411 - de mystiek van alledag

"Persoonlijke interesse is het vergif voor het waarachtige gevoel." 

Tacitus 


Filosofie is een twijfelachtig begrip, zolang zij intellectueel wordt beperk en gedoceerd aan de universiteiten. 

Een filosoof behoort iemand te zijn die levensproblematiek en menselijke interessen klaar aan lezers of/en toehoorders wil overbrengen.   

Het begrip: "mens" is niet te scheiden van het begrip: filosofie, omdat uit de mens deze "liefde" (philo) voor het weten of de "kennis" (sophia) voort moet komen. Liefde zowel als weten of kennis zijn geen uitwendige, maar inwendige begrippen.   

Filosofie wordt bij de moderne aanzichten uiteengereten in mysticisme en filosofie, alsof filosofie iets anders zou zijn dan mystiek. 

Eén van de grote moderne filosofen, Henri Bergson (1859-1941) bracht beide begrippen weer bij elkander, hetgeen hem niet in dank werd afgenomen, omdat hij filosofie een weten vond dat moest opwellen uit de intuïtie, of de scheppende ingeschapen gave van een mens. 

Een filosoof is iemand, die altijd op zoek is naar de geestelijke waarheid, en een mysticus doet hetzelfde; het is beslist niet juist, dat de filosoof dit uitsluitend met zijn rede doet en de mysticus met zijn hart. Deze opvatting doet de waarheid geweld aan, want filosofie is een zich direct, duidelijk en daadwerkelijk bezighouden met de dagelijkse, menselijke problematiek.  

Iemand, die zich met de menselijke problematiek bezighoudt, is een filosoof. Want er bestaat geen andere problematiek dan de ervaringen van de ziel. 

Wat we dikwijls problematiek noemen zijn zelfgeschapen, materiële en lichamelijke moeilijkheden, die zijn ontstaan uit een langdurige problematiek in de ziel.  

Een mysticus houdt zich bezig met de ziel en de filosoof evenzo; Bergson zei dit openlijk, en als wetenschapsman kreeg hij daartegen een felle oppositie, maar nu, na zijn dood in 1941, mag men hem rangschikken onder de grote moderne, klassieke filosofen. 

Zoeken naar de waarheid is een opgave voor alledag, levensvraagstukken, die de ziel aangaan, zijn een deel van de mens, en hij, die zich niet voor de mens interesseert is noch een waarheidszoeker, noch een filosoof of mysticus. 

Elke dag brengt ons een stukje leugen OF waarheid en, wij moeten daarmede in het reine komen.  

Als zoeker speuren we elke dag naar de zin van alledag; die essentie van alledag houdt onze aandacht geboeid, en uit ons  eigen gevecht of onze eigen beheersing van die dagelijkse waarheids-impuls benaderen wij onze medemensen, die het  evenzo vergaat. 

Aan mystiek en filosofie zit niets geheimzinnigs, het woord: mysterie zegt slechts, dat er iets is dat verborgen is, nog onbekend voor de uiterlijke zintuigen. 

Is waarheid iets anders dan een verborgen impuls achter de zichtbare dingen?  

Een mens, die filosofie of mystiek niet in zijn leven binnenlaat zal dat leven niet kunnen beheersen, want de verborgen waarheid is de drager van het gehele leven. Elke dag is een manifestatie van deze verborgen waarheid; elke dag kent zijn z.g. mysterie, dus degene die de dag doorleeft, behoort een mysticus te zijn.   

Het oude begrip omtrent mysticus, waarbij men meende dat hij een zweverig iemand was, een dromer of een levensvreemde, is met Bergson eigenlijk verdwenen. 

Want iemand, die volgens zijn intuïtie gaat leven, zal geen wereldvreemde zijn, integendeel, het menselijke levensprobleem zal zijn leven WORDEN. Wat hij bovendien bezitten zal, is een originele of scheppende aanpak van de problematiek, want hij leeft uit en met een inspiratie. 

Hoe arm zijn degenen, die nimmer een inspiratie ontvangen, wat is er met hen aan de hand dat zij zo naast de verborgen impulsen van alledag staan?   

Hoe dor, fantasieloos en weinig indrukwekkend zijn de mystici, de filosofen en de mensen, die hun naaste niet kunnen bezielen, bemoedigen, helen van hun levenloosheid.  

Elke dag een mysticus zijn, is dagelijks putten uit een innerlijke stroom, ingeschapen bij iedereen, om daar iets origineels, iets scheppends, dan wel iets inspirerends uit te halen.   

Dat veel mensen dit niet meer denken te kunnen, ervan overtuigd zijn, dat zoiets behoort bij de uitverkorenen, is een misdadige suggestie gekomen uit de mond van hen, die er voordeel van hebben, indien velen ongeïnspireerd blijven. 

Als we menen, dat we elke dag reeds bezig zijn met die verborgen waarheid, die onze inspiratie is, dan moet dat uit ons te bemerken zijn; het moet uit onze blik te voorschijn springen, uit onze woorden vloeien, en uit onze handelingen herkenbaar zijn. 

Geïnspireerd worden door een splinter van de waarheid - want wie heeft de totale waarheid? - is de drang gevoelen medemensen vanuit de psyche hun levensproblematiek helpen onderkennen, beheersen en vooral oplossen.   

Een filosoof, tevens mysticus, voelt zich doorlopend warm worden onder de vlam van zijn innerlijke licht; hij is NOOIT lauw. 

De mens heeft een roeping, het zijn niet slechts de z.g. uitverkorenen, die een roeping menen te gevoelen, iedere mens heeft een roeping. Is roeping iets anders, dan van binnenuit gedrongen worden iets te doen, in overeenstemming met je aanleg? 

De aanleg is ondergeschikt aan de innerlijke bezieling, aan de inspiratie, aan de filosofie en het mysticisme.   

Daarom kunnen er duizend en één roepingen bestaan, maar elke roeping wordt vergiftigd, indien de geroepene zich laat overheersen door een persoonlijke interesse.   

Persoonlijke interessen geven ego-trips, dringen naar machtsvertoon en zaaien concurrentie-strijd. Persoonlijke interessen verwateren, ze dogmatiseren of verbuigen een filosofie en maken de betrokken mysticus schijnheilig. 

De mystiek van alledag ligt in het iedere dag zoeken, speuren van binnenuit, naar de dagelijkse waarheid.   

Als je jezelf 's morgens afvraagt: "Wat gaat deze dag me brengen", dan bedoel je niets anders dan: welke waarheid, welke ziele-lering zullen deze dag behelzen?  

Is dat niet het gedrag van een zoeker naar waarheid, van een filosoof, een mysticus?  

Het uitsluitend bezig zijn met één interesse, met één mens, (inclusief jezelf), met één beroep, sluit de mens af van de universele leringenstroom, die aan elke dag het verborgen leven schenkt.  

Zichzelf buiten het leven plaatsen is als de dagen zien als een gelijkvormige, kleurloze sleur, slechts getint door stoffelijk materiële bezigheden, die nauwelijks van elkander verschillen.  

Maar dat is niet de dag proeven, elke dag een inspiratie-flits ontdekken, bezield zijn of scheppend arbeiden.  

Het is totaal onbelangrijk of we gerekend kunnen worden tot de kunstenaars of niet, want daar menen we immers de scheppende mensen te vinden.   

Scheppend werkzaam zijn is een opgave voor iedere mens, want filosoof en mysticus zijn scheppend; als ik uit de verborgen bron van de waarheid put, ben ik bezig inspirerend voedsel op te nemen, en dit voedsel voedt het scheppende vermogen, dat zich uitdrukt in het bezield zijn door die waarheid.  Dan pas ben je een filosoof of een mysticus, hetgeen hetzelfde is, en via je filosofie inspireer je anderen, geef je dus van hetgeen je geput hebt.   

Gelukkig de mens, die vindt, dat hij iets bezit, want hij kan van dat bezit wegschenken. 

Iemand, die niets heeft, kan niet wegschenken, nietwaar?  

Als we onszelf beschouwen als mensen die niets bezitten, dan zijn we beklagenswaardig. Hoe durft iemand die zegt een zoeker naar waarheid te zijn te veronderstellen, dat hij "niets" bezit.    

Waaruit zoekt hij dan? 

Niemand zoekt, omdat hij ledig is, leeglopers dwalen als dwazen rond, en degenen, die vermeend bezit hebben, doch slechts het bezit van hun autoriteit even mogen aanraken, zoeken niet meer, maar staan stil.    

De werkelijke filosofen, zij die liefde voor de waarheid hebben, zijn blijven zoeken, want niemand dan zij, weten beter, dat die verborgen waarheid onbegrensd is, en zij deze nooit totaal kunnen bezitten. 

Hij, die van dit waarheidsbezit uitdeelt, zoekt die waarheid steeds aan te vullen, want hij geeft immers dagelijks daarvan weg?   

Een mysticus weet dat intuïtie en rede samengaan, dat allereerst de intuïtie er is, waarna de rede daaraan vorm behoort te geven; en dan komt de daad.   

Noch de intuïtie alleen, noch de rede of de daad alleen, zijn in staat geestelijk scheppend te werken, dus ons de waarheid in al zijn facetten over te dragen.  

De waarheid van alledag dient immers onze inspiratiebron te zijn en daartoe moet zij ingang vinden in de rede èn in het hart.  

Komende vanuit de ziel wendt zij zich eerst tot het hart, dat is de liefde tot het weten of de kennis, dat maakt ons tot filo-soof; het mystieke aspect daaraan is die ziele-inspiratie, maar die blijft onbewust, als hart en hoofd daaraan geen gestalte geven. 

Iedere inspiratie pijnigt echter zijn bezitter, hij moet hem uitdragen.   

Daarom zijn het de geïnspireerden, die de mensheidsgeschiedenis schrijven, die beweging brengen, die de kleurloze dagen fleur geven.    

Als iemand zich een "zoeker" noemt, behoort hij geïnspireerd te worden door de geur van de waarheid. 

Als een speurhond die zijn doel ruikt. Wie zou ophouden voordat hij dit doel gevonden heeft? 

En wie heeft gevonden? 

Heeft iedereen, die werkelijk gevonden heeft, niet slechts een splinter, een inspirerende, provocerende splinter?  

Maar wel een splinter, die je je eigen bezit kunt noemen. 

Waaruit je dus kunt uitdelen.   

De mystiek van alledag is het 's morgens nog ongekende dagelijkse mysterie, waarvoor we de gehele dag hebben om het te ontdekken, en hij die zoekt, vindt, nietwaar? 

Zoeken is immers als het alert attent zijn op de kleinste gebeurtenissen, een innerlijke alertheid, waarvoor we de uiterlijke zintuigen niet eens nodig hebben.   

Dus het is niet zo, dat we zouden kunnen tegenwerpen: "Voor dat dagelijkse zoeken heb ik geen tijd."   

Zoeken gaat door ONDANKS uiterlijke werkzaamheden.  

Zoeken kun je niet laten, zoeken blijft niet beperkt tot een enkele uiting, maar het is een verborgen gerichtiieid die zijn eigen instrumenten bezit. 

Onze persoonlijkheid zet die niet in werking; bij de ware filosoof zijn zij vrijwel doorlopend actief, omdat hij door zulk een instrumentarium leeft, naast zijn lichamelijke organisme, inclusief de zintuigen.   

Dit is natuurlijk niets nieuws, want het krioelt van mensen, die volgens de ene of andere methodiek, dat instrumentarium willen activeren of "openen".    

Helaas voor hen, er is geen methodiek.  

Het zou een fraaie zaak worden, als ons ego een methode had kunnen bedenken om dat geestelijke instrumentarium, dat ingeschapen is, te beheersen.   

Alles wat actief wordt blijft zich bevinden op het grofstoffelijke, dan wel metaphysische, naar niettemin stoffelijke vlak. De inspirerende factor blijft ontbreken.  

Zelf van dag tot dag geïnspireerd worden vanuit je eigen binnenste, dat is filosoof-mysticus zijn, in de juiste betekenis van de woorden. 

Van buitenaf geïnspireerd worden, is altijd een tijdelijke aangelegenheid, zodra de uitwonende inspirator wegvalt, glijdt men terug naar het onbezielde vlak. 

Doorlopend van buitenaf geïnspireerd worden, is als elke dag een injectie vragen, een kunstmatige impuls, die ons innerlijk op peil moet houden.  

Is dat nu juist niet waartegen men heden, in de geneeskunde, in de alternatieve wetenschappen, fulmineert? 

Als ik een flinke, geconcentreerde geestelijke injectie ontvang van iets of iemand buiten mij, dan kan deze, in het beste geval, een week doorwerken, het ligt er maar aan waaruit de injectie bestaat.  

Maar daarna moet ik hardlopend weer een injectie halen, want anders val ik terug.   

Klagen we daar niet constant over, over dat z.g. terugvallen? 

Die klacht kom je op alle niveau's en onder allerlei mensen tegen.    

Die klacht zou er niet zijn wanneer we zelf over een zekere mate van geestelijk, inspirerend bezit zouden kunnen beschikken. 

Geen boekenwijsheid, geen intellectuele verzamelingen, die inspireren niet, doch belasten, verzadigen dermate dat het "zoeken naar waarheid" wel eens verloren kan gaan.   

Daarmede verloochenen we onze opdracht, onze ziele-opdracht.    

Het zou, in het beste geval, mogelijk zijn, dat een bezieler van buitenaf, dermate hardhandig te werk gaat, dat het gif, dat ons lusteloos maakt, of de bedekking, die ons verstikt, worden weggevaagd, al is het maar voor een moment, maar dan ontwaakt ook de filo-soof in ons en dan hebben we het gevoel opeens vrijer te kunnen ademen.   

Dat is eigenlijk het werk van de actieve filo-soof, zijnsgelijken roepen, provoceren desnoods, wakker schudden, het doet er niet toe HOE, als die ingeschapen filo-soof maar opstaat, want daaruit moet de ziel groeien.  

Een "liefhebber van de geestelijke kennis", een filo-soof, spant zich in op. deze "liefde tot de sofia" levend te houden, wat er ook komen moge.   

En als hij voelt - hetgeen gebeurt - dat die liefde zwakker wordt, dan weet hij altijd waar hij die liefde vernieuwen kan, maar hij beseft dan ook dat er met zijn eigen filo-sofie iets niet in orde is.   

Hoe kun je uitdelen van een bedorven bezit, van vrijwel niets?   

Hoe kun je je naaste iets aanbevelen, waar jezelf niet achter staat, dat je niet liefhebt, of waarvan je weet dat het bedorven is?   

Dan komen de verkoperstrucjes, nietwaar, die het ego best kent.   

Is dat, bezien vanuit het oogpunt van onze geestelijke opdracht, niet een beschamende, maar ook schaamteloze, zaak?  

Elke dag een mysticus zijn, elke dag "gehoor geven aan je liefde voor de sofia", is jezelf vullen èn uitdelen, vullen uit het eigen geestelijke bezit, zich laven aan de universele geestelijke stroom, maar daardoor dan dusdanig geïnspireerd worden, dat er iets uit ons te voorschijn komt.  

Dan ontzenuwen we het begrip "tijd", want een seconde bezieling is krachtiger en werkzamer dan 24 uur onbezieldheid.  

Het gaat er dan ook niet om dat wij "tijd moeten vrij maken om bezield te worden" (hetgeen belachelijk is), maar de innerlijke inspirator pakt spontaan die seconde van onze tijd, die nodig is om het inspirerende voedsel over te dragen.   

Ik neem niet, de levensstroom neemt mij.  

Ik ga er niet speciaal voor zitten, want deze neemt mij, als ik daarvoor geschikt ben. Ik maak mij niet geschikt, ik kan - in een oogwenk - geschikt zijn, buiten mijn persoonlijkheid om.  

Dat is altijd het irriterende voor allen, die methoden zoeken. 

Deze inspirerende stroom, die iedere filo-soof of zoeker naar waarheid, ontdekt, laat zich niet inbedden, noch beheersen door wie of wat dan ook.   

Hij beheerst degene die hij uitzoekt. 

En dat zou iedere ziel kunnen zijn, iedere mens, als hij maar een filo-soof, een liefhebber van de sofia zou zijn. 

Als hij maar een waarachtige zoeker naar de verborgen waarheid zou zijn, een dagelijkse zoeker, en niet een curiositeiten-verzamelaar.    

Wat moet de mens dan doen om zo te worden? 

Slechts innerlijk alert zijn en blijven.   

Wee hem, die innerlijk lusteloos of lauw wordt.  

Hoe blijf ik innerlijk alert? 

Door het bezig zijn met alle facetten van de waarheid, door de dag te beginnen met innerlijk waakzaam te zijn: wat brengt deze dag?   

Door innerlijk op te springen; verrast, verheugd, wanneer een vonk van licht, van waarheid, van inzicht, overspringt.    

Laat zulk een moment niet ongebruikt voorbijgaan onder het mom van allerlei doorzichtige smoesjes.  

Een filo-soof, een zoeker naar verborgen waarheid, laat zich zulk een moment NOOIT ontnemen. 

Integendeel.   

Hij verdiept het, breidt het uit, overweegt, denkt, doorvoelt het; de intuïtie ontdekt het, de rede vormt het tot denkkracht en het denken zoekt het in een zichtbare vorm te gieten, zodat de wereld, de mensheid, de naaste het kunnen zien of betasten.   

Dat is een geometrische mystiek, hetgeen een wetenschap is en hetgeen men filo-sofie noemt: 

het "gegeven" in de intuïtie, 

het "te bewijzen" in de rede, 

en het "bewijs" in de stof.  

Dat is een oerdrieëenheid, waarin geen enkele filo-soof onderuit kan, want het is de gelijkzijdige driehoek binnen natuur en geest. Het is een herontdekking van Pythagoras, en een universele waarheid, die, omdat hij zo moeilijk te realiseren is, daarom niet ontkend behoeft te worden.   

Ziet men de de mysticus als een tegenstelling van de filosoof, dan worden de eerste twee basisgegevens van de goddelijke geometrie al uit elkander gehaald.   

Hoe willen we dan het "bewijs" leveren?  

Wees een alert "zoeker naar de verborgen waarheid van alledag", en behoudt het filosoofschap of de liefde tot de sophia, en laat u niet misleiden dan wel afleiden door allerlei nutteloze zaken of drogredenen, want de gave voor de filo-sophia is iedere mens ingeschapen.   

Sterker - het zou hem moeten dringen tot de praktijk van de filosoof, want anders kan hij niet waarlijk leven.

1970 - 2018, copyright Henk en Mia Leene