Herinneringen als Levensinspiratie

Lezing 516


"Tussen vergeten moeten en bewaren moeten, ontvouwt zich ons leven. Wie de weegschaal tussen beide in evenwicht houdt, heeft zijn leven gewonnen."

Otto Heuschele.


Als we ons meer gelegen zouden laten liggen aan het vergeten, zou de wereld er anders uitzien.

We staan er wellicht nooit bij stil dat het vergeten en het zich herinneren twee zijden van eenzelfde werking zijn, die altijd met onze ziel te maken heeft. Iedereen vergeet hetgeen niet in zijn ziel wordt opgetekend en herinnert zich hetgeen ingegrift wordt.

Maar de ziel zelf beslist wat vergeten en wat ingegrift wordt.

Daarom zijn er mensen die zich de hun aangedane pijnen nooit vergeten en er zijn mensen die zich slechts de goede daden herinneren. Het is de kwaliteit van de ziel die hier kiest.

Over zielenkwaliteit valt niet te twisten, maar een ziel kan wel leren.

Als het citaat zegt dat 'je je leven wint als je de weegschaal in evenwicht houdt', heeft dit altijd te maken met je geestelijke levenskracht. Lichamelijk leven staat onder totaal andere voorwaarden en is afhankelijk van de invloed van de innerlijke levenskracht.

Een slechte ziel, d.w.z. een hardleerse ziel, kan het lichaam dermate beïnvloeden dat het gaat kwijnen. Vandaar dat goede, harmoniserende gedachten en uitgangspunten het lichaam en de gehele mens gunstig beïnvloeden. Maar zo'n instelling heb je pas indien er een goede ziel in je huist, een ziel die bereid is te leren of eventueel geleerd heeft.

Er zijn in ons talloze vluchtige herinneringen, die door een associatie opgeroepen kunnen worden. Dat zijn meestal niet zulke ingrijpende herinneringen.

Maar die herinneringen, die ons als een pijnlijke emotie vergezellen, die herinneringen hebben onze ziel aangegrepen en die kan zij noch verwerken noch omzetten. En herinneringen zijn er om om te zetten, anders zouden we het vermogen tot herinneren niet hebben. Wij moeten met dat vermogen iets doen, zolang we het niet juist gebruiken ondervinden we er zielenpijnen van.

Iedereen weet dat we soms jaren nodig hebben om bepaalde herinneringen te verwerken, totdat zij geen pijn meer doen.

Dat is dan groei.

En de tijd die we daarvoor gebruiken is bij iedereen verschillend. Hetzelfde geldt voor de zg. onvergetelijke herinneringen, we kunnen ons ermee helpen, ondersteunen of we kunnen ons er dagelijks mede pijnigen.

Het is hier weer de ziel die beslist. Een beangst, weerstrevende, lering weigerende ziel, vlucht in herinneringen, omdat het heden inspanningen van haar vraagt.

Het zal voor sommige zielen een inspanning zijn om vertrouwen te leren. Vrijwel alle mensen die door noodlottige gebeurtenissen getroffen worden, hebben een gebrek aan vertrouwen in een hogere macht, of in een eeuwigheidswaarde.

Het is het noodlot dat hen wil dwingen dit vertrouwen te ontwikkelen. Iemand die onder alle omstandigheden zijn vertrouwen bewaart, zonder dociel te worden, benut de kans om te leren uit zijn omstandigheden.

Uit de draad van de herinneringen wordt een onvergankelijk kleed geweven, dat ons ieder leven wordt omgeslagen.

Een goede herinnering, een leerzame omstandigheid, een lot waardoor je gerijpt bent, legt goede herinneringen in je.

Als je in het heden in nood zit, komen die herinneringen op je af om je te helpen attenderen op de waarden die je er de vorige keer uit hebt geput. Een ziel die uit een ten goede gekeerde omstandigheid niet leert, is een hardleerse ziel.

Niets geeft meer houvast dan een goed en nuttig uitgewerkte ervaring. Het is iets dat niemand je meer kan afnemen. Hieruit groeit je innerlijke zekerheid.

We doen onszelf dikwijls zoveel leed aan, doordat we ons onaangename dingen WILLEN herinneren, en doordat we dingen willen behouden die we eigenlijk los zouden moeten laten. We behouden het verkeerde en we herinneren ons het verkeerde.

Dat is onze zwakheid en een bewijs dat we geen vertrouwen hebben en in sentimentele en materiële relaties meer interesse hebben dan in waardevolle dingen.

Dan verdienen we te worden gewond of te worden teleurgesteld. Teleurstellingen zijn immers aandoeningen van het ego en de persoonlijkheid. Een ziel kan niet worden teleurgesteld, omdat zij haar keuze anders bepaalt.

Zielen hangen niet aan familieleden, zielen hangen aan gelijken, dat is totaal wat anders, en elke ziel weet ook dat geen enkele medeziel haar zal kunnen volgen in de eigen interessen of opinies.

Elke ziel is immers anders, dat is haar individualiteit en haar unieke oorsprong.

Mensen die medemensen willen dwingen te zijn zoals zij, kunnen rekenen op teleurstellingen en bovendien bewijzen zij inzichtloos te zijn en uit te gaan van een wilsdwang.

Vrijheid betekent: zich ontplooien naar de eigen mogelijkheden, zonder dwang van buitenaf.

Een goede ziel, vol zekerheid en vertrouwen, zal zich ook nooit laten manipuleren en hoeveel mensen laten zich manipuleren terwille van allerlei egocentrische belangetjes, waar dan weer teleurstellingen en leed uit voortvloeien?

Je laat je altijd manipuleren uit angst. Angst om iets te verliezen dat je veelal gerust verliezen kunt, zonder er zielenleed door te ervaren.

De keuze wat we bewaren en wat we verliezen kunnen is even moeilijk als de keuze tussen het je herinneren en het vergeten.

Die keuze is afhankelijk van onze ervaringen en vooral afhankelijk van wat we uit onze ervaringen geleerd hebben.

Coûte que coûte vasthouden wat je los moet laten, vraagt om leed en aan dat leed kan niemand iets doen dan alleen jijzelf. Er komt dikwijls een ogenblik dat je besluiten moet: loslaten of vasthouden en doorlijden.

En laten we dan niet zo geraffineerd egocentrisch zijn door ons te verbeelden dat God, of wie dan ook, ons dat lijden oplegt. Niemand legt ons wat op dan wijzelf.

Het leven bestaat uit lijden lezen we in sommige citaten, vooral die, die uit kerkelijke kringen komen en dit lijden wordt dan verheerlijkt, alsof je daardoor de hemel kunt winnen. Maar lijden houdt op zodra we het omzetten in weten en slechts door dit weten komen we tot innerlijke groei.

Ons lijden lijdzaam dragen is zeer betrekkelijk. We moeten eerst tot op de bodem onderzoeken of er niets aan dit lijden is te doen.

Herinneringen hebben dikwijls minder met feiten te doen dan met gevoelens. We verlangen dikwijls niet terug naar een plaats, of een mens, maar naar de gevoelens die deze bij ons opwekten.

Hoe dieper die gevoelens waren des te sterker werd onze ziel getroffen; we verlangen altijd naar een herhaling van iets prettigs of heerlijks.

Hetzelfde horen we in spirituele kringen; mensen die een diepe innerlijke ervaring hebben gehad, zoeken naar een herhaling.

Het is de ziel die hier in het spel is en niets anders.

Het zijn de gaven van de ziel die worden opgewekt: vertrouwen, vriendschap, echte liefde, innerlijke eenheid.

Hetzelfde zien we met troost die we zoeken; dat wat ons troost, roept een ziele-emotie in ons op, die ons gehele organisme doortrekt en ons zo boven onze narigheid uitheft. Die troost kan heel eenvoudig zijn, maar hij raakt een innerlijke snaar die de ziel weer tot leven of tot vreugde brengt.

Indien deze troost-ervaringen afwezig zijn, is dat een bewijs dat we onszelf omgeven door duisternis en het licht, de verlichting niet toelaten. Zo werken we ons langzaam maar zeker naar de diepte. Hetzelfde zie je echter ook bij al te gehaaste mensen, die zo nodig dag en nacht een doel nastreven: hen ontgaat de ziele-aanrakingen en zij eindigen altijd in leed.

De levenskunst is associaties op te merken, die de goede ziele-ontroeringen te voorschijn roepen. Dus nooit dingen vergeten die je moet bewaren.

Een rijpe ziel bewaart en vergeet op de juiste wijze. Zij leeft met onvergankelijke schatten en deze zullen haar tot steun zijn.

Uit die onvergankelijke schatten put je kracht voor het heden, maar je droomt niet met hen weg en ontvlucht het heden.

Het is onze opdracht rijper te worden. Het is nooit onze opdracht geweest op aarde een goede positie op te bouwen.

Het rijpen brengt ons vanzelf daar waar we horen. Ook dit is kwestie van vertrouwen. Een mens kan nooit streven naar wijsheid, maar wel attent zijn op de leringen die wijsheid doen groeien.

Hardleerse zielen zijn vol van de eigen hoedanigheden, zij zijn pronkerig, vol van zichzelf en iedereen weet dat degene die vol is van zichzelf niemand en niets anders toelaat.

Onze grootste schat, maar ook onze grootste armoede, ligt in het bezit van onze herinneringen. De herinneringen maken en breken ons. De kracht van het herinneren is één van de mooiste gaven die de mens bezit, omdat je dan 'rozen in december' kunt hebben.

Een moeilijke levensweg die getooid wordt door schone herinneringen, wordt gemakkelijker bewandeld dan een zware levensweg met een armoede aan schone herinneringen.

Er zijn wel eens mensen die zeggen: ik heb geen mooie herinneringen. Wel, dat ligt aan de mens zelf.

Iedereen kan zichzelf troosten met de eenvoud van een schone herinnering, al zou het maar een ervaring in de natuur zijn.

Als je je op een donkere dag b.v. herinnert hoe schoon de zonsopgang een week eerder was, kan je die dag gemakkelijker doorkomen dan anders. Het is de kunst de herinnering dermate te versterken dat hij je helemaal vult. Dus je kunt hem belevendigen en opnieuw beleven. Dan roep je de emotie op die de gebeurtenis in je te voorschijn riep.

Is dat niet een voorrecht?

Is dat niet een wonder?

Is het niet een gunst die we ontvingen, als schepsel?

Waarom maken we er niet meer gebruik van?

Het is geen kunst te treuren om het heden, maar het is een kunst dit heden te verrijken door een schoon verleden.

Het zal dan ook verrijkend werken, indien we ervaringen zoeken die onze ziel goed doen, want die herinneringen blijven en vergezellen ons. Elke pijnigende ziele-ervaring moet omgezet worden in weten.

Waarom? Waartoe? Hoe kan ik er iets van maken?

Elke aangename ziele-ervaring is ons tot een vreugde, een blijvende vreugde, maar ook deze moeten we eruit putten. Dus aangename ervaringen moeten we niet onbemerkt aan ons voorbij laten gaan, omdat ze b.v. vanzelfsprekend zouden zijn.

Het is niet zo dat het onaangename een last is en onrechtvaardig en het aangename vanzelfsprekend en verdiend. Laten we niet vergeten dat onze goede herinneringen ons eigen paradijs is, en we kunnen er niet uit verdreven worden. Hoogstens kunnen we er onszelf niet toelaten.

Iemand die zijn verleden, of dit nu jaren geleden dan wel gisteren is, louter ziet als een aaneenschakeling van plichten en vanzelfsprekendheden, mist zijn paradijs.

Het paradijs, zo zegt het Boek Henoch, ligt tussen het wezenlijke en het onwezenlijke.

Wel, dit is precies de sfeer waarin onze herinneringen wonen.

Hoe na staan we elkander indien we herinneringen kunnen delen!

Hoe gelukkig gevoelen we ons als we gezamenlijk die herinneringen kunnen belevendigen.

Ook hier geldt: daar waar twee of drie in één herinnering tezamen zijn is het geluk aanwezig. Daar wordt de ziel getroost en versterkt. En als de ziel sterk is, is de gehele mens sterk en gelukkig.

Wanhoop, onrust, wantrouwen, of afwezigheid van vertrouwen brengen lijden, op alle niveaus en middels dit lijden raken dezulken het spoor bijster. Vandaar dat ze dan prooi worden van bedriegers en winstjagers.

Het zijn altijd de zwakke plekken die ons de das om doen. In die zwakke plek treft de pijl van de profiteurs, lichamelijk dan wel geestelijk. En we hebben allen zwakke plekken.

Hebt u er wel eens over nagedacht wat uw zwakke plek is?

Eerzucht, begeerte, gebrek aan vertrouwen, ongeloof, gebrek aan energie, lusteloosheid, dan wel onverschilligheid?

Angst voor jezelf, wellicht?

Bang om iets te verliezen, dan wel angst om ruzie te krijgen?

Iedereen heeft een zwakke plek die hij of zij moet zien te dichten.

Die zwakke plek, onze symbolische achillespees, kan ons beroven van de eeuwigheidswaarden, omdat we die verwaarlozen, dan wel ongezien laten passeren.

Onze zwakke plek is altijd: geen keuze kunnen maken tussen bewaren of loslaten, tussen vergeten en je herinneren.

En die zwakke plek heet eerzucht, egocentriciteit, angst, gebrek aan vertrouwen, enz.

We leven in een tijd dat meditatie 'in' is; meditatie zou eigenlijk niets anders behoeven te zijn dan het 'je herinneren' en dit op het allerhoogste niveau. De herinnering verdiepen, de ziel baden in de geur van de troostende, helende herinnering.

En waaraan heeft onze ziel behoefte?

Welk geurend bad prefereert zij?

Neemt ze genoegen met de herinnering b.v. aan een prettige familie of vraagt ze meer? Dit bewijst haar kwaliteit.

Onze ziel wordt noch koud noch warm van preken, die haar noch ontroeren noch beroeren. De ziel luistert niet naar een woord, maar naar een trilling die van een woord, maar ook van een geur, of een kleur of een klank of een voorwerp kan uitgaan.

Daarom kan een ziel zich plotseling herinneren als ze een heel oud voorwerp waarneemt b.v.. Zij reageert via de zintuigen van de mens. Maar ook via zintuigen waarvan de mens zich vaak niet bewust is.

Het vergeten, beter gezegd het uitdoen, geschiedt eveneens via menselijke begaafdheden, maar eveneens via begaafdheden waarvan hij zich niet bewust is.

Als je wilt vergeten, kan je het niet. Het komt op het moment waarop je klaar bent, dus waarop het gewoon een eindfase van een proces is. Niets gaat plotseling, alles heeft zijn tijd en zijn proces nodig. Dat wat plotseling gaat, heeft bij- en nawerkingen.

Het is een geestelijke wet en een natuurwet dat alle onderdelen, psychische en fysische, een proces verwerken en beide vormen een eenheid.

Je kunt lijden als je lichaam iets niet verwerkt, maar je kunt eveneens lijden als je ziel iets niet verwerkt. Harmonie is de eenheid en de onderlinge gelijkgezindheid.

Er is nooit een medemens die je dit proces kan ontnemen, hoogstens kan hij je erop wijzen, of het je helpen leren, maar het proces moet je ZELF doormaken.

Je moet zelf het vergeten onderkennen en het je herinneren ervaren. Je moet zelf schiften tussen het je herinneren en het vergeten en verder leven met wat overblijft.

Maar elke dag kan onze herinnering verrijken en ons vergeten omzetten; elke seconde wordt herinnering of vergetelheid.

De wijze kosmische wet schonk ons een zekere mate van vergetelheid, schijnbare vergetelheid voor een enkel leven, maar alles ligt opgeslagen in de schoot van ons zijn en het ligt aan ons wat we daaruit te voorschijn willen halen om ons leven te verrijken en te verdiepen.

Want het leven is wat onze herinneringen en onze gedachten ervan maken.

Moge beide schoon zijn.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene