Een levensdoel

Er zijn mensen die zich in het leven een doel stellen, hoewel sommigen zeggen: er is geen doel, het leven zelf is het doel. 

Ook dit is dus een doel, met dit verschil dat men niet ergens naar streeft. 

Een doel heeft te maken met begeerte, een verwerpelijke intentie, zoals vooral de oosterse wereld zegt. 

Maar is het vervolmaken, het heilig worden, het zich purificeren niet een gevolg van een begeerte? 

De begeerte komt voort uit een verlangen een bepaalde leegte te vullen. 

En zij is verdeeld in gradaties en hoedanigheden. 

Belangrijk is dat er een leegte wordt gevuld. 

Hieruit blijkt dat de leegte ieder mens activeert. 

Deze leegte kan men vertalen als een manco, er is iets dat de mens ontbreekt. 

En dit "iets" verschilt van mens tot mens. 

Zonder begeerte trekt men niets naar zich toe, zonder het ver-langen naar "hebben" zal er geen "zijn" zijn. 

Deze verhouding tussen "hebben" en "zijn" is een fundamenteel uitgangspunt, zelfs in oosterse leringen. 

Dit "hebben" wordt slechts verheven tot een z.g. spiritueel niveau, zodat het een ander imago krijgt. 

Een mantram dient dikwijls om zich te ontledigen, maar leeft er dan geen begeerte naar deze ontlediging? 

De leegte wordt dan gevuld door het mantram. 

De twee drijfveren: zich vullen en zich ontledigen zijn basis-activiteiten, zowel in spiritueel als in materieel opzicht. 

Begeerte is verlangen, en verlangen is de eerste aanzet tot bereiken, het verlangen dringt ons tot actie. 

Begeerte heeft een slechte klank gekregen, omdat het werd geassocieerd met allerlei minderwaardige doelen. 

Niet meer begeren is als niet meer verlangen; als ik niet meer verlang zou mijn zoeken naar de Levensbron direct ophouden.

Een diepe, intense wens is een geconcentreerd verlangen.

Het biologische wezen verlangt, of begeert, zich te ontplooien volgens de natuurwetten. 

Begeren is een gradatie lager dan verlangen. 

Niettemin moet het verlangen een ingeschapen zucht zijn, anders zou bijv. de natuur nooit haar doel bereiken. 

Zich "laten leven, zich laten medebewegen op de stromen" is een vorm van parasitisme. 

De Lichtzoon, als edel individu, laat zich nooit medebewegen, maar houdt de grote levensbeweging in eigen hand. 

Hieruit volgt automatisch dat hij die fundamentele oerkrachten ordent: begeerte, verlangen, wensen, en daartegenover: bereiken, verwerkelijken, het doel. 

Het zich vullen, het zich ontledigen, het mediteren, het concentreren.

De verbintenis ertussen is de contemplatie, als bespiegeling.

Alles bestaat in drieën. 

Elk levensdoel, onverschillig op welk niveau, elke geestelijke realisatie wordt voorafgegaan door: verlangen, onderscheiden, realisatie. 

Veelal blijft iemand in één van de voorbereidingen steken. 

Een doel is niets anders dan een realisatie en als deze realisatie bevredigt, blijven we daarin steken; bevredigt hij niet, dan begint het hele proces opnieuw. 

Een zoekersweg is eveneens hierdoor gekenmerkt: verlangen en zoeken, onderscheiden, afwegen en wel of niet realiseren. 

Elke spirituele beweging die u op uw weg ontmoette was een tijdelijk doel. 

Is het een levensdoel geworden, dan is het Grote Doel op de achtergrond geraakt, want NIETS op deze aarde vormt HET doel van de Lichtzoon. Dat weet iedereen, ook de kerken weten het, en de sekten. 

Daarom werd, ten behoeve van die mogelijke Lichtzonen, het doel verlegd in een astrale sfeer oncontroleerbaar, z.g. onaards en zo ging de gevangen Lichtzoon verder met streven. 

Iedereen weet dat actie wordt ondernomen zolang er iets te begeren, of te hebben, of te realiseren valt. 

Het is een geëikte methode om mensen te boeien. 

Zowel materieel als religieus zien we dit gebeuren. 

Het is de z.g. klantenbinding. 

Als iemand, een koopman, een religieus leider, een leraar niets te bieden heeft, waarom zal de klant dan blijven? 

Voilà: hier telt de begeerte, het verlangen van de klant. 

Indien een klant géén begeerte, geen verlangen bezit, is hij of zij oninteressant voor de verkoper. 

Vandaar de oosterse opvatting: roei begeerte uit, materiële begeerten. 

Maar spirituele begeerten worden over het hoofd gezien, want zonder spirituele begeerte is niemand gevoelig voor spirituele zaken. 

In de spiritualiteit wordt deze begeerte wel eens: heilbegeren genoemd, doch de drang is hetzelfde. 

Een kerkmens begeert de hemel, een filosoof begeert de filosofische oplossing te vinden, een esotericus begeert de waarheid en aldus zijn innerlijke volheid te vinden.

Onverschillig wie men is: die zucht naar verwerkelijking van een doel blijft aanwezig. 

Leven om het leven zelf is een verleggen van de interesse: de levensprocessen worden dan bestudeerd, de natuur, als grote voorbeeld, wordt nagevolgd. In ieder geval vermijdt dit standpunt het geslachtofferd worden door materiële begeerten. 

De essentie ligt hier: wàt wil ik, wàt verlang ik, wàt begeer ik. 

Een spiritueel getint mens zal zeggen: Och, valt het mij toe dan is het goed, zo niet dan is het ook goed. 

Er is een zekere mate van onverschilligheid tegenover materiële waarden, waardoor ook materiële doelen worden verwaarloosd. 

Dus: als levensdoel vallen zo alle materiële doelen weg. 

Hetgeen niet wil zeggen dat er GEEN verlangen aanwezig zou zijn, dit verlangen heeft echter zijn doel verlegd: er komt een spiritueel doel. 

En nu is het belangrijk of dit verlangen ingekapseld kan worden door het aanbod van enige religieuze leider, dan wel dat het zich verre houdt van ELK aanbod. 

Dit is eigenlijk de diepste bedoeling van de uitspraak in het boekje: "Het Licht op het Pad": 

"Roei begeerte uit". 

Men moet het genuanceerder lezen. 

Als de Lichtzoon GEEN verlangen meer zou hebben naar het Land dat hij heeft verlaten, is Terugkeer daarnaar onmogelijk. 

Dit Verlangen moet zo intens zijn dat het hem dringt tot handelen, niet alleen tot contemplatie. 

Gedreven door zulk een Verlangen gaat hij aan velerlei materiële doelen voorbij. 

De oplossing is dus: het Verlangen stimuleren en ook dit weten de grote geestelijke leiders, vandaar hun aanbod van hemel en heiligheid, van vervolmaking en beschrijving van de geneugten en zaligheden. 

De keuze, de beslissing, de onderscheiding ligt bij de volgeling. 

De kwaliteit van zijn Verlangen bepaalt de keuze. 

De inwonende realiteit van zijn Herinnering wikt en weegt, of wijst direct af. 

Elke Lichtzoon, maar ook elk biologisch mens bepaalt zijn weg aan de hand van de kwaliteit van zijn verlangen. 

Een harmonisch biologisch mens wordt niet gekweld door de leegte die hem dwingt te zoeken. 

Hij zal voldoening vinden in de contemplatie van de natuur.

Hij zal innerlijk vrediger, rustiger, evenwichtiger zijn dan een zoeker. 

Een zoeker is vastbesloten, hij wordt door een ontembare drang gedreven, ten goede dan wel ten kwade. 

Zolang men materiële verwerkelijkingen zoekt, is er geen sprake van een spiritueel, eeuwig doel. 

Spiritueel materialisme wordt gekenmerkt door beloften en aanprijzingen, materialistische methoden en doelen in het astrale gebied. 

Vele Lichtzonen worden er, hopelijk tijdelijk, door gefascineerd. 

Dwaalwegen worden bevolkt door Lichtzonen, die de contemplatie, de noodzakelijke fase, oversloegen of negeerden in hun haast naar het doel. 

Een Lichtzoon kent HET doel, een materialistisch mens kent EEN doel.

Als HET doel wordt vergeten, wordt tijd verspild. 

TERUG-verlangen is het begin, 

TERUG-keren is de beweging, 

TERUG-zijn is de realisatie. 

Wellicht denken we soms dat we ons "op de terugweg bewegen", maar deze "beweging" is niets anders dan een cirkelgang, INDIEN het Verlangen niet meer dringt. 

Hoe dikwijls wordt dit Verlangen ingekapseld door materialistische, biologische doelen, die ons ketenen? 

Dan betekent dit stilstand in spiritueel opzicht. 

De innerlijke opdracht moet altijd blijven: "Ga er aan voorbij!" 

De waarschuwende stem moet levend, duidelijk hoorbaar blijven, en eigenlijk geen prikkeling van buitenaf nodig hebben. 

Prikkelingen zijn voor de kudden gedreven door de herder.

Het Verlangen zelf moet de inwonende stimulans blijven. 

HET doel moet de Lichtzoon dermate vullen, dat hij geen ruimte vindt voor andere doelen. 

Daarom was het de gewoonte binnen het Katharisme dat Vol-maakten een rijpere leeftijd hadden, de drang tot streven naar materialistische of biologische doelen was dan wat afgezwakt. 

De uitzondering, de jongeling die zich volkomen van elk doel af-keert, is zeldzaam. Vergeet niet: ook het vormen van gemeen-schappen, van religieuze orden, van groepen kan voor een leider een "doel" zijn, iets waarnaar hij streeft: het zoveel mogelijk mensen verzamelen, zoveel mogelijk mensen bereiken. 

Waarom? 

Om DE boodschap te verbreiden, zegt men. 

Welke boodschap? 

Zijn boodschap, andermans-boodschap, Jezus'-boodschap, Boeddha's boodschap, Mohammeds'-boodschap, of Krishnamurtisboodschap? 

Je kunt zo bezeten worden om deze boodschap te verbreiden, dat volkomen vergeten wordt dat een Lichtzoon GEEN boodschap heeft, maar een ineigen opdracht: het verwerkelijken van zijn Terugkeer. 

Hoogstens kan hij mede-Lichtzonen hieraan helpen herinneren. 

Maar als hijzelf niet wil stilstaan, zal zulk een herinnering spon-taan, niet georganiseerd, een opwelling van het geëigende moment zijn. 

Hij, die nog niet teruggekeerd is, zie toe dat hij terugkeert! 

Compromissen met de materie of met de natuur houden altijd het gevaar in dat het compromis zich in het doel verandert. 

Er zijn op aarde talloze hulpmiddelen, die de Lichtzoon even kunnen verder helpen, maar elke hulp, van buitenaf, is tijdelijk en nooit een doel-op-zich. 

Het vastklampen aan hulp, in welke vorm ook, betekent stilstand. 

Groei betekent ook ONTgroeien. 

Terugkeer is een doorlopende aaneenschakeling van ontgroeien. 

En elk stadium heeft zijn eigen voor- en nadelen. 

Wanneer de Terugweg zich zo voltrekt, door middel van het ontgroeien, zal er ook nooit een moment komen dat de Lichtzoon zich niet capabel voelt om de omstandigheden onder het oog te zien. 

Hij is namelijk gerijpt voor elke situatie. 

Het "niet kunnen" is in dit proces een onmogelijkheid. 

Er kan wel zijn "het niet willen". 

HET doel van de Lichtzoon begint innerlijk, voltrekt zich innerlijk en voleindigt innerlijk. 

De omstandigheden zijn slechts randgevolgen, zij voegen zich naar de innerlijk ontplooiing. 

Zij zijn dus, bezien vanuit HET doel, volkomen onbelangrijk, facetten van levenslessen, aanwezig om mede te werken aan HET doel, ontstaan en opgeroepen door DE verwerkelijking in de Lichtzoon.

Niets komt vanzelf op ons af, niets komt ongeroepen van buitenaf.

Elk verlangen is als een roep, elke emotie is als een roep. 

Anti- dan wel sympathie schept vriendenkringen, de kwaliteit van ons innerlijk selecteert de omgeving, onze levenssfeer. 

Het soort zoekt soort is herkenbaar op alle niveaus en in alle gradaties. 

Het leven is als een oceaan met voorbijgaande schepen in de nacht, die dan ook werkelijk, onbemerkt, voorbijgaan en waar-over we ons geen zorgen behoeven te maken, ALS we maar laten voorbijgaan wat niet "het onze" is. 

Maatschappelijk conventies, aangeleerde gewoonten kunnen funest zijn. 

Zij beletten ons, ons eigenlijke ik te herkennen, onze levenssfeer, die bij ons hoort, te creëren. 

Hierdoor voelen we ons dan weer ongelukkig, onbevredigd, met een innerlijke leegte die we niet vermogen te vullen. 

De basisbeweging van negatief en positief werd onderbroken, en zo krijg je een tegennatuurlijk leven, een onspiritueel leven, een onecht leven. 

Niets maakt de Lichtzoon ongelukkiger dan het "geen gehoor geven aan zijn innerlijke verlangen", en verder leven alsof er niets gebeurt. 

Het is als het ervaren van een innerlijke dood en hieruit komen vele psychosomatische verschijnselen voort. 

Het is een opbraak tussen de Lichtzoon, het biologische wezen, en dat gecultiveerde schepsel, dat eigenlijk "niemand of niets" is, maar zich opblaast om iets of iemand te zijn. 

Dan is de innerlijke kern, dat zo noodzakelijke centrum, ge-spleten. 

Uit gespletenheid komt niets dan ongeluk voort en door dat ongeluk, die dodelijke, lichtloze droefenis, die niet doorlicht kan worden. 

Het is als een implosie, een naar binnen trekkende zuigkracht. 

Dit verschijnsel is het kenmerk van onze moderne, door de wetenschap en het intellect gedomineerde tijd.

Het intellect schiep conventies, opgelegde wetten, opgelegde verplichtingen, opgelegde normen, die verstikkend kunnen werken, INDIEN de Lichtzoon zijn opdracht, zijn drang en ver-langen vergeet. 

Het is de gevangenis van het "tot hiertoe en niet verder" en het is juist de Lichtzoon die "verder" wil, de grens wil passeren, de opgelegde wetten wil verbreken, als een ketter uit de ban  springen en roepen "hier ben ik - zoekt Gij mij?" 

De wereld is vol met interessante, tijdelijke doelen, allerlei filosofieën en leringen kunnen een doel gaan vormen, maar een Lichtzoon moet niet vergeten dat hij NIET tijdelijk is en zich dus niet in dat tijdelijke kan verbergen. 

Zolang deze tijdelijkheid en deze eeuwigheid in hem zich meten, zich naast elkander bewegen, is hij "op Pad". 

Wee hem, die zegt: "ik ben er, ik ben gearriveerd, ik heb HET". 

De verstikkende deken van de zelfgenoegzaamheid zal hem begraven. 

Niemand op aarde, althans geen Lichtzoon, zal ooit zeggen: "ik heb HET gevonden". 

HET is er altijd geweest, het was en is altijd in hem, de Lichtzoon heeft zich er vanaf bewogen en daardoor denkt hij dat hij HET heeft gevonden. 

Maar HET is nooit weg geweest, HET beweegt zich nooit van hem af, HET moet ontwikkeld worden. Hoogstens zal je, innerlijk, kunnen concluderen dat je HET nu duidelijker speurt. 

Geen medemens geeft je dit HET, onverschillig wie het is, mogelijk maakt iets of iemand je bewust van HET.

Maar daarom moet de Lichtzoon zich niet aan die iemand of dat iets vastklemmen. 

Die doen niets meer of minder dan je bewust maken en verder gaat die hulp niet, kan die ook niet gaan. 

Je kunt in je leven dankbaar zijn voor alle hulp die je bewuster heeft gemaakt, maar het was wel jij, jouw verlangen, dat deze hulp naderbij bracht. 

Dankbaarheid is als erkenning, en erkenning kan leiden tot bewustwording, maar bewustwording EIST beweging, het realiseren, want zonder groei is er dodelijke stilstand. 

Wat doet ons groeien? 

Wat doet de Lichtzoon groeien? 

Begrepen leringen, begrepen lessen, d.w.z. OMGEZETTE lessen.

Intellectueel begrip is hier volkomen onbelangrijk. 

De intelligentie, de ziel moet begrijpen wat zij wil en doet en navolgt. 

Kent u niet die sensatie bij bijv. het lezen van filosofische uit-eenzettingen dat "het u volkomen ontgaat" en daarna de des-interesse om verder te zoeken naar de bedoeling? 

Dat was een intellectuele inspanning zonder ziele-interesse, zonder verlangen naar de essentie. 

Daar tegenover staat dat er filosofische uiteenzettingen zijn die u boeien, zelfs al ontgaat u de helft. 

Hier is sprake van een ziele-zoeken, een ziele-interesse, de intelligentie ontwaakt. 

Intelligentie is immers onafhankelijk van opvoeding, ras of sociale omstandigheden? 

Intelligentie is afhankelijk van ontwikkeling, ontwaken, ontgroeien. 

Intelligentie scheidt de zielen en wordt een z.g. last voor de zoekers, want het leven wordt verzwaard, maar wel waardevoller. 

Een waardevol leven, is voor elke Lichtzoon, een innerlijk gevuld leven en zijn intelligentie weigert waardeloze dingen als innerlijke vulling te aanvaarden. 

Daarom zal hij selectief zijn, in alle opzichten. 

Het selecteren is het "uitverkiezen", zoals een kind een bepaalde school verkiest. 

Een Lichtzoon is eveneens uitverkoren, noodgedwongen, voor een bepaald doel, een voor niemand verkoopbaar doel. 

Het doel kent hij, hij wéét waar HET zich bevindt, hij kan ook de weg kennen, die in zichzelf begint en die in zichzelf eindigt. 

HET doel moet zich zozeer uitbreiden dat hij daarin wordt op-genomen en dan ontdekt hij dat wat de wereldliteratuur en de gezonden Boodschappers "het Goede Begin" noemen, niets anders is dan een "zijnstoestand" die in hem en om hem is. 

Een herschepping door de ziel.

Het aloude gebeuren herhaalt zich in het klein, en zie, alle dingen zijn nieuw geworden. 


"En de Zoon is Thuis gekomen en al de zijnen verheugen zich."

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene