424 - geprogrammeerd door de bezetenen

"De kooi zonder vogel heeft geen waarde." 


"Het volk bewondert te meer wanneer het minder begrijpt." 


Menigeen meent dat kennis niet noodzakelijk is om bewuster te leven, en negeert dus literatuur, leringen, aanwijzingen of feiten. 

Dit is dikwijls gebaseerd op de universele idee, dat ware Kennis van binnenuit opgeroepen wordt, hetgeen volkomen waar is.   

Maar zolang men deze innerlijke Kennis nog niet bezit of slechts in labiele vorm aanwezig vermoedt, zijn er andere aanleidingen om tot inzicht te komen, althans tot een eerste ontwaken. 

Het voordeel van leiders is, dat het een massa dom weet te houden en het nadeel van massa's is, dat zij zich dom LATEN houden.  

Wel, de eerste stap van een filosofisch mens is zich te verwijderen van de massa, die in stomme bewondering het vertoon van haar leiders beziet.  

Het gevolg is een uitzonderingspositie, waarin men zich moet schikken en die meer IN-spanning dan ONT-spanning vereist.  

Aldus is het geestelijke ontwaken niet voor een massa-mens, of een groepsfanaticus weggelegd. 

Het warme bed verlaten vraagt moed, inspanning en optimisme. 

En vooral: een innerlijke drang die uit hart en ziel voortkomt. 

Wanneer men wil dat zijn ogen worden geopend, moet men de consequenties van die wens dragen. 

Iedereen blijft zo lang in een gewenning doorsukkelen totdat hij aan den lijve, of in hart en ziel, zijn benarde situatie onderkent.  

Dat is de mens eigen.  

En of we onszelf nu esotericus of filosoof noemen, dit menselijke gedrag heeft vrijwel nog niemand afgelegd. 

Zij, die boven dit gedrag uitsteken, zijn de bezielden, de bezetenen door de geest, door een doel, dan wel door een ideaal. 

D.w.z. HET doel of ideaal, hun leer dan wel religie, heeft bezit van hen genomen en alle anderen, die lauw zijn en in bewondering terneder zitten, worden hun prooi, eenvoudig omdat zijzelf DE bezieling niet kennen. Hoe kom je tot bezieling? 

In de allereerste plaats door een innerlijke bliksemflits die het totale organisme, inclusief de ziel, in beroering brengt. 

Dit is geen ervaring van de slapende of blinde mens, maar altijd van de zeer alerte, druk naar waarheid zoekende mens. 

Zolang er in ons emotionele, dan wel denkleven nog programma's afgedraaid worden, die ons door een op groeps, dan wel eigenbelang gerichte bezetene ingekerfd werden, is het moeilijk om een geestelijke lichtflits te krijgen. 

Dan nemen we trouwens grotendeels genoegen met het afdraaien van een programma, een religieus, z.g. spirituele gewenning, een behaaglijk liggen in een geestelijk bed.  

De bezielende behoren tot de individuen, tot de bewuste Zonen des Lichts, die ofwel hun Schepper provoceren, onverschillig hun eigen ondergang, ofwel hun Schepper eren door zichzelf, alzo zelfscheppend worden. 

Het bezeten worden van iets, al dan niet spiritueel, is als het wandelen op het scherp van de snede, elk ogenblik kan het gebeuren: een val omlaag, als een Lucifer, dan wel een ontstijging aan het oude, als een quasar. Maar een quasar is zelfontstekend, zoals elke bezielde zichzelf ontsteken kan.  

Bezielden hebben daarvoor geen derde nodig, maar zij kunnen door een induiken in de zeer individuele innerlijke bron al het geestvuur doen oplaaien.  

Zij kunnen door een innerlijk uitzicht en inzicht de sterren van de hemel halen en hun naasten bezielen, maar zo'n bezieling van buiten af is voor die naaste slechts tijdelijk.   

Een flitsend moment, waarin hij aan een geestelijk vuur gewarmd dan wel ontstoken kan worden, maar het gaat voorbij, alles wordt weer duister, de blik wordt weer blind en bewonderend, het hart klopt de gewenning weg en hij blijft ronddolen in de grauwheid tot aan de volgende injectie van de bezetene die hij bewondert. 

Een bezetene is een Zoon des Lichts die ofwel zijn Schepper dient, dan wel zich tegoed doet aan de bewondering van de afhankelijken en zwakken. 

De wereld gedijt op vertoon, nietwaar? 

De wereld vreet het Licht van de bezetenen en de bezetenen zuigen zich vol met de bewondering van de dwaallichtjes. 

Daaraan ontkomt men slechts door inzicht, practische bewuste levenswandel en ook door: angstloosheid. 

Het vreesloze isolement van een quasar aandurven; een quasar die zich met enorme vaart voorspoedt naar het onbekende, het nieuwe, het onbegrensde, maar zich wel verwijdert van al het voorheen bekende. En die vaart behoudt hij door zelfontsteking, een voortdurende atoomexplosie die hem levend houdt. 

Een kettingreactie die hijzelf in werking houdt. 

Daarbij is er natuurlijk sprake van zelfontbranding, een offerande van het ene voor de ontvangst van het andere.  

Kent u deze voorstelling? 

Maar in deze situatie van zelfontbranding wordt er niet meer gedacht over, dan wel overlegd over het voor of tegen, men brandt, men is bezield, men is bezeten, in de goede zin van het woord. 

Een fanaticus is een vallende Lucifer, hij brandt op, hij vergaat, zijn prachtige eigenschappen worden zonder pardon weggevaagd; dat is het risico van een bezieling, het moment dat men van die vlijmscherpe snede afvalt. 

Niettemin wordt er van ons allen gevraagd een bezielde, een OMZETTER, een atoomreactor te worden. 

De tijd is altijd een afspiegeling van hetgeen zich in mensenhoofden en mensenzielen afspeelt en we leven in een tijd van spirituele hausse, nietwaar? 

Esoterie, occultisme, mysticisme zijn in. 

Dogma's, onbezieldheid, leerstelligheden zijn uit, behalve voor degenen die niet WENSEN te ontwaken. Stoffig zijn de dogmatische stellingen en leringen geworden, razend zijn de bedrogenen en schreeuwend van heimwee de hongerenden.  

De tegenstellingen, de schijn en de wreedheid ontmoeten elkander op het grote wereldtoneel en het wordt moeilijk zich slapende te houden.   

Slapen doen de massa's in of buiten de georganiseerde godsdiensten, maar daar zijn de eenlingen, degenen die zich los willen maken van de samengedrukte menigten, van de clusters, zoals de astronomen zeggen, en dan blijft er geen andere keuze dan: ofwel een andere groep zoeken uit angst voor de wijde leegte, de enorme lichtinwerking of de zelfontbranding, ofwel een quasar worden, één die het begrip van de klassieke onderzoekers te boven gaat. 

Zoals het leven van de wijzen ons begrip te boven gaat en we hen dus trachten samen te persen in een kader, een dogma; onder te brengen onder etiketten, of tenslotte een kerk te stichten onder hun naam, opdat zij ons nabij zullen blijven.  

Maar een esotericus is anders, nietwaar? 

Een filosoof, een occultist, een individuele pelgrim doet dat niet? 

Neen? 

Wie durft zich over te geven aan het onbegrensde, zonder houvast van iets zichtbaars dan wel tastbaars? 

Wie durft het te wagen uitsluitend op zijn eigen innerlijke lichtje? 

Wie durft de bliksemflits, misschien ontketend door iets buiten onszelf, voort te zetten in een zelfontbranding? 

Wat is een zelfontbranding? 

Een voortdurende geestelijke confrontatie, een verhitting of wrijving van twee tegengestelden, die toch één noemer bezitten en waardoor een nieuw element, een LICHT zichtbaar wordt.    

Licht halen is totaal iets anders als Licht hebben. 

En Licht hebben betekent automatisch zichzelf ontsteken.   

Dat kan men ook vergelijken met een schone vogel in een kooi, die een prachtig lied zingt, een onsterfelijk lied, vol van heimwee, met klanken en wendingen die men op aarde niet kent. 

Zodra men zulk een vogel de kans geeft vliegt hij weg, de oneindige verten tegemoet, daarom geeft men hem op aarde geen kans, hij is te kostbaar. Veel vogels, minder krachtig, niet in staat tot zelfontbranding, kwijnen weg in de kooi. Wegvliegers kortwiekt men, begrijpt u. 

En gekortwiekte vogels zijn er overdadig, van allerlei pluimage, vroeger glansden ze, of trokken zij de aandacht, nu gaan zij onder in die grauwe menigte, die zich met allerlei namen tooit: esoterici, mystici, christenen, occultisten, yogi's.....; maar de kleur is weg, de onaardse klank is uit hun stem verdwenen en de vroegere bezieling is vastgelegd in bekende klanken, die gaan vervelen, omdat zij de ontbranding, het nieuwe Licht, missen. 

Behoren tot de enkelen die hun lichtende weg naar de oneindigheid zoeken, dat is de opdracht voor de Lichtzoon, ingegeven door zijn Schepper en daarbij behoort de zelfontbranding, het ene geven voor het andere. 

Waarom vluchten we daarvoor in allerlei filosofieën, woord-kifterijen, vertoon van schijn? 

Wie weet NIET dat hij op de vlucht is? 

Wie weet NIET dat een goed mens zijn prachtig is, maar niet voldoende voor een Lichtzoon? 

Een bezielde, die zichzelf vergeet, die brandt zonder op te branden, is een bovenmenselijk creatuur, aan zijn menselijkheid ONT-stegen in kwaad en goed. 

Hij kan niet meer balanceren tussen kwaad en goed, hij kent het scherp van de snede en dat wil zeggen: hij is dan wel een Lucifer, een vallende vlam, dan wel een Christus, een Godenzoon. 

Zo'n creatuur discussieert niet meer over goed of kwaad, over zijn ziel of andermans fouten; hij gaat op in zijn eigen lichtexplosie en aarde en hemel VER-wonderen zich, en vooral: worden tot in het diepste diep tot zoeken, tot eenzelfde gigantische gedrag aangezet.  De bezielden trekken de intentie tot zich, zij provoceren, zij maken rebellen en zoekers, zij roepen ONDER-zoekers en Lichtzonen.  

Licht roept Licht - Kennis wekt Kennis - Inzicht brengt Inzicht.  

Niemand kan zeggen: O, dat heb ik niet nodig. 

Elke dag is vol met flakkerende vonken van reizende quasars, Lichtzonen, die vonken achterlaten of om zich heen spreiden; één vonk kan een Licht voor ons worden, zoals één pitje een appelboom kan worden. 

Maar die vonk moet gebruikt worden om ons brandbare materiaal te ontsteken en mag niet wegkwijnen in een kastje waar het mogelijk van afstand bewonderd kan worden. 

Een vonk mag ons verbranden, we mogen erdoor AAN-branden, we mogen erdoor pijn ondervinden, als we maar reageren, zeer individueel, ieder op de eigen wijze.   

Zijn we zelf niet dikwijls bewonderaars van zulke vonken, eens op aarde gevallen, nu wegkwijnend in afgeschermde kastjes? 

En maar erover praten en elkaar maar erop wijzen en alle andere vonken, brandend, levend, negeren, niet één oppakken, we zouden er onszelf eens aan kunnen branden.  

Esoterie, rozekruiserij, theosofie, mysticisme, christendom al die namen bedekken maar één feit: zelfontbranding. 

Offerande van het ene in ruil voor het andere. 

Dat mijden we, is 't niet? 

Kastjes bouwden we om de wijzen, muren trokken we op om hun beeltenissen, want hun quasar-schap kunnen of willen we niet begrijpen. Maar op quasars ontstaan een nieuwe Hemel en een nieuwe Aarde; op quasars ligt de ontsluiering van het geheim: op weg naar de grensdoorbreking, de oplossing van materie en anti-materie.   

Analoog lopende met onze tijd, zoals dat altijd gebeurt: zolang de mens het geestelijke raadsel van de wijzen niet hebben opgelost, zolang blijven de quasars een raadsel en vice versa. 

Zolang zijn zij zeldzame wonderen, waarover gediscussieerd wordt, waarover men hypothesen en interpretaties heeft, net als bij de werkelijke wijzen.  

En precies zoals de wijzen zeldzaam blijven, waarover men zich VER-wondert of die men BE-wondert, maar die men niet benaderen of imiteren kan.  

Een esotercus is iemand die de diepten peilt, wel, elke analogie heeft zijn diepten, elk mens heeft zijn diepten, de snede van het paradijselijke zwaard heeft zijn diepte, en elke diepte heeft zijn hoogten.  

Iemand die NIET diep kan denken, bezit eveneens geen hoogten.  

Massa's denken zonder hoogten of diepten, en dat is gemakkelijk, maar ook grauw. De hoogte heeft zijn consequentie en de diepte heeft zijn consequentie, en het zijn altijd de eenlingen die consequenties accepteren, die risico's aandurven, omdat eenlingen bezield kunnen zijn en in die bezieling, in die zelfontbranding verdwijnen hoogte en diepte met hun risico's en komt er de oneindigheid voor in de plaats, die noch klimmen noch vallen behelst, maar slechts een voortdurende reis betekent, een vliegen, een zich voortbewegen binnen andere dimensies, met andere verschijnselen, kortom: een ander universum ligt er voor de quasar, is het een wonder dat hij vreesloos is?  

Vrees is immers gebonden aan beperking?  

Een quasar heeft geen programma, reist niet volgens een bekende lijn, maar hij doet het tegenovergestelde dan men gewend is.  

Omdat hij aan andere, bovenaardse en zelfs bovenhemelse impulsen gehoor geeft, waarover de gebonden mens slechts in verwondering kan spreken.   

Dat nu is het geheim van de eerste aanleiding tot zelfontbranding: het zich VER-wonderen over alles dat aan het geijkte patroon ontsnapt. Het zich VER-bazen over dingen die anders zijn dan we, in ons geprogrammeerde denken vermoed hadden. 

Niet het afwijzen, maar het zich VER-wonderen en het over-peinzen, misschien is alles toch anders dan we geleerd, gedacht en geloofd hebben. Daarvoor moeten we ruimte laten onverschillig hoe we onszelf noemen.   

Zo is alle wijsheid en zijn alle wijzen geboren, het overpeinzen van dingen die anders waren dan men geloofde. 

Hierdoor worden we innerlijk rijk, hierdoor prepareren we de chemische materialen, die in staat zullen zijn zichzelf te ontsteken, want alles bezit een voorafgaand proces. 

Alles wat we doen moeten, willen we esoterici zijn, willen we waarlijke christenen genoemd worden, of alchemisten. of rozekruisers of theosofen of welke naam we ook prefereren, alles wat we te doen hebben is OVER-peinzen hetgeen ons VER-wondert, van het kleine tot het grote, GEEN haarkloverijen bedenken, maar IN STILTE ons VER-bazen.   

Zodra we onze verbazing uitspreken is de kans tot OVER-peinzen weg, de VER-wondering is verbroken en we geven onze kans tot verrijken prijs aan de materie, het onbegrip, de haarkloverijen en de discussies. 

Hetgeen de massa begrijpen en pakken kan wordt vernietigd, uiteengerafeld, sadistisch kapotgerukt, maar hetgeen zij niet begrijpen of niet pakken kan, BE-wondert zij, dan wel VER-wondert zich erover. 

Dit gedrag schuilt nog maar al te vaak in de mens, die zich maar nauwelijks van een groep, een massa, een dogma losgemaakt heeft.   

Besef dat, besef ook dat het helaas nog dikwijls in onszelf schuilt, al verbeelden we ons wellicht dat we er los van zijn; overpeins dus in stilte, zoek in de diepte en klim naar de hoogte, maar geef het niet prijs voordat je een quasar bent, een zelfontsteker, die zijn weg baant, weg van ons zonnestelsel, naar onbegrensde verten, waarvan geen mens een begrip heeft.   

Maar zijn Licht is onvergetelijk.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene