Samenleving en de religies

Een samenleving is een samengaan van vele diverse persoonlijkheden en door deze binnen bepaalde wetten te forceren, resulteert dit in een min of meer harmonieuze samenleving. 

Onze menselijke samenleving is een imitatie van dierlijke, sociale samenlevingen, zoals o.a. bij de bijen en de mieren. 

Elke samenleving staat onder invloed van Mars en Venus. 

Mars als negatief, strijdend, protesterend en opbrekend aspect, en Venus als humaan, positief, harmonisch, medelevend aspect. 

Hoewel Venus en Mars elkander behoren aan te vullen, bestrijden zij elkander in onze maatschappij. 

Mars als oorlogsgod, ongeduldig, geïrriteerd en Venus als beschouwende, alles glad strijkende, inactieve godin. 

Bij de dierengroepen zien we een goed samenwerkende Mars en Venus, want dieren worden niet gehinderd door een intellect. 

Het intellect gaat niet akkoord met bepaalde facetten die Venus  dan wel Mars instralen. 

En zo ontaardt onze samenleving in een chaotische onrechtvaardige pijnlijke coöperatie, dat in bedwang gehouden wordt van door het intellect bedachte, ontoereikende en onevenwichtige wetten. 

Iedereen bewondert de goed geordende dierlijke samenlevingen, waarbinnen ieder zijn eigen taak heeft, zonder last te hebben van allerlei complexen. 

Het dier volgt de innerlijke wet van opbouw en afbraak, en protesteert noch tegen het ene noch tegen het andere. 

De mens staat boven het dier, want hij bezit een intellect, niet waar? 

Ja, indien dit intellect aangewend zou worden tot vervolmaken van het instinct, dan wel tot sublimatie van de dierlijke begaafdheden. We zien echter dat het intellect noch het ene noch het andere doet. 


Een religie, d.w.z. een religieuze organisatie ondergeschikt aan de disharmonische samenleving, vertoont eveneens alle mankementen daarvan, echter overgoten met een religieuze saus, naar smaak. 

Dit geldt voor ALLE geordende religies.

Want religie - als re-ligio, wederverbintenis - kan NIET worden geordend, onderworpen worden aan de heersende menselijke, intellectueel bedachte wetten. 

De religies, of dit nu sekten zijn, dan wel groepen, die zich buiten deze maatschappelijke ordening plaatsen en geestelijke wetten handhaven zijn vrijwel onvindbaar. 

Een geestelijke wet wordt realiseerbaar via de harmonische biologische wetten. 

Zoals Tao de geestelijke trillingen doorlaat en doorgeeft aan Ch'i, zo laat de individuele geest de geestelijke bepalingen door, die verstaanbaar zijn voor de eeuwigheidskern dragende individuen. 

U ziet, de voorwaarden zijn moeilijk en vrijwel onbereikbaar voor disharmonische biologische individuen. 

In de natuur wordt de individualiteit nl. bepaald door een soort. 

Een schaap is dociel, een luipaard is individueel. 

Bij de biologische mensen zien we hetzelfde: individualisme of groepsmentaliteit is afhankelijk van de kwaliteit van de soort. 

De menselijke soort staat boven, of buiten, ras of kleur. 

Individualiteit gaat samen met ingeboren eigenschappen, kwalitatieve zelfhandhavingsbegaafdheden. 

De aangeboren zorg voor de eigen overleving. 

De groepsleden overleven uitsluitend dank zij de groep, het individu zorgt voor zichzelf. 

Een religieuze samenleving bevat dus zelden individuen. 

Het individu onderwerpt zich slechts aan eigen wetten en de kwaliteit van die wetten worden bepaald door de adeldom van het betreffende individu, de INNERLIJKE adeldom. In de natuur heb je edele en onedele dieren, dat is hen aan te zien. 

Edele dieren zijn intelligenter en kennen een zekere hoeveelheid edele gaven. 

De groepsdieren kennen deze gaven uitsluitend met betrekking tot hun samenleving, die dan weer door de slecht samenlevende mens enorm worden bewonderd. 

Wij bewonderen b.v. de groepssamenleving van de wolf, hoewel de wolf geen edel dier is. 

We moeten onderscheid maken tussen het "samenleven", de sociale eenheid, en de individuele, intelligente "eenzame".

Het "samenleven", indien harmonieus, volgt de hoogste biologische wetten, de eenling, indien hij innerlijk harmonieus is, volgt de levenswetten en tracht die te passeren op weg naar de geestelijke wetten. 

Een groep KAN de biologische wetten NIET passeren, dan zou zij zichzelf opheffen. 

Bij de mensen zien we dit gebeuren: een langdurig geforceerd groepsmens, breekt opeens met de groepswetten en zoekt zich  een weg als "eenzame", als alleenloper. 

Waardoor hij wordt geconfronteerd met dezelfde wetten, die hij eens als groep ontmoette en dezelfde problemen, die hij eens als groep trachtte op te lossen. 

De re-ligio spreekt tot die "eenzame" en heeft niets te zeggen tot de groep; in esoterische taal: Christiaan Rosenkreuz stond tenslotte ALLEEN op de weegschaal. 

Laten we wel "spiritualiteit" en groepsreligie gescheiden houden. 

Re-ligio is op aarde aanwezig om de individuele ingedaalde en achtergebleven Lichtzonen te bereiken. 

De Lichtzonen hebben geen groepsmentaliteit, zij zijn "een-zamen", omdat elk individu beschikt over zijn eigen specifieke gaven, krachten, specialiteiten. 

Dit wil niet zeggen dat ze elkander niet herkennen, maar het houdt in dat zij allen hun EIGEN opdracht hebben. 

Een opdracht die een groep NOOIT zal begrijpen. 

Want de groep wordt gekenmerkt door zwakte en angst, waardoor de "eenzamen", de leiders haar kunnen bespelen. 

Het is toch wel duidelijk dat een re-ligio nooit de bedoeling heeft iemand te manipuleren via een angst. 

Manipulatie is menselijk, een voortvloeisel van het geraffineerde en op macht beluste intellect. 

U kent de gebeden van de massa tot hun god: "als ik dit beloof, geeft u mij op de volgende manier een compensatie....." 

Dit is menselijke manipulatie en de domheid van die mens maakt dat hij gelooft dat die god zich LAAT manipuleren. 

Streken en listen zie je in de hele natuur, als gevolg van een lijfsbehoud. 

De voorbeelden in de dierenwereld zijn frappant. 

Elke religieuze samenleving kent die trucs. 

En de leden, de groepsgehorigen, geloven daarin. 

Slechts een individu gelooft daar niet in, die gaat op zoek naar andere normen. 

Voor een groepsmens is het een enorme strijd om zich los te maken van een groep, de bescherming op te geven, de harde feiten zelf te trotseren. 

Maar daar tegenover staat dat hij een zeer duidelijke individuele voldoening smaakt bij het welslagen. 

Een voldoening die niet wegebt tot de volgende groepsbijeenkomst, maar die bouwt aan de individuele innerlijke groei. 

Dat wat tijdelijk ingeplant wordt ebt weg na het voeden, maar dat wat ingeboren IS kan groeien via voeding. 

Nu kunnen we, als reflectie van de huidige opvattingen, lang discussiëren over "welke voeding is nodig?" 

Wel, zoals gezegd, het individu is een gekwalificeerde eenling, met specifiek eigen begaafdheden, eigen zwakheden, gevoelig-heden en sterkten. 

Daarvoor benodigd hij ZIJN eigen specifieke voeding. 

Dit zou ook zo moeten zijn binnen de natuur, zoals de dieren aangeven, maar een groep begrijpt dit niet en volgt dociel de groepswetten.

Elk individu dient zijn eigen specifieke gaven te ontplooien door zwakten te sterken en kracht te behouden. 

Om hen te voeden gelden geen groepsaanwijzingen, maar is er een individuele wet die hijzelf moet onderzoeken, herkennen en doorgronden. 

Hoe meer hij innerlijke groeit, des te duidelijker de wetten voor hem worden. 

Wetten waarover met anderen niet te discussiëren valt, want ieder behoort zijn eigen wet te volgen. 

Re-ligio is mogelijk via de eigen, verfijnde, geestelijke wet, die dus tot het inwonende eeuwigheidsbeginsel spreekt. 

Een samenleving voegt schepsels samen die GEEN eeuwig-heidsbeginsel (althans wakker) hebben.  

Mieren en bijen zijn hoogstaande biologische individuen, maar spiritueel zijn ze NIET, en zouden ze een individueel intellect hebben dan zouden ze nog niet spiritueel worden. 

Het is de re-ligio, de verbintenis met de geestelijke levensbron die iemand spiritueel maakt. 

Een dier kan de biologische grens niet passeren, dat kan alleen de ingedaalde Lichtzoon. 

Dat deze passage een bekend begrip is in de wereldliteratuur bewijzen al die mislukte of geforceerde pogingen om die grens te verleggen of te passeren, zoals sommige vormen van yoga, van occulte oefeningen, van meditatie, enz. 

En waar eindigen deze? 

In de astrale sfeer, de immateriële sfeer van de schepping. 

Dit is geen zonde, maar slechts pogingen om dat te bereiken waarvan men gehoord heeft. 

Talloos zijn de wegen die de "eenzamen" bewandelen om hun re-ligio te bevestigen. En elke weg kan mogelijkheden hebben. 

De ene "eenzame" kan nooit beoordelen of de weg van zijn kameraad de juiste zal zijn. 

Juistheid bewijst zich door innerlijke waarden. 

Er is niet één weg tot God. 

DE weg is een individuele weg. 

Elke "eenzame" kan spreken over DE weg, ZIJN weg.

Voor een groep kan hij niets anders doen dan de "eenzamen" erin wakker schudden. 

Voorgangers en voorbeelden zijn voor elke "eenzame" tijdelijke lichten. Wanneer hij met zulk een "licht" niets doet, wordt hij nooit een individu, een "selfmade" zoeker, en is er dus geen groei voorhanden. 

Groei is een biologisch èn een geestelijk begrip. 

Sociaal speelt men er eveneens mee, maar men vergeet echter dat "groei" gevolgd wordt door aftakeling. 

Dat is een biologische wet. 

De maatschappij - als intellectueel geordende samenleving - han-teert biologische begrippen om er haar voordeel mede te kunnen doen, d.w.z. ik groei en jij takelt af. 

Dat is een aanwijsbaar feit binnen een maatschappij. 

Vandaar de talloze frustraties, want biologisch moet ieder schepsel groeien tot aan zijn uiterste vermogen. 

En dit KAN NIET binnen een groep. 

Indien binnen de groep Venus-invloeden het sterkste zijn, zijn er de "geofferden": ik offer me opdat jij kunt groeien. 

Wanneer er sterkere Mars-invloeden zijn, is het principe: ik groei ONDANKS jouw tegenstand. 

Het is begrijpelijk dat op deze wijze elke "religio" veraf blijft. 

Men kan de groepszoekers iets beloven: "als je dit doet, krijg je dat, hier of in het hiernamaals. 

De bekende manipulatie. 

De individuele Lichtzoon, gaande langs zijn weg van bergen en dalen, wordt NIETS beloofd, hij merkt het wel als het zover is, tot zolang poogt hij, zoekt hij, probeert hij en vooral: na elk resultaat gaat hij verder, want "zoeken" betekent blijvende innerlijke voeding vinden, of verlichting, of kennis. 

Dat is ook de Wet van de Liefde. 

Uiterste inspanning, zonder bijgedachten, beloont zichzelf. 

Wat de groepen uit deze liefde gemaakt hebben is belachelijk en dient slechts tot meerdere glorie van zichzelf. 

Laten we niet vergeten dat in elke samenleving een Venus-aspect aanwezig is: min of meer humane gevoelens, seksualiteit, ver-leiding, offerande. 

Iedereen kan daarop het etiket "liefde" plakken. 

Slechts de Lichtzoon, met zijn eeuwigheidskern, zal deze etiketten negeren of schuwen. 

Men zegt: God is Liefde en dan kunnen er talrijke omschrijvingen komen, maar wie kent God dan het eeuwigheidswezen dat in-gedaald is binnen de tijd? 

Groepen kennen godsbeeltenissen hen voorgehouden door het dogma of de leiders. 

Maar van God is GEEN beeltenis mogelijk. 

Elke beeltenis is beperkt, tijdelijk, menselijk. 

Elke beeltenis, door onszelf uitgedacht, valt op een goed moment weg, zoals elk ezelsbruggetje, elke methode, elke moedra, elk mantram, tijdelijk zijn. 

Een samenleving, in de zin van onze maatschappij is een tijdelijke noodoplossing. 

En als Lichtzoon hebben we daar eigenlijk niets mede te maken, slechts de harmonische biologische wet is onontbeerlijk. 

Houdt een groep zich ooit aan een biologische wet zonder instigatie van haar leider? 

Het is altijd het individu dat bepalend is. 

Hij volgt zijn eigen normen, die edel zijn als hij innerlijke adel-dom bezit. 

Een groep heeft dwang nodig als zij iets moet doen. 

Een individu wordt gedwongen door levenservaringen, lessen binnen de levensschool. 

Alles wat georganiseerd wordt kent geen levenslessen of ervaringen, leert niet en dus het groeit niet. 

Een groep blijft een groep. 

Met dezelfde zwakten en sterkten en is afhankelijk van de inductie van haar leider - de eenling. 

Elke eenling die zich - op deze wijze - aan een groep bindt is geketend in groei en in zwakte, in stilstand en primitiviteit aan die groep, vandaar bij hen zo vaak de opvatting: ik offer mij, opdat de groep.......enz. 

Een a-spirituele instelling, maar wel een kerkelijke opvatting.

Het Lam Gods dat zich offert. 

Een gezegde ook, dat talloze malen werd en wordt misbruikt. 

Het individu, MITS spiritueel ingesteld, behoeft niet egocentrisch te zijn, zoals het luipaard dat vecht voor zijn voortbestaan. 

Hij kan vele omwegen nemen terwille van een vriendendienst bijv., maar het moet zin hebben. 

Is een groep niet egocentrisch via dat enorme groepsego? 

Hoevelen werden en worden gedwongen zich te onderwerpen, te offeren, terwille van dat grote, niets ontziende ego van een bepaalde groep? 

Alles wat de zelfhandhaving voorstaat vormt een machtsblok met daarmede verbonden zijn offers. 

Een offer is altijd iets of iemand die ofwel dociel, inzichtsloos, dan wel onwillig moet sterven. 

Men moet zich altijd afvragen: heeft mijn offer nut?

Zolang zulk een nut wordt herkend, dan wel gesuggereerd, gaat het dociele offeren door. 

Talloos zijn de voorbeelden in de religieuze groepen, sekten en sociale verhoudingen. 

Iets doen terwille van een doel geeft bevrediging. 

En nu gaat het om het doel. 

Alles wat voorbijgaand is is GEEN doel. 

Tijdelijke oplevingen hebben geen zin. 

In de natuur heeft niets een tijdelijke opleving of het zou ziek moeten zijn, er is zaaien, groeien, bloeien, vrucht dragen, ster- ven en daarna de wederopstanding.  

Zowel het groeien als het sterven hebben een doel. 

Hoe dikwijls vragen wij ons, als lid van een sociale samenleving, af: wat heeft dat voor zin? 

Een groep heeft zin zolang zij tijdelijk licht, hulp en inzicht ver-schaft. Maar er is niets in onze samenleving, dat door mensen en hun intellect werd georganiseerd, dat het predicaat "tijdelijk" wil aanvaarden. 

In de maatschappij streeft men gaarne naar vormgevingen die eeuwigheidswaarde zouden hebben. 

Waarom kon men dat vroeger, denk aan de Egyptische piramiden, aan de cromlechs en de alignements, beter dan heden? 

Omdat men toen tot op zekere hoogte de wetten der natuur  volgde. 

Heden zijn we in staat die overoude monumenten in een mum van tijd, via milieu vervuiling te vernietigen. 

Leven we nu dan meer dan toen in een vernietigingstijd? 

Dat niet, maar de methoden zijn veranderd. 

Het leven vinden we kort, dus we willen het technisch, methodisch verlengen. 

We bouwen met tegennatuurlijke materialen. 

In vele opzichten leven we tegennatuurlijk en trachten dit te verdoezelen door kunstmatige ingrepen. 

Kunstmatigheid is de kreet van de 20ste eeuw, in ALLE op-zichten. 

De individuen gruwen ervan, althans de eeuwigheidskernbezitters, maar ook de echte biologische schepselen protesteren  uit alle macht. 

Wat doet de Lichtzoon? 

Is hij druk met zichzelf en zijn weg bezig, omwegen maken terwille van het zo noodzakelijke biologische evenwicht? 

WAT DOEN ZIJ? 

Waar ligt zijn voorkeur, zijn moraal, zijn spiritualiteit? 

Waaruit bestaat zijn spiritualiteit? 

Is hij zo uniek als hijzelf meent? 

Re-ligio gaat, ondanks zijn mogelijke protesten,VIA het biologische evenwicht, want niet voor niets daalde hij HIER in en moet hij, via HIER, zijn weg terug vinden.

En van dit "hier" kan hij een hel dan wel een hemel maken, daarover beschikt zijn biologische intellect, zijn individuele intellect, want groepen denken niet, er wordt voor hen gedacht. 

Moge ons intellect verlicht worden door het licht dat nooit doven kan. 

Het zij zo!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene