15 - Saturnus - Inwijding

Wanneer wij tezamen de Saturnus-inwijding willen volbrengen dan moeten wij zeer goed onze tegenstander kennen. 

Wij moeten weten dat Saturnus heerst over alles wat sterk stofgebonden en traag is. Hetgeen zeggen wil dat Saturnus binnen de ring van de zeven planeet-demonen degene is die de mens aan de materie bindt. 

Saturnus is gelijk aan de rasgod Jehova, die de mensen binnen zijn ring tot-hiertoe-en-niet-verder houdt. Om deze Saturnus te overwinnen bestaat er maar één mogelijkheid, de Geest te hulp roepen. 

In de astrologie zegt men dat de Zon de saturnale werkingen bestrijdt; in de astrosofie leert men dat het lichaam door de Geest overwonnen moet worden. 

Het lood, het metaal van Saturnus moet in het Vuur des Geestes omgesmolten worden tot het goud der alchemisten. 

Staande voor de Poort van Saturnus wordt de mens sterker dan ooit tevoren voor de stof, de materie, zijn Ik, of de kristallisatie geplaatst. Wanneer een zoeker verstart in de kristallisatie, wil dat zeggen dat de Poort van Saturnus hem tegengehouden heeft. 

Alle zoekers gaan blijmoedig op weg, in de hoop verlichting, innerlijke rijkdom of verlossing van de ziel te vinden. De demonen dezer natuur laten deze zoekers hun gang gaan, omdat hun zoeken nog steeds een spel gebleken is, totdat ...... totdat de Saturnus-inwijding komt en gebleken is dat de zoeker tot aan de Poort van Saturnus opgeklommen is. 

Dan komt de moeilijkste overwinning, dan staat de zoeker, elke ziel voor zijn meest gevaarlijk vijand, want de saturnale ring "tot-hier-en-niet-verder", wordt om deze zoeker heen gelegd en wurgt hem in een benauwende greep. Deze ziel gevoelt die wurging, hij ondergaat de angst van het sterven der ziel, hij weet zich gevangen, maar dikwijls blijkt hem de moed te ontbreken om zich aan de wurggreep te onttrekken. Dat is het lijden van de mens die vóór de Poort van Saturnus staat en er niet doorheen weet te gaan.  

Hij heeft veel geleerd, veel ervaringen opgedaan en hij denkt dikwijls dat hij bijna aan zijn doel gekomen is.  Kortom, zulk een mens is dikwijls overmoedig, eigengereid en arrogant in zijn spiritualisme. Hij onderschat de saturnale ring en die machtige ban van deze demon, die de opdracht heeft om elke ziel binnen de begrenzing van de natuuraeonen te houden.  

Begrijpt u nu waarom wij zeiden dat de mens nooit alleen door de Saturnuspoort kan gaan, maar dat hij nu in gemeenschap wandelen moet. 

Alles wat de mens volbracht heeft, alle leringen die hij vergaard heeft, en bovendien de inwijdingen der voorbereiding, worden hier aan de zwaarste proef onderworpen. 

Hier moet de mens kiezen tussen: stof en Geest, Saturnus of de Geestzon. Elke aarzeling wordt aangegrepen om de wurgende greep van deze demon te versterken, daarom moet u goed onder ogen zien, waaraan wij tezamen begonnen zijn. Ieder ogenblik zal één van ons het slachtoffer zijn van de grote wurger, iedere seconde en ieder moment zal die moordenaar der ziel aan onze zijde gaan en elke zwakheid observeren, opdat hij zal kunnen toeslaan! Daarom vraagt deze weg door de Poort een voortdurende aandacht, een doorlopende innerlijke Kracht, een alles onderkennende Liefde en een alles overwinnende broederband. 

De zich bevrijdende ziel wordt aan de materie gebonden op dusdanige wijze dat hij meent een Pad te bewandelen. 

Zijn denken wordt aan banden gelegd en gaat in een kring van oude leringen, oude ervaringen, oude methoden ronddraaien, de ring van Saturnus heeft dan in het hoofdheiligdom toegeslagen. Het hart hunkert naar de emoties uit het verleden, naar mystieke vervoeringen die geen verbreking vereisen, naar vormen en beelden die het omvatten kan, de ring van Saturnus legt ook het hart aan banden. 

En tenslotte wordt de vrije wilskracht het vuur van de nieuwe wil langzaam gedoofd door in alle opzichten aan het oude wilsverlangen voeding te geven. De oude wil zoekt altijd veiligheid, als reactie op de catastrofale gebeurtenis der zondeval. 

Ieder mens die de Verlossing der ziel zoekt, wil in diepste wezen eveneens de veiligheid, en daarom sluit Saturnus daar bij aan en biedt die wil de geborgenheid van religieuze, dode lichamen, waarbinnen de saturnale begrenzing in ere gehouden wordt. 

Iedere Gnostieke, oorspronkelijk zielebevrijdende leer wordt op een gegeven moment geplaatst voor de saturnale ring, en dan gaat het er om of het bemiddelende religieuze lichaam die Gnostieke leringen verstaan heeft of niet, of de absorberende groep binnen dat lichaam de ring van Saturnus doorbreken kan of niet.  In de historie zijn het altijd de enkelen geweest, die de grote wurger weerstaan hebben, massaal ging men ten gronde aan de drukkende zwaartekracht van de Saturnus-demon. 


Als wij zeggen dat de episode van Petrus, de rots, is voorbijgegaan, dan bedoelen wij daarmee dat uit de mensheid een groep zielen moet opstaan, die de rots der materie durft los te laten. Die het durft te wagen met een astraal, etherisch bouwwerk, met een lichtend lichaam waarin de Geestzon huist.  

Wij maken in deze era de strijd mee tussen Petrus en Johannes, tussen Saturnus en de Geestzon. Het is een worsteling op leven en dood, want iedere Ziel, die door de Geestzon is aangeraakt en deze aanraking tot in zijn bloed ondergaat, verzet zich tegen de Wurger, en betekent een gevaar voor de natuur-aeonen. 

U kunt rustig van ons aannemen, dat u, wanneer het Nieuwe Land u aantrekt, zult stuiten op onvoorstelbare tegenstanden. U wordt geplaatst voor de hel van uw eigen persoonlijkheid, voor de hel van het kokende lood, van uw IK-razernij, omdat u het gewaagd hebt, u te verzetten tegen de grenswachter, de Satan, die de Tempel des Konings bewaakt. Uw persoonlijkheid zal zich in al zijn furieuze macht oprichten en zich veranderen in Satan, de wachter die de sleutels tot de Tempel bezit. 

De overwinning op deze wachter betekent de sleutels van de Tempel in bezit krijgen. Overwint hij echter ons, dan gebruikt hij zijn sleutels tot de verdoemenis in de kerker der natuur-aeonen. 

Indien echter tegen deze Satan, deze Wurger opgetrokken wordt dan kunnen wij hem tezamen binden en één of enkelen van ons kunnen de Tempel binnengaan, en daar de Ridder Roseae Crucis worden die de sleutels bezit en allen, die hem lief zijn en van zijn koninklijk Ras zijn, zal helpen om binnen te gaan.  

Verstaat u deze taal!  Begrijpt u, dat wij tezamen de poortwachter kunnen overmannen, opdat door ons de toegangspoort voor de meest waardige geopend zal worden! Als eenling zijn wij zwak, als groep kunnen wij sterk zijn, en uit de gezamenlijke geestelijke inspanning, kan de Overwinnaar geboren worden!  

Zodra de mens nu gaat denken: lk wil overwinnen, lk wil binnengaan, lk wil de sleutels bezitten, valt hij in handen van de poortwachter, die hem overmeestert via de begeerten van het IK. 

Daarom is juist nu, in deze fase van onze gang op het Pad elke ikcentrale gedachte, elke ikcentrale wending, funest. 

Wij worden niet slechts geobserveerd door onze naasten, maar wij worden op de voet gevolgd door de natuur-aeonen, door de demonen des hemels, en eveneens, tot uw troost, door de krachten des Lichts.  Allen, die intens met ons verbonden zijn, die sterk medeleven, en zich overgeven aan deze doorgang door de Poort van Saturnus, moeten toch ervaren, hoe er innerlijk aan hen gewerkt wordt. Zij zullen toch ervaren hoe aan de ene kant het Licht als een juichende roep zich in ons nederdaalt, terwijl aan de andere kant de nacht zo zwart is als nooit tevoren.   

Zij moeten toch allen ondergáán hoe de innerlijke strijd, heviger dan ooit tevoren, ons heen en weder smijt in de golven van de Jordaan.  

Daarom zeggen wij steeds weer opnieuw: keer in tot de Stilte, o kandidaat, ga de rust binnen, ga het zwijgen binnen. Op dit ogenblik van de Jordaanreis, is elke vorm van strijd, hoe goed ook bedoeld, volkomen fout en zeer gevaarlijk.  Het verzet tegen de poortwachter roept zijn woede op, hij is dan op zijn hoede. 

Neen, wij zullen het anders doen gaan, wij zullen deze wurger niet bestrijden met zijn eigen wapenen, wij behoren de wapenrusting Gods aan te doen, het reine kleed der Jordaan, wij moeten onze blik afwenden van de demon des hemels, en onze handen van zijn bezit afhouden, wij moeten ons hart niet binden aan zijn lied der aarde, noch ons denken aan zijn lied der aeonen-sferen. 

U beseft misschien zelf niet hoezeer zijn kracht u verdooft, en hoe ontstellend groot zijn macht is.  

Saturnus overwinnen wil zeggen: Petrus hunkering om een stenen huis, of tent voor Christus te bouwen, negeren, zijn verloochening logenstraffen, en zijn eerzucht om het Rijk van Christus in de materie te funderen op te geven.  

Dat is de opgave van het achtvoudige Pad, door de Jordaan, geen jachten naar een omvangrijk organisatorisch religieus apparaat waarin wij het Licht willen gevangen nemen, geen ontkenning meer wanneer het moment komt waarop Christus u vraagt om hem te belijden, geen uitvluchten meer, geen schone frasen, geen aan de aarde gebonden woorden, en tenslotte geen enkele hunkering meer om een troon te bestijgen, hetzij in het zichtbare, hetzij in het onzichtbare. 

Dàt betekeht afstand doen van de materie, van de Rots van Saturnus, en het aanheffen van het Lied van de Geestzon. Indien er in u geen enkele interesse meer is voor de materie, in welke vorm dan ook, kan Saturnus u niet tegen houden, kan hij u niet aangrijpen. Hij behoudt slechts hetgeen van hem is en dat zal niets anders zijn dan het oude kleed, het oude denken, willen en gevoelen. 

Dat kunt u bij hem achterlaten, en hij zal er zijn lust op kunnen botvieren. Maar u, u zult vérder gaan, in het nieuwe Kleed, in het Boetegewaad der Pistis Sophia, waarop reeds vele namen geschreven zijn, in het reine kleed der pelgrims, en niemand zal u meer kunnen tegenhouden, omdat u ongrijpbaar geworden bent.  

Zolang u hangt aan het oude, u emotioneel, intellectueel, wilsmatig gebonden bent aan het rijk der natuur-aeonen bent u binnen het bereik van Saturnus' ring. 

En iedere keer opnieuw zult u bemerken hoe die ring u wil doden, hoe de wurgende greep u dreigt te verstikken en - zo u dit beseft - zal er ieder ogenblik een kreet om hulp in u omhoog stijgen, u zult antwoord ontvangen, omdat u nog levend bent, omdat de ziel-in-u nog hunkert en worstelt om verlossing. 

Denk eraan dat u deze ziel Kracht toevoert, dat u haar niet laat ondergaan in deze worsteling in doodsnood. Spreidt een veld van Reinheid om haar heen, bouw innerlijk aan het Veld der Liefde, geef haar ruimte om adem te halen, versta het toch: dompel uw ziel onder in het Bad des Lichts, opdat zij tussen haar worstelingen dóór opnieuw gevoed zal worden. Laat al uw streven, al uw zoeken, al uw hunkering niet voor niets geweest zijn, want u staat nu voor de beslissing!  

Velen van u hèbben reeds besloten, maar zij beseffen misschien nog niet wat het zeggen wil voor de Satan in het Voorportaal van de Tempel des Konings te staan. Zij grijpen wellicht in doodsangst nog eenmaal terug naar de vaste rots, de veilige materie van Saturnus. 

En zie, op slag in het zelfde moment, is daar de worsteling, die felle strijd om de ziel. 

Die krachtige aanvallen van het IK dat leeft uit en in de saturnale velden. Zo u waarlijk overwinnen wilt, zo u ernstig en vooral hongerend zijt naar het Goede Einde, breek dan radicaal met alle uiterlijke vorm, met alle schijn, met alle kennis, met alle schittering dezer wereld.  Laat alles achter bij de poortwachter opdat hij zich zat ete en zo hij slaapt, wij hem de sleutel kunnen ontnemen. 

Laat hem niet vechten om zijn voeding, integendeel, doe het anders, doe het op de manier van de ziel, en gééf hetgeen hij vraagt, geef hem het zijne, maar behoudt hetgeen Gode en des Lichts is.  

Zo wordt het ons geleerd in de verborgen Taal der Schrift. Uw houding moet zijn als van Johannes: wétende, glimlacht u, ziende, weent u om hen, die niet verstaan, ontvangende, juicht en tenslotte zwijgt u, daar de woorden dezer wereld niet bij machte zijn de grootsheid van uw ontdekking te bevatten. U leert te zwijgen, zoals alle wijzen gedaan hebben en in het zwijgen, dóór dat zwijgen breekt in u de grot van Bethlehem open en de geboorte vindt plaats. 

Dat is het ogenblik waarop u Saturnus, de oude mens zult schenken, en u met het Kind des Lichts verder zult gaan. 

Dan tekent de Diepe Vrede van Bethlehem het stralende aureool om uw hoofd en de Ster gaat lichten aan uw voorhoofd. 

Zo wordt gij de uitverkorene, degene, die de wachter overwonnen heeft en die de sleutels tot het Heiligdom ontvangen heeft. 

Gij àllen zijt geroepen om deze overwinning te behalen, maar wij weten dat slechts enkelen uitverkoren zullen worden, omdat de doortocht zwaar is, láát dan die enkelen vóór gaan. Láát dan die enkelen overwinnen, opdat zij terwille van allen, die na hen komen een smalle doorgang kunnen bereiden en de praktische leringen kunnen doorgeven. Belemmer niemand door uw eigen saturnale ingevingen, ban ook deze satanische eigenschappen uit en ga staan in de onthevenheid aan elke vorm van natuur-overheersing. 

Neem afscheid van uw eigen persoonlijkheid, maar klem u ook niet vast aan de persoon van uw naaste, zie de ziel.  Indien er een waarachtige broeder of zuster naast u gaat zullen ook zij doende zijn met het overwinnen van Saturnus en het stofgebonden IK. 

Nagel uw naaste niet, door uw eigen gebondenheid aan de rots van Saturnus. Zie door alles heen: de ziel, en waak over uw eigen lichtkracht. Vermors uw tijd en kracht niet door u te verdiepen in de mogelijkheden, de belemmeringen van uw naaste! 

Waak over uw Leven, zo staat er geschreven, wel, doe dat dan! 

Doe dit in stilzwijgendheid, iedere Ziel dragende in de Liefdekracht van uw mede-leven. Laat de sfeer om u heen niet gevuld zijn met de kreten des gevechts, maar bouw het Veld der Stilte om u heen. 

Bouw een Veld van Verwachting en een Veld vol Licht. 

Door de inspirerende ingevingen van dit Veld zullen alle moeilijkheden opgelost worden, zal elk gevecht eindigen en zult u altijd het juiste antwoord vinden. 

Daarom, vreest de poortwachter niet, vreest de grote Wurger niet, want hetgeen hij bezitten wil, wilt u afwerpen! 

Zo zult u in harmonie en overgave en vooral gedragen door een onuitsprekelijke Vreugde de zo zwaar schijnende doorgang volbrengen. En u zult weten, als een nieuwe Zekerheid, dat het Licht der Lichten mèt u is.  

Dat nu is de nieuwe zekerheid die u ontvangt in ruil voor het weggeworpen kleed. 

Moge deze zekerheid u van alle zijden omringen.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene