De Egyptische filosofie

Het Egyptische volk was oorspronkelijk een Saturnusvolk en volgens de oude alchimistische overleveringen waren zij een volk van transformatie; zoals het lood van Saturnus en het goud van de Zon leren. 

De alchemie komt uit Egypte, omdat de aloude alchemie is gebaseerd op saturnale aspecten. 

De Egyptenaren waren Zon-aanbidders, d.w.z. de Kosmische zon, Râ of Aton werd vertegenwoordigd op aarde door acht dienende godheden. 

In totaal was voor hen de negenvoudigheid het belangrijkste en alle andere godheden waren daaraan ondergeschikt. 

Zoals het een Saturnusvolk betaamt speelde dus de achtvoudigheid, uitmondende in de Negen of Râ, een vooraanstaande rol in hun filosofie. 

Een filosofie die pas verdeeld werd in deze achtvoudigheid na hun indaling op aarde. 

Zoals de getallenleer zegt: en negen is weer één. 

Hun negen Godheden waren in wezen één en dezelfde, alleen hun aspecten waren anders. 

Via de acht godheden kon men komen tot de negende: Râ. 

Hun acht godheden die de lijn van de geestelijke weg aangaven waren: 

de eeuwigheid als: Râ; 

de verbinding met die eeuwigheid als: Ptah of Osiris; 

dan de tegenpool van Ptah als: Amon-Ré, de doorlopende begeleider van Aton, het negatieve aanzicht; 

dan Apis, de dienaar van Osiris, de stier als geheiligde of zuivere aarde; 

daarna Isis, de moeder of de zwarte madonna; 

haar tegenpool is Nephtis, ook haar begeleidster of dienares, de Maan;

na haar komt Hathor, een ander aspect van Nephtis en de Maan: het kwikzilver, de ziel;

dan komt Horus, de zoon van Osiris, een vrucht uit de twee-eenheid: hemel en aarde, een z.g. Christus;

en tenslotte is daar Seth, de broer van Osiris, een Lucifer-figuur, een godheid die uit het licht gevallen is. 

Deze achtheid met als bekroning de negende: Râ, domineerde de Egyptisch alchemische filosofie, waarvan Hermes de bezieler was. 

Zowel Osiris als Hermes waren Lichtzonen, d.w.z. de eerste was een werkelijke eerste Zoon of ingedaalde hemelse god, de laatste was een vermenging van de godheid en de aarde: een halfgod dus, zoals er vele halfgoden als voortbrengselen van goden en aarde-vrouwen geweest zijn. 

Zijn stad was Hermopolis, waarheen de heilige, de wit-zwarte Ibissen werden gebracht, de alchemische vogel, het teken van Hermes' leer. 

De Ibis werd beschouwd als de dienaar van Hermes (of Thot), de aanbeden en soms zelfs vergoddelijkte leraar die, zoals de hymne zegt: 

"een zoete bron is voor hen die in de woestijn versmachten en die het water ook naar de meest afgelegen plaats brengt......" 

Later heeft de ibis er de mantelbaviaan bijgekregen als symbool van de Maangodheid. 

Maar ook hier komt de acht (8) weer als toonaangevende symboliek naar voren: er waren in Karnak acht heilige bavianen tot wie de gebeden zich richtten, als symboliek van acht alchemische processen. 

Hermes wordt wel beschouwd als de Logos - het levende Woord, degene die de aloude Leer van de oorspronkelijke Egyptenaren onder woorden bracht. 

Hermes werkte met energie, de energie van de gedachte. 

"Het is op deze manier dat gij zich kunt vereenzelvigen met God. 

Alles wat is houdt Hij omvat, zoals gedachten, de wereld, zichzelf, het Al. 

Wanneer gij dus niet gelijk wordt aan God, kunt gij God niet begrijpen, want slechts het gelijke is gelijkwaardig aan het gelijke. 

Groei totdat gij de onmetelijke grootheid hebt bereikt door een "bond" die u vrijmaakt van alle begrenzingen, 

verhef u boven alle tijden en wordt Aiôn (godheid): 

dan zult gij God begrijpen." 

Het geschrift gaat nog verder, de discipel op haast psychologische wijze stimulerende: 

"zeg tegen uzelf dat niets u onmogelijk is......" 

Hermes wakkerde het eeuwigheidsbeginsel in de oude Egyptenaren aan, opdat zij zich herinneren zouden wat hun opdracht was: 

als Saturnus - de tegenpool van de Zon, of tegenpool van Osiris - als Saturnusmensen worden zoals Osiris, of de Zon; het goud opdelven uit de gevallen of afgedwaalde Saturnus - Seth. 

Hermes was een leraar, een geroepene, iemand die de Egyptenaren als voorbeeld diende. 

Zijn alchemie had niets mysterieus, maar was een levensrealisatie, zoals Paracelsus later had begrepen. 

Zoals ook tot uitdrukking komt in de Hermes' of hermetische Tarot. 

Het is de weg die Osiris bracht, die Hermes onderwees en die uitsluitend was bedoeld voor de "gevallen goden". 

Gevallen goden zijn allen die vanuit een kosmische oorsprong op aarde kwamen. 

Dezulken dragen in zich hun kosmische ziel of godenziel, gekleurd naar hun afkomst. 

Een Saturnus-ziel beoefent de alchemische omzetting naar zijn aard. 

Een Venus-ziel beoefent de kosmische liefde naar zijn aard. 

Al deze wegen leiden tot de kosmische hoogste en onmeetbare bron: Râ of Tau-Ch'i, het onmeetbare etherische beginsel dat zich in alle gevallen godenzonen als zielevonk uitdrukt. 

Hermes leerde: 

"De sterkste ondeugd is inderdaad het niet kennen van het goddelijke.

Daar tegenover zal de Kunst van het kennen en het bezitten van de wil en de sterke hoop, de directe weg zijn die naar het Goede leidt en het zal een gemakkelijke weg zijn. 

Want gedurende uw gang zal Hij u overal ontmoeten, overal zal Hij zich aan u tonen, zelfs op de plaats en op de tijd dat u Hem niet verwacht, of u nu waakt of rust, of u nu "vaart" of "rijdt", dag en nacht, of u nu spreekt of zwijgt, overal zal Hij zijn, want niets bestaat er zonder Hem."

Het is een taal die allen, die hun eeuwigheidsbeginsel levenslang bewaren, herkennen. 

Hermes was een getuigende leraar, zijn woorden zijn inspirerend en aanrakend, omdat hij dat waarover hij sprak, kende. 

Hetgeen geheel anders is met Osiris: hij was een directe gevallen, of ingedaalde Lichtzoon, hij was de leider van een groep Saturnus-zielen en hij bracht als zodanig geen leer, maar zijn leven was DE leer. 

Hij was het grote voorbeeld voor de godenzonen die hem vergezelden en tenslotte keerde hij werkelijk terug. 

Aldus: voor hem gelden de legendarische woorden niet: daarna - na de vloek Gods, omdat de zonen niet wilden terugkeren - is de wereld anders geworden. 

Hij is als de Pistis die de Sophia's aanzet tot handelen, om in de trant van Valentinus te spreken. 

Omdat Osiris is teruggekeerd is hij absoluut vergoddelijkt; hetzelfde geldt voor Isis, maar NIET voor Horus, die zich werkelijk vereenzelvigd heeft met het aardeleven. 

Osiris heeft als symbool "het koren", het hemelse gewas, dat hij meebracht. Een zonnegewas, heilig bij de Saturnusmensen, het symbool van de "omzetting". 

Een gewas waarvan de aarde-mensheid de oorsprong nog niet kent. 

Het koren voedt en sterkt het hart: onze lichamelijke zon. 

Onder het koren staat de haver, een maangewas, dat de ziel, het eeuwigheidsbeginsel van de Maanmensen, voedt. 

De haver behoort bij Nephtys. 

Osiris is een verre herinnering, hij is de Inspirator, hij is degene die nu in het z.g. hemelrijk zetelt, aan, christelijk gezegd, de rechterhand Gods, want zij die terugkeren zijn verder dan zij die thuisbleven. 

Er waren, zoals de geschriften overleveren, "ceremoniën in aanwezigheid van Osiris". 

Inderdaad, deze godenzonen brachten hun ritualen mede, ritualen gewijd aan Râ. 

Echnathon, de alom bekende farao, wilde de alchemische transformatie uitschakelen en direct tot Râ bidden, zoals Osiris had gedaan. 

Het was een vlucht voor de noodzakelijke consequentie die deze Saturnusmensen door hun indaling te doorleven hadden. 

Zij verlieten Saturnus vanwege een vloek: de vloek van Râ, omdat zij Hem verraden hadden vanwege de materie. 

Daarom rust er nog die mystieke vloek op Saturnus in alle overleveringen, in de astrologie, en wordt hij vereenzelvigd met verdichting, materie, beperking. 

Osiris overwon de misleiding, herstelde zijn oude zelf en keerde terug tot de Bron. 

Men kan hem een Wedergeborene noemen. 

Totaal anders is het met Valentinus. 

Valentinus, Egyptenaar van oorsprong, stichtte een gnostieke school.  Hij ontving zijn opvoeding aan de school van Alexandrië tijdens de regeringstijd van keizer Hadrianus (117 - 138 na Chr.) en werd één de eerste gnostici. 

Hij was een intellectueel, niet te vergelijken met Hermes. 

Hij geloofde in de aloude Egyptische alchemie, maar bleef staan bij de theorie. 

In zijn tijd waren de Egyptenaren reeds geïnfecteerd door het christendom: Serapis werd hun godheid. 

Het is de overgangstijd tussen alchemie en christendom, en er ontstaat een vermenging die beide hun kern hebben verloren. 

Valentinus week daarvan af, door zich af te keren van de gevestigde en versteende leringen, die uitsluitend uit dogma's gingen bestaan en terug te keren tot een gnosis, een innerlijke, vanuit het hart geboren bron. 

Hij verlangde intens naar een éénwording met die bron. 

Hij wist dat hij ook een gevallen ziel was, en gestimuleerd door dit verlangen schreef hij de Pistis Sophia. 

Haar klachten waren ook zijn klachten. 

Hij had dus een zeer sterk heimwee, in de beste betekenis van het woord. 

Valentinus had de bedoeling de mensen, de gevallen en afgedwaalde zielen, in het hart te raken. 

Hij was een z.g. kerkelijke christen, die echter met de kerk brak, en blijkbaar naar het Oosten moest vluchten. 

Hij werd gedreven door een groot verdriet ontstaan door de intensieve vermenging van licht en duister, goed en kwaad, anders gezegd: van hemels of kosmisch en aards. 

Hij adoreerde Thomas om diens "Lied van de Parel", en voelde zichzelf een "zwerver in Egypte". 

Hij was reeds te ver van de Godenzonen verwijderd om hem nog te kunnen vergelijken met Hermes. 

Hij was een ziener, zijn geschriften werden geïnspireerd door visioenen. 

Men kan wel aannemen dat hij geïnspireerd werd door Osiris, om op deze wijze melding te maken van de "geschiedenis van de indaling", maar helaas vermengde hij later, als hij zijn intellectuele bekwaamheid weer terugkreeg, deze directe inspiraties met christelijke teksten. Mogelijk is het een poging geweest om zijn vervolgers te sussen. 

Als visionair is zijn meest geïnspireerde tekst de Pistis Sophia geweest.

Een directe getuigenis en ervaring van Osiris, als teruggekeerde ziel. 

Iedere waarachtige zoeker herkent zich hierin. 

Het is de bevestiging van het eeuwigdurende heimwee, van de misleidingen, van de angsten en de onzekerheden van de godenzoon die zich op aarde in een bedrukkende situatie bevindt. 

En vooral herkenbaar is de aanvang: het eigen profijt, het indalen omwille van een "beter worden" in zuiver concurrerend opzicht. 

Het is iets dat de Venus-zielen niet kennen. 

Eerst het menen zo groot te zijn als "Râ" of God, later die diepe saturnale depressie van de minderwaardigheid, en de verootmoediging, of liever gezegd, die nederigheid uitsluitend omwille van een wederopgang. 

Het is typisch het dienaar - meester principe. 

Een uitgangspunt dat andere, oorspronkelijk niet-saturnale zielen, niet zo goed kennen. 

Valentinus aanvaardde de Christus-idee, omdat hij deze vereenzelvigde met de Osiris-gedachte. 

Christus - Lucifer : Osiris - Seth. 

Hij werd alleen teleurgesteld door een dogmatisme en het afwijzen van de alchemische realisatie, die de hermetische traditie zo kenmerkte. 

Valt deze alchemie weg, dan zou er voor de Egyptenaren geen terug mogelijk zijn, zo was de aloude, van oorsprong kosmische, opvatting. 

Valentinus, als Egyptenaar, onderschreef dit. 

Hij wilde zich echter "laten" redden, een duidelijk christelijk standpunt. 

Hij verliet zo ongemerkt de alchemie, en kwam terecht in het gnosticisme, de "kennis des harten", nadat hij allereerst gemeend had dat de hermetische verlichting te maken had met intellectualisme. 

Hij werd zelf verlicht in zijn hart. 

Omdat hij brak met de kerk, zijn boeien, zijn aangeleerde christelijkheid verliet, om op te gaan in het visioen van de Pistis Sophia, met Osiris als Pistis, zijn eigen ziel als de Sophia, en het Plerôma als het Rijk waar Râ heerste. 

Van zijn leven is niet veel bekend, mogelijk werd hij vermoord door de kerk, want zijn school en zijn discipelen werden een enorme concurrent voor de kerk van die dagen. 


Zo stonden we dus even stil bij drie Egyptische persoonlijkheden; Hermes - Osiris - Valentinus. 

Osiris betekent voor de Westerse mens niets als een verre godheid, een godenlegende, zoals veel realiteit uit een ver verleden verworden is tot legende, omdat wij zover afstaan van de oorspronkelijke bron. 

De hermetische leringen begrijpen we ten dele, en ieder bekijkt deze vanuit de eigen zielenkleur. 

De Pistis Sophia raakt ons dikwijls in het hart, omdat wij gelijk zijn aan die Sophia, en aan een Valentinus. 

Zoekende mensen zijn echter onderling zo verschillend, hun klachten, hun verlangen stempelt hen tot karakteristieke zielen, met verschillende uitgangspunten. 

Een saturnale ziel zoekt anders en klaagt anders dan b.v. een Venus-ziel. Maar allen, en dat is de eenheid, zoeken zij Râ, het onbegrensde Zijn. 

Men zegt dat de gelijken de gelijken herkennen, d.w.z. dat zielen bij elkander dezelfde oorsprong kunnen herkennen. 

Zij, met een andere oorsprong, zoeken anders. 

Zij zoeken niet in de verkeerde richting, zij zoeken alleen anders dan u of ik misschien. 

Hierop is van toepassing dat er vele wegen tot God voeren en dat er vele woonplaatsen zijn in de omarming van Râ. 

Bevrijding of verlossing, zoals wij graag zeggen, volgt altijd de weg van de geleidelijkheid, de weg van de transformatie, hoewel niet altijd op alchemische wijze. 

Hier in het westen maken we een gecompliceerde cocktail van de leringen en overtuigingen die de godenzonen medebrachten en ten overvloede verminken wij ook nog elk van deze ideeën. 

In deze chaos is het goed Eros te kennen, zoals Plato zegt, Eros, het restant eeuwigheid dat deze chaos verbindt. 

Want Plato, als Griek, leerde veel van de Egyptenaren en veel Griekse wijsheid vermengde zich met de alchemisch-saturnale overleveringen, want zegt men in de astrologie niet dat Jupiter Saturnus bijstaat, hem verlicht en optimisme schenkt? 

De Grieken waren een Jupiter-volk en daarom brachten zij vele wijzen voort en werd hun Stoa tot een inspiratie-bron, die nu nog zoekers boeit. 

Jupiter ontnam Egypte (Saturnus) zijn macht, de Grieken overvleugelden de Egyptenaren in hun filosofie en daarom baseren  wij ons nu nog op de basispijlers van de Grieken. 

Egypte wordt wat miskend, maar de Tarot en het Egyptische Dodenboek zijn hun getuigenissen. 

Dat wat duister is geworden moet tot licht komen, opdat àllen eenmaal terug zullen keren.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene