengt het leven, HET leven, niet de imitatie.  

Het huidige zoeken naar levend materiaal, levende dingen, menselijkheid enz. heeft direct te maken met het zoeken van en naar de ziel.   

Ontzielde mensen kunnen door de materie worden gevangen, eveneens door het onbezielde, door de imitatie, door de suggestie.  

Het meest misdadige dat men een levend wezen kan aandoen; is hem te ont-zielen; d.w.z. de eventueel zwakke ziele-informatie te drukken, af te leiden.  Dat wordt immers gedaan met het motto: denken is slecht, er wordt voor je gedacht?  

Er is namelijk meer nodig dan hersens, beter gezegd: hersens zijn eigenlijk NIET nodig om geestelijke informatie te krijgen, maar er is WEL een immaterieel denkvermogen nodig om die informatie te ontvangen en een materieel vermogen om deze tot onszelf, in ons menselijke begrip te brengen. 

Als geestelijke informatie blijft steken wordt hij ongrijpbaar, abstract, schimmig.  Dan spreek je altijd over aanvoelen en daar blijft het bij, maar ook dit aanvoelen kan zich onder bepaalde druk verzwakken, laten we elkaar niets wijsmaken.   

Juist het feit dat we veel minder aanvoelen dan weleer, maakt ons zo beperkt, zo ongelovig, zo steunende op intellect en tweedehandse informatie.   

De inductor, onze ziel, werd zwakker, en de ontvanger, ons lichaam, ons denken, ons hart werden materieel gesproken, actiever. Maar geestelijk ongevoeliger, omdat zij verleerd hebben te ONTVANGEN. 

Energie af te zwakken, opdat de ziele-inductor zou kunnen overdragen hetgeen zij weet. Het is toch frappant, dat als we lichamelijk vermoeid zijn, we helderder van geest kunnen zijn? 

Elke creatieve, iets doorgevende mens weet, dat lichamelijke vermoeidheid niets aan de informatie afdoet. 

Bezieling, ziele-informatie gaat BUITEN het lichaam om.  

Bezieling treft oude zowel als jonge mensen. Gebrekkige zowel als gezonde mensen. De geestelijke informatie dringt overal door. 

Dan kun je wellicht de materie, die gebrekkig weergeeft, veroordelen, maar de ontvangende ziel herkent de informerende ziel, en alle gebreken van de materiële doorgever vallen weg.    

Gebreken in lichamelijke zin, NIET in geestelijke zin. 

Er zijn natuurlijk geestelijke vergrijpen die het recht op informatie ontnemen.   

We zijn er allen van overtuigd dat we eeuwigheidswezens zijn, we schijnen allen de ene of andere informatie te bezitten die ons daarvan overtuigd. 

Of lieten we het ons aanpraten? 

Indien ja, dan twijfelen we eens aan de informatie. 

Alles wat we ons hebben laten aanpraten vervalt eenmaal en nu gaat het erom: blijft er iets over? 

Dat wat overblijft is RE-ligio en ziel. Re-ligio van de ziel. 

Een informatie van de ziel, een onvergankelijk gegeven.  

Iets dat ons tot na onze dood, tot in onze volgende levens geboeid houdt.  Dit gegeven, deze informatie, die hopelijk intensiever, wijdser en dieper werd, bestuurt onze levens, leidt onze levenshouding, beïnvloedt onze zintuigen, ons hart en ons denken.   

Dan maak je je geen zorgen als je de ene of andere intellectuele verhandeling NIET begrijpt, dat is totaal onbelangrijk.   

Dan maak je je geen zorgen of je een terminologie, een dogma, een hypothese niet begrijpt, dat is allemaal bijkomstig. 

Het gaat om het essentiële, RE-ligio en ziel. 

Plato zegt zo wijs: "De herinneringen vormen het bewustzijn."  

Ooit over nagedacht? 

Iedereen praat over bewustzijn. Wat is dat? 

Ja, er zijn talloze intellectuele en hypothetische uitleggingen mogelijk, maar de platonische omschrijving is het zuiverste en het meest ware. 

Onuitwisbare herinneringen liggen in onze ziel, waarvan de onsterfelijkheidsherinnering de meest ingrijpendste is, en deze herinneringen bepalen in hoeverre onze ziel ons hart kan ontroeren, BE-roeren, en in hoeverre we werkelijk kunnen DENKEN, zonder intellectuele inspanning.   

Zodra je je intellectueel moet inspannen is een ziele-informatie afwezig, dan knarsen uitsluitend je hersenen.   

Ontspannen mensen luisteren anders, ontspannen mensen denken anders, ontspannen mensen hebben andere emoties.  

Kun je je inspannen om een vriend te zijn? 

Kun je je inspannen om Liefde te gevoelen?  

Kun je je inspannen om trouw te zijn? 

Eens ontsnapt een gebaar, een gevoel, een uiting aan de contrôle van de wil en dan valt je masker af: dan toon je wat je hart, eventueel via de ziel, voelt, denkt. 

Je ziel bepaalt of je hart liefdevol is, bezien vanuit het grote medemenselijke liefdesgevoel; bezien vanuit het mede-leven als vriend; bezien vanuit de vanzelfsprekende trouw aan de geest.    

Deze drie edele gevoelens zijn natuurlijk, via de menselijke begrippen, afgezwakt; er wordt dagelijks mee gedreigd, mee gevlagd, mee gepronkt. 

Maar je kunt de schijnheiligheid dan herkennen.  

Niemand kan zijn ziel dwingen anders te zijn dan zij is, volgens de kwaliteit van haar herinnering en haar leringen.   

Als je zegt: ik houd niet van mensen - dan bedoel je: ik heb ze te hoog aangeslagen, ze zijn van hun voetstuk gevallen, dan hou je niet van de materiële mens, van de ontrouwe, liefdeloze, schijnheilige mens. 

Zodra hogere gevoelens afwezig zijn, wordt de mens een instinctief dier; zelfs een dier kent een zekere maat van trouw, alleen dikwijls vermengd met eigenbelang of slaafsheid; een dier kent een zekere mate van vriendschap en een zekere mate van liefde, maar we moeten hun emoties NOOIT vermenselijken, en dat wil zeggen, vergeestelijken, 

Bij een onbezield mens en een onbezield dier heeft het dier het voordeel van zijn natuurlijkheid; en heeft de mens het nadeel van zijn intellect dat hem geraffineerd, onnatuurlijk en sadistisch kan maken.   

De re-ligieuze ziel bepaalt het onderscheid tussen dier en mens.  

De degeneratieve natuurlijkheid van de mens plaatst hem onder het dier. Hel en hemel liggen in het denken, nietwaar? 

Hel kan het intellect zijn; hemel kan het geestelijk informatie-apparaat betekenen.

Als we ontsnappen aan onze eigen hel, verblijven we, op dat moment, in een informatieve sfeer, we ontstijgen aan onszelf, aan onze materie, aan onze begrenzing. 

En dat kan op talloze manieren gebeuren, dat weten we allemaal. 

Zodra de informatie ons van binnenuit gelukkig maakt is zij goed; maar dan kan deze ons ook nooit meer verlaten, omdat zij een inwonend weten is geworden. 

Dan kunnen alle imitatie, alle tweedehandsbronnen ons ontvallen, maar deze specifiek, zeer persoonlijke informatie blijft. 

Informatie verkrijgt men ONDANKS lezen, ONDANKS niet-lezen; ONDANKS zwaar dagelijks werk en ONDANKS ziekten.   

Het lezen van wijze woorden kan ons verbinden met de onbegrensde informatie daarachter, dat kan gelukkig maken wanneer het een herkennen is.   

Het gaat hier en in de re-ligio om HERKENNEN, niet om vernemen. Her-kennen en her-inneren behoren bij elkander. Een gezamenlijke her-inne-ring, een her-kennen verbindt de zielen of de mensen. 

Leringen verbinden nooit blijvend, het is het her-kennen dat uit de ziel komt. Her-kennen roept verwondering, inspiratie, bezieling op. 

Eigenschappen die ons verheugen en goed-doen. Eigenschappen die ons aanzetten tot verdieping, verwijding, onderzoek. 

Daarom: Wees attent op je ziel, wees attent op haar informatie en corrigeer jezelf als je iets doet of iets zegt dat zielloos en dus ook harteloos is. 

De ziel ziet het hart als eerste bondgenoot. 

Pas op je hart, beschadig het niet, want een geestelijk (NIET lichamelijk) volwaardig hart kan een onsterfelijk geluk in je brengen.  

Re-ligio is de herinnering van de ziel en een volwaardig hart laat zich leiden naar hetgeen de ziel liefheeft.   

Zo kan een mens - nu - van sterfelijk wezen tot onsterfelijke god worden.  

Een bevestiging van hetgeen hij reeds zo lang wist.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene