43 - De Universele Leer Als Levenuitdrukking

Zodra wij het innerlijke besluit genomen hebben om te trachten een ziele-Individuum te worden moeten wij afscheid nemen van iedere uiterlijke geloofsbegrenzing. 

Zij, die een innerlijke leer willen aanhangen, wenden zich tot de universele ziele-dienst tussen God en ziel. Zij komen tot een gnostieke geloofsovertuiging, hetgeen betekent, dat zij hun leven instellen op een bevordering van het ziele-leven. 

De opvattingen omtrent de ziel der mensen lopen in de religieuze leringen sterk uiteen. Er is ons inziens maar één juiste benadering en dat is de lering der gnostici, die zei dat de mens twee zielen heeft: De ikcentrale zielekern der natuur, die zich uitleeft in zelfhandhavingsdrift en de Goddelijke ziel, die uit niets anders bestaat dan een oeratoom, het rudimentaire overblijfsel van de oorspronkelijke Goddelijke Mens. 

Het aardse leven heeft tot doel de ikcentrale zielekern het levensrecht te ontnemen en dit wederom de goddelijke ziele-kern of het atoom Gods, toe te voegen. 

De gnostieke legenden over de Zonen des Lichts en de Zonen der duisternis zijn alle gebaseerd op de strijd tussen ziel en stof. Deze "strijd" heeft niets te maken met de tegenstelling goed en kwaad, daar de tegenstelling van ziel en stof ligt besloten in de existentie van twee natuurorden. In deze apocalyptische tijd, waarin de materieel religieuze opvattingen hun top bereiken en de mensheid snel op zoek zal gaan naar een innerlijke spiritualiteit, krijgen de boekrollen van de Dode Zee een nieuwe betekenis. 

Zij zijn opgesteld door mensen, die in een gelijke tijdskentering leefden als wij: de uiterlijke vormenreligie stikte in haar eigen verstening. Men kon zich slechts op een innerlijk spiritueel beleven richten door zich terug te trekken in de eenzaamheid en binnen de schatkamer van geweten en intuïtie. Uit deze schatkamer zijn de Essener-geschriften van de Dode Zee ontstaan, die bijna woordelijk het Nieuwe Testament van de Bijbel weergeven, met dien verstande dat de geschriften een duizendtal jaren ouder zijn! 

Hieruit kan men opmaken dat het Christendom zoals wij dat heden kennen eigenlijk niet terug gaat tot Jezus Christus, maar veel ouder is en zelfs teruggevoerd kan worden (als essentie) tot het begin der wereId. 

Het Christendom is niet te vereenzelvigen met een enkel boek of geschrift, want het is de getuigenis van een innerlijke Leer, die mensen vanaf het begin dezer wereId hebben aangehangen. Deze Leer is als een belofte tussen de ziel en haar God, tussen de Zoon des Lichts en zijn God des Lichts!  

En of men zich nu Gnosticus noemt dan wel Christen, zodra men deze ziele-leer belijdt, wordt men één met de Bron en wederom een Zoon des Lichts, een kind des Goddelijken Universums. De broederschap der Essenen, gecentraliseerd o.a. in een klooster in de omgeving van de Dode Zee arbeidde aan het einde van de Ariës-era en de doorbraak van de Pisces-era, het tijdperk van Jezus. 

De kosmische stralingen van de Ariës-era bracht doelbewust een baanbrekende leer, die een heenwijzing inhield naar de innerlijke Zoon des Lichts. 

In de Pisces-era werd deze leer versplinterd, onder de kosmische werking van de Pisces-trillingen en verdeelde men deze ene universeIe Waarheid in een ontelbaar aantal verschillende leringen. Doch aan het einde van de Pisces-era, en de stralingen van de Aquarius-era doorbreken, roept de lichtloos geworden mensheid wederom om die ene universeIe Waarheid. Hierdoor ontbrandt de strijd tussen de uiterlijke verstening en da innerlijke verdieping. 

Er is in de loop der tijden niet zo veel veranderd, hoewel de uiterlijke vormgevingen verschillen. Innerlijk is alles gelijk gebleven. Zouden wij niet op de top van de zogenaamde beschavingscultuur staan, dan zouden de innerlijk versteende Petrus-aanhangers zich vol haat werpen op hen, die de abstracte Johannes-religie belijden. 

Gelijk dat voorheen geschiedde. 

Reden waarom de Essener-broederschap de universeIe Leer in het geheim beleed. Iedere opflikkering van een innerlijke religie werd en wordt nog in de kiem gesmoord, de methoden zijn slechts veranderd. Om de universeIe Waarheid verder te kunnen dragen moet de pelgrim zichzelf wennen aan een strikte geheimhouding. 

In deze tijd zal men de Gnosticus niet direct op de brandstapel brengen, maar er zijn veel geraffineerder middelen om de Kracht aan de Waarheid te ontstelen. Methoden, die geïnspireerd werden door het raffinement uit de Pisces-era, dat de grote lijn uiteenrukt, zodat door onbegrip de Waarheid niet meer is te herkennen. 

Een werkwijze die door de religie van Petrus veelvuldig werd aangewend, nadat de intellectuele individuele ontwikkeling de brandstapels onmogelijk maakte! 

Vanuit dit standpunt moet men ook de opkomst en de geheimhouding van de middeleeuwse broederschappen bezien. 

Ook in hun overleveringen komen de legenden van de "Zonen des Lichts" voor, een aanduiding van de oorspronkelijke Goddelijke, helaas gevallen ziel. 

In de middeleeuwen ontstond de alchemische leer, een nieuwe vorm van geheimhouding der universeIe Waarheid, als reactie op de haat der uiterlijke religieuzen. Uit deze alchemie kwamen naar voren: het getuigenis van de alchemische bruiloft van Christiaan Rozenkruis, een geschrift bestemd voor hen, die de diepten achter de woorden kunnen schouwen, en de "Fama Fraternitatis", een opwekking tot samengaan van alle innerlijk wetenden. 

Doch al deze uiterlijke bedekkingen vallen weg zodra de mens de innerlijke Ziele-leer herkent en in al die verschijningsvormen de ene, grote machtige Waarheid ontdekt. Dan is het niet belangrijk of men de Waarheid in de alchemie verbergt, dan wel in het gnosticisme, want in werkelijkheid zijn gnosticisme en alchemie gelijk: de verwisseling van de ik-ziel in de Goddelijke ziel staat centraal. 

Deze innerlijke omzetting is de roep die Johannes, de ziener van Patmos, de mensheid overdroeg en die reeds te vinden was in de Essener-geschriften. Want deze Johannes is de mens der omwending, de mens die de innerlijke Leer tegenover de uiterlijke leer stelt, en die altijd van zich doet spreken op het moment waarop de verstening en de materie zich gaan toesluiten. 

Daarom noemen wij Johannes de apostel van de Aquarius-era, maar wij kunnen hem ook de apostel van de Apocalyps, het einde der tijden en het begin van een nieuwe openbaring noemen. 

Hij is de ziener van een innerlijke wereld, de ziener van de universeIe innerlijke Waarheid, die slechts bekend wordt aan hen, die deel hebben aan deze intuïtieve, ziele-waarheid. 

Aan het einde van een bepaald tijdsbestek komt er altijd een groep mensen naar voren, die de zo bestreden Waarheid zuiver en rein wil bewaren om deze te kunnen overdragen aan de komende generaties. Zulk een groep mensen gaat een hechter fundament smeden, zich aaneensluitend op een basis die de uiterlijke, versteende religieuzen niet kennen. Dit fundament berust slechts op het ziele-weten. 

Hij, die de Waarheid schouwt, kent en liefheeft, bezit indirect een binding met allen, die deze Waarheid ook kennen. Deze mensen sluiten zich niet steeds aaneen binnen een uiterlijke beweging en zij worden niet gedwongen door uiterlijke wetten van de een of andere groepering, maar zij beschouwen zichzelf als minuscule vonkjes van de Waarheid en om deze Waarheid zo sterk mogelijk te concentreren voegen deze vonkjes zich tezamen. Echter zonder onder een bepaalde naam gegroepeerd behoeven te zijn en zonder zich onder een bepaalde naam bekend te maken. In deze zin beschouwen wij de Kathaarse broederschap der middeleeuwen en de gnostici aller tijden, en zo beschouwen wij ook de rozekruisers-alchemisten. 

Zij allen beleden hun leer als een innerlijke staat-van-zijn, maar gaven aan hun idee een bepaalde aanduiding, om zich directer bij de mensheid bekend te maken, maar zij vormden geen beweging als zodanig, geen vast omlijnde groepering. 

Gnostici, rozekruisers en alchemisten bevonden en bevinden zich over geheel de wereId, en heel dikwijls buiten de zich onder deze naam bekend makende bewegingen. Want de Goddelijke ziel, het atoom van het Goddelijke Universum, draagt geen naam. De Lichtzoon of de kinderen des Lichts, zoals Jezus hen noemde, bevinden zich overal, onverschillig hun ras, huidskleur en geboorteland.  Onverschillig achter welke bedekkende vorm hun  innerlijke Leer zich verbergt. Zodra een geestelijk leider zijn volgelingen aan uiterlijke leringen bindt en hen dwingt deze leer intellectueel te omvatten, terwijl hen slechts de "zaligheid" kan beloven wanneer zij de theorie verstaan, wijkt hij af van het principe der innerlijke Leer, die reeds in de pelgrim opgetekend ligt en wacht op her-ontdekking. 

Een pelgrim die terug wil keren tot de oerbron van de Waarheid behoeft niets aan te leren, hij behoeft slechts iets te herontdekken. Daartoe moet hij de Waarheid in zichzelf opgraven, niet door leringen, maar door openbaringen. 

De wereId is topzwaar geworden door de leringen, door de bedekkingen der Waarheid. Aan het begin van deze Aquarius-era ziet men overal hoe de mens de bedekkingen gaat wegrukken, allereerst buiten zich, daarna in zichzelf. 

Dat is de oorzaak van alle onrust in deze tijd: die tegenstelling tussen ontdekking en bedekking. Men ziet het in da politiek, in de maatschappij, in de wetenschap, de religie en de kunst. 

Enerzijds bedekt men angstvallig de ineigen waarheid, anderzijds schuwt men geen enkel middel om de bedekking weg te rukken, zonder de gevolgen te kunnen overzien! 

Uit beide reacties staat de angst op: angst voor de leegte en de ontmaskerende waarheid en angst voor de gevolgen van het her-ontdekken van die waarheid. Onze eigen pogingen om die aloude, zo bezoedelde universele Waarheid in ere te herstellen mag dan een bedroevend zwakke poging zijn, in verleden en heden waren het altijd de kleine groeperingen, de wetende eenlingen die een begin moeten maken met de Waarheids-openbaring. 

Op een scheidingslijn van twee tijds-perioden zullen het nooit de grote groeperingen zijn die de UniverseIe Waarheid in bescherming kunnen nemen. De eenling, het Individuum, zal deze UniverseIe Waarheid over de scheidingslijn brengen, en in een andere era zal hij deze Waarheid dan wederom op de eigen wijze gaan bespeIen. 

Uit het verleden komt de roep van deze Waarheid, maar altijd door de eenling, of de kleine, zeer besloten principiële groepering. Wanneer de pelgrim door ziele-hunkering wordt gedreven, zal hij zichzelf principieel binden, omdat hij innerlijk de noodzaak gevoelt deze universeIe Waarheid bekend te maken op de universele wijze: de ziele-kennis, of de oorspronkelijke goddelijke kennis - gnosis - door levenshouding te bewijzen. 

De gnostieke overleveringen zijn slechts herhalingen van een kern-waarheid: de omzetting van de ik-ziel in de Godsziel, en dat is de strijd tussen de Zoon des Lichts en de Zoon der duisternis die hem het Licht ontstelen wil. 

Alle overleveringen verteIlen hetzelfde zonder opbouw van een ingewikkelde filosofie. 

De gnosticus bezit geen filosofie, geen interessante uiteenzettingen, maar hij vertelt intuïtief wat zijn ziele-herinnering hem voorspiegelt. Daar omheen bouwen napraters, uiterlijk religieuzen, schone filosofieën, valstrikken voor de onwetenden, misleidingen voor de zoekende mens. men moet zich daarom trachten terug te trekken uit die chaos van leringen, opvattingen, commentaren en bespiegelingen en terug keren tot de eenvoud der eenheid, tot die vaste ondeelbare kern der Waarheid: het atoom der ziel en zijn herinneringen. 

Zich daarmede verenigende, in de stilte van het "niet-zijn" zal men dit atoom leren kennen en doorgronden, en het zal zich openbaren als Wijsheid, als Kennis, als Gnosis, en als Waarheid. 

De wereId erkent massale groeperingen als massamedia van een vermoedelijke waarheid, maar de ziel herkent het ziele-individuum als getuige van de ondeelbare oorspronkelijke universele Waarheid. Over de wereId zijn b.v. talrijke "rozekruisers" verspreid, begiftigd met allerlei graden en onderscheidingen, maar er zijn heel weinig rozekruisers-individuen, die het rozekruisers-schap tot innerlijke standing maakten. Zij zijn echter de belijders der universeIe Waarheid, hoewel hun naam onbekend is, behalve bij de Schepper hunner zielen. 

Voor hen buigen wij eerbiedig het hoofd, want hetgeen zij innerlijk hebben beleden, hield stand tot in het heden en aan hen danken wij de eerste bevestiging der Waarheid. 

Herkent de mens die Waarheid, dan moet hij handelen. 

Snel genoeg zal blijken dat deze Waarheid geen leer is, geen filosofie, maar een levende ademhaling zonder welke de ziel zou sterven. Heeft da pelgrim dit nog niet ontdekt dan gaat hij voort adem te halen uit de grove vibraties der materie en hij amuseert zichzelf met de filosofie, eventueel met een gnostieke leer en gnostieke theorieën, met woordenzifterij en uiterlijk vertoon! 

ledere serieuze pelgrim, zoekend naar de innerlijke diepten van het ziele-atoom, zal ontdekken dat zijn leven zijn leer moet zijn en zijn leer het eeuwige Leven binnen het Godsatoom. De harde school des levens schenkt hem uiterlijke leringen, harde levenslessen, opdat hij groeie en rijp worde om de innerlijke school van het ziele-Ieven te betreden. 

Tussen het overgaan van de uiterlijke naar de innerlijke school des levens ligt een grensoverschrijding in de pelgrim. 

Het innerlijke weten van de mens ontwaakt dan om de eigen lessen te aanvaarden, die bestaan uit lichtflitsen, die het rijk der Waarheid belichten, opdat de ziel, via het geweten uit de Intuïtie leze! 

Uw leraar, pelgrim, is geen mens maar hij is allereerst het leven, waarna, moedige pelgrim, uw geweten deze taak overneemt. Het leven, de meedogenloze leraar, jaagt u het eigen zelf binnen, het geweten jaagt de ziel wederom naar buiten, beladen met Wijsheid. Dat is een offerande. 

Onbevreesd naar buiten treden met de hervonden Schat ongeacht de tegenstander, die gilt van woede. 

De Wijsheid, die alle verstand te boven gaat, beschermt, behoedt en omhult deze pelgrim. Dit weten heiligt zijn daden, want dit Individuum eert zijn oorsprong en de Schepper bewijst hem Zijn Liefde door blijvend in hem aanwezig te zijn. Hij is de verborgen Kracht van deze bescheiden ootmoedige mens, waardoor zijn getuigenis der Waarheid, zuiver en lichtend wordt! 

Want Waarheid, Reinheid en Liefde zijn gaven uit één Bron! 

Zij sieren hen, die niets te maskeren hebben, daar in de eenheid met de Bron de demonen ter aarde vallen en slechts het Goddelijke Scheppingslied wordt gehoord!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene