434 - de onsterfelijke melodie der elementen

"Het vuur brandt naar de waarde van zijn voeding." 

Ecclesiaste 


De leer van de vijf elementen is oud, reeds 2000 jaar voor onze jaartelling onderwezen de Chinezen de medische-, filosofische-  en natuurkunde-leerlingen in de basis-leer van de elementen. 

De vijf elementen behoren harmonisch samen te werken wil de schepping, en ook de mens, intact blijven. 

Men behoeft van de werking der elementen geen kennis te  bezitten om een goed mens te worden, noch om spiritueel te zijn, maar liggen we met onszelf in de knoop, vinden we dat we niet geestelijk vorderen, beklagen we onszelf over onze tegenstanden, dan is het goed op de hoogte te zijn van die onophoudelijke melodie der elementen die binnen en buiten ons merkbaar is. 

In de spiritualiteit hecht men veel waarde aan het vuur; het vuur is individueel, "het heeft geen broeder", zegt de Chinees; het wordt vergeleken met inwijding, enthousiasme, aspiratie. 

Al de andere elementen lijken ondergeschikt te worden als men aan vuur denkt: levendig, warm, kleurrijk, maar ook: vernietigend, alles op- en uitdrogend.  

Daarom, en dat is zeer diepzinnig, zegt de Chinees: eerst moet er water zijn, wil het vuur geen vijand worden.  

Wel, gelukkig bestaat de mens uit 70 % water; maar dat niet alleen: water wordt vergeleken met de ziel, het was er het eerste.   

Men kan zich niet voorstellen dat water en vuur samen een melodie zouden zingen, hoewel, kokend water in een ketel begint te zingen.  Dat is een goed voorbeeld voor de verbintenis: water-ziel en vuur-geest. 

Het vuur - de geest - draagt zijn enthousiasme en zijn aspiratie aan het water - de ziel - over en zij begint te zingen, omdat zij warm wordt, op haar kookpunt komt, dan gaat het water -de ziel - over in de verdamping, zij wordt etherisch, verspreidt zich in de lucht.  

De ether, het vijfde element, is een zeer werkzaam bestanddeel bij de omzetting. 

Niemand let daarop, niemand heeft enig idee van de etherwerking, toch is hij de drager van het silicium en de zaaier van de twijfel.   

Twijfel hebben we wanneer we op de grens staan van een verandering, een omzetting, die dunne grens tussen zijn en anders zijn, dat moment dat we niet weten WIE we zijn of niet weten WAT we hebben. 

De ether, of de twijfel, wordt aangewakkerd, opgenomen en getolereerd door al de drie elementen, lucht, vuur en water, maar het element aarde verdraagt haar slechts als een noodzakelijke  schaduw.  

Het element aarde staat in de esoterie altijd voor het stoffelijke leven, voor het zichtbare, het zekere, maar past bij de eigenschappen: zachtheid, heiligheid, ernst, bezonkenheid en geduld. 

Aarde wordt door esoterici altijd gezien als iets minderwaardigs, iets laags; het doet hen denken aan de stof, het ego, de tegenstand.   

Hoewel aarde, het stoffelijke leven, onontbeerlijk is om die harmonische melodie der elementen te vertolken. 

Vormen zij samen niet de vijfpuntige ster? 

Noch het intellect (de lucht), noch het water (de emoties), noch het vuur (de geest of de animatie) kunnen iets beginnen zonder die aarde. In ieder mens is te herkennen welk element domineert en de andere terroriseert.  

Vuurtypen kunnen agressief zijn. driftig. 

Watertypen kunnen kolkend onbeheerst zijn, alles en iedereen overspoelend met hun woeste golfslag. 

Luchttypen kunnen als een tornado woeden, iedereen door hun flitsende woorden overhoop slaande, zij kunnen medemensen - en zichzelf - ontwortelen.  

Aardetypen laten het tegenovergestelde zien, zij begraven zichzelf, zij zakken steeds dieper in die alles bedekkende aarde, zij sluiten zich af van elke innerlijke en uiterlijke beweging.   

De melodie der elementen is voor dezulken onhoorbaar gebleven, omdat de "ether" hen niet in een oogwenk verenigde. 

De verandering of de omzetting - een onbegrepen woord, een theoretisch begrip - is niettemin een voortdurende aanwezigheid in organisme en innerlijke wezen. 

De verandering is deel van het menselijke leven.  

Hij is noodzakelijk om van het ene naar het andere over te gaan en zou de ether op zulk een moment ontbreken, dan raakt de mens van de "kook".  

Van de "kook" raken, een prachtige uitdrukking. 

Als je "van de kook" raakt, ben je ergens midden in een proces blijven steken, je kon de procedure niet aan. 

Water blijft lauw; lucht komt helemaal niet te pas; vuur is zwak; aarde is niet meer aanwezig. 

En het vuur verwacht hulp om te ontvlammen, van de aarde, van het hout, van een aansteker. 

Vuur moet blijvend door aarde-elementen worden gevoed.   

Om te ontbranden, om te koken moet de mens allereerst "aarde" bezitten, een hecht fundament dat men, als men "begeesterd" is, in het vuur werpt, opdat dit zal branden onder het water, en de kook, met de lucht en de ether, zijn hoogtepunt kan bereiken.   

Emoties, ziele-ontvankelijkheid, worden omgeven door de andere elementen; geen enkel element staat alleen. 

Onevenwichtige, ontwortelde, van de kook geraakte of driftige mensen zonderen een enkel element af van zijn kameraden.   

Dat is geen theorie: we doen het dagelijks. 

De vier elementen worden samengebundeld door de ether en de aarde stabiliseert ze.   

God, als ether, brengt de mens, als de vier elementen, tot eenheid. 

God-in-ons. 

Paracelsus zegt zo mooi: "De kleine Archaeus, de ziel, MOET binding houden met de Alziel, opdat heiligheid, gezondheid en harmonie ons deel zullen worden." 

De melodie der elementen is een goddelijke zang.  

Een sferenzang. 

Als een mens deze sferenzang verstaat en erin mee gaat  bewegen, gevoelt hij zich "vrij".  

Vrijheid, die hem verandert. 

De associatie of het lagere evenbeeld kunnen we zien in de vakantie-mens, een totaal andere mens dan de geharnaste maatschappelijke mens.   

Vrijheid in denken, in gevoelen, betekent zich geen zorgen maken, zich niet bemoeiallerig gedragen en zo allerlei problemen scheppen, noch geteisterd worden door allerlei geestloze emoties.   

Kortom: in vrijheid laten de elementen zich bundelen, ook in de mens. Een ontspannen mens gevoelt zich vrij; zelfs zijn organisme herademt in die vrijheid. 

En een ontspannen, vrij mens is ontvankelijk voor de heilzame aanraking van de ether: de alomtegenwoordige god. 

Ontspannen mensen voelen anders. denken anders; ontspannen mensen zijn tolerant, liefdevoller. 

De woede van één der elementen, domineert hen dan niet meer. 

U kunt het bij uzelf nagaan: de basis-emoties vinden elkander weer.  Lucht - droefheid; vuur - vreugde; aarde - liefde; water - boosheid.  

Noch boosheid, oprechte verontwaardiging of droefheid, werkelijke hartepijn, mogen afwezig zijn. 

En de liefde is hier die verzachtende, koesterende emotie, die, als er voldoende van aanwezig is, de boosheid draagt. 

Zo is er nooit een ontsporing. 

Onbeheerstheid, in alle opzichten, is een natuurcatastrofe. 

Daarmede bedoel ik ook: de depressie. 

Het zich verschuilen in de donkere aarde, en niet gewekt WILLEN worden door licht, vreugde, koestering. 

Zodra de god-in-ons binding houdt met de grote Geest buiten ons, geuren alle elementen en iedereen verheugt zich in hen. 

Hierin ontbreekt de aarde niet: de lente, waarin het vuur, het water begint te verwarmen, dringt de geurende aarde-ziel naar buiten en de lucht draagt deze verder.   

Zo is het ook in de mens. 

De beginnende geestelijke warmte dringt de ziele-geur naar buiten, er komt een aangenaam aroma vrij. Deze mens (de ziel inbegrepen) geurt aangenaam, aangenaam voor God en door middel van zijn god.   

De geur wordt diep geïnhaleerd, gaat via de uitademing naar de medezielen; onze eigen diepe inhalatie in de lente-buitenlucht, of na een regenbui doet ons goed.   

Wij inhaleren de ziel van de natuurwezens; een kleine ziel, die binding heeft met de Alziel. 

Zielen, onverschillig hun grootte, begrijpen elkander. 

Een menselijke ziel, die geïnspireerd wordt door de geest, dus daardoor wordt verwarmd, bezield, komt in een ziele-wisselwerking met alles om zich heen. 

Niet het intellect maakt ons wetend, maar de ziel (het water) dat door het vuur wordt verwarmd.  Gestadig vuur dan wel een fel vuur brengt het water tot kookpunt. Maar eerst moet er vuur zijn. 

En wat geven wij dat vuur te eten? 

Aansteken is één: brandende houden is twee.   

Aangestoken werden of worden, of zijn we allen, maar brandende houden. 

Enthousiasme, felle bezieling zijn als een fel vuur, het koken geschiedt in een oogwenk en ook de verandering gebeurt ten goede dan wel ten kwade.  

Een gestadig vuur vraagt doorlopende voeding, dat is volkomen anders. Zwakke vlammen MOETEN doorlopend gevoed worden en vooral: zorgvuldig gevoed.  

Een fel vuur kan veel meer verdragen.  

Bezielde, enthousiaste mensen zijn als hongerende vuren: òf zij zijn snel opgebrand, dan wel zij worden gulzig en wie zal hen voeden? 

Zwakke vlammen sterven gemakkelijk, zij hebben vuurbewakers nodig.   

Maar wie zal waken? 

Herkent u hier niet de mensen? 

Herkent u hierin niet uzelf? 

En het moeilijkste is dat iedere mens de opdracht kreeg zijn eigen vlam, dan wel vuur, brandende te houden, niet opflikkerend, niet stervend, maar brandende.   

De voeding komt uit een aarde-element: zekerheid, liefde, zachtheid in al zijn vormen en tenslotte: de aarde zelf: IK.   

De aarde offert zich aan dat vuur. 

Een platgesproken regel, nietwaar?  

Maar het begint met koestering, een liefdevolle wake, attentie, nooit het vuur totaal laten sterven. Iedereen wil aangestoken worden, iedereen wil een vlam bezitten, iedereen wil bezield worden. 

Maar wie waakt over vuur dan wel ontstoken vlam? 

De elementen, als vertegenwoordigers van de schepping, dus ook van ons, moeten hun werk. blijven doen.   

Denken - de lucht; geluk en vreugde - het hart; bewogenheid en oprechtheid - het water; zekerheid en ernst - de aarde; en dan wordt de ether een welkome gast, waardoor deze elementen zich veranderen, het goddelijk-geestelijke tegemoet kunnen reizen: de twijfel, als begin van de wijsheid. 

Vergeet niet dat zekerheid ook een bodem vindt in geestelijke aarde. 

Iemand, die geestelijke aarde bezit, staat sterk en kan voortdurend meebewegen met de ether, hij groet de twijfel als een welkome gast, als een wisseling van de seizoenen.  Deze twijfel zie je overal om je heen: in de overgang van de seizoenen.  

Het gaat winter, lente, zomer of herfst worden, dat weten we, dat hoort zo, dat zijn regels. Maar wordt het wel zomer, winter, herfst of lente? 

Dat wordt bepaald door de gesteldheid van de elementen binnen de natuur. En daaraan mankeert het tegenwoordig nogal eens, net als bij onszelf.  Daarom wordt de ether, de twijfel, niet goed verwerkt; hij ontwortelt de mens en de natuur, en de schepsels.  

De vogels en de planten zijn in de war. 

De mensen geloven niet meer in de seizoenen. De maatschappij heeft zich er zelfs op ingesteld.  

We kunnen niets meer voorspellen zeggen de weer- en de reisbureau's.   

Maar de ontvankelijke mens, die binding houdt met de Grote Geest, waardoor zijn kleine geest gezond, dan wel heel blijft, ruikt en hoort of voelt de melodie der elementen, en deze geur en deze trilling vertellen hem wat hij wil weten.  Het is goed dan wel niet goed met de aarde-ziel, die alle elementen schraagt. 

Het is goed dan wel niet goed met de menselijke ziel; zijn hele stoffelijke uitdrukking draagt daarvan het stempel. 

We kunnen hier niemand, buiten onszelf, ter verantwoording roepen.   

Het is onze ziel, en de Grote Geest is alomtegenwoordig. 

Hoe houd je je ziel in binding met de Alziel? 

Door het vuur te voeden. Hoe voed je het vuur? 

Door brandstof toe te voeren, die jezelf van binnen verwarmt. 

Als je van binnen warm wordt is dat een teken dat het vuur opvlamt. 

Slechte brandstof maakt je heet, je verbrandt en daarna word je ijskoud, uit is het vuur. 

Goede brandstof verwarmt gestadig, constant, aangenaam. 

Ook de bezieling, het felle geestelijke vuur is aangenaam, het voed je organisme, je denken, je gevoelens, en je ziel (het water) weet, dat het tegen haar kookpunt aan is.   

Dan krijg je dat geluksgevoel, je kunt zingen, fluiten, en dan - dan komt dat veranderingspunt, en je weet wat er met die oude esoterische en alchemische termen wordt bedoeld. 

Een melodie der elementen is als een zang die het hart uit, omdat het gelukkig is; een "vrij" mens is gelukkig. 

Niet losbandigheid, dan wel wetteloosheid, of dat gemakzuchtige zichzelf ontslaan van verantwoording, neen, een innerlijk vrij zijn, omdat je niets kwaads kan overkomen, want de zekerheid (de aarde.) draagt je; dat is je liefde tot die Alziel. 

Je denken onderneemt fantastische reizen in het abstracte en de aarde belet dit denken op de vlucht te slaan.   

Je gevoelens verkrijgen contact met alles om je heen, mede-schepselen klein en groot, mens, dier en plant en mineraal, en ze worden niet meer zo intens bewogen dat hun golven je dreigen te verdrinken, want de wind. die de lucht zendt, is mild, en de aarde omvat de wateren als een zekerheid, er zal altijd "land in zicht zijn".  

En dan het vuur, die machtige broeder, het vuur is afhankelijk van wat jij het geeft: steeds een beetje, of dan weer heel veel; het verwarmt je, het droogt je tranen, het vult je hart met gloed en het dringt de heerlijke geur van je ziel naar buiten, als het je tranen omsmelt tot paarlen, met behulp van de ether. 

De ether die afgegeven wordt door alles en allen, maar die vooral toegevoerd wordt vanuit de Grote Bron des Levens.  

Het vuur zal je niet meer verbranden, omdat je zekerheid hebt en edele gevoelens, en een mild, tastend denken.   

Alles begint vlakbij. 

NU. In deze gedacht, in dit gevoel. 

Nu, nu je je vrij gevoelt en vredig. 

Nu wordt je vuur gevoed, en je aarde gedrenkt, en je lucht gereinigd en dan, in een flits, stemmen zij zich samen in hun melodie der sferen, een lied van tegengestelden die elkander ontmoeten in de etherische roep, die hen verbindt.    

Deze melodie kun je beluisteren, vriend, vriendin, als je hart het ingeschapen geluk weervindt. 

Op dat moment is het lente-in-je, of een moment van verfrissende regen en alles zal heerlijk aan je zijn, een ziel en een mens, die hun welriekende offer tot God omhoogsturen.  

Laat dit ons gebed zijn. 

Een geur, die welriekend is voor onze God.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene