126 - De keuze

In ieder mens leven een serie emoties en ideeën die hem stempelen tot het type dat hij is. 

Een spirituele weg verlangt echter van deze mens dat hij de keuze maakt tussen zijn materiële wezen en zijn spirituele wezen. 

De strijd, waaraan zoveel mensen ten prooi vallen, komt voort uit het niet willen kiezen. 

Zolang de mens twee handen twee voeten, twee ogen en twee oren bezit, zal hij deze aanwenden tot verschillende doeleinden. 

De twee wezens die één moeten worden komen prachtig uit in de symboliek van de zesde Tarotkaart, waar de serieuze pelgrim wordt geplaatst voor de keuze tussen de weg omlaag of de weg omhoog. 

In deze situatie herkent men de essentie van de gespletenheid dezer wereld, der mensheid en van het individu.  

"Als de twee geworden zijn tot één, dan is het Koninkrijk Gods daar," zegt Christus in het apocriefe Thomas Evangelie. 

Eva werd geschapen uit een rib van Adam, zij is een onderdeel van hem, in werkelijkheid zijn zij één. 

Deze splitsing van de Adamas in man en vrouw leidt tot verbitterde pogingen die een hernieuwde eenwording tot resultaat zouden kunnen hebben. 

Hieruit komen al die verbroken sexuele toestanden voort, die het gevolg zijn van een misvatting en een teleurstellende ervaring in het doel der eenwording. 

De hoogste eenwording vindt nooit plaats op het horizontale of lichamelijke vlak, noch in enige uiterlijke betekenis, maar zij voltrekt zich in het denken en het hart des mensen, waar de negatieve pool wederom zijn intrede moet doen.  

Zodra een spiritueel mens consequent een spirituele levenshouding volgt wordt hij voor het feit van de eenwording gesteld. 

Dat wil altijd zeggen dat hij een innerlijke gespletenheid moet opgeven, in zijn gehoor, in zijn inzicht, in zijn betreden van de weg, in zijn handelingsleven en in zijn gehele existentie. 

Deze consequentie kan psychisch sterk gespleten mensen tot een noodsprong dwingen en hen tot verwonderlijke handelingen voeren. 

De pelgrim - door de zesde Tarotkaart uitgebeeld - staat voor deze noodsituatie. 

De beide afgebeelde vrouwen vertegenwoordigen het spirituele en het materiële leven, bij de eerste komt het op een verlichting van het hoofdheiligdom aan, bij de tweede gaat het om een gevolg geven aan de lagere begeerten. 

Hun handen spreken duidelijke taal.  

De ene vrouw wijst op het bekkenheiligdom, de andere vrouw wijst op het hoofdheiligdom.  

Boven hun hoofden zweeft Eros die zijn oordeelspijl richt op de zinnelijke begeerte. 

Eros was in de oude tijden de verzinnebeelding van de oerkracht die orde bracht in de Chaos, de scheppende impuls. 

Volgens Plato was hij het door de Goden bezielde streven naar het hogere en eeuwige. 

De spirituele weg is de weg van Adamas, die in het Hoofdheiligdom Eva terugbrengt, waardoor de hogere Verbeelding van de Moeder der Lichtzonen hem wederom dienstbaar wordt. 

Ieder mens kent intellectualiteit en emotionaliteit, de twee horizontaal gerichte aspecten van hoofd en hart, maar hij kent niet de heiliging van het Godsvertrouwen dat uit de hogere Verbeelding stamt. 

Het Godsvertrouwen is het evenwichtig, onbevreesd betreden van de spirituele weg. 

De hoge Verbeelding - de Hevah - roept in de Adamas het aloude Godsvertrouwen op, dat niets te maken heeft met spirituele of materiële speculatie, wat vele spitum lauficummakers menen.  

Het Godsvertrouwen leidt de mens tot aan zijn doel, hoewel de hoge Verbeelding weet welke zware offeranden en beproevingen deze Adamas wachten. 

Het gebrek aan Godsvertrouwen doet de pelgrim aarzelen tussen de twee wegen, want hij kent de consequenties uit studie en overdrachten, hij vermoedt de offeranden en de eisen, en het Godsvertrouwen overkoepelt deze kleine angsten niet, integendeel, deze pelgrim kan niet kiezen, omdat Eros, de bezieling Gods, zoals op de Tarotkaart, ontbreekt. 

Er wordt veel gesproken en gediscussieerd over de keuze tussen het materiële en het spirituele leven. 

Vooral in onze dagen is het probleem actueel, nu de materiële wereld overschaduwd wordt door chaotische toestanden op allerlei gebied; de mens, door de omstandigheden gedwongen een weg te kiezen, hoewel zijn Godsbinding afwezig is, zoekt altijd een vlucht in allerlei experimenten: het stichten van een horizontaal gerichte, anders werkende maatschappij; gemeenschappen op basis van sexuele vrijheid; de extase van een rebellerende, hippieachtige Jezusfiguur, kortom: het zijn allemaal experimenten om tot die eenwording te komen, waaruit het archaïsche menselijke wezen Adamas bestond. 

De hoogste eenheid is God of de universele geestelijke zon. 

De eenheid regeert, een tweeheid brengt splitsing. 

Het betreden van twee wegen brengt innerlijke gespletenheid, daarom moet de mens - wil hij een Adamas worden - zijn keuze bepalen, zo niet, dan blijft hij de innerlijke worstelaar, de tragikomische filosoof die zijn eigen woorden niet gelooft. 

Niemand is beklagenswaardiger dan de mens die spreekt en discussieert over het hoogste Ideaal, terwijl hij met zijn voeten vastgezogen wordt in de modder van een minderwaardig bestaan.  

Hij wordt een nar.  

Sommigen weten van zichzelf dat zij zulk een nar zijn en verdrinken hun verdriet in een roes van levensgenietingen. 

De wereld is vol met narren, de wijzen zijn met weinigen. 

De narren lachen de wijzen uit, omdat zij hen benijden en hen afgunstig nazien op die eenzame weg tot de Hoogten.  

De wijze die het Godsvertrouwen als een lichtend, beeldend Weten boven zich en in zich weet, hangt niet aan materiële rijkdommen, noch aan de geneugten der wereld, noch aan enig materieel doel. 

Zoals de stugge materiële strever noest arbeidt om zijn horizontale doel te bereiken, zo laat de wijze zich onvoorwaardelijk leiden door zijn Godsvertrouwen en hij vraagt niet waar dit hem heen leidt. 

Hij bemerkt wel wat hem wacht of wat hem te doen staat. 

Zulk een Adamas heeft Hevah wederom tot zich genomen en daarom is zijn verhouding tot de uiterlijke Eva veranderd; hij bezit de negatieve pool, als hoge Verbeelding in zichzelf en behoeft niet naarstig buiten zichzelf te zoeken om een imitatie daarvan te vinden.  

Daarom staakt hij zijn zoeken op het horizontale vlak en keert hij zich in.  

In hemzelf ligt alles wat hij maar wensen kan, heel zijn innerlijke leven is verrijkt door de aanwezigheid van Hevah, de Moeder der Levenden. 

Hij bezit een volkomen vertrouwen in deze Moeder, zoals Zij een onverwoestbaar vertrouwen heeft in Haar God. 

Wanneer men zegt dat de man zich moet laten leiden door de vrouw, dan slaat dit op deze situatie: Adamas en de inwonende Hevah. 

Dat een man zich zo dikwijls door de uiterlijke Eva laat leiden is een afspiegeling van deze oer-eenheid. 

Het Franse woord: "Cherchez la femme", heeft waarlijk een dubbele betekenis. 

Alle mensen zoeken "de vrouw", Hevah, die aan de Lichtzoon ontnomen werd en uit deze onophoudelijke speurtocht komen de meest bizarre situaties voort. 

Zij, die een uiterlijke weg, een materiële weg bewandelen, worden geketend aan de invloed van de uiterlijke Adam en de uiterlijke Eva. 

Ook hun vertrouwen ligt verankerd in de uiterlijkheid, in geld; goed, mensen of een religieus instituut. 

Door schade en schande zullen zij bemerken dat dit vertrouwen voortdurend wordt beschaamd en dat is nooit de schuld van de vertrouwde, maar altijd de schuld van de mens zelf. 

Hij richt zijn blik en zijn gehoor, zijn handeling en zijn schreden, en zijn levensbehoeften op het horizontale vlak. 

Daarom zijn teleurstellingen nooit het gevolg van anderen of van de omstandigheden, maar altijd het gevolg van ons eigen levenspatroon. 

Men kan zich losrukken uit het horizontale denkleven, men kan tegenover het vertrouwen wantrouwen plaatsen, maar dat betekent niet dat er een GODSvertrouwen is geboren.  

Godsvertrouwen is de vrucht van de twee die tot één worden: Adamas-Hevah.  

De eenwording van deze twee is nooit het resultaat van een dwangtoestand, van wetten en regels, van forcering en beheersing.  

Tussen Adamas en Hevah bestaat een goddelijke binding, een oerhunkering, een goddelijke Liefde, de archaïsche Eros, die zich niet onderwerpt aan de menselijke wil, noch aan de menselijke dogma's. 

Ieder mens weet dat "liefde" niet te dwingen is, wel, deze goddelijke Liefde tussen Adamas en Hevah is helemaal niet te dwingen, integendeel, dwang doodt haar! 

Er zijn gradaties in een spiritueel beleven en deze kan men altijd terugbrengen tot de intensiteit waarmede de mens zijn Hevah zoekt. 

Daarom worden spiritualiteit en sexualiteit zo dikwijls verweven, want het gaat altijd om de eenwording van Adamas-Hevah en bij de onvolwassen spirituele mens eindigt dit zoeken altijd op het sexuele vlak. 

De scheidingslijn tussen Adam-Eva en Adamas-Hevah is haarfijn. 

Adamas-Hevah zijn niet te realiseren op het horizontale niveau, door geen enkele onthouding of frustratie. 

En Adam-Eva bestaan niet in de spirituele wereld, door geen enkele platonisch spirituele twee-eenheid. 

Platonische twee-eenheid is gebaseerd op de platonische Eros-opvatting. 

De mens moet kiezen.  

Of Adamas of Adam. 

Of Hevah of Eva.  

Zolang hij Adam blijft gaat Eva naast hem en hanteert de appel; bij Adamas is de verleiding onbekend, daarom doet Eva daartoe geen enkele poging, zij verliest zichzelf en wordt Hevah, de Moeder der Levenden. 

Daarom is het sacrament van het huwelijk zoals de kerken dit ingesteld hebben grote kolder.  

Het is de verheiliging van de uiterlijke verbintenis Adam-Eva, omdat men een imitatie zoekt voor Adamas-Hevah. 

Ook dit Sacrament behoort bij de uiterlijke, door de mensen gecreëerde spiritualiteit.  

In een wereld vol klatergoud en schijnspiritualiteit past zulk een sacrament, maar de ware Adamas erkent slechts het goddelijke Huwelijk, dat geheiligd wordt door het Godsvertrouwen, dat door zijn pijl hart en hoofd tot een eenheid brengt. 

De gnostieke geschriften staan vol met uitspraken die heenwijzen naar deze oer-eenheid, maar slechts de uiterlijke Adam meent dat uiterlijke eenheid de goddelijke Zaligheid brengt. 

Eeuwen van beroerde ervaringen hebben hem nog niet van dit waandenkbeeld afgebracht. 

Noch brachten hem een kloosterleven van onthouding en gebed dichter bij deze eenheid, Hevah werd tot een Maagd Maria, een buiten hem zetelende koningin, maar zij werd nooit één met hem, terugkerende tot hem, wederom wordende tot één volmaakt Lichaam in God. 

Onze huidige wereld lijdt enorm, omdat zij de Moeder der Levenden, Hevah, moet ontberen en overheerst wordt door Eva, de moeder der Doden. 

Zolang Adam harmonie zoekt met Eva, de moeder der Doden, zal deze wereld verscheurd worden door dood en verderf, want de Moeder der Levenden blijft verre van haar.  

Zou Adamas, de koninklijke Lichtzoon, opstaan dan wordt met hem geboren: het Licht, het Leven, Hevah, de Moeder der Levenden, en natuur en mensheid zullen herboren worden in de heiliging van het Godsvertrouwen, dat altijd voert tot een eeuwig Leven en nooit tot destructie en dood.  

Beschermd door zulk een Godsvertrouwen kan een gemeenschap van Lichtzonen bestaan en levend blijven en niet anders. 

Mogen zij die zich Adamas kunnen noemen het appèl vernomen hebben!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene