16 - Astrosofie En Wereldbeschouwing

Elke pelgrim op het Pad van Verborgen Wijsheid moet georiënteerd zijn met betrekking tot de spirituele achtergronden in de wereldgebeurtenissen. Om onszelf te verbinden met de levensenergie van de wereId, hebben wij van node een blijvende interesse in de schepping en zijn levensverhaal. 

Wij moeten in staat zijn naast onze spirituele belangstelling de aandacht te richten op de achtergrond van de wereldgebeurtenissen op een wijze die bepalend genoemd kan worden voor de Gnostieke Pelgrim. 

Een Gnosticus is een mens die in de wereId is, maar niet meer van de wereId wil zijn. 

In vele gevallen blijkt hij een gevangene te zijn van zijn eigen gedachtenwereld en staat de grote wereId buiten ver van hem af! 

Doch om de mensheid te helpen behoort hij een directe binding te bezitten met die mensheid. Die binding bestaat niet uit sentimentele contacten of kameraadschappelijke en sociale betrekkingen, maar zulk een binding wordt gevormd, door het innerlijke wezen van de Gnosticus. 

Gelijk de waarlijk levende mens tweevoudig is: ziel en lichaam en soms naar zijn drievoudige volheid zoekt via de Geesteshunkering, zo is ook de wereld, gezien als deel van de kosmos, tweevoudig. Een lichaam waarin een ziel huist, en gelijk als bij de mensheid is haar opdracht de drievoudigheid te herstellen en de Geest te zoeken. Bij de mensheid en bij de wereId worden die hunkering en dat zoeken naar de Geest gestimuleerd door de UniverseIe Geestelijke Motor van het Al, die onzichtbaar voor het stoffelijke oog zijn geestelijke kracht de geheIe kosmos instraalt. 

Mensheid en wereId, en daarin opgenomen het geheIe planetenstelseI en het sterrenheir, zijn stof en ziel. 

De stof, hun lichaam, heeft binding met de ziel, hun ziel, indien levend en werkzaam, heeft binding met de geest. 

En deze kennis bezaten de Ouden reeds. Ettelijke eeuwen voor Christus meldden de berichten al dat "de sterren en planeten" een lichaam en een ziel bezitten en dat vanuit die tweevoudigheid de stralingen tot de mensheid komen. 

Deze wordt door de sterren- en planeten-kracht in stoffelijke zin, maar ook in spirituele zielewerkzaamheid aangezet. 

Niettemin, zoals de Ouden ook zeiden, brengt de kracht van het sterrenstelsel de mens geen hogere waarden dan die hij bezit. Immers: de mens is gelijk de kosmos. Hij is ook lichaam en ziel en heeft de Geest verloren. Kosmos en mensheid, macrokosmos en microkosmos zoeken beide naar de Geest, zo kunnen zij elkaar geen geestelijke waarden schenken en dus - voor elkaar - de begrenzing van de natuurgebondenheid niet opheffen. 

De oude spreekwoordelijke overlevering zegt: de sterren dringen wel, maar dwingen niet. U kent de woorden waarschijnlijk. En daarom is het noodzakelijk dat de mensheid de kosmische wetten doorbreekt en de wetten doorschouwen gaat, die achter het micro- en macrokosmische leven drijven. Om die wetten te herkennen moet de mens allereerst bezitten: een levende ziel. 

Een ziel, dus die Onzichtbare geestelijke Motor van het Al. 

De stralingen die de ziel daaruit treffen onthullen haar het "hoe" en het "waarom" van de levenscycli van wereld en mensheid. 

Astrologie is het onderkennen van de stoffelijke werkzaamheid van het uitspanseI, doch astrosofie is het onderkennen van de zielekracht die nog levend is in het universum. De mens die een levende ziel bezit heeft polariteit met de doorwerkende zielewerkzaamheid in het universum. Gelijk trekt gelijk aan. Hij, die op zoek gaat naar de wetten der natuur heeft daarmee polariteit en zal die natuur onderkennen in al zijn werkingen. De spirituele mens moet wederom binnengaan in de Astrosofie, waarin besloten wordt de geestelijke en ziele-werkzaamheid die de wereld zijn kruisgang oplegt. 

Paracelsus, als één der grootsten onder de mensheid, werd bewogen door een intense zielewerkzaamheid, die hem drong de natuur te onderzoeken en de bron van levenskracht te achterhalen. Hij is daarin zover geslaagd dat hij alle wetten der natuur doorgrondde en 't organische lichaam van micro - en macrokosmos kende en de nauwe verbondenheid zag tussen mens en universum. 

Hij verstond dat de Schepping een geheel is en dat niemand de hand van de Schepper zal ontvallen buiten diens wil.  

Elke levensuitdrukking, al onze levenshandelingen, al die gigantische kosmische bewegingen en al die onontdekte mysteriën tussen Hemel en Aarde, worden gecontroleerd door de Geest, die door niemand gekend wordt.  Niemand, die louter de stof tot leven brengt zal dan ook ooit die Geest leren kennen!  God, de Geest zal slechts gekend worden door de zijnen d.w.z. door de levende zielen, die de geestelijke trillingen kunnen opnemen en gebruiken. 

En Paracelsus zegt dan ook zo ontroerend mooi: "Wanneer God de mensen de gave tot zoeken, tot zieleherkenning en de filosofie des geestes ontneemt, dan is er niets meer in hem; de hand Gods is van hem weggenomen. En door deze onttrekking van de Hand Gods worden wij beroofd van de mysteriën Gods. Hij, die zo beroofd is, in hem zal men niet op zaligheid kunnen hopen. De oorzaak: Hij is zonder het kruis dat hij dragen moet. Dat is nu ons kruis, dat wij de gaven Gods dragen en zoeken!" 

En voor de Gnostieke Pelgrim wordt dat kruis nog zwaarder omdat hij van binnenuit steeds sterker gedrongen wordt de gaven Gods te dragen en te zoeken! En daarom is de weg van de Pelgrim zo zwaar. 

Het kruis is hem opgelegd doch hij zal de Hemel bidden dat het hem niet ontnomen wordt! Indien hij dan waardig bevonden word om het kruis te dragen dan zal hij ook verder moeten gaan met de gaven Gods te zoeken, die zich niet slechts in hemzelf bevinden, maar in het gehele heelal! 

Bij die onderzoekingstocht komt de Astrosofie hem van pas. 

De Zon, is het meest bevoorrechte lichaam in ons zonnestelsel. Men heeft altijd geweten dat de zon de meeste levenskracht uit de onzichtbare Motor ontvangt en dat dus zijn stralingen de mensheid intensiever, meer spirituele en heiliger beïnvloeden dan die van welke planeet ook.  

Zijn lichaam bestaat uit beweging, er is een voortdurende atoomsplitsing in zijn hart aan de gang, die steeds weer opnieuw het oude breekt, vernietigt en het nieuwe aantrekt. 

Die voortdurende machtige werkingen hebben hun invloed op mensheid en wereId en het is dan ook begrijpelijk dat astronomen opgemerkt hebben dat een explosie op de zon zijn reactie vindt op de aarde. 

Geestelijke stralingen bereiken de wereId met een ongekende snelheid. Die snelheid is onmeetbaar want deze is onbereikbaar voor de stoffelijke waarnemingen. 

Een zonsverduistering bijvoorbeeld zichtbaar in een bepaald land ontneemt dat gebied voor die tijd zijn levensenergie. Er wordt zulk een streek zielekracht onthouden die het nodig heeft om zijn minimale levensnoodzakelijke evenwicht te bewaren. 

Zonsverduisteringen bewerken dan ook altijd: onbegrip en strijd en ontnemen de wereId maar al te vaak een leidende, stimulerende kracht, soms in de vorm van de dood van een toonaangevend wereldlijk of spiritueel leider.  De tijdloze overleveringen, opgetekend door wijze priesters uit de verre oudheid, zeggen dat de engel Michael, de planeetgeest en leider der mensheid is. 

En wij herkennen hier ook de oude zonnelegenden, waarin de zoon van de zon neerdaalt om de aarde en de mensheid te redden. Altijd is in de overleveringen de redding vanuit de zon, het meest spirituele centrum van ons zonnestelsel, tot de mensheid gekomen. 

Christus, de Zonnelogos, offerde zich en gaf zich gekruisigd aan de aarde opdat daar hem het Licht de aarde tot nieuw leven zou voeren. En ook in de Jezuslegende herkennen wij dezelfde overlevering wanneer Gabriel - als planeetgeest van de maan - Maria, de oermaterie der aarde, de Zoon van de zon aankondigt. 

Het is een verhaal dat zo oud is als de wereId. Sinds de ziel gevangen ligt in de stof en de twee-eenheid geest-ziel, verbroken werd en herboren werd in een stof-ziele binding, doen die legenden de ronde. Zij gaan van mond tot mond, verbrokkelen, worden aaneengesmeed, worden uiteengerafeld en staan bij het begin van een nieuwe era wederom glanzend en schoon in een nieuw gewaad op. 

De mysterieplaneten hebben een eigen geschiedenis. 

Zij werden zichtbaar in ons zonnestelsel toen de mensheid meer zielbewust werd. Ondergeschikt aan de Koning van het stelsel, de Zon, beschikken zij over een ijlere stoffelijke vorm dan de andere planeten. Vandaar dat de mensheid hen pas in het heden tot concretie bracht. De gevorderde ziele-bewustheid van de mens was in staat de drie mysterieplaneten tot aanschijn te roepen en de drie nog onzichtbare mysterieplaneten zullen dan pas in ons universum zichtbaar worden voor het stoffelijk oog, wanneer de mensheid een nog hogere trap van ziele ontwikkeling bereikt heeft.  

De stralingen van de mysterieplaneten zijn spiritueler dan welk andere planeetstraling ook. Niettemin blijven zij tweevoudig: stof-activerend en ziele-activerend. 

Hun krachtige ziele-straling wekt de mensheid echter op tot ongekende verbrekende werkzaamheid of tot nieuwe ziele-activiteit, dat hangt van de betrokken mens af. 

En nu zien wij hoe en de zon en de mysterieplaneten samenwerken om de mensheid tot die grens van het natuurlijk bereikbare te dwingen. 

Dwingen in de zin van: de mensheid storten in een opeenhoping van aangrijpende ervaringen en schokken. 

Want er is niets en niemand die de mens dwingen kan. 

Zijn wil is vrij: hij heeft nog altijd de keuze. Mits hij zich niet als een slaaf en een willoze onderworpen heeft aan de dialectiek, of autoritaire overheersers. Maar ook dat was in het verleden of is in het heden een vrije keuze! 

Dat wat tot de dialectische kosmos behoort en aan universum en materie onderworpen is, gaat met dat universum de weg tot het einde, daar is geen ontkomen meer aan! 

En de andere helft, de zielbewuste helft zal door moeten breken tot de stralingen des Geestes, ook daaraan is geen ontkomen meer. 

Wat zich in een oerverleden heeft afgespeeld herhaalt zich wederom: de gevolgen van deze vrije keuze van de mensen zullen over zijn hoofd komen. De eerste tekenen daarvan zullen wij in de naaste toekomst zien optreden. 

Want de Geestelijke Zon als heerser van het al maakt alle sterrenbeelden aan dit proces ondergeschikt. 

Hij organiseert zijn sterrenheir en trekt aan de ene kant de koninklijke en spirituele beelden tot zich om als zijn aanvoerders de weg voor de mensheid te banen en aan de andere kant stelt hij zijn rechters op om de mensheid te oordelen. Eén van die rechters is Algol, de hardvochtige, niets ontziende ster in het schild van het sterrenbeeld Perseus. En één van de koninklijke aanvoerders is Regulus in het sterrenbeeld de Leeuw. 

Regulus - alle in samenhang met da mysterieplaneten - roept in de mensheid het edele naar boven en Algol roept in de mens het satanische naar boven. En deze beide machten zullen zich tegenover elkaar stellen in de astrale etherwolken die boven wereId en mensheid hangen.  

Regulus is een ster van de eerste grootte, hetgeen wil zeggen een ster met de sterkste lichtkracht wat wederom heenwijst (zoals de oude Arabieren zeiden) dat zijn ziel bewogen werd door een machtige reine geest. 

Regulus straalt dus de geconcentreerde edele waarden van de mensheid naar de aarde terug en kan haar bewegen tot een unanieme en universeIe goedheidsdrang. 

De mensheid zal in de nabije toekomst steeds feIler tegen de waanzin van het tot nu toe geleide leven en zij zal zich gaan verzetten tegen de overheersing en de dwang van haar wereldlijke en kerkelijke leiders, die slechts eigen- of landsbelang en materiële belangen nastreven. 

De mensheid wil iets anders, al weet zij nog niet wat en al begrijpt zij nog niet hoe dat "andere" te realiseren. De onderlinge verhoudingen van de planeten, zoals conjunctie, oppositie, sexte, kwadraat en de andere verhoudingen hebben slechts betrekking op de stoffelijke mensheid en op haar stoffelijke levensgang, want de onderlinge verhoudingen van de planeten zijn gelijk aan de onderlinge verhoudingen tussen mensen en volkeren. Al deze posities speIen zich af binnen de wereId van het tweevoudige: het stof-zielegebied. 

Een door de geest belevendigde ziel kent geen gebonden of oppositie-verhouding, die uitdrukking vindt slechts plaats in de stof en kenmerkt die stof. Een horoscoop tekent de geborene als stofgebonden zielemens, maar mens en horoscoop ontlopen elkaar wanneer de mens de Geest aan die oude twee-eenheid gaat toevoegen. 

Een horoscoop vertelt van de begrenzingen van de mens en zijn aangeboren, microkosmische mogelijkheid om die begrenzingen te doorbreken, of hij dat doet is zijn zaak en vrije keuze. Zodra de mens gebruik maakt van zijn voorrecht van de vrije wil en zich losrukt uit de greep van de natuurkrachten, dan wordt voor hem de horoscoop een stofgebonden uitgangsbasis die hij verlaten gaat. 

De wereld is sterk natuurgebonden en zal dus steeds op de instralingen reageren uit de kosmos die hem dringen. 

Zij zullen die wereId beïnvloeden, doch niet kunnen opheffen uit zijn smartegang. Slechts wanneer de wereldziel voldoende openheid en leven gaat bezitten zal de Planeetgeest der wereId, Christus, kunnen opstaan. 

Wij moeten onze aarde zien als een stoffelijk lichaam, waarvan het hoofdheiligdom door de Noordpool uitgebeeld wordt. Om die aarde is een astrale sfeer, een kosmos waarin gevoelige punten reageren op de instralingen vanuit de Algeest. 

En die gevoelige punten staan in verbinding met diverse magnetische centra op onze aarde, zoals enkele belangrijke wereldsteden waarin de religie haar zetel vindt: Rome, Alexandrië, Constantinopel, Mekka, Lhasa, alsmede bepaalde brandpunten in de hooggelegen bergketens der aarde. 

De gevoeligheid van die magnetische punten voor zekere stralingen, hetzij aardgebonden, hetzij geestelijk, bepalen de levensgang van de planeet. 

En het bewustzijn van de mensheid bepaalt de gerichtheid van die magnetische punten. Een doelbewuste magische concentratie van een groep mensen kan de gerichtheid van één of enkele punten onzer planeet omwenden. 

Uit die samenwerkingen tussen het bewustzijn der mensheid en de magnetische punten van de aarde volgt het zichtbaar worden van bekende en nu nog onbekende planeten. 

Nostradamus, de ziener der middeleeuwen voorspelde:  "Als de mensen aan de Noordpool aaneengesloten worden is er in het Oosten grote vrees en schrik: een nieuwe heerser wordt gekozen en het grote sidderen gaat voort". 

Wij moeten dat niet slechts zien als een banale politieke voorspelling. Nostradamus was veel meer dan een gewone waarzegger en astroloog! Hij was een innerlijke ziener, een die op merkwaardige wijze binding had met de weerspiegelende ethers der natuur en de gevolgen van menselijke handelingen vooruit kon waarnemen.  

"Wanneer aan de Noordpool de mensen zich aaneensluiten ......" wil zeggen: wanneer de geheIe mensheid gevoelig wordt voor de opbrekende stralingen in de kosmos. 

Wanneer dus planeet en mensheid als één lichaam de werkingen van de spirituele activiteit in het Al ondergaan, dan zal het Oosten, d.w.z. daar waar op dat moment het sterkste leven der wereld klopt (dus d.w.z. in Azië, waar de volkeren zich gereed maken voor de wereldheerschappij) dan zal in het Oosten vrees en schrik zijn. 

Die volkeren zullen als 't ware emotioneel gebroken en opgebroken worden, heel hun emotioneIe drift zal slechts naar één punt uitgaan en die drift zal hen tot een massale waanzin drijven en uit die waanzin zal dan opstaan een nieuwe heerser, de dienaar van Algol, die de siddering der mensheid zal verhevigen. Hij zal de grote tegenspeler worden van de heerser die door de zon en Regulus wordt opgeroepen. 

Zo zal in de nabije toekomst de wereld de speelbal worden van Goed en Kwaad. 

U zult zeggen: dat is hij reeds! 

In de nabije toekomst echter zal Goed en Kwaad een positieve leiding vinden. Zij zullen als geconcentreerde, duidelijk herkenbare machten tegenover elkaar komen en alles wat zich tussen hen bevindt zal vernietigd worden: de twijfelaars, de huichelaars, en de zwakke, laffe goedwillenden. 

Slechts zij, die bewust, gebruik makende van de machtige kracht van de vrije wil de Geest, de Gnosis, de Motor van het Spirituele Al tot zich trekken, slechts zij kunnen deze wereId en speciaal de wereldziel openen voor de instralingen des Geestes. 

Zolang die wereId zijn kruis nog draagt, al sleept zij zich daarmede voort en al jammert zij, "ach en wee", zolang, om met Paracelsus te spreken, heeft de Schepper zich nog niet afgewend. 

Moge gij allen in staat zijn de wereldziel te ondersteunen bij haar kruisgang.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene