De middeleeuwse filosofie

Alchemisten, Katharen, Rozenkruisers


De Alchemie blijft tot nu toe een mystieke leer, waarover menige intellectueel en mysticus zich heeft gebogen. 

Vrijwel iedereen gaat er vanuit dat de alchemie een onderzoek is in het transmuteren der metalen. 

Slechts een enkeling ontdekt er de grote filosofische waarde in, maar vrijwel niemand beseft dat de alchemie niet slechts een filosofie is, maar tevens een levensovertuiging van een volk dat indaalde op aarde na een vervloeking op hun eigen planeet. 

Het saturnale Egyptische volk kreeg de alchemie als opdracht na hun indaling in een totaal anders levensveld, vijandig aan het hunne. 

Men kan zeggen dat deze alchemie hun enige weg-terug betekende en hun grote leraar daarin was Hermes Tresmegistos. 

De Middeleeuwse alchemie is niets dan een schaduwbeeld van deze Egyptische alchemie en werd door de meeste volgelingen slecht begrepen, behalve de leraren van de katholieke kerk, die precies wisten dat deze aloude alchemie een ontsnappingsweg betekende voor hun eventuele volgelingen, gezien de informatie die de kerk had in de bibliotheek van het Vaticaan. 

Er zijn enkele grote alchemisten geweest die de mystiek in deze leer begrepen, maar hem niet associeerden met een z.g. terugweg van een vervloekt volk. 

Één van degenen die de alchemie perfect begrepen was o.a. Paracelsus en de Fransman Marcel Bertholot, een beroemd chemicus uit zijn tijd en dan Nicolas Flamel, Fulcanelli, Robert Lull, Spinoza, Erasmus. 

De landen die de echte alchemie kenden, volgende de oude Griekse overleveringen waren:  Alexandrië in Egypte en de tempel van Memphis in Egypte.  Laten we niet vergeten dat de alchemist Robert Lull, geboren op Majorca, de Tarot van Memphis de grootste wijsheid op aarde noemde en dat in de 12de eeuw. 

De alchemie was een geaccepteerde leer onder de grote Egyptische en Griekse wijzen en zoals de historicus Ganzenmüller zo juist zegt:

"de alchemie wordt doortrokken met een sterke religieuze gedachte en de nostalgie naar de verlossing of het heil en de reinheid werd zo sterk gevoeld door de geesten van de antieke wereld, dat deze zich uitdrukt in alle alchemische werken." 

Hiermede bevestigt hij ongewild dat de alchemie te maken heeft met "het heil, de verlossing en de reinheid". 

Hij combineert de alchemie dus heel juist met de spiritualiteit, beter gezegd: de oorspronkelijke bestaansgrond der toenmalige mensen. 

De stiefvader van deze alchemie wordt in de middeleeuwen Trismosin, de leermeester van Paracelsus. 

Hij begreep de kwintessens van de alchemie, maar kon niet direct voor zijn overtuiging uitkomen, gezien de toenmalige Roomse inquisitie. 

Hij schreef het beroemde "Solar Splendis", een ontsluierend boek voor de herkenner. 

Elk Uranusmens b.v. herkent de alchemie, maar ook de Saturnus- en Jupitermensen hebben er "feeling" voor. 

De Oosterse Venusmens heeft geprobeerd de alchemie te imiteren door middel van de mantras, de geciteerde formules en de daarop volgende yantras, de mystieke diagrammen en tenslotte door de maithuna, de vereniging van deze twee, zoals het Venusmensen ingegeven werd. 

Maar de alchemie wàs niet voor hen, er zijn slechts enkele Indische Alchemisten bekend, zoals de Shivaïst: Madhava. 

Zoals wij meerdere malen hebben gezegd: Shiva is een Indisch alchemisch symbool, Shiva is als een Horus. 

Het draait allemaal om het vinden van de "Steen der Wijzen", "La Pierre Philosophale". Deze Steen is niets anders dan de oorspronkelijke ziel, die behoort tot de trilling van de oorspronkelijke levenssfeer der betrokkenen. 

Hermes Tresmegistos geeft zes raadgevingen in zijn "Tabula Smaragdina" om deze Steen der Wijzen te vinden: 

1. Ik bevestig waarlijk, zonder veinzerij, zeker en waar. 

2. Deze lage dingen verbinden zich met de hogere op dezelfde wijze zoals zich wederzijds de mensen verbinden om iets voort te brengen, het meest bewonderenswaardige van alles. 

3. En, zoals alle dingen als één werden voortgebracht door het Woord van de Enige God: hetzelfde zijn ook alle dingen verwekt door dit ene ding door de rangschikking van de natuur. 

4. Zij heeft de Zon als Vader, de Maan als Moeder; in de lucht is zij bijna in baarmoederlijke zwangerschap, zij wordt gevoed door de aarde. 

5. Zij is de reden van alle volmaaktheid der dingen in dit Universum. 

6. Zijzelf zal tot de hoogste volmaaktheid der mensen geraken, wanneer zij zal terugkeren naar haar aarde. 


In de middeleeuwen werd te dikwijls geprobeerd de aloude alchemie te vermaterialiseren: het bekende goud maken uit twee vloeibare metalen. 

De alchemie is heel gemakkelijk te verbergen achter de chemie van de zeven elementen, omdat elke natuurlijke schepping hieruit is opgebouwd. 

Als een halfaards, half buitenaards wezen tot zijn oorsprong moet terugkeren, is er altijd sprake van een "vermenging van twee chemische stoffen, die moet resulteren in het voortbrengen van een derde met - hoewel oude - maar hernieuwde eigenschappen." 

De goede vermenging gebeurt door het juiste aanwenden van de zeven elementen of metalen, die in de geneeskunde de zeven eerste Zouten worden genoemd: magnesium, kalium, calcium, silicium, zwavel, fosfor en fluor. 

Deze helpen bij een herstel van de oorspronkelijke ziel, waarbij er rekening wordt gehouden dat elk van hen het denken, het hart en de stoffelijke ziel beïnvloedt. 

Alchemie is in wezen simpel; het zijn de niet-kenners en niet-weters die haar gecompliceerd maken. 

Ook hier geldt de regel: daar waar het symbool aansluit bij de innerlijke trilling van de zoeker, daar ontsluit zich elk geheim. 

De rest is intellectuele vermoeienis en doet niets anders dan de oorspronkelijke trillingen in hart, denken en ziel toedekken. 

Alchemie is immers de analyse van het Al? 

En dit Al bevindt zich in schepsel en schepping. 

Het Al is eenheid en veelheid, het Al is Atoum en God, mens, dier, plant en mineraal. 

Een alchemist kan men diegenen noemen die een innerlijke transformatie predikten: zoals ook Boeddha, Pythagoras, Aristoteles, Seneca, Eckhart, Böhme, Leonardo da Vinci, Galileï, Avicenna, Rousseau, Hugo Grotius, Francis Bacon, Leibnitz, om maar enkele te noemen. 

De wereld heeft hen veelal een ander etiket gegeven, maar een alchemist zijn is eigenlijk niets anders dan de drie-eenheid: god - aarde - schepsel terugvoeren tot de oorspronkelijke eenheid. 

Licht - een Licht dat alles en allen doortrok, zodat er geen sprake was van afgescheidenheid. 

De drie-eenheid is pas ontstaan NA de indaling van de godenzonen op aarde. 

Voor die tijd heerste er op aarde de wet van de twee-eenheid: natuur en bovennatuur. 

Het zijn ook slechts de godenzonen die een ware drie-eenheid erkennen en herkennen. 

Stamt de christelijke drie-eenheid: Vader - Zoon - Heilige Geest niet uit Egypte, als: Râ - Osiris - Pneuma of Osiris - Isis - Horus? 

Vader - moeder - zoon, een bekende natuurlijke drie-eenheid, die echter nooit de wedergeboorte brengt, maar slechts de natuurlijke herhaling. 

Het is de moderne mens eigen velerlei sekten, groeperingen en religies op één hoop te werpen of zich van hun ideeën meester te maken en te gaan pronken met hun inspiraties. 

Zo varen momenteel vele groeperingen onder valse vlag: de vlag van het Katharisme, van de gnostieken, de alchemisten, de hermetisten, enz. 

Hoewel de inspiratie in onze tijd opnieuw wordt gevoeld, is toch een groot deel van de antieke geest ondergegaan in het materialisme van de z.g. donkere middeleeuwen, maar ook in de z.g. eeuw der intellectuele verlichting, die tot in onze tijd de scepter zwaait. 


Het Katharisme is één der takken aan de revolutionaire boom der ketters, die protesteerden tegen dit vermaterialiseren van goddelijke inspiraties. 

Het Katharisme is eigenlijk één der opvolgers van het Manicheïsme in Klein-Azië, zoals er allereerst de Priscillianen en de Paulicianen waren. 

Via deze gnostieken komen er nieuwe impulsen in een verdichte wereld, waar mensen ver afdwaalden van de oorspronkelijke idee van de innerlijke, drievoudige transformatie. 

Van oudsher kende de alchemie slechts de Steen der Wijzen als middelaar, de ineigen middelende factor van een persoonlijke drie-eenheid. 

Later werd deze taak - volgens hun zeggen - overgenomen door de kerk, door de organisatie, de meester of voorganger. 

In wezen is dus de alchemie ook gnostiek, een gnostiek die zeer persoonlijk kan worden beleden, dan wel worden gezocht door groepen of discipelen. 

Belijden doet men echter individueel. 

Het belijden van deze Steen der Wijzen, het aanvaarden en vooral VOLGEN van de impulsen van deze Steen der wijzen is vooral gnostisch. 

Zich losmaken uit het dwingende en vooral verwereldlijkte  dogma van de kerk, wendden de Katharen zich tot een z.g. christelijke gnostiek, hetgeen niets anders wil zeggen, dan dat zij de drie-eenheid: God, Christus (innerlijke Chrestos) en mens opnieuw tot leven wilden roepen. 

Zij waren in hun verwerkelijking voornamelijk praktisch, zoals een Epictetus was. 

Zij brachten niets nieuws, zij brachten slechts een omwenteling in de kerkheerschappij. 

Hun idee werd gevaarlijk voor de kerkelijke opvatting die een eigen hiërarchie wilde stichten, bevolkt met gevallen godenzonen en daarom werden zij, evenals alle groten der aarde en alle groeperingen die iets baanbrekends brengen, vervolgd. 

Het is altijd de geest, het licht, die wordt vervolgd door de materie en het duister. 

Een van de grote Manicheeën en één van de Bogomielen Fortunatas en Nicetas hebben dat aan den lijve ondervonden. 

De grote Katharen werden verbrand: de namen Beziers, Foix, Toulouse, Montségur, Saissac, Albi, Ax-les-Thermes zijn er beroemd door geworden. 

Het Katharisme is als de terugkeer tot een puur christianisme, het christianisme van Johannes. Het christianisme van de eeuwig levende en niet-gekruisigde Christus. 

Het is ook de tijd van de Troubadours, de zangers over de Hemelse Liefde, de Liefde van de ziel tot haar eigen Licht en niet haar liefde voor de nieuwe goden; de kerkelijke machten. 

In deze tijd - vanaf ongeveer 600 n. Chr. tot en met ongeveer 1300 is er nog geen sprake van de wedergeboorte van de aloude alchemie, het is meer de Venus-gedachte: de overwinning door de Liefde. 

Vandaar dat onder de Katharen de "Bonshommes" - de goede mensen - zulk een vooraanstaande plaats innamen. 

De Liefde, de antiwreedheid, de lichtende bruid, moet het herstel van de eenheid: God - ziel en mens herstellen. 

Dit zou moeten berusten op het fundament van de woorden van Johannes: "In den Beginne was het Woord." Het Woord - de levende trilling - zoals die ook uit de symboliek te voorschijn kan komen, moet deze innerlijke Bruid doen ontwaken. 

Het is de leer van de Vredelievendheid, de Overgave, de mystiek. 

Hun leer was niet diepzinnig, maar wel doeltreffend. 

Een leer die dicht staat bij de goedwillende en vooral de zoekende, maar beknotte mens. 

Als hij die zoekt wordt beknot in zijn zoeken, verstikt de oorspronkelijke ziel, onverschillig waar deze vandaan komt. 

Zulk een verstikking maakt sommigen passief, anderen revolteren en weer anderen trachten hun honger te stillen met de impulsen uit een lichtend verleden. 

Het Katharisme was een heroïeke revolte tegen de misdadige verstikkingspogingen van de Demiurg, alle handlangers die de Steen der Wijzen trachtten te roven, te verpulveriseren of te misbruiken. 

Hun magistrale inzet redde de geest van Hermes en van Osiris, de geest van Pythagoras en van Aristoteles, hun volkomen inzet met voorbijzien van eigen belangen en eigen leven maakte het mogelijk dat op hun lichtend voorbeeld de alchemie uit zijn windsels te voorschijn kon komen. 


En uit deze Alchemie komen dan de Rozenkruisers voort, beginnend met een groep monniken, die natuurlijk in staat waren zich te oriënteren met behulp van de aloude literatuur en zich tenslotte zetelden als kleine groeperingen in de westerse landen. 

Bekend werden zij eerst door het "Scheikundig Huwelijk van Christiaan Rozekruis", dat zo rond 1614 verscheen. 

Uiteindelijk is het een alchemisch gegeven, vastgelegd in een allegorie en vervaardigd in één der talrijke kloosters uit die tijd, waarin talrijke monniken hun aversie tegen de kerk steeds sterker opponeerden. Hetgeen reeds bleek uit de Katharentijd. 

De 15de eeuw is echter de eeuw van de opkomende magie, een magie die natuurlijk altijd al leefde onder de mensen, maar die - vooral door duistere volkspraktijken - in een slecht daglicht was komen te staan. 

Het Katharisme was niet magisch; de alchemie was magisch, d.w.z. gebonden aan een sterke, zeer individuele wil, een verlicht denken en een volkomen door de trilling des lichts gegrepen hart. 

Het symbool van de aloude Rozenkruisers: het gelijkbenige Kruis met de Roos in het midden, bewijst de vijfvoudigheid van de Idee. 

Het zijn de vier elementen die - door harmonische samenwerking - het vijfde, de goddelijke etherisch ziel of kracht te voorschijn moet brengen. 

Het was in die tijd een volkomen revolutionair principe: de vijfvoudige Ster van Bethlehem werd herboren. 

Maar daarnaast gingen zij verder: zij leerden ook de zeven-voudigheid, de zeven dagen die eindigden in de Achtste dag van de poortwachter - Saturnus - een hermetische Saturnus, die vervangen wordt door de wijs geworden Discipel: Christiaan Rosenkruis. 

En zo wordt dan - zoals in de aloude Egyptische alchemie - de Een (1), de aanvanger, een Negen (9), de wijze, om opnieuw een Een (1), een herborene, een Osiris te worden. 

De aloude Rozekruiserij is niets anders dan hermetische alchemie. 

Een alchemie waar geen enkele moderne rozenkruisersgroep iets mede van doen heeft, hetzij dan dat zij zich sieren met de grote namen uit het verleden. 

De doden protesteren niet. 

En wat weten de hedendaagse mensen van hun oorspronkelijke afkomst, waar zijn de richtlijnen, de goddelijke herinneringen, de alles overweldigende bezieling gebleven? 

De Fama Fraternitatis was een roep, een roep tot opwekking en tegelijkertijd een onheilspellende profetie: die profetie over het Sterrenbeeld Cygnus en het Sterrenbeeld de Slangendrager slaat op de tijd van heden, op onze tijd. 

De tijd van de natuurlijke verstikking die het de stoffelijke ziel en het stoffelijke lichaam onmogelijk maken te reageren zoals zij behoren: in een herkenning en een overgave. 

Rozekruiserij - Alchemie - Katharisme: elk met een eigen opdracht. 

De Alchemie: de opdracht van het dóórdenken;

het Katharisme: de opdracht van de Liefde; 

de Rozekruiserij: de opdracht van de wederbelevendiging van de alchemie, dus van een denkverlichting. 

En nu - bijna op het toppunt staande van een inzinking in de zegenrijke omstandigheden voor de godenzonen, zal er een nieuwe impuls komen, de impuls van "redden wat zich redden kan". 

Een impuls die harder, duidelijker, aangrijpender zal zijn dan de bekende historie kent. 

Het wordt de impuls van de onpersoonlijke Kosmische Roep. 

De Roep van Râ zelve. 

In zulk een tijd zal geen groep houvast hebben aan een organisatie, noch aan zijn dogma's of regels. 

Het is de Roep die zich regelrecht tot de verborgen Steen der Wijzen richt om deze uit zijn verstening los te rukken. 

Het zal de Stem zijn die splijt en belevendigt, dus de Stem die eens het Levende Woord sprak, zoals Johannes zegt. 

We zullen onszelf dan niets behoeven af te vragen, we zullen ons niet kunnen vastgrijpen aan theorieën of meditatie; de tijd van hulp schenken, van vermanende predikers en lichtende voorbeelden is voorbijgegaan. 

Wij gaan de tijd in - de drempel is reeds in zicht - van de eigen verantwoordelijkheid, het rekenschap afleggen en het zich rekenschap geven, de tijd van de waarheid. 

Het is de tijd die de Druïden hebben gekend, als overlevenden van Atlantis, het is een herhaling, zoals de natuur alles herhaalt, het is de herhaling die de arroganten en hoogmoedigen hard treft, want een herhaling is voor de dommen, zo zeggen zij. 

Wel, de tijd zal leren wie dom zijn en wie verlicht. 

De alchemie zal zich dan realiseren als een kosmisch evenement, want ook de natuur is ondergeschikt aan de alchemie. 

En de ziel der aarde zal zich losscheuren uit haar verdoemenis en allen zullen haar zien in haar gigantische, adembenemende schoonheid, als in een wolk van vuur, als in een omarming van haar vier elementen, die de etherische Roos van deze ziel vrijmaken, opdat ook de aarde-ziel kan terugkeren in haar pure maagdelijke schoot, de Materia Mater. 

Die dan opnieuw de levensschool zal vormen voor allen: alchemisten en hermetisten, Shivaïsten en Boeddhisten, Katharen en Pythagoreeërs, opdat het woord werkelijkheid wordt: 

"Zie, Ik heb hen lief tot aan het Einde der Dagen."

1970 - 2018, copyright Henk en Mia Leene