Waar komt de mens vandaan?

De meest essentiële vragen in het leven van een mens zijn wel: waar kom ik vandaan en waar ga ik heen? 

Zover ik weet zijn daar nooit afdoende antwoorden op gegeven, de oplossingen lagen altijd in het religieuze vlak en waren een kwestie van geloven. 

Het ware geloven bestaat in: een bevestiging van hetgeen we weten. 

De evolutietheorie is voor sommigen een redelijke oplossing, maar zeker niet voor allen en dat is ook logisch, want er zijn schepselen, die voortkwamen uit evolutie, maar er zijn ook schepselen die hieraan niet deelnamen. 

Dan krijg je nog de theorie van de buitenaardse wezens: via Ufo's, buitenaardse ruimteschepen zijn er wezens op aarde gekomen. 

Overleveringen van deze Ufo's vinden we in vrijwel de meeste oude volksoptekeningen en het zou zinloos zijn deze te ontkennen, want - in onze tijd van onderzoekingen - blijkt wel dat heel wat schijnbaar ongeloofwaardige optekeningen op waarheid berusten. 

Opgravingen bevestigen zowel de evolutie-theorie als de buitenaardse theorie. 

Het geheel lijkt een verwarrende vermenging van allerlei vermeende oorsprongen van het menselijke wezen. 

Er is echter van alles iets waar; de verwarring ontstaat, zoals altijd, doordat de onwetendheid halve waarheden vermengden  met absolute onwaarheden en een religieus sausje zorgde dan  voor de lijm die van het geheel een min of meer acceptabele theorie maakte. 

Er zijn echter verborgen informatiebronnen, zoals de oudste literatuur in kloosters, in het Vaticaan, in de moskee-bibliotheken enz. 

Daarnaast is er nog het z.g "geheugen der natuur" waaruit de wijzen putten, maar materiële bewijzen voor één van de theorieën zijn er niet. Het enige bewijs voor ieder persoonlijk is het z.g. innerlijke weten. 

Iemand kan innerlijk vinden dat de theorie logisch en absoluut oplossend in elkaar zit. 

Een uitgangspunt voor de oorsprong van de mens bevindt zich in zijn eigen levensopstelling. 

Wat bevredigt hem? 

Waarin vindt hij zijn absolute zekerheid? 

Hieraan kun je herkennen of de betrokkene behoort bij de evolutiemens dan wel bij degenen die z.g. "van buiten" komen. 

Evolutietypen vinden hun totale bevrediging, hun interessen en hun geluk in de bezittingen en de voldoeningen die vanuit de  aarde of de maatschappij komen. 

Voor hen is de aarde hun tehuis, zij willen die aarde vervolmaken, er een blijvend tehuis van maken en zij hebben totaal geen interesse voor andere theorieën dan voor een zuiver biologische. 

Voor hen bevindt zich het bewijs van hun herkomst OP aarde, dikwijls wijzen zij een "leven na de dood" volkomen af, want zij zijn van de aarde en zullen na de dood weer stof worden, zoals  dit met alle aardse dingen gebeurt. 

Zo menen ze. 

Indien zij al tot de zoekers behoren, zoeken zij een oplossing OP aarde, in morele herbewapening, in z.g. beschaving, in het goed zijn voor elkander en dit is geen slecht standpunt, indien niet zou blijken dat het totaal geen oplossing brengt. 

Het blijkt geen oplossing te brengen, omdat hun mening slechts ten dele kan aanslaan, daar er op aarde verschillende mensengroepen rondwandelen, d.w.z. mensen die alle een andere oorsprong hebben en dus naar een andere oplossing, een totaal andere bevrediging zoeken. 

Bevrediging vindt men nl. uitsluitend in iets dat je volkomen voldoening schenkt, iets dat je kunt aannemen, omdat het beantwoordt aan je innerlijke, onuitroeibare vermoedens. 


Wanneer we de astronomie bestuderen komen we tot de conclusie dat zij ervan uitgaat dat er in het verre verleden planeten zijn geweest die uit elkaar zijn gespat, dat er planeten zijn, die ons zonnestelsel binnengedrongen zijn, zoals Venus, en dat er een moment geweest is waarop de orde der hemellichamen er anders uitzag als heden. 

De oudste herinneringen op dit gebied komen uit Egypte en Sumerië en de flarden van oudste volksoverleveringen der natuurvolkeren, die nu nog slechts als groepjes achtergeblevenen op aarde rondzwalken en door ons, de huidige beschaving, als onbelangrijk, onwetend en primitief worden afgedaan: zoals de Indianen, de Pygmeeën, de Dogons en andere kleine groeperingen, die tevergeefs wijzen op onze momentele vernietigende levensweg. 

Het zijn groepjes van grote wijze beschavingen die nog wisten waar hun volk vandaan kwam en wisten wie ze vereren moesten. 

Andere volkeren die nu nog een belangrijke rol spelen zijn de Chinezen, de Indiërs, de Blanken, de Arabieren. 

Zij allen komen van een andere oorsprong; dus hun filosofieën over de oorsprong verschillen onderling. 

Lees eens iets over de verering en de gewoonten van de Indianen, zij verschillen volkomen van de onze, hoewel we er sympathiek tegenover kunnen staan en zo is het ook met de andere volkeren. 

En hun gebruiken en hun cultuur hebben niets te maken met het stuk grondgebied dat zij op aarde bewonen, maar alles met hun oorsprong, zij brachten die gebruiken mede en plantten deze over op de aarde. 

Denk aan het schrift van de Japanners en de Chinezen, maar ook aan dat van de Russen, beter gezegd: de Mongolen. 

Het is een schrift dat ons volkomen vreemd is; de Griekse lettertekens zouden ons niet vreemd moeten zijn, het is één van onze, van de blanken dus, oorspronkelijke geschriften. 

Dat wij op school geleerd hebben dat de bakermat van onze cultuur zich in Griekenland bevond, moet ons iets zeggen: de Griekse oorsprong is de basis van het blanke ras. 

Het blanke ras behoort bij de Griekse beschaving en deze beschaving heeft een buitenaardse oorsprong. 

Verwonderen de archeologen zich er niet over dat de oudste Griekse muurschilderingen, hun mythen en hun optekeningen altijd mensen zoals wij, dus hedendaagse, z.g. beschaafde mensen uitbeelden, al is de optekening nog zo oud?  

Daar komt nog bij dat het schoonheidsideaal, zoals wij dat op school leerden ook uit Griekenland kwam. 

De menselijke vorm, zijn voorkomen, zijn kunst, kortom: wij zijn Griekenland, of liever Grieken-bewonderaars, zelfs hun maatschappij-ordening namen we over. 

Waarom eigenlijk?

Er zijn oudere culturen dan de Griekse. 

Er zijn schonere kunstuitingen, schonere mensen dan de oude Griekse.

Wel, dit heeft een oorzaak. 

De Grieken zijn nl. de oudste aardebewoners van het blanke  ras; de oudste aardebewoners over het geheel genomen zijn echter de Egyptenaren, de Sumeriërs zijn waarschijnlijk nog ouder, als we de Atlantiërs en de Lemuriërs even buiten beschouwing laten. 

Wij gaan uit van ons hedendaagse tijdbeeld. 

De groepen die van de Atlantiërs afstammen hebben natuurlijk  een diep gewortelde beschaving en een zeer hoogstaande kennis. 

Zij zijn het die - ofwel herhalen wat zij weten, ofwel indringende waarschuwingen laten horen - omdat zij zich een catastrofe herinneren. 

Atlantiërs waren een menggroep, zoals wij heden op aarde ook zien.  Zo kan het gebeuren dat er individuele Atlantiërs onder ons zijn die hun ingeschapen kennis meedragen. 

Dit behoeft echter niet steeds een goede kennis te zijn, tenslotte is Atlantis ook van de aardbodem weggevaagd. 

En als je de waarschuwingen van de Indiaanse opperhoofden  mag geloven - een volk ouder dan het blanke ras - dan rent de Europese beschaving hard op zijn einde toe. 

Als we, met betrekking tot de oorsprong van de mens, de oudste optekeningen van de verschillende volkeren naast elkaar leggen, inclusief de bijbel, dan zijn er aanrakingspunten. 

De mens komt altijd - van buitenaf - op aarde; hij is een schepping van een godheid of van goden; hij volgt leiders, die ofwel met hem meekwamen op aarde, dan wel die op aarde nederdaalden. 

Bij alle optekeningen werd de "ziel" er door de goden of de godheid ingebracht en bij allen kreeg die mens bepaalde goddelijke of basisinstructies voor zijn leven op aarde. 

Bij de evolutietheorie ontbreekt dit totaal; deze mens ontwikkelde zichzelf, hij leerde van zijn voorouders en al doende werd hij van een aapachtig wezen een redelijk normaal mens. 

Een wezen, zoals dit b.v. op Kreta wordt afgebeeld, ontdekte  men echter, via opgravingen nooit. 

Er werden wel reuzen ontdekt, in allerlei streken, mensen van  ons onbekende afmetingen. 

Over reuzen wordt gesproken in de Griekse mythen. 

Maar ook her en der verspreid bij de andere volkeren, maar hun reuzen waren altijd anders van kleur; in de bijbel wordt verhaald over Goliath. 

Reuzen, zo zeggen de overleveringen, en ook de mythen, en ook de legende van de Lichtzonen, zijn een vermenging van het menselijk ras met goden. 

Goden wil zeggen, andere buitenaardse wezens. 

De hedendaagse mens beschouwt het woord goden als een aanduiding voor goddelijke wezens, hetgeen niet waar is, het heeft betrekking op hemelse, d.w.z. buitenaardse wezens. 

Voor de evolutiemens is dat wat vanuit de hemel, dus van buitenaf komt, altijd iets onbegrijpelijks, iets bovenaards, dus iets ontzagwekkends geweest. 

Hetgeen een oeroude opgraving, een in India gevonden beeldje van naar de hemel starende, volkomen verbijsterde menselijke wezens, uitbeeldt. 

Dat wat vanuit de hemel komt is onbekend en weet meer dan degenen die op aarde leefden. 

Maar niet iedereen is daarvan overtuigd. 

De Grieken niet, de Indiërs niet, de Indianen niet, de Egyptenaren niet, ik spreek nu over de oudste telgen van deze volkeren. 

Voor hen is dat wat van buiten komt ongeveer hetzelfde als zijzelf, omdat zijzelf éénmaal op deze wijze op aarde nederdaalden. 

Voor degenen die op deze wijze "van buiten" kwamen, is aanbidding, verering, godsdienst totaal iets anders dan het volgen  van leringen die door mensen zijn uitgedacht. 

Hun godsdienst ligt nl. buiten de aarde, hun afkomst en hun gebruiken komen van buiten de aarde en dus hebben zij totaal andere ideeën over verering, over eerbied, over godheden. 

Het blanke ras is een arrogant ras en dat is logisch, omdat - zoals het Boek der Natuur leert - zij van Jupiter stammen, Jupiter de grootste en meest lichtende planeet. 

De Grieken zagen Zeus als hun hoogste godheid, en dat is logisch, hij is hun oorsprong.  

De Grieken hebben een jupiterische maatschappij-ordening, waarin recht, filosofie - denk aan de Stoa - kennis, schoonheid en de natuur een grote plaats innamen. 

In de astrologie, zoals wij die kennen, is Zeus eveneens een geweldige figuur, maar er zijn rassen, of volkeren, die een totaal andere opvatting hebben. 

Elk volk, elk ras, gedraagt zich zoals het in zijn oorspronkelijke land gebruikelijk was en past zich aan aan de aardse omstandigheden. 

De Egyptenaren zijn totaal anders dan de Grieken, zij  komen nl. van Saturnus en gedragen zich saturnaal; daarom heeft Saturnus  in onze astrologie altijd een enigszins mindere betekenis dan Jupiter, omdat, toen de mensen van Jupiter op aarde kwamen, de Saturnus-mensen, de Egyptenaren, er al waren, en de laatsten dus hun rechten op de eersten moesten bevechten, bovendien gevoelden de laatste zich superieur. 

Zoals nog, in de astrologie, de jupiterische mens zich superieur gevoelt. 

De astrologie is nl. een kennis die geënt is op ware gebeurtenissen, de Egyptenaren weten dit, hun astrologie was een onderdeel van de astronomie. 

De Indiase en de Chinese astrologie is weer totaal anders, geënt op hùn herinneringen en hùn afkomst. 

De Indiërs komen van een ons nu onbekende planeet. 

De Chinezen zijn van dezelfde oorsprong als de Mongolen; zij komen uit de buurt van Sirius. 

De legende van de Lichtzonen is een overlevering die vertelt van de indaling van de Jupiter-mensen; lichtende, blanke, hoogmoedige mensen, zeker beter schijnend dan degenen die reeds op aarde leefden, maar in werkelijkheid niet beter, alleen anders. 


Als we dus denken aan onze afkomst, laten we het even simplistisch voorstellen, dan is die afkomst buitenaards en het land waar we vandaan kwamen is altijd beter, vooral lichtender dan waar we nu leven. 

De aarde is een smeltkroes van schepsels die van buitenaf kwamen, van diverse punten, en van mensen die er al waren, biologische mensen. 

De buitenaardse wezens willen van de aarde weg, zoeken hun verlossing of oplossing buiten de aarde, de biologische wezens doen dit niet. Ook in de interessen, de sympathieën en de antipathieën zie je de afkomst van iemand terugkomen. 

De voorkeur naar bepaalde bloemen, dieren, kleuren, hebben dikwijls te maken met de oorsprong van de planten, dieren, bloemen en de kleuren waarin we oorspronkelijk verkeerden. 

Dat wij - in deze 20ste eeuw - ver afdwaalden van onze oorspronkelijke liefdes, behoeft geen betoog, maar een feit is, dat indien wij die oorspronkelijke liefdes herkennen, terugvinden, we ons gelukkig gevoelen. 

Denk even aan onze mogelijke godsdienstige uitingen, of onze spirituele interessen. 

De voorliefde voor mediteren is beslist niet jupiterisch; het is een voorkeur van degenen die de maan als afkomst hebben. 

Indien jupiterische mensen, gedrongen door hun afdwalen van hun afkomst, zich hiertoe dwingen, gaat er iets verkeerd in hun psyche, in hun lichaam.

Het is de tragedie van de huidige mens, dat hij zijn afkomst vergeten is, dat hij moet zoeken naar zijn afkomst en naar zijn oude liefdes en door allerlei verkeerde experimenten, is hij zijn herinnering en zijn oorspronkelijke kennis kwijt. 

Iets waartoe je je moet dwingen is altijd tegenstrijdig met je inborst. 

Laten we nu niet zeggen dat je ergens toe gedwongen MOET worden om iets te bereiken. Dwang is iets anders dan drang. 

Stimulansen kunnen de drang opwekken, maar dwang smeedt een keurslijf en er is nog nooit iemand gelukkig, dan wel innerlijk rijker geworden door een keurslijf. 

Twintig eeuwen kerkelijk christendom getuigen daarvoor. 

De jupiterische mens, dus degenen die van Jupiter komen, houden van een praatreligie, van discussies, van overwegingen en gesprekken, kortom: hij is de verbreider, niet de tot zichzelf inkerende. 

Denk maar aan de Griekse Stoïcijnen. 

Daarom bouwden wij universiteiten om onze religieuze predikers op te leiden. 

In de loop der eeuwen heeft het jupiterische ras zich echter veelvuldig vermengd met de anderen, met die van buiten kwamen. 

Incarnaties plaatsten hen overal op de wereld, temidden van volkomen andere volkeren, waarmede zij zich vermengden en zo ging de oorspronkelijke herinnering verloren, of werd een vermenging, waardoor iemand de kluts totaal kon kwijtraken. 

Wat bleef was de liefde voor bepaalde culturen. 

De liefde voor een cultuur die tijdelijk, een leven, ons deel werd. 

We kregen er begrip voor en zagen overeenkomsten en we verloren onze jupiterische arrogantie. 

Waarom denkt iemand dat het blanke ras beter is dan een ander ras, geel, rood, bruin, zwart of dergelijke? 

Het blanke ras is het jongste ras, de andere hebben reeds vele aarde-ervaringen achter zich en hebben een wijsheid die wellicht niet de onze is, maar duidelijk toch een buitenaardse oorsprong heeft. 

Niemand is beter, iedereen is anders. 

Je bent pas beter, en dit geldt voor alle rassen, als je je houdt aan je oorspronkelijke wetten, want dan benader je je afkomst. 

Uit die afkomst komen de mythen en legenden, de overleveringen, de op vele punten op elkander gelijkende overleveringen, omdat zij van buiten de aarde komen. 

In die buitenaardse herinneringen herkennen de mensen elkander, omdat zij hetzelfde willen, hetzelfde doel volgen, dezelfde zoekersweg gaan. 

Ik sprak wel van het "blanke ras", maar dit blanke ras is onderverdeeld: zij die van Mercurius komen behoren ook tot het blanke ras en de aardebewoners behoren ook tot het blanke ras, hun kenmerken zijn echter anders. 

Kenmerken die we overgenomen hebben in de astrologie. 

Mercurius-mensen, dus zij die van Mercurius komen, hebben een andere opdracht dan zij die van Jupiter komen. 

Allen hebben een taak; zij die van Mars komen hebben weer een andere taak, die echter niet op aarde ligt. 

Wat wij leren in de astrologie, dat Mars-typen bepaalde trekken hebben, was oorspronkelijk waar, maar is allang verloren gegaan; hun karaktereigenschappen, hun manier van denken is vrijwel dezelfde gebleven. Het uiterlijk ging teloor in de mengkroes. 

Een geboortehoroscoop is dus voornamelijk van toepassing op dit tijdelijke leven, op de tijdelijke mens, maar zegt niets van zijn oorspronkelijke afkomst. 

Althans onze moderne interpretatie van de astrologie weet dit niet meer. 

Onze interpretaties zijn vaak bezijden de waarheid, omdat we onze oorspronkelijke kennis verloren hebben en het is logisch dat ook hierin onze afkomst ons stempelt. 

We zijn, door een catastrofe, dan wel door straf, of door nieuwsgierigheid, of een enkele keer vrijwillig, hier op aarde samengevoegd en we moeten er van maken wat er van te maken valt. 

Als we de aarde vernietigen - hoewel de Grote Geest dit nooit zal toelaten - we kunnen altijd slechts een gedeelte vernietigen, verliezen we een tehuis. 

Terug van waar we kwamen kunnen we niet meer, althans niet voordat de Grote Geest het tijdstip aangeeft. 

En waar moeten we dan heen? 

Vandaar de veel verbreide angst voor een milieucatastrofe, we herkennen het, we vrezen het en we trachten het te voorkomen; dit zijn de instellingen van de verschillende typen. 

De geschiedenis zal zich gaan herhalen, ook in dit opzicht. 

De reden is: de mens vervalt altijd weer in zijn oude fouten, zijn nieuwsgierigheid breekt hem de nek, zijn arrogantie doet hem vallen en zijn misplaatste liefde verstikt hem. 

Het zijn de ingeschapen fouten in zijn oorsprong, fouten die hij pas nivelleert indien hij volkomen is geworden. 

En de volkomenen kwamen, en komen, van buiten ons zonnestelsel.  Dat zijn de ware goden. 

Wezens die tijdelijk een menselijke gestalte aannemen om de knoeiers op aarde te helpen. 

Er doen legenden over hen de ronde, maar niemand kent hen waarlijk, omdat zij nooit over zichzelf spreken. 

Zij komen en gaan volgens hun opdracht, en doen wat zij doen moeten, onverschillig hoe de mensen op aarde hierover denken. 

Zij zijn de redders, maar ook de vernietigers, indien dit nodig is. 

Zij kunnen lijken op Shiva, hij die vernietigt en herschept.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene