144 - Tarot en banvloek

Sinds onheuglijke tijden verdiept de mens zich in het mysterie van God en schepping. 

In de oudste literatuur stoot men op de taal der priesters die het volk de geheimen Gods wilden overdragen. 

Een van de oudste overdrachten vindt men terug in de geschriften van Hermes Tresmegistos, de god Thot van de Egyptenaren; waren niet veel van zijn optekeningen verbrand tijdens de grote verwoesting van de bibliotheek van Alexandrië, dan zou de mensheid heden meer bekend zijn geworden over het ontstaan  van de taal der Lichtzonen. 

De ijverzuchtige vervolgers en de door hen toegepaste vernietigingen van de boodschappers en de eerste waarheid, bereikten dat heden ontelbare brokstukken verzameld moeten worden om een enigszins aannemelijk beeld te verkrijgen van het mysterie God en schepping. 

Een van de alleroudste aantekeningen van Hermes, zo zeggen de berichten der historici, vormen de Tarot-kaarten; Hermes tekende beelden om zo te komen tot een overdrachtelijke taal die slechts  de ingewijden zouden verstaan. 

Ziehier de geboorte van de symboliek. 

Door middel van de beelden der Tarot zouden gelijken met elkander kunnen spreken over de enige opdracht des mensen: de terugkeer tot God. 

Allen die min of meer een weerzin gevoelen tegen de Tarot-afbeeldingen tonen hiermede dat zij door het dogmatische geloof dusdanig werden beïnvloed dat er een angst in het bloed achterbleef voor alles wat met Hermetisme, gnosticisme en alchemie te maken heeft. 

De Tarot-afbeeldingen waren eens muurschilderingen in de piramide van Memphis en deze waren betrokken bij de inwijding van de myste of de neofiet; door concentratie op de schilderingen kreeg hij een duidelijk beeld van de terugweg. 

Naast deze concentraties word hij aan allerlei beproevingen blootgesteld, die ongeveer gelijk zijn aan de inwijdingen van Eleusis, de moderne mens heeft geen idee meer van zulke tests, gewend als hij is aan een intellectuele en formele inwijding, verwend als hij is door een uiterlijke godheid, door een ver-dovende religie, die slechts de aandacht van de uiterlijke mens vraagt en waarbij de innerlijke mens totaal niet meer betrokken wordt. 

De Tarotkaarten echter zijn uitsluitend afgestemd op de innerlijke mens en daarom behoren zij tot de priestertaal der ingewijden, waarmede de hedendaagse mens zo gaarne speelt omdat hij de "grote schat der waarheid" heeft verloren. 

De indaling der Lichtzonen, zoals de literatuur vermeldt, staat direct in verband met de zondeval van Adam en Eva, en de vergetelheid omtrent de oerchaos van Adamas-Hevah. 

Wij leven in een verlichte tijd, zo beweert men en daarom zouden wij in staat moeten zijn, ook op religieus gebied, verlicht te denken. 

Verlicht denken kan slechts geschieden wanneer men de ban der eeuwen af kan werpen, waardoor tevens die spirituele banvloek van het dogmatische geloof wordt verbroken. 

Niets schijnt de mens echter moeilijker te vallen dan dit. 

Zelfs zij die zeggen dat zij niets met dogma en plicht, met kerk en autoriteit te maken willen hebben, vinden zichzelf aan de nog steeds niet uitgevibreerde banvloek der eeuwen waarbij het de mens verboden was anders te denken dan de voorschriften der priesters en hiërarchische wetten. 

Niemand is onzelfstandiger dan de verdwaalde ziel die het spoor tot God bijster is geraakt. 

Zijn verlangen is zo intens dat hij bereid is alles te geven in ruil voor een duidelijke wegwijzer, of een leidende hand. 

Iedere ziel die zoekende is, is een zwakke ziel, zij heeft een achillespees die bij de gewieksten dezer aarde, en bij de profiteurs der verdoolden zeer goed bekend is. 

Niemand die iets verloren heeft is sterk, zijn zwakte is de "verloren schat" die hem kan worden voorgehouden als het imitatie-konijn der hondenrenbaan. 

Want het tragische is dat niemand weet "wat" hij precies heeft verloren. 

Alle herinneringen daaraan zijn vaag en zij gaan van een intuïtief weten tot een twijfelend geloof. 

Het overgrote deel der mensheid is op zoek naar "iets" en de kwaliteit van dit mysterieuze "iets" stempelt hem tot een spiritueel herinneringsmens of een zoeker die doolt in vergetelheid. 

Iemand die het spirituele streven uit het oog verliest is al gauw geneigd zijn verlangen op andere zaken te concentreren, niettemin blijft hij gevoelig voor de woorden en de methoden der hiërarchische instanties en der geestelijke leiders, omdat hij innerlijk strijdt tegen de eigen leegte. 

Uit deze hunkering naar de verloren schat is die run op bezit, op veiligheid, op spirituele zekerheid geboren. 

Uit deze wedren achter het imitatiekonijn is de ontaarding ontstaan: de misdadigheid rond die tragisch verloren schat van de mens, het winstbejag rond de innerlijke honger der naasten. 

Is er één bedrijf lonender dan de handel met zielen? 

Is er iemand of iets hechter in het slijk dezer aarde gefundeerd  dan de hiërarchie der godsdiensten, die niet meer omver te  werpen is door recalcitrante gewetensvolle predikers?  

Alle dingen hebben twee kanten op deze aarde, zo zegt de mens fatalistisch en zo kan ook de wereldse spiritualiteit twee zijden hebben: één hand omklemt de geldbeurs en de andere hand hanteert het zwaard dat zielen en mensen doorklieft. 

Dit is altijd zo geweest en daarom hebben in de verre oudheid de priesters de Tarotkaarten van de muren van de tempel van Memphis gecopieerd, hoewel iedere associatie daarmede de dood voor de betrokkene tot gevolg kon hebben. Niets is intensiever vervolgd dan de kennis omtrent de terugweg tot God; niettemin hebben de predikers der wereld hun mond vol over deze terugweg. 

Zij spreken allen echter over een georganiseerde te rugweg, die leidt vanuit de religieuze beweging op aarde tot in de schoot van de religieuze beweging in het hiernamaals. 

Iedere ziel blijft zo gevangen binnen de satanische cirkel, die gevangenis der saturnale driften die de aanleiding was tot de aanval op Adamas, de Zoon die ondanks zijn "zonde" de vergiffenis Gods bezat. 

De vervlakking van de Tarot tot een kinderlijk kaartspel zoals in de middeleeuwen in Italië geschiedde is de  beste vermomming geweest van het allereerste geheimenis en werd tegelijkertijd de grootste vervloeking die de mensheid kende. 

Want wie kon, durfde en wilde bewijzen wat de Tarot 

in werkelijkheid onderwees? 

Is de angst voor dood en hel, voor verdoemenis en vervloeking niet altijd onnoemelijk groot geweest? 

Wie zal, in deze chaotische tijd van ontluistering, verheerlijking  en cynisme, werkelijk de waarheid bekend kunnen maken? 

De stemmen der priesters zijn tot zwijgen gebracht; een sporadische ijle fluistering bereikt slechts de enkeling, die zich niet durft verheffen uit vrees, een vrees die tot een verdoemenis is geworden, een echo uit een bloeddoortrokken verleden. 

Wordt het overgrote deel der wereldreligies, hoe hun namen ook zijn mogen, niet geregeerd door die machtige mammoet-heerser die in het onzichtbare gebied de touwtjes van deze religieuze poppenkast in de handen houdt? 

Gaat op een gegeven moment niet alles in die Ène smeltkroes der gelijke religieuze belangen om zich daarna weer opnieuw uit te gieten over een mensheid die meent iets nieuws ontdekt te  hebben, hoewel de herhaling haar slechts bedriegt? 

Vormen de optekeningen van Hermes, de Lichtzoon, de Boodschapper, de alchemische Mercurius, niet de echo die op de roep der ziel weerklinkt, maar waarop slechts enkelen durven reageren. 

Is het niet verstandiger, veiliger en vooral winstgevender deze heilige Tarot prijs te geven aan de wellustige nieuwsgierigheid  der massa, zoals het met vele geheimen is gegaan? 

Is het niet verbijsterend dat in onze zogenaamde verlichte tijd van uitvindingen, ontdekkingen, wetenschap en doordachte rede de mens verder van de heilige bron afgedwaald is dan ooit? 

Is het niet komisch dat zulk een mens met graagte in het imitatiekonijn bijt, daarmede zichzelf aanpratende dat het vlees sappig en mals is? 

Is die ontstellende innerlijke armoede naast de belachelijke uiterlijke rijkdom niet een bewijs van de gespletenheid tussen geest en stof? 

Hoe kan een mens, zo gespleten zijnde, ooit menen éénpuntig gericht te zijn op zijn "verloren schat der ziel of zijn hunkering  des harten?" 

Loopt hij zich niet te pletter op de renbaan der waan? 

Het is vanzelfsprekend dat zulk een mens vermoeid geraakt en niets hem straks meer kan aansporen om een nieuwe wedloop te beginnen, want wie en wat zullen hem aansporen. 

Niet de gezapige dogmatische gelovigen geraken vermoeid, niet de "gezegende" predikers die hun collecteschalen horen rinkelen van de geldstukken, niet de zendelingen die bevrediging vinden  in het prediken van hun dogma bij de arme heidenen, maar de eenling die in het imitatiekonijn gebeten heeft en niets dan houtwol, en namaak proefde, die geraakt innerlijk vermoeid. 

Deze vermoeidheid nu is het gif dat in het bloed van de eertijdse revolutionair des geestes is opgebroken, het is het gif van leugen, bedrog, vervolging, angst en wanhoop. 

Het is het satanische gif waarop de tegenstanders Gods, de ego-goden hopen. 

Geestelijke vermoeidheid schenkt verlamming in het denken, verdooft hart en zinnen en doet de ziel weer insluimeren. Geen wereldse religie, geen goeroe en geen organisatie hebben behoefte aan autonome zielen, vandaar dat sluimerende zielen, geestelijk vermoeiden welkom zijn in vrijwel alle religies. 

Het wiegelied der imitatiegoden dekt de vermoeide mens toe en het geheim der geheimen, de Hermetische weg der Tarot, blijft toegesloten, d.w.z. wordt niet waarlijk geëxploreerd. 

Er is een gigantisch complot aan de gang om de mens in te spinnen in welvaart, beslommeringen, geld, occulte interessen, magie, autoritaire bindingen en alle andere mogelijke methoden om hem "rustig" te houden, rustig naar de ziel. 

Hieraan gaan de chemische industrieën, bewust of onbewust, medewerken. 

Want er bruist een ondermijnende revolte in vele mensen en deze moet gesmoord worden. 

Men verbrandt heden geen ketters meer, men pijnigt geen antichristenen meer, men vervolgt niet openlijk meer vanwege "het geloof" op enkele uitzonderingen na. 

In onze verlichte tijd probeert men het met de "sluipende dood" die de mens aangrijpt van binnenuit, in zijn organisme, in zijn denken, in zijn bloed, in zijn emoties. 

De "sluipende dood" draagt maar al te dikwijls het masker van misleidende verlichting, van voorspoed en welvaart, twee verzoekingen waar de hedendaagse mens verzot op is en al etende, drinkende en onderzoekende baant zich deze mens een zekere weg tot het land waar geen terug meer van mogelijk is. 

De hedendaagse "verlichte" mens is belust op meer verlichting, meer weten, meer kennis en hij bemerkt niet dat het voedsel dezer verlichting vergiftigd is. 

Zij die iets vermoeden trachten terug te keren op hun schreden, roepen om natuurgeneeswijze, om stopzetting van vernietiging en wetenschappelijke misdaden, maar zij worden in hun ommekeer reeds aangegrepen door de sluipende dood, want wie kent het aangezicht van de satansengel? 

Is de mens niet zelf chaotisch geworden in deze chaos van misleidingen, leugen, en van de glimlachende profiteurs? 

De éénling moet waarlijk sterk zijn om de volkomen ommekeer te bewerken, hij moet autonoom zijn tot in zijn bloed en hij moet onbevreesd staan tegenover de banvloek der eeuwen. 

Daarom mag de spiritualist nooit zeggen: "Dat kan ik niet" of "Dat mag ik niet" of "Dat interesseert mij niet." 

Hij leeft, als spiritualist, als mens die nog steeds zoekt naar zijn verloren gegane Schat, op de rand van de afgrond. 

Daarom moet hij een sprong doen, hetzij met de sluimerenden inslapen, zich wiegende op de dromen der imitators, hetzij positief en beslist weigeren zich te laten bedotten en staande blijven tijdens die magische zang der sibillen. 

Deze magische zang zwelt aan, zij wordt met de dag sterker en de stroom neemt het schip der mensheid reeds mede om het te pletter te slaan op de klippen der zielloosheid. 

Het is slechts aan u, enkeling, vereenzaamde spiritualist in een wereld vol lagen en listen, om uit dat schip te springen en terug te zwemmen tegen de stroom op, terug naar het Land der Herinnering. 

Bij de eerste serieuze poging reeds zult u bemerken dat de golfstroom der Goden met u is en dat de vermoeienis van u afglijdt, omdat u nu wederom zeker weet dat daar aan de overzijde van de Jordaan de Schat der Goden wacht, die u verloren had in de chaos der tijden!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene