114 - God en de natuur doen niets tevergeefs

Het is de mens eigen om zijn verwachtingen te projecteren op zijn omgeving. 

Men leeft met de gedachte dat op een handeling reactie volgt. 

De levensgang der mensen is hier meestal op ingesteld, maar in werkelijkheid heeft de uiteindelijke triomf al plaats gevonden in het denken voordat deze zich in de stof heeft uitgedrukt. 

Helaas blijkt uit de levensloop van velen dat zij tevergeefs hebben gehoopt, gestreefd en gestreden. 

De oorzaken van velerlei ziekelijke aandoeningen ligt in de teleurstelling over de resultaten in werk, in de spiritualiteit, in vriendschap en in de wereld. 

Er wordt echter maar al te vaak vergeten dat de spirituele levenskracht als gids van de mens functioneert en dat deze "niets tevergeefs doet", zoals Paracelsus zegt. 

Hoewel de mens soms meent dat zijn streven en zijn werken tevergeefs zijn geweest gezien de resultaten, blijkt zijn levensweg altijd een doel te hebben gehad. 

Een doel echter dat hem persoonlijk onbekend gebleven is.  

Het is voor de mens moeilijk aanvaardbaar dat al zijn werk onder zijn handen lijkt af te breken, dat hij steeds opnieuw lijkt te falen in hetgeen hij beoogt. 

Men moet een krachtige doorzetter zijn om tegen deze schijnbare teleurstelling op te tornen. 

En toch "God en de natuur doen niets tevergeefs", dat is een ingeschapen wet. 

Zou de pelgrim van deze wet overtuigd zijn dan zou hij gemakkelijker over zijn teleurstellingen en misvattingen heen-komen. 

De kiem van de bitterheid en de wanhoop ligt meestal vanaf het eerste begin in het denken van de mens zelf. 

Hij begint aan een project om een doel te bereiken. 

Ieder mens heeft een doel in zijn leven.  

Dat doel is aangepast aan zijn inzicht, zijn bewustzijn, zijn spiritualiteit. 

Zodra hij echter geen alomvattende voorstelling heeft van zijn levensdoel doet hij vele handelingen tevergeefs, zij streven zijn doel voorbij. 

De natuur bezit eveneens een doel, maar daar de Goddelijke Intelligentie alomvattend is, volgt de natuur de juiste richtlijnen en faalt nooit. 

De mislukkingen die momenteel binnen de natuur lijken te bestaan zijn altijd onder invloed van mensen geboren. 

Het beperkte weten van de mens houdt de mislukking besloten. 

Iemand die over voldoende mensenkennis, over inzicht en door-zicht beschikt faalt niet en zijn werken zijn nooit tevergeefs. 

Zoals Paracelsus van de alchemist zegt: "Hij die de natuurlijke alchemische kunst verstaat behoeft geen rekening te houden met de stand der planeten, of hun slechte of goede in vloed.  

Hij arbeidt en handelt echter slechts wanneer voor hem het juiste moment is aangebroken en dan zijn alle planeten en tekenen gunstig." 

In deze regels ligt het grote geheim. 

Zou de mens dit moment afwachten dan zou geen enkele handeling tevergeefs blijken, maar direct het juiste resultaat afwerpen. 

De wil van het individu dwingt de omstandigheden zich bij hem aan te passen en zo forceert hij zich een weg tot het gestelde doel, maar er zal altijd een kink in de kabel komen doordat - buiten hem om - God en de natuur niets tevergeefs doen. 

Hij die tegenbeweegt ontketent weerstand, hij die meebeweegt kan zich in het ritme invoegen. 

De zoeker die niets verwacht, geen bezit najaagt, geen sterk geprononceerd doel in het leven wil bereiken, is onbereikbaar voor de tegenbeweging en zo blijft hij altijd innerlijk en uiterlijk  in harmonie met de goddelijke kosmische wetten. 

Ieder spiritueel mens, die het Goddelijke Licht werkelijk zoekt, is vanaf dat ogenblik in oppositie met de trawanten van de duisternis. 

Naar Goddelijk Licht verlangen betekent echter niet het duister tegenstreven: duisternis is het ontbreken van Licht of het verwerpen van het licht. 

Het duister moet door de mens doorgrond worden om te bemerken dat boven de schaduwwerking de lichtkracht staat die nimmer dooft, maar een blijvende gids is. 

Licht is schoonheid, leven; duister is lelijkheid en dood. 

Zonder de aanwezigheid van het duister zou men echter niet beseffen wat licht is. 

Iemand die nooit ziek geweest is, beseft de ervaring der ziekte niet.  

Hij, die de innerlijke God niet kent, kan deze God nooit via zijn woorden benaderen. 

De ervaringsweg is noodzakelijk door de verschillende levens heen. 

Ontkomen aan deze ervaringsweg betekent wijsheid bezitten, de ervaring heeft zichzelf omgezet in wijsheid. 

Hij, die zich boven de tegenstanden heeft verheven behoeft niet te achten op de tekenen en de planeten, want zijn individuele planeten en tekenen staan harmonisch om de overwinning te realiseren. 

Hetgeen gerijpt is ontkiemt. De planeetwerkingen brachten de rijping en op het juiste moment is het resultaat daar. 

De mislukkingen en de teleurstellingen die zich in een mensen-leven dikwijls aaneenrijgen bewijzen dat hij nog niet gerijpt is. 

Hij klemt zich nog vast aan de uiterlijke verschijningsvormen: "Wat zijn de resultaten?" 

Een onvolwassen boom brengt geen vruchten voort en een onrijpe vrucht mist schoonheid en smaak. 

Teleurstellingen, falen zijn onrijpe vruchten geplukt van onvolwaardige bomen. 

De vrucht draagt geen schuld, noch de boom, omhulling van het innerlijke leven, maar de onderbreker van het proces draagt de schuld. 

Het denken is doorlopend een onwetende, of betweterige inmenger.  Een onrijp denken, wonende in een onrijp ego, kan geen ziele schoonheid voortbrengen.  

Als men zelf bepaalde situaties doorgrondt, omdat de innerlijke wasdom dat medebrengt, mag en kan men niet van anderen verwachten dat zij hetzelfde zien. 

Het ene ego is totaal verschillend van het andere ego. 

De wil zou graag een omstandigheid naar het eigen ego-inzicht omturnen, maar de risico's vallen altijd op het hoofd van de betrokkene terug. 

Iedere stap in het leven zou eigenlijk overwogen moeten worden, intuïtief en gewetensvol, niet intellectueel.  

De dag zou men moeten beginnen met een meditatie op intuïtie en geweten opdat men niet door anderen in een dwangpositie wordt gemanoeuvreerd. 

Want de sfeer om ons heen is vol met denkkracht, electro-magnetische golven die ons beïnvloeden, onze wil verlammen, ons denken hypnotiseren en ons hart in emotie brengen.  

Daarom is een verbintenis tussen ego aan de ene zijde en intuïtie en geweten aan de andere zijde noodzakelijk om tot dat geheimzinnige ritme te komen, waarbij falen is uitgesloten. 

Niemand faalt als de ego-wil deze suggestie niet op het denken projecteert. 

Waarin zou men moeten falen? 

Het ego faalt in ego-projecten, omdat het zichzelf verheffen wil. 

De spirituele mens verwacht niets, vraagt niets en tracht iedere ego-begeerte los te koppelen van zijn spiritualiteit. 

Mengt de ego-drift zich in zijn ziele-hunkering dan kan hij teleurstellingen verwachten, ook op spiritueel gebied.  

Het onwaardige, onrijpe ego, beseft dan niet wat ziele-hunkering en spirituele bezieling betekenen. Het alchemische moment, zoals Paracelsus beschrijft, is er nog niet. 

De innerlijke planeten en tekenen staan slecht, hoezeer de uiterlijke kosmische tekenen ook gunstig staan. 

De natuurlijke alchemie is een innerlijke werkzaamheid met individuele, innerlijke metalen onder leiding van een waardige alchemist en gebruik 

makende van goed materiaal. 

Als ÈÈn van de hoofdzonden de mens voortdrijft lukt de innerlijke omzetting nooit.  

Voorwaarde is: ego en ziel voor hun taak toebereiden. 

Zolang het ego bezeten is van een egocentrisch, oppervlakkig of horizontaal doel, kan de pelgrim nooit aan de alchemie of zelfs  aan de praktische spiritualiteit beginnen. 

Daarom: leer het ego kennen. 

Praat niet hoogdravend en filosofisch over de zielefuncties, maar leer het ego kennen. 

Wat wil het? 

Is het bereid mede te werken? 

Staan daartoe alle individuele planeten gunstig, d.w.z. is de zevenvoudige hoofdzonde uitgeroeid? 

Paracelsus meent niet dat de onrijpe kandidaat moet ophouden  met de alchemische omzettingen, maar hij waarschuwt dat hij bij het juiste begin moet beginnen. Dit ligt in het ego. 

De tragedie van de zondeval is dat de ziel afhankelijk is geworden van het ego, dit betekent nl. haar gevangenschap.  

Het wil niet zeggen dat de ziel gevangen ligt in een stoflichaam, maar zij is gevangen binnen die microkosmische zevenvoudige gevangenis, die volkomen is toegesloten door de "ring van Saturnus". 

Het ego zelf kan daarbinnen tevreden zijn, het behoort bij dit saturnale stelsel, maar de nog vibrerende ziel onderkent deze gevangenschap en klopt onophoudelijk op de deur van zijn ego-gevangenis. 

Teleurstellingen, mislukkingen, harde ervaringen zouden de gevangenisdeur kunnen openwerpen, mits de ziel wakker blijft. 

De toevoer van lichtimpulsen is het behoud van de zielenwake en deze vormt de enige mogelijkheid om de zweepslagen der ervaringen, die iedere waardevolle mens ontvangt, moedig te doorstaan. 

Hij, die aan deze zweepslagen dreigt onder te gaan moet ÈÈn ding voor ogen houden: "God en de natuur doen niets tevergeefs", want God is de Vader-Moeder van deze ziel en de natuur is haar dienares. 

In het denken van de mens bestaat de dood, de mislukking met  als gevolg de verstarring en de ontvluchting van het vuur, dat het leven betekent. 

Vele teleurgestelde, tevergeefs gestreden hebbende mensen lijken daarom zo verstard, zij trekken de dood binnen hun wezen en staan stil, het vuur is geblust. Vergeet u nooit: zodra het vuur in u is geblust bent u een prooi van de verstarring, de koude, de innerlijke dood. 

Uw denken moet zich blijven bewegen, niet in die saturnale cirkelgang die uzelf opsluit in de verstarde ideeën, maar het moet zich op de impulsen van de ziel vanuit de saturnale cirkel omhoog bewegen.  

Zodra de pelgrim denkt: "Ik kan niet", ontkent hij de wet van het goddelijke vuur. "Kan niet is dood", zegt de wijze volksmond. 

Er bestaat geen "niet kunnen", zo het ego zich uit zijn wilspassie terugtrekt. 

De ego-wil faalt omdat hij zich tegen de Goddelijke Wil, ingeschapen in de natuur, verzet. De strijd tussen ego-wil en goddelijke wil brengt de teleurstelling, de schijnbare mislukking.  

De ego-wil kan eigenzinnige en zielloze, dus domme handelingen voortbrengen, die pijnlijke reacties oproepen, die de ziel wonden, het ego harde ondervinding brengen. 

"God en de natuur doen niets tevergeefs", zoals de natuurlijk volgroeide alchemist niets tevergeefs doet, want de natuur, de harmonische reflectie Gods is in hem, vol overgave en mede-werking. 

De spirituele mens moet zijn ego accepteren als zijnde het enige werktuig dat hij bezit. 

Er is niet slechts de ziel, er is ook de gevangenis waarmede rekening moet worden gehouden. 

Daarvan moet de deur geopend worden, maar nooit door een explosie, want de zo ontstane "vrijheid" brengt de ziel slechts een verfijnde gevangenis, machtiger dan ooit te voren. 

De gevangenis van de ziel bestaat niet slechts uit een uiterlijke vorm, er zijn ook de etherische vormen, die nooit te vernietigen zijn door de ego-wil. 

De uiterlijke vorm is niet de ergste belemmering, maar de bouwstenen waarvan de gevangenis is vervaardigd: het denken, de wil, de zinnen, deze vormen in werkelijkheid de gevangenis. 

De natuur van de mens moet gerijpt zijn. 

Daar voor moet het juiste moment afgewacht worden. 

Dan pas is de omzetting te verwerkelijken en altijd in een oog-wenk, in een stip des tijds. 

Vul daarom uw denken met Lichtkracht, met het vuur des levens en ontwijk de ego-passie voordat deze het licht buitensluit. 

Zodra het denken wordt verlicht door de zieletrilling wordt alle duisternis een schaduw die vluchtig voorbijtrekt, een korte fase binnen het natuurlijke levensproces. 

Baadt u daarom in denken en gevoelen in het Licht der Lichten, zodat u deel zult hebben aan de innerlijke beweging die geen falen, geen vernietiging en geen mislukking kent. 

In deze beweging woont de eeuwigheid en de wetten van de tijd zijn opgeheven. 

Het ego rekent met de tijd, de ziel rekent met de eeuwigheid. 

Bouw daarop uw hoop en uw werken en mijdt de stilstand!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene