Jezus, een der grote boodschappers of zoon van God?

Iedereen weet dat op de geschiedenis van Jezus van Nazareth een wereldgodsdienst is gesticht. 

Maar laten we ons niet vergissen: deze godsdienst is gefundeerd in de Rooms Katholieke kerk. 

De apostelen hadden - na zijn dood slecht een kleine gemeenschap, geleid door de bekende discipelen en door Maria Magdalena. 

Jezus zelf heeft niets gesticht, bepaalde woorden zijn hem door de kerk in de mond gelegd.

Wil men nauwkeuriger over Jezus worden ingelicht dan is de beste informatiebron: de geschriften van de Dode Zee rollen, in zoverre deze niet werden gekuist door de leiders van de drie grote religies: het Katholicisme, het Judaïsme en het Mohammedanisme. 

Jezus was een lid van de Essener-gemeenschap aan wie hij als kind was toevertrouwd en die hem - op hun beurt - aan de hoede van Josef hebben overgedragen om hem op te voeden in de Esseense leer. 

Ook Jezus' dood - en zijn begeleiding na de afname van het kruis stond onder de hoede van de Essenen, waarvan o.a. Josef van Arithmathea er één was. 

Indien men - met nuchtere ogen en niet beïnvloed door de velerlei dogma's - de geschiedenis leest, dan is het Jezus verhaal een verzameling van realiteiten van een grote boodschapper. 

Het "Zoon van God" zijn is een verzinsel van de kerk en nooit door Jezus bevestigd, want in wezen zijn ALLE ingedaalde goden en hun navolgers Gods kinderen. 

En nu ligt het eraan wat men wil geloven en wat men als steun in zijn leven nodig heeft. Indien een mens zich vastklampt aan een dogma, dat in het leven is geroepen om de macht over de wereld te behouden, dan zal de waarheid nooit worden geaccepteerd. 

Zo men echter zijn leven lang twijfels heeft gehad en verschillende overleveringen niet kon combineren, dan is de apocriefe berichtgeving zeer welkom en heeft een oplossing voor vele mystificaties. 

Jezus komt uit de Dode Zeerollen naar voren als een gewetensvol, menslievend, religieus  mens, maar wel een mens met zijn fouten en twijfels. '

Wij gunnen onze voorgangers zo zelden hun mens-zijn, omdat wij iemand zoeken die volmaakt is, zodat wij  hem op een troon  kunnen zetten. 

Men verneemt ook hoe na zijn dood de mensen gingen fantaseren, de verhalen verfraaiden en verzonnen. 

Vooral de vrouwen mystificeerden en werden dweperig. 

U ziet er is niets nieuws onder de zon, de mensen van vroeger zijn als de mensen van nu. 

En zo komt de Jezus-geschiedenis steeds dichter bij ons en kunnen we vele gebeurtenissen veel beter begrijpen. 

Wat niets hoeft af te doen aan iemands respect voor Jezus, integendeel, geen strijd, geen vijandschap, geen jaloezie van buitenaf bleven hem bespaard.

Maar de dweepzucht verdwijnt en vooral de angst voor de dogma's die de mensen werden opgelegd, uit zijn naam. 

Uit de aloude geschiedenis komt de Jezusfiguur te voorschijn als het tegendeel van de pausenfiguur, maar hij is een begripsvolle, bescheiden, eenvoudige, maar eerlijk mens, begiftigd met de wijsheid der Essenen. 

Het schijnt dat nu pas, na 50 jaar geheimhouding, bepaalde geschriften van die Dode Zee-opgravingen naar buiten komen. 

Achter de schermen heeft een strijd gewoed en die woed nog, waarvan men geen flauw vermoeden heeft en ook voor eenvoudige mensen ondenkbaar is. 

Alles om het kerkverhaal, het judaïsme en het mohammedanisme niet te ondergraven, die allen hun zetel steunen op een aaneenschakeling van leugens. 

Het instandhouden van organisaties vraagt om leugens, wil de macht niet verloren gaan. 

Wil men de figuur van Jezus onaangetast bewaren, ver van de tegenstrijdigheden waar het in de bijbel van krioelt, dan moet men hem zien als een hoogstaande, ingewijde Esseen, die zich geroepen voelde om de Esseense boodschap aan de mensen te brengen. 

Duidelijk is herkenbaar dat hij zich van binnenuit geroepen voelde. 

Is daar iets verkeerds aan? 

Wat dit betreft kan hij op één lijn staan met de grote boodschappers, zoals Boeddha, Zoroaster, Pythagoras, Plato, en vele anderen. 

Vanzelfsprekend was hij, net als al die anderen, een navolger - of afstammeling - van de godenzonen en wel van de Zonnewezens. 

Hier ontmoeten esoterie en aloude historie elkaar: men noemt Jezus in elke esoterische overlevering: een zoon van de zon, een zonnewezen. 

Zonnewezens hebben een opdracht, althans velen van hen heel intensief: het licht heropwekken, hetgeen van tijd tot tijd noodzakelijk is. 

Hij is de laatste grote boodschapper - als zonnewezen - geweest, en nu komt, zoals de grote voorspellingen zeggen, een tijd van leiderloosheid, van individualisme, het ontwaken van de gereed gekomen individuen direct na het jaar 2000. 

Velen spreken erover, maar nog meerderen hunkeren niettemin naar een zichtbare leider, omdat zij zich niet gereed voelen, dan wel omdat zij de Innerlijke omwenteling of arbeid schuwen. 

Het loslaten van vertrouwde dogma's en denkbeelden vraagt moed, naast inzicht. 

Theoretisch inzicht is nooit genoeg geweest, dat kun je zien aan al die esoterische leringen die veel van de waarheid weten, deze onderwijzen, maar daar blijft het dan bij. 

Gelukkig hebben vele van deze groeperingen een bepaalde opdracht, vaak zonder dat zij het weten, want, nogmaals, de kosmos spreekt geen groepen aan, maar HET individu. 

Een opdracht kan slechts verder worden gegeven aan eenzelfde wezen, aan gelijkgezinde wezens, mits ook deze die opdracht kregen ingeschapen. 

En geen enkele opdracht behoeft eensluidend te zijn, alle afgezanten van de "goden" hebben hun eigen ingeschapen aard. 

Het zijn de mensen die hen allen "over één kam willen scheren", omdat het overgrote deel der mensen hen wil voegen in hun eigen denkraam. 

Bovendien willen velen een godsdienst die zich voegt naar hun levensritme en  hun levensstandaard. 

Slechts in de vervormde berichtgeving via de bijbel kan men terugvinden hoe Jezus de mensen voor keuzen plaatste, en weet men wat van de Essenen wilden, dan wordt dit helemaal duidelijk. 

De Katharen kwamen er in dit opzicht nog het dichtste bij hen, zoals ook sommige kloostergemeenschappen die de paus - in het geheim - verwierpen. 

Dan wordt er sprake van een rein, gedisciplineerd leven leiden, menslievend zijn, godvruchtig zijn en zich verdiepen in allerlei filosofieën. 

Onnodig te zeggen dat al dezulken zijn vervolgd. 

Overal ter wereld, niet slechts in Europa. 

Het druïdisme, als een voorloper van het christendom, was bijv. in zijn overtuiging en leer, zuiver "christelijk".  

Iedereen, die de historie kent, weet dat de eerste christenen (dus niet de kerkelijke dogmatici) en de druïden elkander herkenden en respecteerden. 

Godsdienststrijd is onbekend tussen "terugkerenden". 

Hetzelfde zag je bij de Priscillianen, de Paulicianen en de Katharen en Bogomilen. Zij, die hun organisatorische bouwwerken niet zoeken te handhaven, vrezen geen z.g. concurrentie. 

Het christendom is de meest bloeddorstige godsdienst; het woord "vrijheid: is voor haar een vloek. 

Terwijl zowel het begin van de "indaling", als de terugkeer daarvan, uitgaan van de vrijheid. 

God is GEEN ijverzuchtige, concurrerende God, God IS en elke emotie is Hem vreemd, als we even de bekende taal mogen gebruiken. 

Emoties zijn er om in evenwicht te blijven, emoties behoren bij de sfeer van de tweevoudigheid. 

Zij zijn niet slecht, maar zij moeten elkander in balans houden. 

Niets is slecht, als het maar gedragen wordt door zijn tegenpool. 

De z.g. goedheid of de z.g. slechtheid zijn uitwassen van een onevenwichtigheid en worden door kosmische ingrepen vaak in het rechte getrokken. 

Denk maar aan natuurrampen bijv., denk aan de overleveringen uit de bijbel bijv. en andere berichtgevingen. 

Elkeen vindt er iets van zijn gading en de tegenstrijdigheden volgen elkander op, omdat mensen hun indrukken weergeven via hun persoonlijke emoties, een menselijk gedrag, dat niet slecht is, maar wel menselijk, d.w.z. feilbaar. 

Iedereen, die leeft in de wereld van de tegenstellingen, wordt hierdoor beïnvloed. 

Wij verwijten dit onze "leiders", maar er is geen andere mogelijkheid, want zelfs het meest perfecte wezen MOET leven op aarde, onder de stralingen van yin en yang. 

Als men daarin een evenwicht bereikt, is het hoogst mogelijke realiseerbaar. 

__________


Een Jezus-figuur is goed te vergelijken met een Zoroaster: beide zijn zonnewezens.

Maar dit wil niet zeggen dat andere leiders: zoals Pythagoras, een Mercuriuswezen - of een  Plato, een Saturnuswezen, minder waren, zij waren anders, met andere opdrachten. \

Men ziet het in hun verafgoding: hun gelijken aanbidden hen, anderen keuren hun leer af. 

Terugkerende "goden" zoeken de wegen die zij "herkennen". 

Vandaar dat er over re-ligio niet valt te twisten. 

Over godsdiensten wel, het gaat daar slechts om de macht. 

De Esseense gemeenschap in Alexandrië raakte verbolgen over de verhalen die er over Jezus vanuit Jeruzalem tot hen kwamen, nl. dat Jezus allerlei "wonderen" verrichtte, daarover vroegen zij een verklaring van de gemeenschap in Jeruzalem.  

Essenen verrichten nl. geen "wonderen", alles wat zij doen heeft een verklaring. 

De Oudste van de Essenen in Jeruzalem haastte zich dan ook deze verklaring af te geven. 

Alles wat Jezus had gedaan was vanuit Esseense blik verklaarbaar, "het was het volk dat over de z.g. wonderen berichtte."

Wonderen zijn altijd feiten waarover men geen verklaring vindt en zo kan voor de ene mens een "wonder" zijn wat voor de andere verklaarbaar is. 

Zonne- en Jupiterwezens zijn "goed" in z.g. wonderen; Uranus-wezens vanzelfsprekend ook, de overigen begrijpen het wel, maar kunnen het niet. 

Aanbidding vraagt om deze "wonderen". 

__________


Men denkt vaak dat Jezus een zeer persoonlijke autonome leer had, maar als Esseen had hij alle oude leraren bestudeerd, vandaar dat diverse van zijn uitspraken terug te vinden zijn in voorchristelijke, oosterse en westerse leringen. 

Een re-ligio staat nooit op zichzelf, alle ingedaalde goden kennen elkanders denkwijzen, alleen heeft de ene boodschapper meer sympathie voor een bepaald onderdeel en de andere voelt zich weer tot een ander aspect aangetrokken. 

Het christendom - hoewel een flauwe afschaduwing van Jezus' leer - heeft als centraal punt de uitredding of verlossing. 

Het overdragen van de grootsheid van Gods licht, opdat de "nedergedaalden" daarnaar terug zouden verlangen. 

Boeddha wendt zich meer tot de reïncarnatie, het lot dat degenen treft die niet terugkeren, hun verbondenheid met het rad van geboorte en dood en de gevolgen daarmede annex. 

Zoroaster duidde vooral op het Licht, de terugkeer, de toegang tot dat Licht. 

De Mithrasdiensten zijn hiervan een voorbeeld, maar zij begingen de typische zonnefout: hun zelfverheffing, waardoor vrouwen werden buitengesloten. 

Zonnewezens hebben een aversie tegen seks, de lichamelijke verbintenis. 

Het symbool van de Stier als dier van Mithras - en zijn gevecht daarmede, is de weergave van het bevechten van al wat aards is, de aarde is ons beletsel, meenden zij. 

Men moet terug gaan DOOR MIDDEL VAN de aarde, maar niet MET de aarde. 

Dat wat aarde is, is daarom NIET slecht, maar het moet onder-geschikt zijn. 

Ook in het christendom ziet men hiervan echo's, denk aan de lichamelijke straffen der monniken, denk aan het Kathaarse endura, denk aan al die sekten die afgeven op het ego. 

Het zijn echo's, maar de kern kent men niet. 

Alles wat aards is, is voorbijgaand, men behoeft zich daarover niet druk te maken, het gaat fout indien men het aardse blijvende waarden toekent. 

Ook Jezus duidt meermalen hierop. 

Het kerkelijke christendom leeft in tegenstelling daarmede, denk aan hun pracht en praal. 

Elke Esseen was onthecht, een onthechting die sommige monniken principieel hebben nageleefd. 

Daarom kan men ook hier nooit generaliseren: een christen is een individu en elk individu dat zich ondergeschikt maakt aan een godsdienstige macht geeft zijn vrijheid en zijn principes prijs. 

Dat is het begin van decadentie. 

Het begin van compromissen en verloochening. 

Daaruit kwamen al die vervalsingen voort, die menigeen nu als "de" waarheid accepteert. 

Compromissen kunnen uitmonden in zielenverraad. 

Er is maar één belangrijk verraad: het ontkennen van je afkomst van de goden, dit is de negatie van je waarachtige ZIJN.

Een religieus mens kan dit ook niet, hij zou tegen zijn innerlijke aard inleven en zo zichzelf te gronde richten. 

En dat weet hij.

Daarom moet hij vrij blijven om zijn eigen weg te zoeken, ook al gaat hij eerst dwalen, hij heeft de ervaringen die dit mede brengt nodig. Een terugweg is een ervaringsweg. 

Maar "afstand doen"- in spiritueel opzicht - is net zo moeilijk als in materieel opzicht. 

Het zich losmaken na eeuwen van verbondenheid doet pijn. 

En heeft men die pijn over voor spirituele dingen die niemand materieel beter maken? 

Hier telt dus opnieuw: hoe sterk is het zielsverlangen? 

Hoezeer pijnigt ons ons bewustzijn? 

Hoever kunnen wij gaan met een leugen? 

Wij praten, zeker in het christendom, zo dikwijls over de liefde, hoezeer de handelingen ook tegenstrijdig kunnen zijn. 

Maar hoe staat het met de liefde voor de eigen ziel, iets dat het dichtste bij onszelf ligt? 

  Ook dat liefdebeeld is zeer verschillend. 

Zonnewezens kennen een zelfopofferende liefde, ook voor de medemens;

Jupitermensen kennen meer de goed bedoelende, de zijn naasten goeddoende liefde; 

Maanmensen kennen meer de emotionele liefde, de medebewogenheid;

Saturnuswezens blinken meestal uit in de eigenliefde;

Mercurius-wezens neigen meer naar de theoretische liefde, het "onderwijzen", opdat anderen het zullen herkennen; 

Marsmensen hebben een strijdbare liefde, de draak verslaan voor de anderen, opdat zij in liefde en vrede zullen kunnen leven; 

Venuswezens tenslotte zoeken een verenigende liefde, het samenbrengen, zielen tot God begeleiden bijv. Daarin kunnen zij zichzelf verloochenen. 

De vrijwillige zelfofferande is typisch een voorbeeld van het christendom,  dit is een zonnegedrag. 

Andere overtuigingen zien daarvan het nut niet in. 

Zo ziet men in de Jezus-verhalen bijv., dat hij, na de opstanding van de kruis, niettegenstaande zijn lichamelijke zwakte, zijn discipelen NIET in de steek wilde laten, omdat hij zich verantwoordelijk voor hen voelde. 

Dit was een zeer gevaarlijke levenswijze, omdat de soldaten van Kajefas hem zochten. 

Maar - een geroepene - denkt dan niet aan zichzelf ondanks de waarschuwingen. 

Dan is het goed dat er vrienden zijn, die een zelfofferande voorkomen, zoals de Essenen voor Jezus deden. 

De overlevering vertelt dat hij tenslotte - totaal uitgeput - stierf binnen de Esseense gemeenschap in de woestijn. 

Joseph van Arimathea was tot het laatste aan zijn zijde. 

En zo komt het Jezus-verhaal tot ons als een edel, maar zeer begrijpelijke overlevering. 

De mystificaties, de leugens, de dogma's zijn verdwenen, wat overblijft is het levensverhaal van een "geroepene", waaraan niets menselijks vreemd was, een zichzelf opofferende, bezielde mens, die, buiten zijn schuld, aanleiding werd voor een christendom dat wreder, gruwelijker, egocentrischer kan zijn, dan hij ooit had kunnen vermoeden. 

Daarom - indien men christen wil zijn, dan moet men, om te ontdekken hoe dit is, in zichzelf afdalen en zich afvragen, wàt ervaar ik - mijn ziel - als mijn opdracht en door deze opdracht te volgen komt men pas bij zichzelf terug, herkent men zichzelf en dan volgt men geen mensen, maar men volgt een Intuïtie langs de paden van zijn Geweten. 

Want het Geweten is als Het Bewustzijn, je wordt je bewust van hetgeen Is - hetgeen Was - en hetgeen Komen Zal. 

En in die omarming van Intuïtie en Geweten faalt men niet en is angst onbekend. 

Ook hier: zij, die dit kennen WETEN het.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene