405 - voedsel voor heiligen

"De wijze spreekt over ideeën, 

de intelligente over feiten, 

de gewone mens spreekt over wat hij eet."  


Niets schijnt momenteel interessanter te zijn dan onze voeding; hoewel we menen in een geïndividualiseerde en ontwikkelder tijdperk te leven, hebben nog nimmer het ik en het lichaam sterker in de belangstelling gestaan dan heden.  

Individualisatie lijkt overeen te komen met: doorzetten van de egocentriciteit. 

Alle gespreksgroepen en moderne therapieën werken op de ontplooiing van het ego, de zelfhandhaving en de zelfontdekking; en vele halfspirituele groeperingen leggen de nadruk op het lichaam en zijn gezondheidstoestand, waardoor het voedsel een middelpunt van het leven wordt. 

Er zijn reeds enkele stemmen - hoewel nog roependen in de woestijn - die wijzen op het hellende vlak, waarop allerlei therapieën, half-spirituele en schijn-occulte bewegingen de mensheid brengen. 

Informatie is uit - workshop is in; en nu blijkt dat "werk" niet goed gedaan kan worden zonder een gedegen informatie. 

Ook de spiritualiteit is uiteengevallen in oppervlakkige informatie en een heleboel oefeningen, terwijl geen mens er gelukkiger of volwassener door is geworden.  

In deze tijd, waarin het voedsel zo belangwekkend is geworden, is ook het voedsel voor de ziel uit de schaduw te voorschijn getreden, waardoor blijkt dat dit net zo vergiftigd is geworden als het lichamelijke.    

Vanuit zulk een tweevoudige vergiftiging werken de zintuigen anders, zijn onze mentale en emotionele gevolgtrekkingen niet meer zuiver. De tijd van de heiligen lijkt voorbij te zijn, evenals de tijd van de wijzen.   

Wijzen voeden zich anders dan onwijzen. En wat we eten zijn we. 

We voeden ons met gif, en als we zeggen "gif" bedoelen we nauwelijks de chemische toevoegingen in ons voedsel, maar veeleer zouden we attent moeten zijn op hetgeen ons omringt, op hetgeen we in gedachten koesteren en op hetgeen ons emotioneel beroert. Leringen kunnen de mens sneller vergiftigen, dan lichte chemische verontreinigingen. 

Onze mentale en emotionele behoefte en onze innerlijke weerstand tegenover mentale en emotionele vergiften, zijn bepalend voor onze keuze ten opzichte van leringen, religies, mystiek en ook de wens naar geestelijk dan wel lichamelijk voedsel.     

Van oudsher is het bekend, dat "vreters" geen behoefte meer hebben aan geestelijk voedsel. Vreters worden niet geboren, wel gemaakt, is de bekende uitspraak. 

Behoefte aan geestelijk voedsel is een gevolg van innerlijke honger; de samenstelling van dat voedsel wordt bepaald door een innerlijke bewustzijnsstaat. 

Innerlijke adeldom selecteert zeer nauwgezet. 

Vanuit een innerlijke adeldom voedt men zich, lichamelijk en geestelijk, zeer gewetensvol.  

Onze geloofsovertuiging, onze ideeën, zeggen of we wijs zijn; onze daden zeggen of we intelligent zijn; en datgene waarmede we ons voeden, bewijst de aanwezigheid of afwezigheid van innerlijke adeldom.  

Het volkomen kritiekloos accepteren van absoluut foutieve leringen bewijst de afwezigheid van wijsheid, intelligentie en geestelijke adeldom. Het klakkeloos napraten van niet doorleefde ideeën, bewijst onze laksheid, voortkomende uit gebrek aan interesse voor wijsheid. 

Daar waar interesse aanwezig is, komen we in beweging; de beweegreden is juist onze interesse. En onze interesse "zijn" we. 

Staat onze lichamelijke voeding centraal, dan zijn we voornamelijk lichaam; staat ons geestelijk voedsel centraal, dan wij we meer ziel; staat onze eigen problematiek centraal, dan zijn we allereerst ego. 

Mentale en emotionele voeding voor het ego, maakt van ons geen spiritueel mens of een wijze.  

De mensheid wordt niet wijzer door sterke ego's, die slechts hun eigen belangen najagen, maar wijsheid groeit uit zelfherkenning ZONDER daarvan een tobberij te maken.    

Tobben over onszelf, hetzij lichamelijk, hetzij geestelijk, maakt ons onwijzer en ongezonder dan ooit tevoren. 

Het schijnt moeilijk te zijn een gulden middenweg te vinden; het "gulden midden" dat de Zenmeesters "Hara" noemen, lijkt de mens verloren te hebben en zonder midden, zonder fundament of aarde zal hij nooit kunnen staan.  

Het voedsel van en voor de heiligen bestaat uit een zeer strenge selectie, uit de normale, natuurlijke en geestelijke voeding, die overal aanwezig is; het beste selecteren is: datgene nemen dat  noch schaadt, noch nutteloos is.  

Je zintuigen anders gebruiken dan de doorsnee-mens is een kwestie van innerlijke attentie; zonder informatie over de ingeschapen mogelijkheden kun je nooit die mogelijkheden aanwenden.   

Je moet eerst je materiaal kennen, voordat je het kunt benutten. 

Uit alles blijkt dat de huidige mens gebrekkig is geïnformeerd, ONDANKS zijn z.g. ontwikkeling. 

Zelfs degenen die lange jaren vastgeroest zaten in bepaalde occulte, esoterische dan wel religieuze leringen, zijn nauwelijks geïnformeerd over de wonderen van het menselijke zijn.   

Als we ons materiaal niet kennen, HOE willen we dan leven? 

Als we onze ziel niet kennen, HOE willen we deze dan voeden? 

Praten over je ziel is iets heel anders dan je ziel kennen.   

Ook karakterkunde is nog geen zielkunde. 

Je ziel leren kennen gebeurt natuurlijk wel via jezelf; hoe minder weerstand dat zelf opwerpt des te lichter je je ziel ontmoet. 

Is de mens niet religieus, mystiek, occult dan wel spiritueel terwille van de ziel? 

Indien dat niet zo is, zoekt hij slechts een bevrediging voor een tot dan onbevredigd ego, nietwaar? 

En een onbevredigd ego kan hulp zoeken bij al die "gogen en logen" waarmee we heden worden overstroomd, òf dat ikje daarbij baat zal vinden is een andere kwestie. Een te grote aandacht voor het ikje schaadt de ziel, dat is een feit. 

Een beschadigd zieltje is nauwelijks bij machte objectief zijn voedsel te zoeken; en het lijkt erop of we de tijd van de beschadigde ikjes en zieltjes binnengaan onder het zeer oplettende oog van "gogen en logen".    

In ons broeit eigenlijk de nostalgie naar de tijd der heiligen en de harmonie; heiligen worden echter niet gemaakt door autoriteiten, heiligen maken zichzelf. Er moet altijd een evenwicht zijn tussen lichamelijk en geestelijk voedsel; bovendien moet daarin de edele trilling overwegen. 

Zolang het edele het onedele teniet doet, is er sprake van innerlijke groei, of het behoud dan wel het herstel van gezondheid. Over die verhouding tussen edel en onedel beslist ieder mens zelf.  

Dat wat we onverteerbaar vinden wijzen we af, maar helaas zijn we te gauw geneigd tot compromissen, indien we daarmede eventuele moeilijkheden van buitenaf kunnen voorkomen.  

Aan de andere kant is fanatisme schadelijker dan enig compromis.   

De waardige mens is een grandiose eenheid van gestrengheid en tolerantie. 

Kunnen we onze maatstaf gebruiken voor de naaste? 

Wie is zo volmaakt dat hij überhaupt zijn naaste durft te meten?.    

Menigeen wil niet heilig zijn, maar wel wijs. 

Dat komt omdat onze voorstelling van heiligen vergiftigd is, een gevolg van de afwezigheid van eigen ervarenheid en inzicht.   

Heden is het het tijdperk van de vergiften.  

Zegt dat niets? 

Maar een vergiftigd organisme, geestelijk of lichamelijk, legt snel contact met eventuele vergiften. Het gelijke vraagt om het gelijke. 

Dat wat binnen is, dringt altijd naar buiten.  

Niet het latere medicament is bepalend, maar het inwonende gif. 

Een inwonend gif, vooral geestelijk, ondermijnt onze weerstand. 

Iedereen die zijn weerstand verliest, verliest zichzelf, maar OOK zijn individuele ziel. 

Zonder deze is wijsheid of heiligheid ondenkbaar. Een waardig of wijs mens spreekt, denkt en leeft vanuit een innerlijk fundament. 

Dat fundament bepaalt zijn hele levenswijze, OOK zijn geestelijke en lichamelijke voeding. 

Je zoekt altijd datgene dat je behoeft; als de mens TE veel zichzelf zoekt, is dat een bewijs dat hij uit zijn balans is; als hij TE veel alles buiten zich zoekt, is dat ook een gevolg van ontaarding. 

Ontaard zijn is net zo frustrerend als over-ge-aard, sterk materialistisch zijn. Op onze over-geaardheid volgt veelal een vlucht in de ont- aarding. 

Ontaarde mensen zoeken "aarde"-steun, fundament en trachten dit te vinden in allerlei studies, methoden, solariteitsgroepen e.d.    

Als je dan eindelijk hopelijk weer "geaard" bent komt de volgende stap: je ziel dringt naar de omarming van de hemel.  

Een aarde die de hemel afwijst, is onvruchtbaar. Vandaar dat het streven naar egocentriciteit net zo verziekend werkt als het streven naar "ontaarding". 

"Ik zoek God", zeggen velen en vullen hun dagen met vraagstukjes rond zichzelf. Verlangen naar de hemel is altijd het begin van heelmaking, heiligheid of wijsheid. 

Heiligheid en wijsheid komen uit de hemel, uit de geestelijke aanraking van een vruchtbare, harmonische, devote en normale aarde.  

Is "normaal" niet de eenheid van hemel en aarde? 

Is "normaal" niet dat ziel en natuur, of organisme, tezamen de geest aanbidden? 

Wie zal ons de geest overdragen?   

De gogen en logen?  

Wacht die geest niet op een luttel teken van ons, om zich dan direct met ons in verbinding te stellen?   

Is er ooit een vragende hongerend gebleven?    

Maar ook "vragen" is een innerlijke kunst.    

Het is een spontaan opwellend signaal, dat vanuit onszelf opschiet als een electro-magnetisch sein.  

Het is geen gebed van veel dwingende woorden, noch een chantage van de Allerhoogste of een bedreiging.   

Innerlijke adeldom is een doorlopende verbintenis met het edele, het beste, het heiligende. 

Minder accepteert de innerlijke adel niet. 

Beter weinig - maar goed - dan veel en niet goed. 

Dat is een wet voor geestelijke, en ook, lichamelijke gezondheid. 

Overvoert de wijze zichzelf? 

De wisselwerking tussen vraag en aanbod blijft bij hem altijd in evenwicht. Hij, die veel geeft, KAN veel ontvangen, maar hij, die veel ontvangt, MOET veel geven. 

Dat is het verschil. De innerlijke maatstaf is ingeschapen. 

Het behoort tot onze lichamelijke, maar ook GEESTELIJKE kennis, dat we ophouden indien we TE veel krijgen. 

Als we hierin geen maatstaf meer ontdekken, is er iets falikant mis. 

Niettegenstaande "honger rauwe bonen zoet maakt" zal, geestelijk gezien, de keuring toch intact blijven. 

Momenteel, gezien de feiten, blijkt dat deze selectie-mogelijkheid de mens ontvallen gaat, zodat hij het slachtoffer wordt van allerlei pseudo-wijzen; kan men dan niet spreken van een tijdperk van onwijsheid? 

Onwijsheid is de voedingsbodem voor de massa's en de middelmatigen. Middelmatigheid doodt ons creatieve vermogen.  

Elke hunkerende ziel is creatief, scheppend, ideeën voortbrengend; spirituele mensen zijn altijd buitenbeentjes, waardoor ze nooit middelmatig zijn, hun selectie in hun geestelijke en lichamelijke voeding, dwingt hen de middelmatigheid te verlaten.  

Zij worden gedrongen vanuit het midden hun hoofd op te richten naar de hemel en DUS: hun nek uit te steken.  

Iemand, die zijn nek uitsteekt is kwetsbaar.  

Is een spiritueel mens niet kwetsbaar in lichaam, ziel en geest?    

Het is een kwetsbaarheid ontstaan uit verfijning. 

Mijdt het verfijnde het grove niet? 

Grof is hetgeen je ziel schaadt; elk individu bepaalt zelf hetgeen zijn ziel schaden kan. Een ontwakende ziel wordt steeds kwetsbaarder, maar teglijkertijd krachtiger. 

Een fijngebouwd mens kan meer weerstand bezitten dan een grof mens; het is de innerlijke gesteldheid die bepalend is.   

Zwakte is geen verfijning; noch grofheid kracht. 

Ongevoeligheid is géén innerlijke harmonie. Harmonie bezitten en toch alle stromen gevoelen, dat is innerlijke adeldom.  

Een spiritueel mens is ALTIJD een fijngevoelig mens; hij kan het laagste begrijpen en het hoogste invoelen. 

Hij kan het laagste, indien nodig, omhoog helpen en het hoogste, indien nodig, omlaag trekken. Maar hij schaadt noch het ene noch het andere. Dat is het essentiële punt. 

Alles wat schaadt moet vermeden worden.   

Schade ondervinden komt door verkeerd voedsel verteren.   

Mentaal, emotioneel en lichamelijk vergiften tot je nemen; een TE veel wordt een gif; je kunt beter TE weinig nemen dan TE veel. 

Honger is beter dan oververzadiging. 

Ziele-honger maakt ons tot zoekers, ziele-zatheid maakt ons tot dwazen. Er moet, ook geestelijk, altijd "trek" overblijven, ook al heeft  men voedsel genuttigd; trek dringt tot zoeken en tot voeden; trek dring ons tot leren en ervaren; verkeerd voedsel maakt ons zatte dwazen, dan wel hongerige zwervers.  

Ieder voedsel dat we MOETEN eten zonder dat ons hart erbij is, werpt niet het juiste nut af. Iedereen moet de vrijheid hebben om zijn keuze te bepalen.   

Een heilige is kieskeurig, maar vergeet niet: kieskeurigen BEHOEVEN niet heilig te zijn. Het gaat om onze beweeg-reden. 

De reden die ons beweegt, brengt ons op een bepaalde weg. 

Hetzij een weg naar boven, hetzij een weg naar beneden, hetzij de vlakke weg.    

Iedereen wenst zich te voeden, dat is een instinct; heden wensen meer mensen voedsel "af te voeren" dan "tot zich te nemen";  dat is een tijdsverschijnsel en een gevolg van oververzadiging.    

Maar dat betekent niet dat iedereen mee moet doen aan deze "afvoer". Er zijn altijd nog mensen die zich wensen te voeden, omdat zij - heel normaal - afgeven wat ze tot zich nemen.  

Heiligen en wijzen zijn doorvoerkanalen; is dat niet de hoogste opdracht van de mens in zijn totale drie-eenheid? Middelaar zijn?  

Opnemen - afgeven; het omzetten is een logisch gevolg van het opnemen.  Vinden we in deze wisselwerking een evenwicht, dan wordt geen enkel voedsel ons tot gif, noch wordt het gif bij de afgifte.   

Opnemen is vanzelfsprekend, maar afgeven ook; het "omzetten" is een logisch gevolg, daaraan doen we zelf niets, het WORDT gedaan. 

We moeten gaan herontdekken wat we ZELF kunnen of behoren te doen, en wat voor ons WORDT gedaan door de ingeschapen begaafdheden.  Dat wat voor ons WORDT gedaan, ligt buiten onze competentie, daar moeten we met onze ego-handjes vanaf blijven. 

Dat is het terrein van de ziel. En van het organisme, als het lichamelijke werkingen betreft. 

Niet wij - ikjes - bemoeien ons met die ziel, maar de ziel bemoeit zich met ons. 

Zo ziet het er eigenlijk uit.  

Dat we nu de zaak veelal omdraaien, is het gevolg van innerlijke vergiftiging, emotioneel èn mentaal.    

Als onze ziel zich met ons bemoeit, dan ziet het er pas goed met ons uit, HEEL GOED, wat er ook van kome.   

Als we dat herontdekken zijn we op de goede weg en zullen we, te allen tijde, begeleid worden. 

Dit te herkennen betekent Vrede vinden - ondanks alles - en zo zullen we HET enig juiste kunnen overdragen, want het voedsel der goden voedt, maar schaadt nooit.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene