Uranus, de universele heerser

Vanuit de Griekse mythen kan men terugvinden dat Uranus van oudsher de heerser is geweest. 

Zelfs in de Indiase legenden vindt je dit terug; de hallucinerende paddestoel bijvoorbeeld, heeft als oorsprong het geslacht van Uranus dat in de oceanen viel en zo de mensheid voorzag van een paranormale gave. 

Dat kun je niet van alle paddestoelen zeggen; er zijn geen andere oorspronkelijke Uranus-planten of bomen, wel dieren. 

Uranus heet nu een mysterieplaneet; hij heeft niet altijd tot ons zonnestelsel behoord, maar kwam op een gegeven moment ons zonnestelsel binnen. 

In de oudste Griekse mythologie is Serapis de helende godheid, hij komt oorspronkelijk uit Egypte en kan als Uranus worden beschouwd. 

Zij noemen hem de Algodheid die de Egyptenaren en de Grieken verbindt. 

Osiris en Apis stammen van hem af. 

De Egyptische Ptah is ook een aanzicht van Uranus, hij is de alleenheersende. 

De voornoemde godendrieëenheid kun je in de planetentaal verwoorden als: 

Uranus, de schepper en alleenheerser; 

Jupiter, de tot leven brengende; 

en Saturnus, de levensbehouder, maar ook de begrenzer. 

Onder deze drie staan weer drie andere.  

Elk van hen heeft zijn eigen dienaren en hun schepsels hebben altijd als taak de aard van hun godheid uit te dragen.

Uranus-mensen - NIET astrologisch - zijn de scheppers in de meest hoge betekenis van het woord. 

Jupiter-mensen dragen de scheppende idee verder en zorgen voor het leven. 

Saturnus-mensen bewaren dit leven en beperken het tot de "grens tot hiertoe en niet verder".

Uranus vindt assistenten in Neptunus en Pluto, in de Griekse mythologie afgebeeld als: Poseidon en Nemesis. 

Als je in de oudste overleveringen leest dat de tijden "waarin de goden terugkeren", gepaard zal gaan met verschrikkelijke catastrofen, dan wil dit eenvoudig zeggen, dat het moment waarop de goden ingrijpen altijd is NA een catastrofe, omdat zij moeten zorgen dat het leven verder gaat. 

In die directe natijd spelen dus Uranus, Jupiter en Saturnus een grote, of liever gezegd, een fundamentele rol en hiermede ook hun schepsels. 

Uranus-schepsels komen altijd vrijwillig op aarde, zij hebben een aards kleed, passen zich aan aan de aardse omstandigheden, maar hebben altijd een belangrijke taak, bezien in het voortbestaan van de schepping en de schepsels. 

Ook bij hen zijn gradaties, hun taken hebben echter altijd betrekking op het voortbestaan. 

Zij zouden zich kunnen laten slachtofferen door hun tijdelijke wezen, dus hun aardse persoonlijkheid, maar voor hen is dat funest indien zij falen, dus trappen in de valstrikken van de aardse geneugten, onverschillig wat dit is, als zij daardoor hun taak niet uitvoeren behoren zij tot de "uitgestotenen", tot hen die in die z.g. buitenste duisternis gaan leven. 

Zij zijn de enigen die werkelijk, om het bijbels uit te drukken: een "zonde tegen de Heilige Geest", d.w.z. tegen hun levenschenkende geest, Uranus, kunnen begaan. 

Al de anderen kunnen hun misstappen herstellen, zij niet, zij worden buitengesloten; hun Uranus-gaven worden hen ontnomen en zij worden "dolenden" en zullen nooit meer kunnen vinden wat zij zoeken. 

Medelijden behoef je met hen niet te hebben, want zij behoorden tot de grootsten, tot hen die uitgesproken gaven bezitten, een reddende gave.  

Misbruiken zij deze gave, dan wordt hen die gave ontnomen, en zij zullen in elke incarnatie het gevoel hebben dat zij iets verloren hebben dat zij nooit kunnen terugvinden. 

Vaak gaan zij gebukt onder een ongeneeslijk schuldbesef en proberen zij op alle manieren iets goed te maken, hoewel ze niet meer weten wat. 

Zij waren uitverkorenen, maar worden dolenden zonder tehuis. 

Zij stonden onder een hoge wet doch negeerden deze, en hieruit kun je opmaken dat het is zoals de ouden zeggen: Falen is altijd mogelijk, er zijn geen volmaakte mensen, hoewel er wel Volmaakten zijn. 

Maar dat zijn degenen die nog nooit met de aarde hebben kennis gemaakt. 

De Pistis Sophia is hierin ook duidelijk, omdat, eenvoudigweg, Valentinus tot de Uranus-mensen behoorde. 

We gaan dus nu weer de tijd in waar de Uranus-mensen geroepen worden tot een taak en naast hen de Jupiter-mensen en de Saturnus-mensen, althans speciaal in de komende tijden, zullen zij de leidinggevenden worden. 

Elk Uranus-mens heeft een moeilijk leven, bezien in de ogen van de aardsen of de materialisten; zij worden op de proef gesteld OF zij hun taak op zich kunnen nemen, dus hun leven is tot aan een bepaald punt een tentamen. 

Zij moeten aan veel strengere voorwaarden voldoen en voor hen geldt geen excuus. 

Een Uranus-mens zijn heeft niets met de ene of andere  religie of overtuiging te maken. 

Voor hen geldt hetzelfde als voor de andere incarnerende wezens: als zij op aarde komen krijgen zij een teug vergetelheid en zij moeten deze dus, net als de anderen, doorbreken. 

Zij hebben zwaardere omstandigheden te overwinnen, doch bezitten een sterkere intuïtie of/en een sterkere herinnering. 

Vanuit hun afkomst zijn zij onzichtbaar: Uranus-wezens zijn etherisch en ongeslachtelijk. 

Onder hen zijn de vele bekende z.g. Boodschappers. 

Niettemin zijn er ook lagere Uranus-wezens. 

Zij zijn degenen die vooral voortkomen uit de zeven Heilige Wetenschappen - oorspronkelijk waren het er negen - en allen zijn zij ergens in gespecialiseerd.  

Elk van hen kan één dan wel enkele van die oude heilige wetenschappen als zijn gaven zien. 

Het zijn deze wetenschappen die de mensheid gaan dienen of de mensheid gaan uitredden. 

Uranus-mensen vinden elkander altijd en kunnen altijd met elkander samenwerken. Zij zullen nooit strijd met elkander hebben, voor hen zijn die aloude regels, die in de esoterie worden geciteerd, van toepassing: dezelfde zielen vinden elkander.  

Dat is op geen van de andere planeetwezens van toepassing, zelfs niet op de Jupiter-mens. 

Strijd is hen onbekend, zij zijn de scheppers, de redders, de universeel denkenden.  

Zij kunnen met geen menselijke maat worden gemeten. 

Slechts de Jupiter-mensen herkennen hen onbewust, omdat zij zich tot hen aangetrokken voelen en de Saturnus-mensen zullen steun bij hen zoeken. 

Deze aantrekkingskracht is niet hetzelfde als sympathie, het is een diepergaande herkenning. 

Jupiter-mensen worden door hen onbewust dan wel bewust op hun taak gewezen; Saturnus-mensen vinden in hun een antwoord op verborgen vragen.  

Nu de komende tijden zwaar worden voor Europa is het logisch dat de Uranus-mensen en de Jupiter-mensen zich in eerste instantie verzamelen. De Saturnus-mens komt wat later, hij gaat bewaren hetgeen de Uranus- en de Jupiter-mens hebben hersteld. 

De tijd nadert dat de schepsels op aarde, vooral in Europa, gedwongen zullen worden een nieuw levensmilieu te zoeken. 

De levensomstandigheden worden verknoeid en dit zal niets nieuws zijn voor hen die hun ogen openhouden en niet wegdromen in symbolentaal. 

Uranusmensen zijn altijd waarschuwenden geweest, hoewel zij weten dat slechts enkelen luisteren. 

De Jupiter-wezens, de Saturnus-wezens en de Venus-wezens luisteren, de anderen niet.  

Het zijn dan ook de voornoemde vier die je voor de heropbouw nodig hebt. 

En de voorwaarden voor de heropbouw zijn hard: vijandige elementen worden geweerd; inzichtlozen en afhankelijken worden geweerd; het gaat om een nieuw begin en als het begin niet goed is, komt er niets uit voort. 

Dan geldt opnieuw de wet van de oersituatie:

scheppers; 

levengevers; 

instandhouders; 

voortbrengers. 

Uranus - Jupiter - Saturnus - Venus. 

Het is het oervierkant van de schepping. 

Profiteurs doen niet mee. 

Het profijt dient het voortbestaan. 

De natuur profiteert van haar gaven, maar kent geen winstbejag. 

Een Uranus-mens kan al deze vier fundamenten dienen. 

Hij heeft één eigenschap die herkenbaar zal zijn bij hen allen: zelfverloochening terwille van ...... en dat is dan hun specifieke taak. 

Daarnaast kunnen zij alle aardse persoonlijkheden hebben, elk zodiakaal type, hoewel dit altijd in overeenstemming zal zijn met hun taak. 

Hun wegen worden echter altijd op onvoorziene wijzen naar elkander toe geleid. 

Zij hebben allen een gemeenschappelijk doel, nooit een egocentrisch doel. 

Hun aardse persoonlijkheid zal hierin mede moeten bewegen, indien niet dan kan dit fatale gevolgen hebben, zoals we voorheen zeiden. 

Hun toets kan hen doen vallen. 

Toetsen komen in de vorm van mensen, van omstandigheden, van materiële zaken. 

Hun gaven zijn ingeschapen en verworven, maar in het leven moeten zij hen zelf blootleggen, dus ontwikkelen. 

Een Jupiter-wezen dat zijn taak verraadt kan in een volgend leven dit herstellen, hij krijgt opnieuw een kans, een Uranus-wezen krijgt deze kans niet weer. 

Uranus-wezens hebben onderscheidingsvermogen en weten wanneer hun tijd, hun taak hen roept. 

Zij weten eveneens wat hun taak zal zijn, daar zij er, op de ene of andere manier, altijd zijdelings mee bezig zijn. 

Zelfs bij kinderen gebeurt het, dat zij die taak beseffen, een sterk Uranus-wezen is een opvallend kind. 

Veelal onbegrepen. 

De enigen die hen begrijpen zullen de Jupiter-wezens zijn, en daarna de Saturnus-wezens, doch deze beiden hebben zeer lange tijd nodig om te ontwaken, ALS zij in dit leven al ontwaken. 

Een Uranus-wezen ontwaakt altijd, hetzij vroeg hetzij laat, maar  als hij ontwaakt zal het NOOIT te laat zijn om zijn taak te verrichten, ten dele dan wel helemaal. 

De anderen kunnen hun taak verzaken. 

Dat geeft hen een schuldgevoel of een heimwee, of iets onbevredigends, maar zij kunnen er aan voorbijgaan tot in lengte van dagen en tot in lengte van levens. 

Wel, zoals ik al eens heb gezegd, er komt een moeilijke tijd op ons allen toe, iets dat moeilijk kan worden ontkend. 

De optimisten negeren de waarschuwingen, de pessimisten geven de hoop op, maar de voornoemde planeetwezens willen en moeten zich gereedmaken.  

Zij behoren allen te weten dat theorieën nu niet kunnen tellen, en zij behoren allen te weten dat zij zich van de onbelangrijke dingen moeten afkeren, omdat er iets fundamenteels op het spel staat. 

Het knellende obstakel zal altijd zijn: moet ik dan loslaten hetgeen ik ken, hetgeen ik bezit, hetgeen ik, als aardse goederen, verworven heb. 

Ja, dat moet, er is geen compromis. 

Iedereen zal hiermede wachten tot het beslissende ogenblik, maar de voornoemde typen zullen eerder beginnen, omdat zij een taak voelen.  

Bovendien zullen zij, indien het Uranus-wezens zijn, nauwelijks hangen aan het aardse verworvene. 

Hoogstens is er even een conflict met de aardse persoonlijkheid. 

Niet noemenswaardig voor het Uranus-wezen. 

Voor de anderen wel. 

Het is van tevoren nooit te voorzien hoeveel Jupiter-, Saturnus- en Venus-wezens de Uranus-initiator tot hulp zal krijgen; het gaat erom hoe de laatsten op het moment suprême gaan handelen. 

Betrouwbaar - in dit opzicht - is er geen één, daar zij allen hun persoonlijkheid moeten overwinnen. 

De Saturnus-mens is trouw, maar WAARAAN zal hij trouw zijn? 

De Jupiter-mens is niet trouw, hij dient de voortzetting, en WAT gaat hij voortzetten? 

De Venus-mens is evenmin trouw, hij dient de harmonie, maar WAAR?  

Het is net als de mythen zeggen: Uranus is de enige, de alomtegenwoordige, maar hij is niet verdeeld. 

Van hem gaat alles uit, maar hij is alleen. 

De Uranus-mens is alleen, maar niet eenzaam, hoewel de velen hem niet begrijpen. 

Alleen met zijn ingewortelde, of ingeschapen opdracht, alleen tegenover die fatale mogelijkheid van falen, alleen dus tegenover zijn intuïtie en geweten. 

Niemand kan hem echt helpen, noch raad geven, omdat hij diep in zichzelf eigenlijk alles al weet. 

Beter weet dan de naasten, vandaar dat de valkuil van de hoogmoed wijd voor hem open staat. 

Als hij met zijn ontwikkeling begint, zal hij steeds meer weten en vooral gaan beseffen dat hij volkomen anders is dan zijn naasten.  

Er zal steeds meer een "licht opgaan". 

Als schepper, dus als voorganger, krijgt hij grote verantwoordelijkheden, hierop zal hij in zijn leven worden getest. 

Hij wordt verantwoordelijk voor de levens van de uitgeredden, en dit niet in religieuze, maar in het heden vooral in realistische zin. 

Het begrip "uitredden" is zo dikwijls misbruikt. 

Degenen die belangrijk zijn voor het voortbestaan van de leefmogelijkheden, die worden uitgered. 

De Grote Wet is effectief. 

Medelijden is een onbekend begrip. 

Vernietiging dient een herstel. 

Uranus behoort bij een hogere wereld, hij inspireert ons denken, d.w.z. hij vult dit met hogere kennis, dus hij is de schepper van het verlichte, of herschapen denken, een denken waarover Hermes Tresmegistos spreekt. 

Uranus-wezens denken totaal anders dan de andere planeetwezens. 

Zij denken in meerdere dimensies, worden geïnspireerd door een onbegrensd denken, dus krijgen kennis uit hogere gebieden. 

Een kennis die beslist niet mediaal verkregen is, daar de feiten kunnen worden getoetst; zij krijgen hun aanwijzingen en opdrachten uit een andere sfeer, NIET uit de dodensfeer, maar uit de trillingen van het absoluut onaardse. 

Uranus-mensen zijn noch fanatici, noch dwepers, noch dromers. 

Hun taak is daarvoor te reëel en iedereen weet dat noch dromers, noch dwepers, noch fanatici het leven en de zin van het leven dienen. 

Elk scheppend mens, op welk vlak hij zijn scheppingen ook verricht, weet dat scheppen het gevolg is van inspiratie, in de beste betekenis, en elk scheppend mens, als hij zijn gave niet misbruikt, zal daarmede zijn medemensen dienen. 

Dit bewezen bijvoorbeeld de kathedralenbouwers. 

Kathedralen werden gebouwd onder de opperste leiding van Uranus-, Jupiter- en Saturnus-wezens. 

Vandaar de bijzonderheid van de Gotische kathedralen. 

Na deze verviel de kathedralenbouw tot imitatie of verloren de bouwers hun inspiratie, de Uranus-mensen hadden zich teruggetrokken.  

Men noemt de kathedralenbouw immers "de laatste gnostieke getuigenis in steen". 

Uranus-mensen komen en gaan op de tijdstippen dat zij nodig dan wel niet meer nodig zijn, of nog niet nodig zijn, omdat de tijd nog niet rijp is. 

Om ons heen ziende zullen we allen kunnen bemerken dat er iets rijpt, en daarom zullen de voornoemde vier typen wezens - als ze ontwaakt zijn en dat MOETEN ze zijn - zich hier en daar aaneensluiten. Want de menselijke hoogmoedige vernietiging is tot aan een grens gekomen. 

Die het zien kan - zie het! 

Die zich onrustig gevoelt met betrekking tot zijn leven - bezinne zich. 

Die twijfelt - herstelle zich. 

De neergang heeft de langste tijd geduurd, de ingreep is niet ver meer. 

Laat degene die weten waarom het gaat zich gereed maken. 

Het is bijna middernacht. 

Ga de feiten niet uit de weg, allen, die weten of vermoeden dat zij een taak hebben! 

Er is geen middenweg meer, de keuze moet gemaakt worden. 

Hoe eerder er wordt besloten des te sneller zal er vrede in ons zijn.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene