36 - Appolonius Van Tyana En Zijn Tijd

"In de eenheid zingen de demonen de lof van God" 

Apollonius van Tyana

 

Wij willen uw aandacht bij Apollonius van Tyana bepalen, omdat wij menen, dat de tijd naderbij komt, waarin de kracht van de ware Gnostici herkend zal worden. Apollonius van Tyana werd door de kerkvaders op alle mogelijke manieren gedwarsboomd en gehekeld. 

Hij leefde namelijk juist in de tijd, dat de kerkvaders zich gereed maakten om de wereld voor hun eigen macht toe te bereiden. In het jaar I werd Apollonius geboren, te Tyana in Cappodicea. Het was het jaar, zoals u weet, waarin de kerkvaders de historische Jezus planden; het jaar, waarin de kerkelijke macht zich trachtte te funderen.  

U moet dit alles vooral juist doorzien. 

In de Pisces-era regeerden, naast de positieve krachten van Pisces, ook zijn negatieve krachten; zoals in de Ariës-era de mensheid door de "zelfhandhaving" gegrepen werd, zo lag de mensheid in de Pisces-era geketend aan het slaafse dienen, en aan de erotiek; bovendien straalde de Pisces-era geen eenheid in, doch integendeel: de verdeeldheid. De dienstbaarheid en de horigheid bewerkstelligden dat de mens bereidwillig was om een leidende macht te volgen; hij was - juist in het begin van onze tijdrekening - voldoende door de aoenische krachten van Pisces bewerkt, om van hem een gewillig dienaar te maken. En deze eigenschappen van de Pisces-era, sterk kenbaar wordende rond het jaar 1, werden herkend door de leidende religieuze machten.  

Die machten, die door een grandioos licht van de kracht-met-de-leeuwenkop, (zoals men kan lezen in het Evangelie van de Pistis Sophia) zich de heersers der wereld waanden. 

Deze bezitters van dit zwarte licht bezaten eveneens alle kennis omtrent de kosmische constellaties, omtrent de kosmische stralingen met betrekking tot de mensheid, en vooral omtrent haar zwakke zijde en haar gevoeligheid. 

2000 Jaar geleden verhief zich het historisch christendom, terwijl de Gnostieke broederschappen over geheel de wereld verspreid waren, Deze Gnostische broederschappen waren verdeeld - op een typische Pisces-manier - in allerlei kleine gemeenschappen. 

U kunt in de Bijbel lezen hoe Paulus deze gemeenschappen bezocht - en u kunt in velerlei apocriefe geschriften nagaan hoe al die gemeenschappen leefden en de leer verspreidden. 

Het is bekend van Apollonius dat hij grote reizen ondernam, zelfs in die mate dat zijn biografen zich verwonderen over de afstanden, en zich afvragen waar hij de middelen vandaan haalde om die reizen te maken. 

Een typerende gedachtegang voor de materieel gebonden mens! 

Apollonius had namelijk zijn rijkdom weggeschonken. Zijn taak was echter een opdracht van Gods wege - van Gnosis' wege. 

Wanneer hij niet van gemeenschap naar gemeenschap gereisd was en hun innerlijke kracht versterkt had, had de Gnosis in de middeleeuwen, op het hoogtepunt van de Pisces-era, niet zulk een succes kunnen hebben. 

Na het bezoek van Apollonius bundeIden deze Gnostieke Gemeenschappen hun krachten; zij werden door zijn bemoeienissen tot een eenheid, tot een hart, dat sterk en machtig klopte temidden van de aanvallen van de kracht-met-de-Ieeuwenkop, die zich gereed maakte om zijn prooi binnen te haIen! 

U moet Apollonius dan ook als een Gnostieke Boodschapper beschouwen, die geroepen werd om de kracht der Gnosis te versterken. En daarom is het, dat de kerkvaders zijn naam verduisterden, zijn macht kleineerden, zijn levensdaden "duivels" noemden. Historisch gezien leefde hij in de tijd van Jezus, en dat betekent dat, indien de faam van Apollonius als een wonderbare mare door de wereId was gegaan, de macht van Jezus, (de Jezus der kerkvaders) op de achtergrond zou geraken. 

U weet wellicht dat hetzelfde speI gespeeld is met Simon Magus, die beschouwd wordt als de Redder der Samaritanen! U weet dat op dezelfde wijze gemanipuleerd werd met de mythe van Mitras, de Zonnezoon. De kerkvaders namen de aloude, wereldbekende legende van de Zoon Gods, of de Lichtzoon, op, om deze tot hun eigen voordeel aan te wenden. 

U weet toch dat Jezus Christus, een universeIe God is? 

U weet toch dat Zijn Krachtbron dezelfde is als die waaruit Apollonius putte?! 

De spirituele Jezus en de spirituele Apollonius komen uit dezelfde Gnosis, zij zijn beiden een Zoon der weduwe, of Zonen van de Maagd, geboren uit de reine Oermaterie! 

Van het begin van onze jaartelling echter had de mensheid behoefte aan een nieuw godenbeeld - een gesneden beeld, dat zij kon aanbidden. 

De Ariës- en Taurus-era hadden haar volop deze beelden geschonken en nu liep die tijd af; de Ariës-stralingen trokken zich terug, de Pisces-stralingen vingen hun verbrekende werkzaamheid aan, en dus gevoelde de mensheid zich verlaten.  Zij zocht een nieuw beeld. 

Jezus predikte de Ene, onzichtbare God. Apollonius verwierp alle beeltenissen van God en sprak eveneens over de Ene, onzichtbare God. 

Beiden, zowel Jezus als Apollonius, wilden de mensheid optrekken tot een zuiver geestelijke, innerlijke Godsaanbidding. Maar velen uit die mensheid waren daartoe niet in staat. Gelijk velen in onze Aquarius-era niet in staat zijn de nieuwe werkzaamheid van Aquarius te volgen. De verbrekende stralingen van de Pisces-era waren van zuiver dialectische geaardheid, zij straalden de verdeeldheid in, die de mens afhoudt van de geestelijke, positieve, doelbewuste gerichtheid. 

De Pisces-mensheid kon slechts gered worden door een Voorganger; een groot, wijs en machtig Gnosticus, die bereid, en vooral in staat was, een verdeelde massa te verenigen en te leiden tot het geestelijke doel. 

En niet slechts Apollonius wist dat, maar zijn tegenstanders eveneens. Daarom ontbrandde, op het moment dat Apollonius zijn opdracht aanvaardde, de strijd tussen de twee machten op aarde. De merkwaardige verhaIen die de kerkvaders de wereld inzonden omtrent hun historische Jezus, werden geëvenaard door de verhaIen die de volgelingen van Apollonius vertelden omtrent hun Meester. 

Rond de figuren van Jezus en Apollonius ontwikkelde zich een geraffineerde discussie tussen de grootmachten der religieuze heerschappij. Die felle strijd voltrok zich in de rechtszalen, op de pleinen en in de straten, en aan de hoven van de keizers en koningen. Doch de Zonen der Weduwe, de ene, grootgebracht bij de Esseense Broederschappen - de andere in de Tempel van Aesclepios, gingen voort met hun arbeid. 

Zij verrichtten genezingen en wonderen, en zij deden beide niets anders, dan de Waarheid bekend maken en de bonafide Gnostici tezamenbrengen.  

Apollonius reisde naar Egypte, India, Tibet, Syrië, Arabië, Turkije en Griekenland. Hij betrat alle oude Tempels in deze rijken en overal ontving men hem met open armen. 

Wat hij binnen de muren van deze tempels en deze gemeenschappen deed is niet bekend. 

Apollonius, ingevolge zijn overwinning op het wapen van de tong-, sprak nergens over. 

Van Jezus zegt men, dat hij tussen zijn dertiende en dertigste jaar Egypte, India, Tibet en Griekenland bezocht. Ook hiervan is weinig bekend. Zowel Apollonius als Jezus spraken met de priesters en onderwezen de gemeenschappen. Het is dus een vaststaand feit dat in hun tijd de gemeenschappen der Gnostici bestonden en een eigen innerlijk werk bezaten. Zulke gemeenschappen hielden zich strikt aan de eisen der Gnostieke levenshouding, want slechts door verwerkelijking van de Leringen blijft de Kracht levend. Doch alleen zij, die de tong overwonnen hadden, dus die de macht van de tong of de macht van het spreken overwonnen hadden, konden de Leer gaan verkondigen. 

Mogen wij hier even bij stilstaan?  

Apollonius zei: "het wapen van de tong is-het machtigste wapen ter wereId". "Indien dit wapen zijn kracht verliest over de mens zelf - dus in de mens zelf - kan deze mens pas met goed gevolg over dat wapen zegevieren". 

Daarom hield Apollonius zich, zoals bekend, gedurende 5 jaren aan het gebod der stilte. 

En er zijn momenten geweest, -zo zegt de geschiedschrijver - dat hij tot zichzelf zeide: "Wees geduldig mijn hart, en wees stil mijn tong!" 

Temidden van zijn belagers staande, hield hij zich aan dit zware gebod der Pythagoreeërs. Daarna kon niets hem meer overwinnen en had hij in zichzelf de geestkracht gebundeld. Want wat de tong de mens doorlopend aandoet is niets anders, dan de innerlijke kracht in de mens verdelen, versplinteren. 

Zodra de mens zijn tong niet meer in bedwang houdt, verliest hij, door middel van het strottenhoofd, magische lichtkracht. Daardoor verzwakt hij zijn eigen Licht en wordt hij vatbaarder voor de kracht-met-de-leeuwenkop. 

Elk mens, die zijn strottenhoofd dus misbruikt om leugen en haat te verspreiden, staat direct onder de macht van het valse licht. Dit wisten alle waarachtige Gnostici. 

Daarom is deze Pythagorese eis een opdracht voor Groten, voor Ingewijden. Iemand die vrijwillig deze eis vervult, heeft zijn plaats ingenomen in de rij van de Zonen der Weduwe. 

Ook de Essenen kenden deze eis, evenals de Volmaakten der Katharen. Bij alle Gnostici moet zij bekend geweest zijn; en het is juist door deze zware opdracht dat de werkelijkheid omtrent hun Innerlijke Arbeid bewaard is gebleven! 

Door deze eis der Volkomen Stilte beschermden zij hun innerlijke Arbeid, begrijpt u?! 

En het was aan Apollonius om alle Gnostici uit zijn tijd, en vooral hun priesters, de belangrijkheid van deze eis nogmaals te doen inzien! Door zijn arbeid trok hij hen allen op in het Rijk der Stilte, en daar, in dat gebied der vergeestelijking, zouden zij allen elkaar ontmoeten en herkennen. Want in dat gebied verenigen zich de Ingewijden. In dit gebied arbeiden de Broeders der Mensheid, en door hun overwinning van de tong, worden zij allen verheven tot het Gebied der Eenheid. 

Hij die dit gebied der Eenheid binnen kan gaan, hij komt in nauw contact met de Broederschap van de Gobi. 

Hij staat in het Zoonschap der Weduwe, en in de Opdracht der Gnosis. Hij heeft toegang tot de oudste brandpunten der aarde, daar waar de Kracht nimmer verzwakt is. 

Want, zo verteld men over Apollonius, hij wenste alleen maar die Tempels en gemeenschappen binnen te gaan, die werkzaam waren. Hij betrad slechts die brandpunten, die vanaf de grondIegging der wereld hun dienst in het belang der mensheid vervuld hadden. 

En tot op de dag van vandaag herkent zelfs de moderne toerist, de materiële mens, (niet direct openstaande voor de instraling der Gnosis), nog die aloude Kracht. 

Zelfs wanneer de uiterlijke tempels tot ruïnen geworden zijn, blijft die Kracht levend.  Bij de kennisdragenden is het bekend, dat de meeste van deze brandpunten nog vanuit de astrale sfeer levend worden gehouden. Zij zijn nog werkzaam, ook al neemt de stoffelijke mensheid dat niet waar, hun kracht staat haar niettemin ten dienste! 

Want het is nog nooit gebeurd, dat de innerlijke Geestkracht der Gnosis door de tegenstanders-met-de-leeuwenkop vernietigd kon worden! Vandaar dat velen, door een vage herinnering gedreven, deze brandpunten blijven bezoeken. En van al deze brandpunten is het vrijwel zeker dat Apollonius hen bezocht heeft. 

Hij was te Delphi in Griekenland, en in Paestum in Italië, in Antiochië waar hij in de Daphnische Apollo-tempel vertoefde. Hij bezocht een zeer oude Tempel in Tzigatze, in India en was in een oude Tempel in Arabië; hij was op Kreta, en aan de kust van Frankrijk op St. Honorat. 

Deze plaatsen zijn enigszins bekend geworden door de optekeningen van zijn volgeling Damis, maar hij moet in nog veel meer tempels geweest zijn en van al deze brandpunten is het bekend dat zij uit de verre oudheid stamden. 

Zo is door Heinrich Schliemann opgetekend dat de Tempel van Saïs in Egypte moet stammen uit het oude Atlantis. De eerste Tempel van Saïs moet gebouwd zijn door de Egyptische God Thot, die een zoon was van een geëmigreerde Atlantische priester en de dochter van de koning van Atlantis: Chronos. 

Hiervoor zijn de bewijzen gevonden en liggen in het museum van St.Petersburg, De tempel van Saïs, en de gemeenschap van Egyptische Essenen die zich daar bevond, waren één van de belangrijkste trefpunten van Apollonius. De Essenen, waartoe ook Jezus behoorde, was niet slechts een joodse gemeenschap, maar een wereldverbreide broederschap. Hun leringen stemden volkomen overeen met die van alle oude Gnostieke secten, zowel met die van de oude Boeddhisten, Brahmanen, Pythagoreërs, als met de Therapeuten, Manicheeën en Paulicianen. 

Er is een grote lijn te herkennen, een draad van Ariadne, waarmee zij allen verbonden zijn. En al hun Boodschappers, allen die zulk een Gemeenschap leidden, of uitgingen tot de mensheid, of de opdracht hadden de gemeenschappen te verenigen, betraden do brandpunten met eenzelfde gebed op de lippen: "Maak, o God, dat ik weinig bezit, en aan niets behoefte gevoel!" 

Dit is het kenmerkende gebed voor de Pisces-era: "Laat mij niet vallen in de valstrikken dezer kosmische aeon, o Broeders des Lichts!" 

Want deze aeon brengt zoveel verleidingen voor hen, die slechts uiterlijk de filosofie willen beoefenen. 

Voor hen, die de macht over de tong niet overwonnen hebben, staat de weg nog open naar alle aardse geneugten. Het verlangen - juist in deze era,- naar de levensgenietingen van de stoffelijke mens, was zo groot. Dit verlangen kwam in die tijd opzetten als een loeiende vuurkracht. De macht-met-de-leeuwenkop legde zijn listen. Hij wilde de mensheid gevangen nemen en maakte gebruik van de aeonenkracht, en zijn opzet is gelukt, waarvan wij de gevolgen in deze Aquarius-era ondergaan, nu de mens een slachtoffer wordt van luxe en comfort. 

Het is overbekend dat de hang naar uiterlijk vertoon, naar pracht en praal, naar sexuele uitspattingen en decadentie, steeds velen, en vooral veel wereldse en kerkelijke leiders der mensheid, in hun ban houdt. Daarom legde Apollonius niemand zijn levenshouding op. Men kan lezen dat hij, indien een filosoof zijn verlangen naar dit genot tegenover hem kenbaar maakte, hij hem aanraadde daaraan toe te geven, want niets is zo funest als een geforceerde, opgelegde levenshouding. Die leidt tot niets, slechts tot een innerlijke ravage! 

Daarom riep hij op een zeker ogenblik ui t: "Wilt u zich mijn volgelingen noemen, terwijl u vlees eet en wijn drinkt, en geniet van alles wat deze wereId biedt? 

Niemand is mijn volgeling, dan hij, die leeft als ik." 

En juist omdat hij deze levenshouding der innerlijke wet nauwgezet opvolgde, kon hij doordringen tot de innerlijke gemeenschappen overal ter wereId. Hij werd door de leiders dier gemeenschappen herkend. Hij droeg het teken van de Zoon der weduwe op zijn voorhoofd. Hij leerde niets, zo zegt hij zelf, maar toch wist hij alles. Hij leerde de spraak van al de volkeren der wereId niet, doch hij begreep zelfs hetgeen hun tong verborgen hield. 

Kortom, hij was doorgedrongen tot het rijk van de Leidende Broederschap der mensheid en hij deelde haar gedachten. 

Zoals zo duidelijk in de Paulusbrief aan do Galathen staat: "Een Zoon weet wat zijn Vader doet! En een volmaakt dienaar kent de gedachten van zijn Meester!" 

Er is een tijd geweest dat de geschriften van Apollonius bewaard werden in de prive-musea van zijn voorname volgelingen. Keizer Hadrianus (117-138) bewaarde enkele zijner geschriften, waarnaar velen kwamen kijken; Keizer Alexander regerende van 222-235, plaatste vier beelden in zijn "lararium" (huiskapel): één van Jezus, één van Orpheus, één van Abraham en één van Apollonius. 

Arelian, keizer van 270-275, wijdde een tempel aan hem. 

Bovendien moeten er in het Konstantinopel uit de 13de eeuw bronzen deuren, gewijd aan zijn leven, bestaan hebben, die echter door de latere christenen vernield werden. 

Apollonius was een machtig concurrent voor de kerkvaders, doch hij had wel contact met de eerste christengemeenschappen. Hij predikte niet zoveel voor de massa, maar hij onderwees wel de priesters. Hiervan zegt hijzelf: "ik kan slechts contact opnemen met hen die het innerlijke leven leven, want deze gaan bij het aanbreken van de dag de tegenwoordigheid der Goden binnen, waarna zij de middag besteden aan het ontvangen der leringen der heiligheid; zij wijden hun leven niet, tot aan de namiddag, aan de stoffelijke zaken!" 

Daarmee zei hij dat hij zijn geschonken kracht slechts nuttig en doeltreffend wilde besteden. Hij kon die kracht niet vermorsen aan hen die niet luisteren wilden, of konden. 

Zijn woorden spreken dan ook duidelijk over een innerlijke opdracht: een opdracht voor hen, die de Weg reeds kennen! Zijn roeping was verheven boven die van welke priester ook en boven die van de Volmaakten. Hij was de directe Boodschapper der Gnosis, uitgezonden om de Dienaren der Gnosis hun opdracht voor de komende wereldperiode bekend te maken. 

In Syrië, in Egypte en Spanje gaf hij zijn opdracht door en ontving hij de geheimen der inwijdingen. 

In Spanje bezocht hij een tempel op de steile rots Gades, waar later Cadiz zou ontstaan. Van deze rots is bekend dat hij behoort tot een restant van het vaste land van Atlantis, de daar bestaande tempel, of "grot der Ingewijden" was eveneens een inwijdingsplaats uit de oudheid. Hij bezocht Troje en Mycene, beiden plaatsen, die een betrekking bezitten tot het oude Atlantis. Bij de Leeuwenpoort van Mycene ontdekte Schliemann de inscriptie, die vertelt over de Egyptische God Thot, die de zoon was van een Egyptische priester en de dochter van de Atlantische koning Chronos. In Troje ontdekte Schliemann een vaas, die lemen scherven bevatte met de inscripties: Van Koning Chronos van Atlantis, tevens een zilverkleurige plaat van een nu onbekende legering, met aan de voorkant nog niet ontcijferde symbolische figuren en aan de achterkant een inscriptie zeggende: dit behoort aan de tempel met de doorschijnende muren. 

Wij willen hiermee zeggen dat er een onmiskenbaar verband ligt tussen alle brandpunten en gemeenschappen die Apollonius bezocht: Saïs, in Egypte, Cadiz in Spanje, het eiland St. Honorat (een oud overblijfsel, Paestum, Troje, Mycene en de oude brandpunten in India, Tibet en op Kreta. Er is een bepaalde opzet te bespeuren. 

De Griekse Archipel, van Kreta weet men het zeker, onderhielden verbindingen met het oude Atlantis. Apollonius bezocht daar de beroemde tempels van Aesclepius, waar de spirituele genezing betracht werden.  

De oude brandpunten van de Orphische mysteriën en hun gemeenschappen werden door hem bezocht. Op Kreta is een zeer oud brandpunt van Orpheus. 

Alle Gnostieke gemeenschappen, die dus ononderbroken de mensheid hulp verleend hadden, of het Licht bewaard hadden, door alle natuurrampen heen, werden door hem van nieuwe opdrachten voorzien. 

Men kent de uitspraak van een oude Egyptische priester, die tot Apollonius zeide: "Waarom moeten de Egyptische leringen vernieuwd worden?" 

Dat is enigszins begrijpelijk. Egypte bezat zeer oude leringen, doch hun magische kracht dreigde omgebogen te worden. In India, het land waar vele oude leringen bewaard zijn gebleven en waar ook Pythagoras geheime opdrachten en inwijdingen ontving, vertoefde hij lange tijd bij enkele geheime Hindoe-gemeenschappen. 

De Hindoe-leer is één der oudste ter wereId. En al de geschriften van deze gemeenschappen, hun heilige boeken, angstvallig bewaard in Tempels en ondergrondse bewaarplaatsen, verteIlen het verhaal der mensheid. 

Het verhaal van de blanke Goden en de gevallen Lichtzonen, de geschiedenis van de oorzaak van de val der mensheid, en de mogelijkheid tot haar uitredding door de Goden, die zich later terugtrokken in het onzichtbare gebied. 

Apollonius, genegeerd, verdoemd, gekleineerd en tot een zwart-magiër gemaakt door de kerkvaders, is verdwenen in de schaduw van het kerkelijke christendom. Maar zijn naam, vrijwel het enige dat de mensheid nog van hem weet, licht door de geschiedenis heen door zijn magische kracht, die vele nieuwsgierige en waarheid-zoekende onderzoekers tot zich trekt. 

Want Apollonius wil zeggen: "Het Pad van Volmaaktheid; en de toevoeging van Tyana, maakt dit Pad tot een Weg van Profetie, Visioen, Heiligheid en Toebereiding. 

Uit de naam van Apollonius stralen deze kwaliteiten, die toch, door hun trilling, de waarheidszoekers aantrekken. 

Hij arbeidde onder de stralingskracht van de Mercurius der Alchemisten: de geestziel-, en hoezeer men ook tracht zijn arbeid te vernietigen en uit te wissen, deze Arbeid is ver verheven boven menselijke begrippen en kan door geen enkele mens worden teniet gedaan! 

En naar aanleiding van deze verheven Boodschapper Apollonius en zijn Opdracht, zouden wij zo graag willen dat er door bewust levende Gnostici een Gemeenschap gesticht werd die - op het moment suprème - waardig bevonden wordt tot een bezoek van zulk een Zoon der Weduwe, die de taak bezit, wanneer de bazuinen schallen, hen, die de weg betreden hebben, hun taak der toekomst te ontsluieren. Zij, die deze weg nog niet kennen, d.w.z. nog niet betreden hebben in daadwerkelijke zin, zullen die taak der toekomst niet vernemen. Maar zij, die de Stilte kennen, en de macht der tong overwonnen hebben, zij zullen in een nabije toekomst hun Christus, hun Apollonius of de Magiër van het Licht der Lichten herkennen. In zulk een Gemeenschap heerst, als een tastbaar bewijs, de Eenheid en de verinniging der Stilte; in zulk een Gemeenschap is de Harteklop der Oer-Kosmos, de ononderbroken levenskracht der Broederschap van de Gobi, herkenbaar! 

Zijn kern is niet te splitsen door de lagen en listen van de kracht-met-de-leeuwenkop, maar allen betrachten de onverbreekbare Eenheid, die straalt in de duisternis, gelijk het Nuctemeron van Apollonius beoogt. 

Zulk een Gemeenschap betekent de Volle Dag in de duisternis dezer wereld! 

Mogen wij allen de waardigheid tot het vormen van zulk een Gemeenschap snel ontplooien.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene