420 - wie is bang voor de profeet?

"Morgen is dikwijls de zwaarste dag van de week." 

Spaans 


De angst voor de toekomst is een drijfveer die de mens naar de waarzeggers voert, en die hem slachtoffer maakt van gewetenloze profeten.   

In het heden leven schijnt een moeilijke opgave, want het "geen zorgen hebben voor de dag van morgen" is slechts weinigen gegeven. 

Zorgeloosheid is echter heel iets anders dan vreesloos het heden èn de toekomst tegemoet treden.   

Iedereen herinnert zich het oude rijm: "De mens die lijdt het meest door de zorgen die hij vreest." 

De angst voor wat zou kunnen komen, verzekert de toekomstonthullers en waarzeggers van een welbesmeerde boterham.  

Waarom zijn we altijd geneigd heden, verleden en toekomst van elkander te scheiden en niet te zien als een eenheid? 

Gaat het niet velen zo dat als zij hadden geweten wat het leven hen brengen zou, zij bij voorbaat al van angst gestorven waren?

Ten eerste moeten we bedenken dat elk mens voldoende kracht bezit om heden en toekomst te verwerken.  

Het moderne en geijkte standpunt dat menigeen zijn ervaringen niet aan zou kunnen, is een uitvloeisel van de hedendaagse verworden zienswijze, die gefundeerd is in gemakzucht.   

Wij zijn te gauw bereid te aanvaarden dat we iets niet zouden kunnen; wij leggen ons te gauw neer bij een gemakkelijke oplossing, die meestal nauwelijks uitkomst brengt.  

Wij zijn, door een gebrek aan innerlijke zekerheid, te snel bereid ons vast te grijpen aan twijfelachtige steunpunten; kortom, innerlijke onzekerheid is een vruchtbare bodem voor dreigende suggesties.   

Er is een groot verschil tussen de realiteit onder ogen zien en spelen, in een soort zelfkwelling, met angstige voorspellingen.  

Een innerlijk standvastig en godvertrouwend mens zal nooit uit zijn evenwicht geraken en zich zeker niet laten verleiden tot panische handelingen, louter omdat de toekomst er somber zou uitzien.  

Kijk eens terug in de mensheidsgeschiedenis: een reeks van catastrofen, oorlogen, misdaden.  

De lichtpunten en de wijsheid zijn nauwelijks vindbaar. 

Zo is het ook met toekomstvoorspellingen: de catastrofale gebeurtenissen zijn in staat een mensenziel dermate te beroeren, dat deze de beelden kan schouwen en beschrijven.  

Catastrofen, explosieve aangrijpende gebeurtenissen dringen door het pantser van de aura heen en wekken emoties.  

De verbintenis tussen toekomende gebeurtenissen en de hedendaagse mens, is altijd een emotionele verbintenis: hetzij dat deze mens met zijn medemens begaan is; hetzij dat hijzelf een onuitgesproken vrees gevoelt; hetzij dat hij dermate onevenwichtig is dat allerlei beelden uit de onzichtbare sfeer hem verschrikken.  

Nuchter, en vooral onbewogen, de beelden uit een onzichtbare sfeer zien voorbijtrekken is een gave, een begaafdheid van de wijs geworden mens.  

Verschrikkelijke gebeurtenissen woelen ons innerlijk om, goede en mooie gebeurtenissen komen nauwelijks in ons gezichtsveld; wij voeden ons dagelijks met opbrekende en innerlijk vernietigende berichten, het goede of schone moeten we zelf zoeken, als de ellende ons emotioneel daartoe nog verlangend gelaten heeft. 

Velen hebben honger naar ellende, voeden zich bij voorkeur met emotionele, afschrikkende gebeurtenissen, hetgeen natuurlijk een ziekelijk verschijnsel is, maar helaas, een veel voorkomend verschijnsel.  

Wij zoeken een prikkel omdat we wat duf worden, verveeld, vermoeid of onverschillig, die prikkel vinden we heel dikwijls in de toekomstvoorspellingen, in de waarzeggerij, in occultisme of methoden die onszelf kastijden.  

Een langdurige tijd van innerlijke verstening en uiterlijke verwennerij is ons niet goed bekomen, we zijn emotioneel min of meer ziek geworden.  

Die emotionele instelling beïnvloedt onze levensstijl, onze manier van voeden, vermaken, interessen. We moeten dus, zoals steeds, terugkeren haar het punt waar het fout is gegaan.  

En waar is dat? 

Wel, daar waar we het innerlijke houvast verloren. 

Het zelfgevonden, zeer individuele, innerlijke houvast.  

Een zekerheid die je doet zeggen: al zou ik alles verliezen, dan nog bleef me deze innerlijke zekerheid. En dan praten we niet over de overdaad die we best kunnen missen, neen, over dingen waaraan we hangen. Er is hier natuurlijk weer een onderscheid tussen onverschilligheid en het stoïcijnse onthecht zijn.  

Onthecht ben je, als je op geen enkele wijze, en in geen enkele omstandigheid op eigen profijt uit bent.  

Onthecht ben je, als deze of gene niet onontbeerlijk voor je is.  

Onthecht is de mens, die als een onuitblusbare vlam in de chaos dezer tijden staat en zich noch door verleden, noch door het heden, noch door de toekomst laat verontrusten.  

Voor hem is de spreuk: Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad, een praktijk-ervaring, maar vooral het: elke dag moet je op zoek gaan naar het schone tussen dat kwaad.  

Als elke dag zijn eigen kwaad brengt, brengt hij ook zijn eigen goed, er is geen dag zonder kwaad en goed; als de toekomst er somber uitziet, en waarom zou die er lichtend uitzien, heeft die somberheid beslist een keerzijde. 

Die keerzijde vind je meestal niet voorspeld of slechts zeer summier, verdwijnende in de ellende die ons emotioneel zo aangrijpt. 

Elke generatie en elke tijd brengen hun eigen kwaad voort, maar eveneens hun eigen goed. Profeten voorspellen grotendeels naar aanleiding van het eigentijdse gedrag van hun medemensen.  

Zij zien in dat gedrag een verwekker van de toekomst.  

En dat klopt natuurlijk. 

In China heeft men al eens getracht door middel van een hedendaags gedrag een toekomstvisie te geven, toekomst beelden te schrijven op basis van het heden. 

Hetgeen grotendeels gelukte.   

Als wij Europa het ondergaande land noemen, dan kunnen we dat risicoloos doen op basis van de godloochening, de emotionele onevenwichtigheid, de losbandigheid en de gezinsverstoring van de Europeanen. Er is in de eenling, in het gezin, in de gemeenschappen, in de volkeren, geen vaste kern meer te vinden waaromheen alles draait, een as die het wiel bij elkaar houdt. 

Elke krachtcentrale, spiritueel, natuurlijk en technisch, bezit een centraal punt waaruit alles voortkomt, waarin alles samenkomt.  

Zodra dit middelpunt afwezig is, is er geen sprake meer van saamhorigheid, zekerheid, goede, functionele werking. 

Indien dit middelpunt in de eenling verdwijnt, wordt hij als een losgeslagen wrakhout, een machinerie die niet goed meer werkt, een bodemloos en uitzichtloos schepsel.  

Elke beweging van buitenaf brengt hem in beroering en die bewegingen bestaan altijd uit emoties, waarvan de schrik en angstemoties de hevigste golfbewegingen veroorzaken.   

Zulke golfslagen brengen dat wat eigenlijk samenhoort nog verder uit elkander.  

Het middelpunt van een mens moet gevoed worden door een geestelijke bron, ieder voedt zich met dat wat hem smaakt, maar er MOET voeding zijn, en iets waarin men dit opnemen kan. 

Onverteerbaar - en zeker op de duur - zijn de verontrustende, schrikaanjagende emoties. Tegenover elke energie-vretende emotie moet een energie-aanvoerende emotie staan.   

En waar zijn die? 

Waarom zijn we zo snel geneigd het slechte te vernemen, maar het goede langs ons heen te laten gaan? 

Waarom is het goede NIET interessant? 

Waarom zijn de lichtpunten in de toekomstvoorspellingen nauwelijks de aandacht waard en kunnen we de vreselijkste feiten lang en breed bespreken? 

Welke ongezonde voedingsneiging steekt hier achter? 

Welke degeneratie bestuurt ons dan? 

We zien vaak twee ziekelijke uitwassen in de levensinstelling: of de ogen worden gesloten voor al het slechte, en alles wordt goed gepraat; of het slechte wordt vergenoegd opgesomd en het goede wordt genegeerd.  

Beide gedragingen getuigen van een emotionele onvolwassenheid, soms zelfs van afwijking. 

In beide uitingen is duidelijk een individuele, centrale, harmonische voedingsbron afwezig.  

Eenvoudig gezegd: God bestaat niet reëel.  

Of de bezielende geestelijke kracht ontbreekt.  

Er wordt geleefd met behulp van tweedehands ervaringen, van schijn of aangeleerde overtuigingen. Bij dezulken moeten toekomstbeelden passen in hun beleden richtlijnen, indien niet, dan worden ze genegeerd.  

Men kan hen niet aan en dan is het beter ze te negeren.  

Een confrontatie met de werkelijkheid, wat die ook inhoudt, brengt altijd spaanders mede.  

Er is geen werkelijkheid uitsluitend mooi en vredig. 

Halsstarrig vasthouden aan de eigen denkwereld kan een vlucht zijn, maar ook een zelfbescherming.  Maar ook dan durft men de realiteit niet onder ogen te zien, uit angst geëmotioneerd te raken, uit angst zijn geloof te verliezen, uit angst hetgeen men liefheeft kwijt te raken.   

Ziehier: het gebrek aan onthechting.  

En onthechting kan groeien, in de eenling en in het groot, wanneer daar een innerlijke krachtcentrale is, waarop men blijvend kan terugvallen.  

Wat zou men dan vrezen? 

Het verleden heeft afschuwelijke gebeurtenissen gekend; het heden is er vol mee.  

Waarom zou de toekomst anders zijn?   

Leven we daarnaar? 

Produceren we, vanuit onszelf, edele etherische beeltenissen als het zaad voor de toekomst?   

Profeten voorspelden dikwijls kwalijke gebeurtenissen in de hoop dat de medemensen zouden luisteren, en, uit vrees, hun levensgedrag zouden beteren. Dat is in de historie verschillende maken gebeurd, boetepredikers en boetekleed dragers lopen als een grauwe draad door de geschiedenis. Maar dat is niet afdoende om de mens en zijn toekomst te veranderen.  

Neen.  

Er moet een kern terugkomen die innerlijke zekerheid en menselijke saamhorigheid kweekt, zonder dat er sprake wordt van gewelddadigheid. Geweld is altijd anti-geestelijk en anti-goddelijk; of het nu wapengeweld, mentaal geweld of emotioneel geweld is. 

De zweep van de angst is altijd een wanhoopsmiddel geweest om mensen wakker te schudden; totdat die zweep misbruikt werd door machtswellustelingen. In de angst is vrijwel iedereen aanspreekbaar, ieder op zijn eigen wijze. 

Zichzelf dan wel de naaste wakker schudden gebeurt altijd door provocatie, niet door iets goeds of schoons, maar altijd door iets dat prikkelt, pijn doet dan wel schokt.  

Omdat we heden zo inactief, geestelijk lui zijn geworden, zoeken we prikkels, onverschillig waar en welke. 

Het schone, goede en harmonische bevredigt ons, kalmeert of balsemt, ons maar schudt ons NIET wakker. En dat is de eerste medicijn waaraan de hedendaagse mens behoefte heeft.  

Blijven slapen is zijn oplossing, en 't liefste je voeden met datgene dat die slaap bestendigt.   

Een innerlijke, geestelijke voedingsbron verzekert ons van een totaal ander gedrag: dan zijn we gericht op de medemens, we zoeken niet slechts saamhorigheid, maar we maken dat we zelf een centrale kern worden, waar omheen die zo noodzakelijke bundeling van kracht zich kan voltrekken.  

We schenken dan zekerheid, bemoediging, optimisme of wat dan ook uit onze eigen innerlijke krachtcentrale.  

We ontwijken de realiteit niet: we zien onder ogen dat de mensheid zich in de loop der eeuwen niet veel heeft veranderd, dat daarom de toekomst niet beter zal zijn dan verleden of heden, maar we helpen de medemens zijn standpunt te bepalen, elasticiteit te hervinden om ook het afschuwelijke weerstand te bieden.  

En vooral: een ieder zorge dat hij zichzelf emotioneel, selectief en opbouwend voedt.  

We zijn via de emotionele kant van ons wezen met medemens, natuur en Schepper verbonden, ook onze ziel vindt ons, in eerste instantie, op emotionele basis. Via het hart.  

Het gevoel is de profeet en de toekomstvoorziener voor het verstand. Ons gevoel, mits niet verziekt, is het fundament voor een innerlijke zekerheid, een krachtbron, een geloven in het onzichtbare en bovenzinnelijke. 

Ons gevoel kan zich precies zo ontwikkelen dan wel verlagen als ons verstand. Ontwikkelen van ons gevoel gaat via het waarnemen. 

Waarnemen kun je met je huid, je oren, je ogen, je hart, je ziel.   

Goede profeten nemen waar hetgeen de naaste nog niet ziet.  

Slechte profeten nemen slechts waar hetgeen in hun eigen ademveld leeft.  

Goede toekomstschouwers zien onderling ongeveer dezelfde beeltenissen; slechte zijn het doorlopend met elkaar oneens. 

Gaat men van één en dezelfde krachtbron uit, dan ontmoet men elkander altijd.  Losgeslagen mensen bestrijden elkander; geestelijk gehechte mensen schuwen de onthechting niet.   

Is er niet één verbintenis die nooit verloren zal gaan: de band tussen Schepper en schepsel?   

Het dolende schepsel is deze wet onbekend geworden, het schepsel keert zich af, niet de Schepper. 

In de maatschappij behoort de sterke figuur zich om de zwakke te bekommeren, behoort de verantwoording te nemen, behoort zich NIET af te keren, behoort dubbele last te dragen, TOTDAT de zwakke weer in staat is die terug te nemen.  

Dat mankeert heden. 

Degenen die sterk zijn, verantwoording durven nemen, niet te beroerd zijn om dubbele last te dragen en vooral beseffen dat zij moeten geven zonder iets terug te verlangen, zijn zeldzaam.    

Angst is tot een uitwas geworden, die vrijwel iedereen tergt en pijnigt. 

In deze wervelstorm van de angst zijn de standvastige, innerlijk zekere eenlingen als oases.  Wat helpt ons filosofie, kennis en ontwikkeling als we niet tot zulk een oase worden? 

Deze moderne maatschappelijke woestijn heeft dringend behoefte aan oases, waar de dorstenden drinken en uitrusten kunnen, maar waar zij ook onderricht worden in de praktijk voor hun verdere levensweg.   

De dreigende toekomst geeft slechts een beeld van het totaal uiteenvallen van een groot deel van de mensheid, en van het felle verweer, de zeer agressieve zelfbescherming van een ander deel van de mensheid.  

De ene helft is volkomen losgeslagen en laat zich leiden door onwaardige, op macht beluste demonische leiders, die ze zelf veelal gekozen hebben en het andere deel is zo bevreesd hetzelfde lot te ondergaan dat het zich met alle mogelijke middelen daartegen verzet.  

En het geweld vernietigt allen.  

We prediken zo dikwijls dat liefde alle geweld ontzenuwt, maar er zijn zo ontzettend weinigen die werkelijk benul hebben van de liefdekracht; we sollen net zo nonchalant en ziekelijk met het begrip liefde als met het begrip God.   

Ook hierin zijn we losgeslagen van de Bron. De Krachtbron voedt noch onze intuïtie, noch onze rede, noch ons gevoel.  

Omdat die Krachtbron droog ligt, althans bij velen.   

En dan ga je eten wat je voor gezet wordt, maar dat tweedehands eten voedt en herstelt noch je organisme, noch je ziel. 

En dat is te merken aan de levensinstelling: de angst, de laksheid, het zwerven, het meebewegen met elke golfstroom en het vluchten voor verantwoordelijkheid en realiteit.  

Een innerlijke krachtcentrale herbouwen is: je voeden met levende schoonheid, je opladen met geestelijke, inspirerende interessen, hart en ziel balsemen door je te laten gaan op de verzachtende golfslag van de mystiek, hetzij door kunst, hetzij door spiritualiteit, hetzij door hartverwarmende menselijkheid. 

Mystiek is immers niet slechts een woord, maar in de eerste plaats een ervaring die hart en ziel verwarmt en verheft.  

Het is dikwijls ook de mystieke mens die voorschouwingen heeft, beelden ziet uit het onzichtbare, maar het is de mystiek rijpe en waardige mens die met hen kan omgaan ten gunste van de medemensen en zichzelf.  

De gave die men ontplooit dan wel ontvangt is er nooit voor jezelf alleen, maar altijd om er iets mede te doen, terwille van de medemens.  

Dat zal een wijs mens dan ook altijd doen, hetzij tot lering, hetzij tot bemoediging, hetzij tot heling van degenen, met wie hij zich verbonden gevoelt: de schepsels die gekomen zijn uit het Licht, dit Licht schijnbaar verloren en nu onophoudelijk daarnaar zoeken.  

Hij, die de filosofie liefheeft, hij worde tot een bron van "sofia", wijsheid.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene