V

Het 10de Uur zegt:

"Het is de sleutel tot de astronomischen cyclus en tot de kringloopbeweging van het leven der mensen."


Het getal 10 is door alle eeuwen heen een heilig getal geweest en men zag er de symboliek in van de eeuwigheid en de tijd: de nul (0) als eeuwigheid, en de tijd als de één (1), d.w.z. de eerste mens die in de chaos indaalde - "Adamas". 

10 is, zoals het 10de uur zegt, de sleutel van de astronomische cyclus, omdat - ook volgens de ouden - alles uit 9 bestaat. 

Het 9de Pad in de Kabbala is het Pad van de zuivere Intelligentie. 

In het Gebied van het Intellect bestaan 9 koren der engelen. 

En er zijn 9 engelen die de hemelen besturen. 

Er zijn in het gebied der Hemelen 9 beweeglijke sferen: 

het primum mobile, de allereerste beweging, de oorzaak van alle beweging; 

de met sterren bedekte hemel; 

de sfeer van Saturnus; 

die van Jupiter; 

die van Mars; 

die van de Zon; 

die van Venus; 

die van Mercurius; 

en die van de Maan.

In het gebied van de Elementen kent men de 9 edelgesteenten: saffier, smaragd, robijn, beril, onyx, chrysoliet, jaspis, topaas en sardonyx. 

In het Lagere gebied zijn de 9 innerlijke en uiterlijke zintuigen: geheugen, meditatie, verbeelding, gezond verstand, gehoor, reuk, gezicht, smaak en gevoel. Er zijn 9 soorten duivelen: valse geesten, leugenachtige geesten, boze geesten, wrekende geesten van goddeloosheid, bedriegers, luchtgeesten, misdaad verspreidende furiën, beproevers of uit-pluizers, en verleiders. 

Het duidt er allemaal op dat het getal 9 een besloten geheel aanduidt: het is een afgerond iets. 

Het getal 10 is het begin van een cyclus: een hernieuwde, herhaalde beweging. 

Het is samengetrokken immers weer het getal 1. 

Het is tevens het getal van Gods Hand, Degene die de negenheden dus tot aanschijn bracht. 

Daarom bevindt zich daarin de sleutel van de hemelen, hun bewegingen en sferen, en de sleutel van het leven der mensen, omdat de mensen beheerst worden door al die bewegingen die zich binnen de negenheid voltrekken. 

De rondgaande beweging der mensen, zoals het 10de Uur stelt, verwijst dus naar een herhaling, de reïncarnatie, het voltrekken van een mensheidscyclus in het hiernamaals en op aarde. 

Er is dus - binnen dit getal 10 - geen dood. 

Hieraan kunnen de Steenboktypen eens denken, die eigenlijk de opdracht hebben het saturnale, het gebondene te overwinnen. 

Zij hebben ook de neiging terug te schrikken voor vrijheid en de z.g. sprong over de afgrond en dus terug te keren tot de oude bekende zekerheid, hun rots. 

De Steenbok moet met behulp van Gods hand de beweging in gang zetten, de bevrijdende cyclus openen en zichzelf daardoor dus HER-scheppen.

Het getal 10 is een verbintenis tussen hemel en aarde en veelal hebben de aardse mensen het geheimenis van het getal 10 vergeten, dus de sleutel tot het boven en beneden verloren. 

De oude rabbijnen zeiden zo mooi dat het Hebreeuwse equivalent van het getal 10 de Jod is, welke, zo zeggen de oude rabbijnen, God afnam de ï van de naam Saraï (Shin Resh Jod) en deze in tweeën deelde en de ene helft aan ABbram gaf, die toen Abra-Ham werd, en Saraï werd Sarah (de helft van 10 = 5 en vijf is de Hebreeuwse Hé). 

Sinds die tijd wisten Sarah en Abraham niets meer van de Sleutel tot het geheimenis dan door middel van het getal 5 of de Hé. 

In de getallensymboliek bezit de Vijf-er of de Vijf-mens een onbewuste, ondefinieerbare herinnering aan het onaardse, van-daar dat deze mensen altijd op zoek zijn naar iets, gedreven door een innerlijke onrust. 

Aristoteles zei dat "Sommige wijsgeren beweren dat Ideeën en Getallen van dezelfde natuur zijn en in het geheel 10 tellen." 

10 heeft altijd te doen met een ontsnapping aan de gebondenheid, een vereniging van het concrete en het abstracte. 

Het is de verborgen opdracht van iedere mens om de Sleutel tot de Vrijheid te zoeken, maar in het bijzonder is het de beproeving van het Steenboktype. 

Indien de mens niet zou geloven dat hij een gevallen god was, zou hij zich tevreden stellen met alles wat hij op aarde kan krijgen. 

De geestelijke zoeker zoekt de weg terug tot die vergeten godheid, die in hem echter als een vage herinnering aanwezig is. 

Het l0de uur is de aanzet tot het en symboliseert "het Rad des Levens", een beslissend wiel dat hemel en aarde omspant, waaraan de Azoth - de ziel - omhooggaat om de "sfinx met het zwaard" te ontmoeten, en de "slang met de mensenkop" naar beneden gaat. 

Zowel in de Tarot als in het Nuctemeron spreekt men de ziel aan en niet de lichamelijke persoonlijkheid, het is altijd die innerlijke, gevallen godheid die belangrijk is. 

Vanuit de tiende sfeer of vanuit het getal 10 keert men tot de sfeer van de magie en van het beheersen van de aardse of tegenspelende machten. 

Het is de sfeer van de Waterman, maar ook de sfeer van het doorgeven van hemelse boodschappen. 



Het Elfde uur zegt: 

"De vleugels der genieën bewegen zich met een mysterieus geruis, ze vliegen van de ene sfeer naar de andere en brengen van wereld tot wereld de boodschappen van God." 


Het is hier de heilige inspiratie, die vorm van onaantastbaarheid en heiligheid of verhevenheid, waar de Watermannen zo gek op is. 

Hij is immers degene die goed wil doen. 

In de Hindoe-astrologie wordt hij uitgebeeld door iemand die een kind naar zijn moeder brengt. 

Hier is er sprake van genieën, onaardse wezens, inspiratieve wezens, die het goddelijke overbrengen. 

In de elfde kaart van de Tarot wordt de "Magische Kracht of Macht" uitgebeeld: dat wat BOVEN het aardse staat en het beheerst, overwint het, of regeert het. 

Om tot deze overheersing te komen moet men echter beschikken over de roeping van de genieën of over een boodschap Gods. 

Het woord "genie" als aanduiding van een zeer begaafd mens, is hier tekenend: hij wordt geïnspireerd door een goddelijke bood-schap. 

Een genie, in de oude betekenis, is een wezen dat inzicht heeft in alle sferen, met alle sferen in contact kan staan, en toch die boodschap Gods niet verliest. 

Hij straalt macht en verhevenheid uit. 

Een eigenschap die de Waterman dolgraag wil bezitten en soms schijnbaar bezit. 

Op de Tarotkaart ziet men een vrouwenfiguur een leeuw met de handen temmen. 

De leeuw is het symbool van koninklijke macht of van de zon, de persoonlijkheid, of van de Koning der Dieren. 

Maar altijd is er sprake van een vurige energie, die getemd moet worden en wel door het zwakke of vrouwelijke in ons, het ontvankelijke deel, dat wat luisteren kan, dat wat in contact kan komen met de hemelen via een inspiratie. 

Een genie krijgt zijn boodschappen door, of wordt geïnspireerd via zijn ontvankelijkheid, of zijn gevoeligheid met de kosmische trillingen. 

Als ons ineens "een licht opgaat", of we plotseling een uitweg zien, komt zoiets nooit uit berekeningen, maar vooral uit inspiratie. 

Het is de inspiratie die uit de vrijheid komt; daar waar de menselijke berekeningen falen, daar waar de mens zich moet overgeven aan een Hogere Leiding. 

Het is die Hogere Leiding die alles aan het z.g. toeval kan over-laten en alles toch geruisloos en feilloos kan laten draaien, omdat die Hogere Leiding nooit wordt verrast door het onvoorziene. 

Het onvoorziene bestaat alleen binnen de beperking; in onze beperkte hersenen ligt het onvoorziene buiten de maatstaf van ons denkvermogen. 

Alles wat we verstandelijke niet kunnen begrijpen, is het z.g. onvoorziene, maar dit is natuurlijk slechts in onze ogen zo. 

Vandaar dat de ene mens een geheel ander idee heeft over het onvoorziene dan de andere, het ligt er maar aan in hoeverre het onvoorstelbare, niettemin aanwezige, wordt ingebouwd. 

Het paranormale b.v. is voor veel mensen het onvoorziene en het ondenkbare, niettemin bewijzen de feiten dat het bestaat. 

Het overgrote deel van de mensen dekken zich in tegen het onvoorziene, door verzekeringen b.v., omdat men het onvoorziene vreest, het is een spelbreker. 

Het laat zich niet aan banden leggen door menselijke beramingen, maar de mens die een "genie" is, werkt ermede, omdat hij macht en/of magische kracht bezit. 

Door deze gave wordt het onvoorziene voor hem tot een voordeel, of een geluk. 

Genieën, zoals de ouden deze zagen, zijn wezens die de aardse mens een goddelijke bezieling of een inspiratie geven, daarom bewegen zij zich op vleugels en ook met een mysterieus geruis: de massamens begrijpt niets van hen en roept dus uit: het is een genie! 

Maar het genie zelf weet waar zijn z.g. genialiteit vandaan komt. 

Het getal 11 is een maangetal, een mysterie-getal, het is ver-borgen, maar het is een verhoging van het getal 2. 

Het is de gloed van de vrijheid die wezenlijk wordt ondergaan, een hemelse vrijheid dus, die zijn aanzet in het getal 10 had.

Je verheffen "op vleugels" betekent immers dat je de aardse zorgen achter je laat; de verschillende uitdrukkingen als: "ik kreeg vleugels" en "ik voelde me alsof ik vleugels had", slaan altijd op onaardse gewaarwordingen, banden die verbroken worden. 

En als die banden verbroken zijn, krijgen we onaardse sensaties, die we dikwijls niet kunnen duiden als we onze vleugels weer verliezen. 

De Waterman leeft graag met zijn hoofd in de wolken, hij trekt graag een schijn van heiligheid of onaantastbaarheid om zichzelf heen. 


En als dan het Twaalfde Uur slaat dan komt er de grote Om-wending, want het element vuur wordt dan weer ingeschakeld. 

"In het Twaalfde Uur worden de werken van het eeuwige licht door het vuur vervuld." 


Nogmaals: Het Vuur is een essentieel element, het vernietigt, verwarmt, verlicht; het heeft met wilskracht en energie te maken, het is het element van de zon en van de hel, waarin de "zondaren verbranden" zegt de kerk. 

Of het Vagevuur waar ze slechts gestoofd schijnen te worden. 

Het vuur is altijd noodzakelijk voor een omzetting, nodig om een feit te bewerkstelligen, zonder vuur blijft alles onwerkelijk. 

Hier vervult het vuur de werken van het eeuwige licht en dit zegt dus dat de energie en de wil zich verzoend hebben met een overgave of een heiliging of heling, zodat zij nog uitsluitend de werken van het eeuwige licht kunnen dienen. 

Volle overgave en dienen zijn beide aanzichten van de Piscesmens of Vissenmens. 

Het is een "gehangen worden met het hoofd naar beneden", zoals de elfde Tarotkaart uitbeeldt.

Het is de legendarische Boom die met de wortels naar de hemelen groeit. 

Het is de goddelijke energie, het goddelijke vuur, dat in dit twaalfde Uur de mens gaat veranderen. 

Het is tevens een einde van een cyclus of van een gevangenschap: de zodiak. 

Hier rukt men zich dus los van de zodiakale invloeden, hier ook worden al die horoscopische beletselen afgeworpen, omdat - als de mens bezield wordt door een goddelijke wil en een goddelijke energie - kan geen enkele aards aspect of dit nu uit dit leven dan wel uit een ander leven komt, hem tegenhouden. 

Vandaar dat horoscopen blauwdrukken zijn van een gevangen mens, nooit van een bevrijde; vandaar dat zij ook nooit de rijkdom van de ziel kunnen aanduiden, wel die van de levenslessen. 

De ziel - als wedergeboren godheid - onttrekt zich aan elke in-vloed en aan elke beperking. 

Als ons "vuur" de werken van het eeuwige licht vervullen, wil dat zeggen dat wij in contact staan met die eeuwigheid en de bood-schappen der genieën begrepen hebben. 

Het is ook in deze betekenis dat de Hindoe-astrologie de Vissenmens uitbeeldt: "als een geraamte op een baar". 

Het is de dood van de oude mens en het volkomen afscheid nemen van alle aardse beletselen. 

Dit vind je enigszins terug in dat "dienstbare" dat vele Vissen-typen hebben of zelfs in dat mediamieke. 

Ieder op zijn eigen wijze speelt met het verbreken van bindingen, zelfs in de sensuele Vis kom je dit tegen, dat spelen met vuur. 

Het doorbreken van vaststaande wetten. 

Doch dit is slechts mogelijk onder de condities van het Nuctemeron. 

Iedereen moet de 12 Uren doorleven en wel op de meest eenvoudige wijze, zonder je te behoeven te verdiepen in theorieën. 

Ten eerste: 

De opstandigheid tegen de Almachtige of het spirituele verliezen.

Ten tweede: 

Yin en Yang, positief en negatief harmonieus samenvoegen. 

Ten derde: 

Geest, lichaam en ziel volkomen ten dienste van het goddelijke stellen. 

Ten vierde: 

De realiteit van de terugkeer tot de Goden inzien. 

Ten vijfde:

Volkomen overgave, in geest, ziel en lichaam aan de instraling van de goddelijke trillingen. 

Ten zesde: 

Zich verbergen in de oergodheid en onbevreesd zijn. 

Ten zevende:

Alle eigenbelang en eigenwaan afleggen en het lijden louteren. 

Ten achtste: 

Harmonie in- en uitademen en innerlijke Vrede doorleven.

Ten negende: 

Zwijgen over dat wat het innerlijke mysterie is. 

Ten tiende: 

De goddelijke boodschap beluisteren en dienend verder dragen. 

Ten elfde: 

Beseffen dat je de sleutel tot HET leven in bezit hebt. 

Ten Twaalfde: 

Niet mijn wil geschiede, maar die van de Grote Geest. 


Dan zullen de Elohim zien dat Alles goed is en ieder die met zulk een mens in aanraking komt zal bemerken dat Alles ten Goede zal komen en werkelijk Goed genoemd mag worden, want het heil der naasten is zijn inspiratie. 

Het Nuctemeron is de twaalfvoudige opdracht voor een Hercules, een geroepene en wie is zo'n geroepene niet als hij beseft een "gevallen godheid" te zijn? 

Het zullen juist degenen zijn die hun roeping gevoelen, die beproefd zullen worden. 

Gedenk daarom uw waardigheid en uw waarde en vergooi het kostbaarste dat u bezit niet, nl. de Sleutel tot de Hemelen, vanwaar u kwam en beluister die ondefinieerbare herinnering die u in beweging tracht te houden. 

En besef dat u hierin nooit alleen staat en dat alle woorden der wijzen, inclusief die van Apollonius, speciaal voor de zoeker - voor u en mij - zijn gesproken en neergeschreven. 

Als dan zovelen zich om ons bekommeren en zovelen ons waardig vinden, zouden we dan niet eindelijk antwoorden. 

Antwoorden: Door Vuur en door Lucht, en door Water en door Aarde, en zo zal degene die nederdaalde uit de hemelen terugkeren langs de stralen der sterren.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene