402 - spirituele weetgierigheid

"Al het weten is herinnering." 

Engels gezegde, orig. Aristoteles 


"Het weten dat men niet iedere dag vervolmaakt, vermindert alle dagen."  


De twee uitspraken hebben zulk een diepe en alomvattende wijsheid, dat er eigenlijk nooit meer gediscussieerd behoeft te worden over al dan niet de kennis te vermeerderen. 

Er is een voorraad universele kennis die noch wordt vergroot, noch vermindert, die echter doorlopend in beweging is, doordat mensen aan zijn bronnen tappen.  

Aan het alomvattende weten kan niet iets nieuws worden toegevoegd, er kan slechts worden geïnterpreteerd, veranderd, geïntensiveerd dan wel verzwakt worden.  

"Kennis is herinnering", zegt Aristoteles.  

Kennis is dus GE-weten.  

Kennis ligt in het verleden, en als wij het uit de toekomst halen, wordt het in hetzelfde moment verleden. 

De oerbron van kennis is nl. onsterfelijk, het is altijd aanwezig geweest en zal het altijd ZIJN. Iemand die meent niets meer behoeven te weten, verzwakt zijn GE-weten en aldus zijn kennis.  

Met betrekking tot deze soort kennis worden we getoetst NA onze dood: in hoeverre heb je geput uit de Oerbron van Kennis? 

In hoeverre heb je je dronk verwerkt in lichaam, ziel en geest? 

Ben je bereid te BLIJVEN tappen tot aan de laatste ademtocht van je leven? 

Dat zijn essentiële vragen die lang niet ieder spiritueel mens overdenkt. Putten uit de oerbron van Kennis is een voorrecht, dat niet voor iedereen is weggelegd.   

Menigeen stelt totaal geen belang in kennis, noch in weten, noch in een doorlopende intensivering en vervolmaking van zijn weten. 

Dat zegt al wat.  

Hij, die nl. wel uit die oerbron put raakt niet vermoeid van dat putten, maar, integendeel, hij wordt opgewekt ermee door te gaan.    

De Oerkennis bevat een levenschenkend element dat totaal afwezig is bij alle aangeleerde kennis of enige universitaire scholing.   

Een mens, die eenmaal uit de oerbron heeft gedronken, wordt weetgierig, in de beste betekenis van het woord.   

Nieuwsgierig kan hij niet zijn, want er is - spiritueel bezien - niets nieuws.   

Neen, hij wordt begerig zijn tot dan latente weten levend te maken.   

Alles wat was, weten we; alles wat is geweest, brengen we weer terug; het is een doorlopende beweging, een levensrad met 8 spaken waaraan wij vastzitten.    

Na de "acht" is het volbracht, zegt de heks uit Faust. 

Dat achtspakige levensrad draait met ons om en om, dan weer bevinden we ons in het onzichtbare, dan weer in het zichtbare gebied.    

We worden ondergedompeld in de ervaringen en we worden beproefd door de vier elementen: vuur, water, lucht en aarde, die door onze etherische begaafdheid tezamen moeten worden gevoegd.   

En buiten deze hele intensieve beweging plaatsen we God, alsof Hij er niet bij hoort. We scheiden Kennis van Liefde, en religie van weten; we plaatsen geloof en kennis tegenover elkaar en we pijnigen onszelf door onze eenzijdigheid.    

Een spiritueel mens MAG niet weten, hij moet GELOVEN, zegt menige leider, die pretendeert de spiritualiteit zelf te hebben uitgevonden. Weten en weetgierigheid ondermijnt het geloof, is de mening van autoritaire gezagdragers.  

Dat is een bewijs dat er binnen hun geloof iets verborgen moet blijven, want weten - als herinnering - verdient het geloof, maakt het onwankelbaar. 

Dit oerweten is net zo onaards als het oergeloof. 

Zij behoorden beiden ééns tot de re-ligio, de wederverbintenis met God of het Al.  

De mens moet immers her-ontdekken dat hij deel heeft aan het universum en dat dit universum in hem is, inclusief de motorische kracht die dit alles draagt? 

Kennis zonder re-ligio is dood en vermindert het Oerweten dat herinnering is. Als men niet doorlopend in beweging blijft, alert blijft, attent blijft op het wegvallen van bedekkingen, verzwakt onze oerkennis, het levenselement verstikt en wij worden citeerders. 

Wij maken gebruik van de beperkt opgewekte herinnering, maar herinneringen kunnen verflauwen als er geen beeltenissen zijn om hen te verlevendigen. Liefde groeit mee door de dronk uit de Bron van het oerweten.   

Liefde zonder kennis wordt domheid; die in het tegendeel van liefde kan veranderen. De spiritueel weetgierige wordt door kennis rijper, begrijpender, liefdevoller.  

Als we, door een compilatie van onze kennis, de achtergronden van het zichtbare zijn gaan doorzien, is het toch vanzelfsprekend dat we een innerlijk ruimer denkend en wijzer mens worden? 

Het uitzien naar de verten en het vallen over de steen aan onze voeten, is nog steeds een actuele tekortkoming van de z.g. spirituele mens. 

De levens van anderen willen veranderen, terwijl we zelf vastroesten in onbezielde gewoonten, dat is een bekende signatuur van vele esoterici. Dit ontstaat slechts door gebrek aan kennis en het niet kunnen, dan wel niet willen putten uit de oerbron van kennis.   

Wat is die oerbron? 

Hij heeft zijn stromen overal in de wereld, in onze omgeving, in onze medemensen verdeeld en elke druppel die we proeven moet ons zodanig stimuleren, dat we op zoek gaan naar zijn herkomst.  

Iemand die niet religieus wil zijn, maar uitsluitend kennis wil verzamelen sluit dat ondefinieerbare IT, dat het onderscheid vormt tussen oerkennis en aangeleerde kennis, uit. 

Dat IT is goddelijk, onaards, het is de kracht die ons innerlijk verandert, d.w.z. spiritueel maakt. 

De esoterische hobby-ist is NIET spiritueel, hij is nieuwsgierig.  

Hij wil nieuws vergaren en als er geen nieuws is, raakt zijn interesse op. Zo kan men uitgekeken raken op God, op spiritualiteit, op esoterie en op re-ligie.  

De nieuws-begerige zoekt andere bevredigingen en bij is onverzadigbaar EN vernietigend.  

Een spirituele weetgierige, integendeel, put uit de bron en deelt daarvan uit, geeft af; dat doet hij automatisch, het is dat ondefinieerbare IT dat hem daartoe aanzet.    

Nieuwsgierigen binnen spirituele kringen zijn de motten die alles trachten weg te vreten; nergens is zo weinig nieuws te garen als in de spiritualiteit, en zij, die op alle mogelijke manieren trachten iets nieuws te brengen in de spiritualiteit, bewijzen dat zij de oerbron niet kennen. 

Spiritualiteit is traditioneel, het is - het was - en het zal zijn; het is onontbeerlijk als fundament voor mens en schepping.  

Een harmonisch, bewust, drievoudig mens kan zonder spiritualiteit NIET leven; elkeen die dat MEENT te kunnen is in zichzelf disharmonisch. 

De ziel vraagt de geest doorlopend om voedsel, waardoor het organisme evenwichtiger wordt en de mens vrede vindt.  

Het onderscheid ligt hier tussen de vraag van de ziel en de vraag van het ego. Een extreem sterk ego wil overheersen en zoekt daartoe middelen, ook aangeleerde kennis; ook z.g. spirituele kennis of macht.   

De ziel zoekt voedsel om te LEVEN, dat is totaal iets anders. 

Een ego kan bestaan om te ETEN, laten we zeggen zichzelf overeten, of iets of iemand leegvreten; dat is de signatuur van de onevenwichtige mens, daarentegen is ook de signatuur van NOOIT voedsel behoeven, NIET eten, een kenmerk van onevenwichtigheid, van een ONDERontwikkeld ego.    

Elke mens, die zich met God of de Oerbron van kennis bezighoudt, is niet met zijn ego bezig, omdat dit hem niet obsedeert.  

Het ego volgt gewillig een ziel die BEWIJST levend te zijn. 

We draaien de zaken altijd om. 

We willen altijd dat de ziel of de geest, God of de medemens doen wat òns ikje wil.   

Dat bewijst reeds dat we uit ons lood zijn geslagen, elke religieuze, maatschappelijke of esoterische beweging die ons daarin sterkt, bewijst zijn godloosheid en aldus zijn onwetendheid. en zijn zielloosheid.  

Wij moeten WORDEN beziggehouden door een levende ziel, als vanzelfsprekend zoeken we dan naar spirituele druppels en volkomen natuurlijk gaan we op weg naar hun herkomst.    

Er is hier geen elke vorm van dwang of plicht.   

Alles komt van binnenuit.    

Als we eenvoudig doen wat we menen te moeten doen, wordt die innerlijke bron en dat ge-weten vanzelf blootgelegd en komen herinneringen terug, die herinneringen sluiten ons aan bij die kennis waar we eens zijn blijven stilstaan.  

Herinneringen kunnen ons in beweging brengen, momenteel is de nostalgie-trend een beweging die is ontstaan vanuit een collectief herinneren.   

In de spiritualiteit gaat het precies zo. 

Een spiritueel gevoelig mens herinnert zich het volmaakte, het goddelijke, het geestelijke; hij herinnert zich een gevoel van welbehagen, geestelijk en lichamelijk.   

Een intens gevoel van welbehagen hangt samen met geestelijke   en lichamelijke gezondheid.    

Als wij ons "geborgen weten in God" gevoelen we een soort welbehagen.     

In deze sensatie is het volkomen onbelangrijk of we al dan geen lichamelijke gebreken hebben, het is een levensstroom die alles wegneemt. 

Om tot deze ervaring te komen moeten we toch een zekere kennis bezitten, we moeten innerlijk WETEN wat welbehagen is òf we moeten het GE-weten hebben; we hebben er herinneringen aan. 

Een ingrijpende herinnering laat ons nooit met rust. 

Een spirituele herinnering, zeg oerherinnering, zeurt net zo lang aan ons hoofd en aan ons hart totdat we in beweging komen. 

Dat is je ware!     

Het is die Shin, het teken van Shiva, het teken van Licht, Leven en Opwekking; het is de letter van de Zoon des Lichts, die het Licht niet kan vergeten.    

Wat is Licht? 

Licht is alles; groei, welbehagen, kennis, leven, vreugde en verdriet.    

Het Licht tolereert het duister aan zijn zijde als een completering van zijn helderheid; het oerweten brengt duidelijk onze onwetendheid aan het licht.   

En dan kun je zeggen: "hoe meer ik weet, hoe duidelijker het me is, dat ik niet weet." (Cicero)   

Dat wordt een provocatie om je geheel te vullen met licht, met oerkennis, al die verborgen hoeken van het aloude GE-weten doorschijnen, opdat je op zult gaan in het Al. 

Dan begrijp je ook dat het Alles-in-allen de mensen verbindt, de zielen samenvoegt en vooral: een gevoel van gezamenlijk welbehagen, d.w.z. gezond en levend gevoelen, aanwezig kan zijn. 

Het is ouderwets en wellicht bijbels om te spreken over "welbehagen", maar het oorspronkelijke "îwelbehagen in de mens" is een welbevinden tussen geest, ziel en lichaam. 

Wij geloven nog nauwelijks in die toestand. 

Een mens die zich zo gevoelt is ontvankelijk, bereid en bereikbaar.  

Hij is in één woord: een normaal, harmonisch mens. 

En hij zal re-ligieus zijn in de oorspronkelijke betekenis.  

De weetgierigheid is ingeschapen; de nieuwsgierigheid is ontaarding; spirituele weetgierigheid komt geheel vanzelfsprekend uit een levende ziel voort. 

We hebben talloze omschrijvingen van God, en toch weet slechts de Kennis-dragende mens WIE en WAT God is, en hij beseft dat zijn weten altijd ten dele is.  

Hij weet ook dat men over deze innerlijke Kennis niet discussieert, maar deze is, al dan niet, deel van ons. 

Herinneringen zijn bronnen van kennis; herinneringen werden in onze ziel gegrift, het ongegrifte vergaten we. 

Net als met een gezicht, dat we niet direct thuis kunnen brengen, stuiten we in het leven op kennisdroppels, die we HERkennen maar niet direct in verband kunnen brengen met feiten.  

Zo WETEN we dat er een God is, en sommigen van ons verbinden Hem met ervaren feiten; voor anderen is hij een vage herinnering.   

Maar een vage herinnering is beter dan totaal niets.  

Uit niets komt niets. 

Uit een ledig innerlijk komt ledigheid.  

Uit beperkingen die we onszelf gedwongen opleggen, beperken we anderen, beperken we onze leefruimte, en beperken we ons godsbegrip. 

Doordringen tot de oerbron van kennis is jezelf de vrijheid geven naar je herinneringen te zoeken; de weg naar binnen, is naar je herinnering zoeken; de weg naar buiten is je herinneringen completeren met ervaringen, opdat er doorlopend herinneringen of kennis zullen zijn.   

Een kleurloos leven kent geen herinneringen. 

Iedere mens zoekt in de richting die zijn herinneringen hem aangeven; een herinneringsloos mens zoekt noch verdieping noch verwijding. 

De liefde wordt vervolmaakt door kennis; en kennis wordt verdiept door de liefde tot de oerbron. 

Beide zullen zo noch oppervlakkig noch éénzijdig zijn. 

Emotionaliteit kent geen kennis; intellectualiteit kent geen liefde.  

Zoeken naar weten is: uit een innerlijke ervaringsweg verdieping van kennis of verbreden van het gezichtsveld zoeken. 

Hart en denken zoeken beide naar hun herinneringen, en zij doen dit beide op de eigen wijze: het denken zoekt bevestigingen, het hart geeft de richting aan.  

Zij gaan echter geen van beide alleen op pad op de spirituele zoekersweg, want alleen worden zij ofwel bedrogen, dan wel zij worden beschadigd of ziek.  

Het hart bewaakt het denken en omgekeerd; en bij de spirituele kennis krijgen zij beide hun deel, dus kan de mens zich vredig en WELbehaaglijk gevoelen. 

Dan zou je kunnen zeggen dat "God" zijn "welbehagen" in je heeft gelegd. 

Het wil niets anders zeggen dan dat jij op zoek bent gegaan naar Gods Welbehagen en het vond, terwijl je je dorst leste aan de stromen vanuit de oerbron.  

Welbehagen maakt niet duf, noch paralyseert het ons, integendeel, het activeert de gehele mens en het herverbindt hem met zijn Schepper, die doorlopend Zijn Vrede over hem zal uitstorten, wat er ook komen moge. 

Daarin ligt zijn geloof, zijn kennis, zijn liefde en zijn hoop, en alles zal vol-ledig in hem zijn, omdat hij de volheid en de ledigheid aaneenvoegt.  

Weten is ontdekken niet te weten, en deze ontdekking is de grootste zegen die een mens kan ervaren.   

Want hij kent door de volheid de ledigheid en ziet hun eenheid.  

Als het ledige de volheid zoekt en de volheid zich ontledigt dan is het goed.   

Dan is er licht èn leven vanuit de Al-Ene.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene