135 - De vlucht voor de zesde dag

Heel de mensheid draait om de keuze tussen Eva en Hevah, het lagere vuur of het bezielende geestelijke licht. 

Alle problemen en moeilijkheden zijn terug te brengen tot deze keuze, die door ieder mens, zeer individueel, moet worden gedaan. 

Is deze keuze eenmaal beslist dan ondergaat de mens daarvan in zijn leven de gevolgen, de risico's, de zegeningen. 

Eva, het lagere vuur, brengt ziekten, dood, materie e rijkdom of armoede, de strijd om het bestaan, kortom, al de feiten die de "vervloeking" uit het Genesis-boek weergeeft. 

Hevah, het bezielende licht, brengt eenzaamheid, vreemdelingschap in deze wereld, bescherming tegen de gevaren van armoede zowel als rijkdom, onbevreesdheid tegenover alle levens-ervaringen. 

De oorzaak van de levensinstelling is altijd te vinden in de betreffende mens, die in zichzelf Eva dan wel Hevah aanbidt. 

Het zijn nooit de omstandigheden die verbeterd moeten worden, zoals de humanist zegt, maar het is de mens die moet veranderen. 

Het individu werkt als een magneet en trekt de levens-omstandigheden aan die met hem in overeenstemming zijn en  hem kunnen stimuleren, dan wel vernietigen. 

Hij, die een Lichtzoon is en Hevah bezit, kan in uiterlijk kommervolle omstandigheden verkeren, doch zijn innerlijke licht blijft sterk en stralend. 

De Hevah-mens kent een innerlijke bezieling, een doel, een lichtende verte waar hij naar uitziet. 

De Eva-mens kent de tragiek van alles overheersende ziekten, de angst voor de dood, de belemmering van rijkdom of armoede, kortom hij mist die magnetische verbintenis met het Licht, die  hem de omstandigheden doet overwinnen. Hij worstelt met zijn levensomstandigheden en tracht hen te verbeteren, hij werpt zich op de uiterlijke vormen om daardoor een vernieuwing te bewerken. 

De Hevah-mens gaat echter van binnenuit te werk, hij zoekt de verbetering in zichzelf en zo wordt zijn weg dikwijls tegengesteld aan die van zijn medemensen, en deze oordelen hem, omdat zij slechts de uiterlijke vormen zien, doch zij kunnen niet anders, want zij zijn mensen van Eva, de vorm der tijdelijkheid. 

De zesde fase, de zesde kaart van de Egyptische Tarot, is bepalend voor het leven van de zoekende mens. 

Op de zesde dag van de schepping schiep God de mens en zijn zeven bestanddelen: de ziel werd hem ingeschapen. 

De zesde "dag" zal altijd de beslissing brengen of de mens werkelijk "mens" genoemd kan worden, een volkomenheid waarbinnen de ziel Gods is inbegrepen. 

Voor deze "zesde dag" of "voor de zesde Tarotkaart" is er van een beslissing nog geen sprake. 

Deze "zesde dag" wordt niet aan de neofiet bekend gemaakt voordat hij wederom "mens" genoemd kan worden, een volwaardige zevenheid, zoals God hem eenmaal schiep. 

Alle theorieën, leringen, studies die de mens voor zijn keuze, gesymboliseerd door de zesde Tarotkaart, onderzoekt, brengen hem slechts oriëntering, kunnen zijn onwetendheid wellicht verminderen, maar zij "beslissen" niet over zijn leven, dat doet de keuze van de "zesde dag": de keuze tussen Eva, die hem het horizontale leven gaat veraangenamen dan wel verzieken, of Hevah, die hem de spiritualiteit schenkt. 

"Na het zondigen", zo zegt God in het boek Henoch, "zal er niets anders zijn dan de dood". 

Het "zondigen" is de verbintenis met Eva, het buiten het Licht  van Hevah treden, om het lagere vuur van Eva als leidend licht te aanvaarden. 

Iemand die buiten het Licht staat is een zondaar, een onwetende zondaar, iemand die in duisternis tast; men kan hem vergeven omdat hij "niet weet", hoewel deze onwetendheid de oorzaak van zijn lichtloosheid is. 

"Onwetendheid is de oorzaak der zonde" - de oorzaak van de lichtloosheid. 

Welk wetend mens zou duisternis kiezen wanneer hij het Licht kent? 

Hij  kent het Licht niet, hoeveel woorden hij er ook over spreekt en daarom kiest hij de zonde, Eva. 

Zijn onbekendheid en onwetendheid omtrent het Licht spreken uit zijn woorden, uit zijn handelingen, uit zijn gedachten. 

Hij geeft gehoor aan zijn instructieve natuur, omdat hij deze natuur niet kent, en hij beantwoordt de roep van de goddelijke natuur niet, omdat hij deze eveneens niet kent. 

Onwetend is hij, hoewel dikwijls volbeladen met kennis. 

Hij strijdt voor de tijdelijke dingen in alle oprechtheid, in bezieling en ontneemt daardoor de goddelijke terugwillende Adamas zijn levensvuur. 

Hij is gericht op een eerlijk doel, dat echter aan de tijdelijkheid  niet ontkomt en hij ijvert ervoor, omdat hij niet anders kan.  

Zijn innerlijke wezen belijdt Eva en zij blijft tijdelijk, een moeder des doods, een moeder der komende en gaande dingen. 

Hij is een goed en rechtvaardig mens, maar hij blijft een Adam, die lijdt en juicht terwille van de overwinningen en de verliezen van Eva. 

Er vindt geen innerlijke verandering plaats, want "de keuze" heeft hij niet volbracht. Hij verdiept zich in de godsdienstige leringen  en hij heeft daar genoeg aan, omdat hij "de keuze" mijdt. 

Om deze "keuze" te volbrengen heeft de mens een diep weten nodig, een weten dat zich baseert op zijn archaïsche kennis, die hem ingeschapen is op die "zesde dag" der goddelijke schepping. 

"Zijn ziel bestaat uit de wind en de geest Gods." (Boek Henoch) 

Deze wijst hem dus de weg naar de Goddelijkheid, gedragen door de etherische winden, de fluisteringen 

der intuïtie, indien deze niet overstemd worden door het gebrul der levensorkanen. 

Gelijkmoedigheid tegenover de levensindrukken, neutraliteit tegenover leed en vreugde, en vooral de bezielende moed der inspiratie verwijzen Eva naar de achtergrond en roepen Hevah  op. 

Het leven des mensen is altijd waard om geleefd te worden, in-dien hij weet waarom hij leeft. 

Onwetendheid is de oorzaak van depressies, van verslaving en van lafheid. 

Onwetendheid is de oorzaak van alle zonde, d.w.z. van alle lichtloze uitingen. 

Onwetendheid drijft de mens tot onrust, tot het nutteloze zoeken, tot hypocrisie en tot religieuze waanzin. 

Eeuwen van religieuze studie, van theologie en van dogmatische leringen hebben de individuele mens onwetend gelaten, waardoor hij verviel tot "lichtloosheid", de zonde van het verlies zijner menselijke waardigheid. 

De levenshouding van het overgrote deel der mensheid is de Schepper onwaardig. 

Zelfs de religieuze hysterie waarbij zovele bekeringen tot stand komen is de mens van de "zesde dag" onwaardig. 

Hij "zondigt tegen zijn autonomie, hij maakt van zichzelf een onwetend dienaar, terwijl hij de opdracht kreeg om tot "weten" te komen. 

Onwetendheid leidde tot zijn neergang en elke verdieping van deze onwetendheid boeit hem aan de "zonde", de lichtloosheid, daarom is "weten" de enige verlossing voor hem. 

Dit "weten" werd hem onthouden door de autoritaire wereld-omvattende en hiërarchieke leiders; zo bleef de mens "zondig", lichtloos en nam hij zijn toevlucht tot minderwaardige middelen om dit "weten" te bemachtigen. 

De maatschappij wordt geleid door mensen die beweren te "weten"; studie en intellectuele scholing brengen de mens een schijnbaar weten en hij aanvaardt dit, omdat hij onwetend is met betrekking tot de Kennis die hij moet bezitten, van binnenuit. 

Zolang deze mens de innerlijke binding met Hevah niet bezit kan hem alles worden aangepraat, neemt hij genoegen met titels en theologie, want daar waar allen blind zijn is Eenoog koning, nietwaar? 

In het land van "Eenoog", de betweteraar, de weetgierige  occultist, de schijn-kennisdrager, roepen de blinden om hulp, en hij is de enige die meer ziet dan zij. 

Zo is het in de gehele maatschappij: er is een gevecht gaande om het etiket van "wetende", van Eenoog. 

En dit alles is mogelijk omdat de mens de keuze niet wenst te doen, de risico's van een Hevah-bezit niet wenst te aanvaarden en liever genoegen neemt met schijn-weten, etiketten en dogma's, hypocrisie en veilig schijnende religieuze organisaties. 

De moderne nieuwsmedia versterken deze gezapigheid nog en zo stikt de mens in het schijnweten dat de leiders der mensheid hem opdringen, zonder dat hij zelf tot "weten" komt. 

De windselen van de overmacht der schijn-wetenden wurgen hem, omdat hij te laf, te lui en te traag geworden is om zijn "keuze" definitief te bepalen. 

De Eva-mensen gaan vastbesloten hun weg, genieten van de accenten des levens; de Hevah-mensen gaan eveneens positief  hun weg, afgescheiden van de massa. 

Maar daar zijn die vele twijfelaars, die hun twijfel, hun angst en hun onrust verbergen in allerlei dwaze uitingen. 

Daar zijn die velen die nog steeds op zoek zijn naar het grote Weten en niet geremd willen worden. 

Zij zijn rijp voor de religieuze magiërs, voor de vele leringen die beweren de verlossing te brengen. 

Dit is de massa der zoekers waar in deze tijd om gevochten  wordt, want zij is nuttig en nodig voor het voortbestaan der dogmatische religies. 

Het grote spel tussen de ontelbare Adam-mensen en de zeldzame Adamas-mensen is in volle gang!  Allen nemen wij daaraan deel, omdat wij partij zijn, zonder dat wij het wellicht willen.  

Maar wij zijn partij zolang wij geen keuze gedaan hebben. 

Deze keuze voltrekt zich niet in een fauteuil voor de T.V., in de universiteits-bibliotheek of devoot luisterende naar de voor-ganger. 

Deze keuze is als een scheuring van het innerlijk en de pijnlijke werking gaat door totdat Eva en Hevah definitief, in de mens,  van elkander gescheiden worden. 

De "wetende" mens ondergaat deze ervaring als een geduldig wachtende, een eenzame observeerder en hij vecht er niet tegen. 

Men vecht niet tegen Eva, noch tegen de "zonde", de lichtloosheid, want deze is een zijnstoestand die langzaam moet wegebben als het Aurora doorbreekt. 

Al dat vechten tegen lagere lusten, zoals de dogmatische christen zo graag zegt, is grote nonsens. 

Zodra men moet vechten bekent men zijn zwakte. 

Zodra men om een situatie heenloopt, zoals dikwijls onderwezen wordt in de schijn-spiritualiteit, bewijst men zijn angst. 

Zo gaat het immers met alle geboden, verboden en eisen? 

De vrees voor het niet nakomen van eisen en verboden dwingt de mens tot een bepaalde levensinstelling. 

Vallen de eisen en verboden weg dan verlaat de angst hem eveneens en hij doet wat hij voorheen niet mocht. 

Men kan de mens niet veranderen door geboden, men kan hem hoogstens vergulden, maar het verguldsel moet regelmatig worden bijgewerkt anders bladdert het af en komt de werkelijke ondergrond te zien.  

Dit afbladderen van het verguldsel is momenteel in volle gang. 

Velen die zeiden Hevah te kennen bewijzen nu Eva te aanbidden met haar levensgenietingen, haar strijd, haar lusten en lasten. 

De onmeedogenloze saturnale inwerking brandt het verguldsel  van alles af, maar slechts zij die iets te verbergen hebben vrezen de gevolgen.  

Religio is in werkelijkheid: beslissing. 

Herbinding met God is niets anders dan omzetting, innerlijke verandering. 

En geen enkele religieuze organisatie, noch enige medemens kan dit voor de mens bewerken. 

Tot aan het einde zijner dagen blijft daar die onontkoombare Tarotkaart: de beslissing. 

De zesde scheppingsdag moet herbeleefd worden in al zijn zeven bestanddelen, onder leiding van de ziel, die uit Gods geest en de wind bestaat. 

Wie hieraan wil ontkomen moet Eva kiezen dan wel verscheurd worden door twijfel en de prooi worden van de machtswellustigen. 

Hevah, de moeder des levens verbergt achter haar glimlach noch straf, noch vernietiging, noch wreedheid, zij schenkt waarlijk LEVEN.  

Maar slechts hij, die haar kent WEET dit, want hij heft de zonde der lichtloosheid op!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene