Waar kwamen de goden vandaan?

Het is door alle tijden zo geweest dat mensen iets of iemand willen hebben om te aanbidden, soms om zich tegen af te zetten en om op te schelden. 

Mensen projecteren zich altijd naar buiten, zoeken hun evenbeeld, waardoor er allerlei legenden en theorieën zijn ontstaan. 

Men zegt: de mens is Gods evenbeeld, maar niemand weet hoe God eruit ziet. 

Er zijn talloze verhalen uit de tijd "dat de goden op aarde wandelden", verhalen die men overal op de wereld ontmoet en die een zekere overeenkomst bevatten. 

Dat het overgrote deel der mensheid hierop niet attent is geworden, pleit niet voor zijn intelligentie en zijn doorzicht. 

Daarom is het mogelijk geweest dat instituten beelden kunnen scheppen en deze de mens konden opdringen. 

Het beeld dat het overgrote deel der mensen van God heeft, is een hem, door autoriteiten, opgedrongen beeltenis. 

Vandaar dat "de goden die op aarde wandelden en - volgens Henoch, hem allerlei kundigheden en kennis overdroegen", voorgesteld worden als menselijke figuren. 

Hierin passen natuurlijk allerlei mysterieuze, onopgeloste raadselen, zoals: dolmen en menhirs met mathematische maatstaven  en afgesteld op de astronomische verhoudingen - dus geen opgave voor in de bomen levende aapmensen - en de Egyptische piramiden met hun toekomstvoorspellingen; dan de z.g. ingekerfde sporen die wijzen op luchtvaartuigen; bouwwerken die door geen mensenhand konden worden gemaakt; het beroemde, in kristal gesneden masker; lenzen uit ver voor onze jaartelling; zonnewendepunten die haarnauwkeurig in rotsen werden gehakt; tekeningen die op rotsen geschilderd of in de aarde gekerfd zijn, die onverklaarbaar zijn voor de huidige mens. Het krioelt van raadsels waarvoor de wetenschap geen plausibele verklaring heeft. 

En tenslotte de mens zelf. 

Stamt hij van de apen - zoals Darwin wil - maar hoe zijn dan al die mysterieuze "wonderen" over heel de wereld te verklaren,  als de primitieve aapmens dit niet kan hebben gedaan? 

Er is een wetenschapper ( Prof. Fred Hoyle)  die blijft volhouden dat de biologische mens is opgebouwd uit "hemelse" materialen. 

Vanzelfsprekend wordt deze wetenschapsman door zijn collega's belachelijk gemaakt. 

Toch - hoe logisch onverklaarbaar ook - moet er een moment zijn geweest dat hemel en aarde elkander raakten via wezens, die zowel aards als hemels materiaal in zich droegen. 

Overleveringen en restanten hiervan zijn overal te vinden.

Zelfs in de mineralen is dit terug te vinden: er zijn mineralen die zowel hemels als aards zijn, d.w.z. wij vinden ze buiten zowel als op de aarde. 

Het woord "hemels" is een menselijke uitvinding. 

Het heeft een "goede" betekenis in onze oren, maar zoals er ontelbare zonnesystemen zijn, zijn er ook ontelbare "hemelen", sferen die weldadig zijn. 

Evenzo zijn er ontelbare "hellen", sferen die afbrekend, vernietigend zijn; beide behoren tot het onbegrensde universum. 

En elk van ons heeft "ergens" zijn hemel of hel gesitueerd. 

Dit wil echter niet zeggen dat een persoonlijke opvatting juist zou zijn. 

Daar wij moeite hebben met onbegrensd denken, geven wij onszelf houvast door een omlijnde plaats te creëren, waar wij "het goede dan wel het boze" opbergen, zo ook met God en de goden. 

God is "ergens", de goden komen "ergens" vandaan. 

Waarmede we tegelijkertijd God, zowel als de goden, vermenselijken. 

Nu kunnen wij Hem of hen bereiken, vastpakken. 

Dat wat wij omlijnen of vastleggen is altijd ongoddelijk, d.w.z. nooit onbegrensd, alomtegenwoordig. 

God of/en de goden moeten uit een "hemels" materiaal zijn gemaakt, indien zij onaards zouden zijn. 

En wij willen graag dat zij onaards zijn, want het aardse is kwetsbaar en vergankelijk, niet waar? 

Hoe "hemelser" d.w.z. harmonieuzer het opbouwmateriaal van de goden, des te hemelser zijn zij, dus weldadiger. 

Het hoogste mineraal, dat zich tevens op aarde kan uitdrukken, is magnesium. 

Het hoogste metaal is: Platina. 

Beide hebben geen schadelijke invloed op mensen, zoals b.v. uranium, plutonium en neptunium. 

Willen de goden of God de mensen, die op aarde leven, bereiken, dan moeten zij zowel hemelse als aardse substanties bezitten. 

Het gelijke trekt altijd het gelijke aan. 

Het onbekende schrikt af of leidt tot ongefundeerde fantasieën. 

Dat wij - mensen van nu - zo veraf staan van de alleroudste overleveringen, bewijst dat wij weinig hemels materiaal meer bezitten, dat wij autoritaire voorlichting nodig hebben om "hemelse" waarheden te verwerken of aannemelijk te maken, bewijst dat wij geen onaardse herinneringen meer bezitten. 

Als wij zouden zeggen: er is geen hemel dan in uw verbeelding, en er is geen hel dan in uw gedachten, dan druist deze mening recht tegen de autoritaire dwangnormen in. 

Wij hebben behoefte aan een autoriteit die ons steun geeft en er is als wij hem nodig hebben, voor wat dan ook. 

Wij hebben ons ingeprent: er is een God van liefde en wij sluiten onze ogen voor al de ellende in de wereld. 

Of, zoals menigeen zegt: God heeft mij lief, daarmede onderschrijvende dat Hij hen die een moeilijk of ongelukkig leven hebben NIET lief heeft, ja zelfs straft. 

Zoiets beweren velen, zich daardoor echter buiten een kosmische wet stellende: de wet van aantrekking en afstoting. 

Is alles wat wij aantrekken ook werkelijk "goed"? 

Is een leven zonder tegenslagen of nood een "goed leven"? 

Is zelfverzekerdheid goed? 

Waren de "goden die leefden op aarde" goed? 

En als zij die mensen op aarde zoveel hebben geleerd, waarom weten we dat dan nu niet meer? 

Is de wetenschap werkelijk verder dan in de tijden van de Egyptische piramiden en de menhirs? 

Is het z.g. redden van aardse levens zo goed? 

Hoewel wij er aan de andere kant talloze vernietigen? 

Wij kunnen nu naar de maan vliegen en andere hemellichamen observeren, konden de menhirbouwers - met hun ongelooflijke kennis der planeten - dit niet? 

Waar is die verloren gegane kennis gebleven, dat wij deze nu door schade en schande weer moeten opdelven? 

Kennelijk zijn de goden weggegaan, hebben ons aan ons lot overgelaten, waardoor wij essentiële wijsheden zijn vergeten. 

Waarom luisteren we niet naar de oude mythen en zoeken hun waarheidskern dieper? 

Waarom nemen we genoegen met een astrologie die de sleutel tot de astronomie verloren heeft en omgekeerd.  

Waarom stellen we ons tevreden met de buitenkant der dingen en negeren we de binnenkant, zodat de dingen uiteenvallen. 

Zoals diversen onder u weten draait de kern van ons betoog om de "indaling van de engelen", beschreven in het apocriefe boek Henoch, een verhaal dat de basis is voor diverse overleveringen overal op de wereld, met daarmede annex de z.g. wereldwonderen. 

Laten we er van uitgaan dat de "goden eenmaal op aarde wandelden", zoals zovele wijsheidsboeken vertellen. 

Alle overleveringen noemen hen "goden of engelen", maar ook wordt er verteld hoe zij onderling oorlog maakten. 

Is oorlog goddelijk? 

Zijn straf en wraak goddelijk? 

Is een god die mij helpt, maar mijn tegenstanders vernietigt goddelijk? 

Zijn een god of goden partijdig? 

Dan zou niets menselijks hem - of hen - vreemd zijn? 

En als dit zo is, kan hij - of zij - hoogstens een vermenging van god en mens zijn. 

Wel, zulke vermengingen zijn er vele: vandaag goed, morgen slecht; vandaag verlicht, morgen een twijfelaar; vandaag mijn vijand liefhebbend, morgen de andere hatend. 

Vandaag een goeroe, een vriendelijke wijze meester, 's nachts een mens wie niets menselijks vreemd is. 

Hoevele Oosterse goeroes waren overdag wijsheid predikende leraren en tevens - de Engelsen dienende, dodende militairen. 

De mensen vergoddelijken degenen die zij bewonderen en meestal niet kennen in het dagelijkse leven. 

Mensen die geen "afgoden" hebben zijn er weinig, men wil zich ergens aan optrekken. 

De "goden" die op aarde wandelden, worden veel bewonderenswaardige daden toegeschreven, maar de aanbidding die hen ten deel viel is verdwenen, er is alleen nog de mythe. 

__________


Wanneer wij ervan uitgaan dat alle kosmische rijken in zeven sferen of gebieden zijn verdeeld - zoals de esoterische literatuur bericht - en dat elk van die sferen een "bewaker of bewaarder" heeft, dan kunnen vanuit elk van die sferen bewoners op aarde neerdalen. 

Deze wezens worden in de bijbel de "elohim" genoemd en zijn de naamgevers van onze planeten geworden. 

Het indalen - zoals men heden denkt - was geen probleem indien men de kosmische wetten kent. 

Kosmische wetten kennen is een kwestie van fysica - niet van technologie. Mercurius- en Jupiterwezens zijn grote fysici en Uranuswezens maken gebruik van hen. 

Wanneer wij praten over een "zondeval", dan was daar, vóór de indaling van deze planeetwezens, nog geen sprake van. 

De indaling zelf is de fout geweest, bezien vanuit kosmisch gezichtspunt. 

Deze "fout" werd als eerste begaan door de Saturnuswezens; vandaar dat in alle alchemische literatuur hij de "boosdoener" is. 

De Venuswezens waren de daaropvolgende, gehoorgevende aan hun medelevende instinct en wilden deze saturnale wezens "redden". 

De Saturnalen weerstonden echter de Venuswezens - zij wilden niet gered worden en de Venuswezens vervielen toen in hun karakteristieke fout: zij probeerden dwangmatig hun hulp aan de Saturnalen te verlenen, waardoor kosmische wetten werden geschonden. 

Dit samengaan van de Saturnalen mondde uit in de astronomische bouwwerken. 

Het eeuwige liefdeprincipe van Venus werd door de Saturnalen omgezet in zekerheid op aarde.

Dit was de tweede "val".

Bouwwerken die wij nu bewonderen waren dus eigenlijk het gevolg van een verlies aan kosmische ruimtelijkheid, die werd vervangen door astronomisch perfectionisme: de hemel vastgelegd in saturnale stenen bouwwerken. 

Saturnale wezens kwamen uit arrogantie: Lucifer op zijn best. 

Venuswezens kwamen uit medeleven. 

Hierna kwamen de Zonnewezens die de kosmische wetten wilden herstellen; zij kwamen niet om te "redden", maar om te herstellen. 

Uit hun tijd stammen de piramiden, het werken met het aardmagnetisme en zij plaatsten in de bouwwerken fixatiepunten  voor de zonsopgang. 

Zon behoort bij magnesium, het magnetisme, de wederverbinding van de hemel met de aarde. 

Na deze verbintenis zou een "terugkeer" van de kosmische wezens weer mogelijk zijn via het magnetisme dat de hemel op de aarde uitoefent. 

Na deze Zonnewezens kwamen de Maanwezens om de aarde vruchtbaar te maken, in het proces van terugkeer was dit noodzakelijk, de wateren moesten aan hun arbeid. 

Er moesten emotionele waarden worden gewekt, opdat er een "berouw" zou groeien, het besef van iets misdaan te hebben. 

Zowel Saturnus- als Venuswezens moesten tot inzicht komen en hun energie niet langer vergooien aan aardse bindingen, want hun tehuis was hier niet. 

De Marswezens volgden om de aardse bindingen te verbreken, om op te breken, hetgeen leed meebracht, want zowel Saturnus-wezens als Venuswezens wilden zich vestigen. 

Dit ontaardde in de z.g. Titanenstrijd. 

Venus-, Mars- en Saturnuswezens streden om eigen behoud. 

De Zon- en Maanwezens vervulden hun plicht, hun opdracht vanuit de kosmos, hen opgelegd door de Uranuswezens. 

Nu kwam de tijd voor de Mercuriusmensen, zij moesten het "denken" opwekken, stimuleren bij de Venusmensen, zodat deze "terug zouden gaan". 

Doch de Mercurius-wezens wedijverden met de Zonnewezens en veroorzaakten daardoor strijd. 

Zij wilden net zo sterk zijn als de Zonnewezens en verbrandden daardoor hun "vleugels", hun "hemelse gaven", hun denkkracht werd "aards". 

Hun kind is de wetenschap, goed bedoeld, ijverzuchtig, niet  wijs, maar wel kundig. 

Tenslotte daalden de Jupiterwezens af - waarvan wij de Henoch-overleveringen kennen - en zij kwamen met verschillende opdrachten. 

De zondvloed had vele "opstandigen en vechtenden" omgebracht en zij die konden luisteren waren over. 

De Jupiterwezens wendden zich uitsluitende tot de aardemensen, waarin geen kwaad was tegenover de kosmische wetten. 

Zij wilden hun bovenaardse kennis aan hen overdragen, opdat deze aardewezens begrip zouden krijgen van wat er was gebeurd. 

Dus onderwezen zij in de invloeden van Zon en Maan op de aarde en vertelden over de banen van planeten en sterren en van de werkingen van de planten, zodat er geen ziekte meer zou zijn, maar ook leerden zij over "wapens" om de aarde te kunnen verdedigen tegen de z.g. goden en/of de "reuzen". 

David is hiervan een goed voorbeeld. 

De aarde zou vruchtbaar en dienstbaar moeten worden en de aardemensen zouden hiervan - volgens de wetten - gebruik kunnen maken. 

Dat wat niet was gelukt wilden de Jupitermensen volvoeren via de aardemensen. 

Vandaar dat er geschreven staat: "en Hij zag dat in hen geen eerbied noch ontzag was en deed de grote wateren hen vernietigen......" 

Nu zouden deze aardemensen opzien naar een godheid en in hen zou religie - de wil tot de terugkeer bloeien - en al degenen die ingedaald waren zouden met hen deze re-ligio wedervinden. 

Doch de aardemensen goten de jupiterische religio in aardse vormen en zij stichtten godsdiensten. 

Zoals de Saturnalen bouwwerken schiepen; zo bevorderden de Jupiterwezens godsdiensten, uit hun tijd komen de mysteriën: de Egyptische, de Eleusische, de Orphische. 

Uit hun tijd stamt de wijsheid van de Stoa: de religieuze individualisatie. 

Griekenland is het land van de Jupiterwezens. 

En nu zien wij; terug op de overblijfselen van deze zeven indalingen en wij verstaan niet wat er is gebeurd en wij verheerlijken of verafgoden het, of negeren het als we er geen raad mee weten. 

En de navolgers van de zeven ingedaalde godengroepen hebben al het onaardse omheind en het aards gemaakt: 

astrologie / astronomie, 

mathematica, 

dialectica (filosofie), 

aritmetica (kabbala), 

muziek, 

retorica (politiek), 

grammatica. 

Zo leven wij nu nog steeds in de omarming van de acht sferen: Zon, Maan, Saturnus, Mars, Venus, Mercurius, Jupiter en de Aarde, om via deze achtste sfeer tot inzicht te komen.

Want de aarde kent het kwade niet, het zijn de nakomelingen van de zeven planeetgoden die het kwade op aarde brachten.

Daarom zegt het woord: intelligentie is een last, want de aarde kent geen intelligentie, zij volgt eenvoudig haar natuurwetten. 

Zoals de natuur het kwade niet kent, maar misleid werd door  Loki die haar misbruikte; denk aan de Noorse sage.

Als we willen spreken over "schuld" dan was - kosmisch gezien - het saturnale de schuld, de eerste die de misstappen beging. 

Vandaar dat hij de vloek mededraagt: de eeuwige poortwachter,  de satan, de minste onder allen, en zich toch - afkomstig uit de hemelen, een godenzoon - een zeer verharde, arrogante godenzoon.  

En zij die na de Saturnalen kwamen en hen wilden "redden" en zij die deze weer tot inzicht wilden brengen, zij begingen allen dezelfde fout. 

Zij lieten hun Pistis achter (denk aan het evangelie van de Pistis Sophia), d.w.z. zij vergaten hun afkomst en wilden wonen en regeren op aarde en zelfs de aarde veranderen in een "godenrijk", opdat als: "Mozes niet naar de berg zou komen, de berg wel naar Mozes zou komen." 

Het is dezelfde misrekening die Judas beging en vele anderen, zoals wij deze fout zelf ook kunnen begaan. 

Geef Gode wat God is en de keizer wat des keizers is, daar komt het op aan. 

Wat aards is blijft aards en wat onaards is blijft onaards. 

Verwissel het ene niet met het andere en forceer het ene niet tot het andere, dat is een les die wij dagelijks moeten gedenken. 

Wat onaards in ons is, als restant van de hemel, voedt dat met de hemel en voedt het aardse met dat wat aards is. 

En zie, dat het "hemelse"  sterk en vooral "gezond" blijft, opdat het nooit vergeet waar het thuis hoort. 

Dat is RE-LIGIO.

De wederverbintenis van het onaardse met het onaardse, dat heet HEMELKEER, niet na onze dood, maar NU.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene