127 - De kleuterschool der spiritualisten

De kracht van de overwinning en de hoogste bevrijdende spiritualiteit liggen besloten in de eenheid, een eenheid die zo graag gereflecteerd zou worden door de wereldse organisaties, want - zo zegt het spreekwoord - "eenheid maakt macht!" 

Op allerlei manieren heeft men getracht deze eenheid te verwerkelijken door b.v. in de maatschappij te stellen dat de vrouw ondergeschikt is aan de man. 

Sommige religieuze bewegingen trekken deze stelling binnen hun leer en menen dat onderwerping van de vrouw de enige oplossing zou geven voor spirituele problemen. 

Eenheid is echter op deze wijze niet te verwezenlijken, want daar waar de negatieve pool zich ondergeschikt zou moeten maken aan de positieve pool ontstaat er onevenwichtigheid. 

In de kosmos ziet men hoe positief en negatief tegenover elkander staan om zo tot wisselwerking der krachten te komen. 

De noordpool staat tegenover de zuidpool, de dag tegenover de nacht, de droogte en de warmte van het zuiden staan tegenover de koude en de vochtigheid van het noorden. 

De tegenstellingen houden elkander in evenwicht, doch in de maatschappij en de religie is deze kosmische regel ontwricht, zodat daaruit de bekende excessen op religieus en sexueel gebied zijn ontstaan.  

Het hexagram - de twee samengevoegde driehoeken als teken van het evenwicht tussen positief en negatief en tussen het Boven en het Beneden - werd door de maatschappij nooit getekend. 

Vandaar dat de zesde kaart van de Egyptische Tarot: de keuze tot de spirituele weg als een harmonische wisselwerking tussen God en mens vrijwel nooit door een mens werd gerealiseerd. 

De degeneratie van de verhouding man-vrouw zoals wij die momenteel kunnen waarnemen in alle stadia van ontwikkeling, is eer gevolg van de inzichtloosheid in de kosmische structuur en wordt tevens de oorzaak van een zich voortzettende neergang binnen de natuur. 

De huidige roep om emancipatie van de vrouw komt eenvoudig voort uit de onmacht van de negatieve pool om zijn krachten uit te stralen, daar waar de positieve pool gericht is op "eenheid maakt macht" in de ongoddelijke opvatting van: overheersing schenkt macht. 

Er is echter reeds op velerlei manieren getracht een eenheid te bewerken tussen positief en negatief en vrijwel nimmer slaagde men daarin, omdat de gevallen Lichtzoon geen andere eenheid kent dan machtséénheid door overweldiging. 

Vele groeperingen, gemeenschappen en religies gaan te gronde aan de onderlinge verdeeldheid en toch is dat een normaal verschijnsel, omdat de eenheid als goddelijke stelling, als een vervolmaking van positief en negatief, als een innerlijke eenheid van Adamas-Hevah nog lang niet wordt gekend. 

Zolang een mens deze innerlijke eenheid niet kent, draagt hij verdeeldheid naar buiten. 

Dat kan toch niet anders? 

Datgene wat men is draagt men uit, en wordt ongevraagd over de hoofden van de medemensen uitgestort. 

Dag in dag uit confronteert men zijn naasten met de eigen gespletenheid. 

Hoe kan hieruit de eenheid ontstaan als voedingsbron voor een spirituele overwinning? 

Daarom grijpen sommige dogmatische religies naar een autoriteit om zich aan te kunnen onderwerpen, zij verschuilen hun eigen verdeeldheid in de machtseenheid van hun autoriteit.  

Een "meester" is de reddingsboei voor de innerlijk gespleten mensen.  

De veronderstelde dominerende, autoritaire macht van de "meester" voegt hun innerlijke gespletenheid samen door wetten en dogma's, door verplichtingen en zo wordt men nood-gedwongen aan de eenheid gebonden. 

Zulk een wettisch, magische eenheid schenkt waarlijk macht aan de meester. Het is echter een valse eenheid, een imitatie van de goddelijke eenheid die in vrijheid geboren wordt. 

Maar wie kan zulk een vrijheid verdragen? 

Wie kan innerlijke eenheid realiseren zonder over 

heerst te worden door een autoriteit, of zonder zich gebonden te geven aan een autoriteit? 

Wie kan zonder hulp van krukken lopen als hij niet weet hoe zijn benen te gebruiken? 

De bewijzen dat vrijwel niemand zonder autoriteit zijn eigen vrijheid kan beheersen stapelen zich aan alle zijden op. 

Men behoeft maar om zich heen te zien om de feiten terug te vinden.  

De mens die zijn keuze nog niet heeft gemaakt, heeft behoefte aan een autoriteit om hem de schijn van spiritualiteit te schenken. 

Kent hij zulk een autoriteit niet, dan valt hij terug op zichzelf en toont de innerlijke waarheid: gespletenheid, gebondenheid aan de materie, en een volkomen afwezigheid van spiritualiteit. 

Zijn spiritualiteit is een frase, een sausje waarmede hij zichzelf heeft laten overgieten. 

Daarom zeggen sommige religies: de enige mogelijkheid om tot spiritualiteit te komen is het aanvaarden van een meester, een autoriteit.  

Voor de theoretische spiritualist is dit waar.  

Hij kan niet zelfstandig lopen, laat staan een individuele eenheid uitstralen, waardoor zijn eigen innerlijke overwinning gerealiseerd wordt. 

De kleuterschool der spiritualiteit vraagt een leermeester, een docent, iemand die aanwijzingen geeft en vooral die de kleuters troost en verbindt als gevallen zijn.  

Het is een fase in een levensgang die evenwel maar al te dikwijls als de Grote Spirituele Weg wordt gezien. 

Deze fase moet beëindigd worden wil de mens levend blijven in de spiritualiteit en daarom zal hij eens het risico moeten nemen om zelfstandig en principieel een weg te gaan bewandelen. 

Op zulk een weg is de innerlijke eenheid een gebod, een innerlijke vereiste. 

Een eenheid tussen de tegengestelden, in de verhouding man-vrouw, en als innerlijke realisatie: de verwerkelijking van Adamas-Hevah. 

De uiterlijke eenheid kan zonder de innerlijke eenheid nooit bestaan.  

De zuidpool heeft de noordpool nodig om de aarde in evenwicht  te houden; de man heeft de vrouw nodig en omgekeerd om het evenwicht des mensen te bewaren en Adamas moet Hevah terugvinden om de geestelijke eenheid van het goddelijke individu te herstellen. 

Daar waar mensen samengevoegd worden komt er een spanningsveld en dit kan slechts harmonisch blijven wanneer ieder individu bereid is zijn onvolkomenheid te erkennen en van uur tot uur zichzelf te corrigeren. 

Is die bereidheid afwezig dan neemt de disharmonie toe en ontlaadt zich op een onprettige wijze. 

Juist om deze ontladingen te voorkomen roept men om de aanwezigheid van een "meester", zodat men alle spanningen, problemen, disharmonie en eigen onbekwaamheid kan afreageren. Hij is de grote bliksemafleider voor het onweer en de bliksem binnen de groep. 

Waarmede bewezen wordt dat zijn discipelen kleuters zijn in de spiritualiteit en geen behoefte hebben aan individuele innerlijke groei, integendeel: door zijn autoritaire aanwezigheid kunnen zij zich permitteren twee levens te leiden: een spiritueel leven onder zijn vleugels en een materieel leven buiten zijn gezichtskring. 

De hierdoor ontstane spanningen lost de meester op door meditatie, door boetedoening, door plichtsbetrachting en allerlei schijntoestanden. 

De waarlijk spirituele mans vraagt echter meer: hij vraagt waarheid, niet een brokstuk daarvan, maar een volkomen waarheid.  

Hierdoor volgt onvermijdelijk de zelfanalyse, de zelfkritiek en de absolute, en principiële innerlijke, individuele omzetting. 

Deze mens zoekt geen autoriteit, maar hij zoekt zelfrealisatie.  

Hij verwerpt de autoriteit niet omdat hij zich irriteert aan de discipline, maar hij verwerpt deze omdat hij onderkent van kleuterschool naar hogere school te willen opklimmen. 

Deze wens proberen sommige religieuze instellingen tegemoet te komen door het scheppen van een hiërarchische organisatorische structuur.  Men komt daarmede de wens van de spirituele strevers tegemoet: er is een mogelijkheid tot opgang.  

Dat hier uiterlijke en innerlijke ontwikkeling verwisseld worden  is van geen belang, want de mens die zijn eerzuchtige ego-streven op deze wijze in de spiritualiteit verlegt bemerkt de verwisseling niet. 

Slechts de waarachtig hunkerende mens onderkent het verschil, maar deze zal dan ook een levenshouding demonstreren waar-binnen een groei te zien is.  Hij past zijn uiterlijke leven bij zijn innerlijke standing aan en daarom verschilt zijn uiterlijke leven altijd in alle opzichten met  dat van de massamens. 

Hij neemt intuïtief afscheid van de gewoonten der horizontaal gerichte mensen, want hij kan niet met hun gewoonten in harmonie leven. 

Zijn ge-weten komt in opstand en pijnigt hem.  

En daar hij een autoriteit mist om zijn gewetensconflicten en spanningen op af te reageren, gaat hij zelf te gronde aan zijn eventuele innerlijke leugen. 

Daarom moet hij zich aan zijn keuze houden.  

Hij staat met de rug tegen de muur, omdat hij geadeld was om  zijn keuze te doen.  

Hij werd voor de zesde Tarotkaart geplaatst en hij heeft de adeldom gehad om de juiste keuze te doen en nu wordt hij daar-aan gehouden.  Niet door een meester, een autoriteit, maar door zichzelf, door die innerlijke mens, die opgegroeid is op het fundament van intuïtie en geweten. 

Deze mens is bezig in zichzelf een eenheid te scheppen, die gelijk staat aan de goddelijke eenheid, die lichtende eenheid waaruit het Leven geboren wordt als een eeuwigdurende beweging. 

Bezit hij deze eenheid eenmaal dan zal er van een innerlijke gespletenheid nooit meer sprake zijn, met het gevolg dat hij nimmer zijn eigen disharmonie projecteert in het levensveld van zijn naaste. Het is begrijpelijk dat deze innerlijke standing slechts gerealiseerd kan worden door de volwassen spirituele mens.  

Maar wanneer men steeds rekening moet houden met kleuters en nooit met spiritueel volwassenen, wanneer kan men dan eindelijk spreken van een spirituele verwerkelijking? 

Wanneer men de organisatorische spiritualiteit afschaft en inziet dat deze niet waarheidsgetrouw is, moet men overstappen op de individuele, innerlijke spiritualiteit. 

Deze kan slechts beleden en bewezen worden door volwassen spirituele individuen, nietwaar? 

Negentig procent van de spiritueel goed willende mensen is zo-zeer gebonden aan de materie dat er geen sprake kan zijn van enige spirituele vrijheid. 

Hun gebondenheid belemmert hen aan alle kanten. 

Spirituele vrijheid houdt wel een autonomie in op alle gebied,  zich door geen autoriteit laten overheersen, hoe die autoriteit ook heten mag. 

"Materia" is de naam van een zeer dominerende, veel eisende en wurgende autoriteit.  Materia kent duizend en één plichten. 

Materia kent wetten en frasen en zij kent ontelbare kettingen waarmede haar discipelen geketend worden. 

De eenheid zetelt ook hierin dat men slechts één autoriteit dient en voor de spirituele mens geldt: de hoogste autoriteit dienen die hij kent.  

Voor de waarachtige spiritualist zal dat zijn: God, of geestzon, oerbron, maar altijd is dit de onaardse, ongebonden oerkracht waaruit zijn ziel, zijn spirituele kern is voortgekomen. 

Om deze oerkracht te dienen in overgave en innerlijke harmonie zal hij gevolg gaan geven aan innerlijke wetten, maar hij zal nooit als plaatsvervanger, een meester prefereren, omdat deze oerkracht niet te vervangen is.  

Dient hij deze echter dan is dit te bemerken in zijn levensstijl, omdat de stromen waarlangs de innerlijke voorwaarden tot hem komen zich declareren in de wereld, op de aarde, in het individu. 

Men zal dan nooit zeggen: God wil dit of God wil dat en God vereenzelvigen met het beeld dat men van Hem gemaakt heeft. 

God is in Zijn schepping en daar waar de kosmos zich schikt naar de hoge Wetten van zijn Schepper, daar zal de spirituele mens  zich eveneens schikken naar deze zelfde Wet. 

Automatisch, zonder morren, zonder tegenspraak en zonder allerlei filosofische verklaringen.  

Daar gaat men intuïtief nalaten wat tegen deze Wetten indruist en men gaat nastreven wat deze Wetten intensiveert. 

Daar vermorst men geen levensenergie met overal te zoeken naar een imitatie-eenheid, naar een uiterlijke meester, maar men stelt alles in het werk om de innerlijke autoriteit op te roepen, om de ziel in harmonie te brengen met haar Schepper, haar Meester. de enige Meester die gediend mag en kan worden. 

Dan zoekt men niet langer naar uiterlijke bevrediging, want de uiterlijke mens behoeft niet meer bevredigd te worden, deze heeft zich reeds zat gegeten binnen het veld van zijn meester: de Materia, en heeft daarvan de gevolgen ondervonden.  

Daarom kan dan de innerlijke mens zijn vrijheid benutten, en zijn individuele Eenheid nastreven en realiseren, want de uiterlijke mens treedt vrijwillig terug omdat zijn behoeften tot een minimum zijn teruggebracht. 

Hij, die zo zijn spirituele weg vervolgt, hij vindt de overwinning in de Eenheid en hij spreidt eenheid, want innerlijke Eenheid schenkt Kracht en geestelijke Macht.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene