Reïncarnatie, fantasie of werkelijkheid

Vanwaar komt deze leer?

De leer van de reïncarnatie is zo oud als de wereld, maar werd door de christelijke kerken verboden.

In vóórchristelijke tijden, zowel bij de filosofen als de natuurvolkeren, vindt men de overtuiging van de reïncarnatie.


Hermes Trismegistos, de Driemaal Grote, de schrijver der "Hermetische Geschriften" en schrijft daarin de volgende woorden:

"Van één Ziel uit het universum stammen alle zielen af. 

Niet alle mensenzielen, maar alleen de vromen zijn goddelijk. 

Na het kennen en onderkennen van God of de Alziel verandert de ziel in een onstoffelijke onsterfelijke geest. 

Geen ander lichaam dan een mensenlichaam kan een ziel ontvangen; de ziel, die een mensenlichaam binnengaat straft zichzelf, de goddelijke wet behoedt hem om een redeloos dier binnen te gaan."


Origines, één van de kerkvaders, geloofde in de reïncarnatie (184-254).

Hij behoort in wezen tot één van de grondleggers van de christelijke, uit de boezem van de kerk voortgekomen, Gnosis. 

Binnen deze gnostieke sekten bleef de reïncarnatieleer bestaan, zij werd echter bij het Tweede Concilie van Constantinopel in 553 verboden.

Heden komt de grondgedachte der zielsverhuizing, die alle oude filosofen, sekten en eerste Christenen aanhingen, weer terug.

In onze tijd van technische ontdekkingen vindt men nl. bewijzen van de reïncarnatieleer.

Wie of wat reïncarneert er eigenlijk?

De ziel, als elektron of electromagnetische kracht schiet een embryo binnen op het moment van de eerste levensbeweging in de moederbuik.

Op dat moment is die ziel nog latent, maar komt tot leven bij de eerste ademhaling buiten de moederschoot. 

Pythagoras zegt: 

"Adem is ziel; de ziel bestaat uit twee soorten ether: de koude ether (op aarde, de natuur rondom ons) en de warme ether (vanuit het geestelijke rijk)."

De Chinezen spreken over: "De eerste ether en de tweede ether". 

En in het Boek Henoch staat: "De wind en Gods geest."

De Ziel is door onze technische apparatuur nog niet te meten, maar wel kan men constateren dat er "Iets" is.


Er komen steeds meer boeken over herinneringen aan vorige levens, maar men moet voorzichtig daarmede zijn. Iedereen wil een belangrijk persoon geweest zijn.

Onder hypnose kan dikwijls de deur tot de herinnering worden geopend. 

(Edgar Cayce, Bridey Murphy.)

Sommige kinderen herinneren zich iets; deze zijn meestal door een gewelddadige dood omgekomen; de schok etst zich in de herinnering en veroorzaken dromen, angsten, zelfs aanwijsbare littekens in het lichaam.

Het lichaam vormt zich onder invloed van de ziel.


Wat is een "Trance"?

Het scheiden van de etherische- en de stoffelijke persoonlijkheid. 

Zodra het huidige Ik zich afscheidt, kan het etherische Ik, waarin de herinneringen aan vorige levens zijn opgetekend, zijn plaats innemen. (Bridey Murphy).

Onze etherische herinneringen, de zielenherinneringen zijn onvergankelijk. Onze huidige herinnering is slechts ten dele.

Wij "vergeten" gelukkig vorige levens, doordat bij onze geboorte, de schok van de geboorte, de overgang van ene bewustzijn naar andere, oude herinneringen weggestopt worden, toegesloten binnen het etherische wezen.

Slechts schokkende herinneringen die door de ziel niet werden verwerkt, blijven tot ons doordringen, zoals geweld en sterke emoties.

In een Trance-toestand, waarbij het huidige Ik afwezig is, kan de hypnotiseur vragen stellen aan het vorige wezen, het vorige Ik, dat afgesloten - latent - in de zielenherinnering aanwezig is. 

Dit oude Ik neemt dan gedeeltelijk bezit van de huidige stoffelijke persoonlijkheid.

In ons allen worden zulke oude persoonlijkheden bewaard. 

Het verleden vergeten is daarom, in werkelijkheid, onmogelijk. 

Het indrukwekkende verleden blijft ingeëtst.

Een Trancetoestand kan worden veroorzaakt door een bepaalde druk op de hersenen onder invloed van drugs, suggestie, een schok, kruiden, medicamenten, alcohol enz.

Mensen, die snel in een "trance" geraken zijn organisch gevoelig, dikwijls ook een restant uit een vorig leven.

Onze diepste drijfveer is de ziel en de ziel is beladen met de som van vorige indrukken.


Het Déjà-vu of Déjà-éprouvé is altijd een voortvloeisel uit een emotionele gebeurtenis die niet totaal toegesloten kon worden.

Door de schok van zulk een Déjà-vu kan men in een "trance" geraken: de hersenen wordt dan zuurstof onthouden of door ademhalingsoefeningen, die een overvloed van zuurstof doen toevoeren, onthouden de hersenen suiker. 

Lange, diep aangehouden en ook een zeer snelle ademhaling veroorzaakt bij vrijwel iedereen een trance-toestand. 

Denk aan sommige yoga-oefeningen!

Hieraan zijn natuurlijk lichamelijke en geestelijke gevaren verbonden. Onder hypnose is het echter mogelijk dat een gestorvene bezit neemt van het in trance zijnde lichaam.

Het Déjà-vu bewijs en de wonderkinderen en de angstcomplexen, die uit een vroeger leven stammen, zijn betere bewijzen.


De reïncarnatieleer heeft het voordeel dat men overtuigd is van een progressie van de ziel; eeuwige verdoemenis bestaat niet, noch het kerkelijke dogma van de hel en de hemel of het vagevuur na de dood, noch het Ene-leven systeem, zoals dat in het kerkelijke dogma verankert is.

Een serieus mens, geestelijk gevoelig, kan diverse indrukken hebben van vorige ervaringen; een Weten dat hij dit of dat niet meer doen moet; een verbintenis met een medeschepsel; het is een kennis, die ingeboren is en nooit aangeleerd, zoals het ook bij wonderkinderen het geval is. 

Het zijn altijd de oude kunsten, zoals geometrie, muziek, retorica, bouwtechniek, talen. Iets waarin men in een vorig leven is "opgegaan", waarin men met hart en ziel bij betrokken was, laat een onuitwisbare indruk achter. 


Er zijn verschillende opvattingen over het moment van reïncarnatie of het herboren worden.

1. De zielen zoeken hun eigen mogelijkheden. 

2. De schikgodinnen bepalen dat en zelfs de goden zijn daaraan onderworpen. 

De schikgodinnen, in de Griekse mythologie heten zij de Moira, zijn Clotho, de spinster, Lachesis, die toewijst en Atropus, die afbreekt.

In de Edda worden zij de Nornen: Urd, Verdandi en Skuld

Bridey Murphy spreekt over de drie vrouwen.

De ordening wordt bepaald door een drie-eenheid: het kosmische geestelijke bewustzijn, het zielebewustzijn en het stoffelijke bewustzijn.

Het zich ophouden in het land aan gene zijde verschilt van ziel tot ziel en het moment van wedergeboorte wordt bepaald door de kwantiteit aan inzicht en aan bewustzijn.

Het kosmische bewustzijn of ALbewustzijn, Clotho, weeft voortdurend de levensenergie, waaruit de levensdraden gevormd worden.

Het zielebewustzijn, Lachesis, het inzicht, de ervaringen, bepaalt wáár en bij wie de hergeboorte plaatsvindt.

Het stoffelijke bewustzijn, Atropus, bemerkt wanneer de natuurlijke levensenergie op is.

Een gewelddadige dood is een vergrijp tegen deze schikgodinnen, vandaar dat bewust geweld, zelfmoord of moord beschouwd werd als een "zonde tegen de Heilige Geest", Atropus, Adem. 

Het is een zich bewust onttrekken aan de schikgodinnen, wat de oude vorm van schuldbewustzijn is, maar de schikgodinnen zenden zulk een ziel direct weer terug.


ONSTERFELIJKHEID

De Doektoe's, een negerstam in het huidige Gabon, vertellen dat de mensen oorspronkelijk onsterfelijk waren. 

Later, toen ze de geboden van de goden niet meer naleefden, werden ze sterfelijk. 

Het geheim van die onsterfelijkheid werd hen daarna door een boodschapper der goden, in de gestalte van een uil, het teken van wijsheid, opnieuw verteld, maar de mensen wilden niet meer luisteren. 

Christus praat over de "Heilige Geest" als afgezant.

Waarmede tevens gezegd zou zijn, dat zij die "niet willen luisteren reïncarneren moeten". 

Hierdoor wordt een oude opvatting: "Dat zij die vervolmaakt of gereinigd zijn niet meer behoeven te reïncarneren", bevestigd, of zij "die weer geest uit geest geworden zijn."

Talrijk zijn echter ook de legenden en verhalen over "grote zielen", die terugkeren om de weerspannige zielen opmerkzaam te maken op hun opdracht van Gods wege.


Er zijn in de reïncarnatieleer enige aspecten die nog niet te bewijzen zijn: b.v. reïncarneren àlle mensen?

Het levensgedrag op aarde bepaalt ons levensgedrag of onze mentaliteit en moraal in het hiernamaals. 

Ook daar zijn "slechte" en "goede" wezens, onbenullige, redelijke of wijze wezens.

Allerlei vormen van bezetenheid spreken voor de "slechte" of "domme" wezens.

Er zijn aldus wezens die niet kunnen reïncarneren of pas na zeer lange tijd, omdat zij weigeren aan een progressie deel te nemen. 

Men kan zulke wezens die aan een progressie niet willen deelnemen ook hier ontmoeten.

Het bewustzijn, Lachesis, bepaalt of hij opnieuw een kans krijgt.


Het uiterlijk is, gedeeltelijk, een afdruk van het innerlijk, zo leerden sommige filosofen. o.a. Paracelsus. 

Hierbij komen echter de stoffelijk-natuurlijke erfelijke eigenschappen, die mede de vorm bepalen.

Een ziel, die een gewelddadige dood ervaren heeft, kan echter de herinneringen daaraan als littekens in een volgend lichaam inetsen.

Vandaar dat sommige stoffelijke kentekens herinneringen kunnen zijn aan een vorig leven, mits deze niet te verklaren zijn uit een familie-erfelijkheid.`

De geest of de ziel beheerst de stof. 

Het Albewustzijn, het zielebewustzijn en het stoffelijke bewustzijn bepalen tezamen de vorm.

Geest, ziel en lichaam zijn een eenheid.

En dan spreekt men over de bevolkingsexplosie.

Waarom zijn er nu meer mensen dan ooit? 

Er bestaat echter geen afdoend bewijs dat er nu meer mensen zouden zijn dan vroeger. 

De schatting van het aantal mensen hangt af van het moment waarop wij het mensdom laten beginnen en deze ideeën lopen nogal uiteen. 

Geleerden schatten deze op 600.000 jaar tot enige miljoenen: Jehova's Getuigen o.a. zeggen 6000 jaar.

Over het totale aantal mensen lopen de schattingen uiteen van 70 miljard tot 96 miljard. 

Als we ervan uitgaan dat er sinds het begin 80 miljard mensen hebben geleefd, zou elk mens in doorsnee 20 reïncarnaties hebben beleefd. Het is slechts een hypothetisch rekensommetje van de etnoloog François Delacour.

Statistieken bewijzen dat na een oorlog mannelijke geboorten toenemen. 

De reïncarnatie-meldingen namen toe na:

1. De Amerikaanse Burgeroorlog in Massachusetts.

2. In Duitsland na de oorlog van 1866 en de oorlog met de Fransen in 1870  en 1871.

3. In Engeland na de eerste Wereldoorlog.

4. In verscheidene geallieerde landen na de Tweede Wereld-oorlog.

Er is een natuurwet die het evenwicht tussen herstelt en behoudt, en deze schijnt ook bij de dieren te gelden. 

De natuur grijpt in bij een eventuele abnormale bevolkingsexplosie. Aan het "einde der tijden" ontledigt zich het hiernamaals onder druk van een kosmische wet. 

Nu leven wij in zulk een tijd. Dit te herkennen is slechts een kwestie van innerlijk weten òf geloven.

  De wetenschap heeft voor de reïncarnatie enkele bewijzen verzamelt, maar die zijn voor het intellect niet voldoende. Zij spreken van herinneringsmoleculen.

De grote wijsgeren uit aller tijden hebben de reïncarnatie door hun leringen onderstreept.

Instinctieve herinneringen komt men ook bij de dieren tegen. 

De moederhond geeft een voor haar emotionele indruk door aan de jongen.

Slaag, honger, angst, zijn echter uitsluitend overgedragen impressies, geen bezit van dat dier zelf.

Dit gebeurt ook bij de mensen. 

De moeder, die in de zwangerschap emotioneel geschokt wordt, brengt dit over op het ongeboren kind, wat voor het kind geen empirische herinnering is, maar slechts een overdracht.

Een overgedragen herinnering uit een vorig leven is geen ervaring van het huidige Ik. Zulk een overdracht is slechts mogelijk, indien de doorgever sterk geëmotioneerd was èn de ontvanger onbewust, in trance, en nog zonder bewust ego.

De etnoloog François Delacour meent dat "de mens zulk een uniek specimen is op aarde, dat hij ergens anders vandaan gekomen moet zijn."

In de gnostieke spirituele overtuiging is reïncarnatie een onontbeerlijke schakel, omdat de gnosticus in progressie gelooft.

Moge ook u tot deze gnostieken behoren.


Literatuur:

Mana Penkala: Reïncarnatie en Preëxistentie

J.B. Delacour: Toch Reïncarnatie

van Praag: Reïncarnatie.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene