III

"In het Vierde Uur keert de ziel terug van het bezoeken der graven, het is het tijdstip waarop de magische lantaarns op de vier hoeken der kringen worden aangestoken het is het uur der betoveringen en der begoochelingen." 


Dit  Vierde Uur doet sterk denken aan Orpheus die zijn geliefde uit de onderwereld haalt; en zoals in de Inleiding werd gezien. 

Apollonius wist veel van de Orphische mysteriën. 

Aan de andere kant kunnen we dit Vierde Uur ook vergelijken met Het Tibetaanse Dodendoek, waar de zielen diverse sferen moeten doorwandelen voordat zij tenslotte in hun eigen tehuis komen. 

In die sferen wacht het verleiding en begoocheling, waarbij "de magische lantaarns op de vier hoeken der kringen" een symbool zijn voor het waken over alle invloeden van buitenaf. 

Tevens is dit "plaatsen van lantaarns op de vier hoeken" een zeer oud ritueel, waarbij de magiër wordt beschermd tegen de in-vloeden van boze geesten, zolang hij met zijn rituele praktijken bezig is. 

Het doet ook denken aan de 16de kaart van de Tarot waar de  maan waakt met de wolf en de hond of de beide honden over de mediterende discipel. 

Zodra de zielen terugkomen van de "graven" ondernemen zij een reis door de sferen, wat zij veelal de derde dag na het sterven doen, de tijd is afhankelijk van de verbintenis van de stervende met de aarde. 

Merkwaardige wijze komt de Tarotkaart "Maan" overeen met het Vierde  Uur van het Nuctemeron. 

Dit is de tijd van de Kreeft. 

De Kreeft die zich te dikwijls vastklemt aan fata morgana's, het type dat zo gemakkelijk kan worden misleid door betoveringen en begoochelingen. 

Voor hem is het noodzakelijk dat de Vier magische Lantaarns worden geplaatst, opdat hij niet in handen van bedriegers zal vallen. 

"Sterven is zoiets als slapen", zegt een uitspraak; en hier in dit Vierde Uur staan we voor een ontwaken of een dromen. 

In de droom is menigeen onbekleed d.w.z. niet alert genoeg om de droombeeltenissen te herkennen of zich ertegen te verdedigen. 

Zo kunnen we de situatie van de "zielen, die terugkomen uit de graven" ook voorstellen. 

Het Kreefttype beleeft vaak een droom tijdens het leven; hij is te emotioneel om voldoende realiteitszin te hebben. 

En niets is misleidender dan emotionaliteit. 

De "Vier hoeken der kringen" zijn beschermende velden; een kring is altijd een magisch symbool, het is de oercirkel van de mandala, een tekening die alles wat er binnenkomt beschermt en intensiveert. 

Iemand, die zich binnen een kring plaatst heeft een beschermend veld om zich heen getrokken, en wanneer dan nog Vier lichten er omheen staan, is hij tegen alle hoeken der aarde: noord, oost, zuid en west beschermd. 

Hetzelfde doen de Indianen met hun Heilige Pijp: zij sluiten via rituele gebaren met deze Pijp de vier windstreken af tegen boze invloeden of - anders gezegd - ontsteken deze door het heilige vuur. Het buigen naar de vier windstreken of het water sprenkelen naar de vier windstreken, hebben dezelfde betekenis; in het Hindoeïsme is dit b.v. in zwang. 

Ik memoreer dit even om te laten zien hoezeer sommige aanhalingen in het Nuctemeron overeenstemmen met de alleroudste gebruiken. 

Hierin kunnen we de gezamenlijke bron van de diverse leringen herkennen en het is altijd beter uit die gezamenlijke bron te putten, dan te drinken uit de vervuilde of opdrogende zijstromen. 

Het vijfde Uur heeft een heel korte tekst: 

"De Stem der grote Wateren zingt de God der Hemelse Sferen." 

Hoewel de tekst kort is, is de inhoud zeer diepzinnig en groots. 

De "stem der grote wateren" duidt op een etherische stem, de stem van al het zijnde, want uit de wateren werd al het zijnde geboren. 

Het doet denken aan de tekst "En de geest zweefde over de wateren" waarna alles "goed" was. 

Hier is sprake van een herstel of een hernieuwing. 

"De stem van die wateren" verheft zich tot de God der sferen. 

Vanuit de oergrond van al het zijnde verheft zich dus een stem als een roepende en als een herkenning. 

Het schijnt dat hier "God" opnieuw zijn schepping tot zich roept. 

Het is dus een beslissende fase en dit Vijfde Uur is dan ook goed te vergelijken met het Leeuwtype, of de vijfde kaart van de Tarot, de Magiër of Hiërofant, of zelfs met de vijfde boetezang van de Pistis Sophia, waarin de Sophia een intens lofgebed uitspreekt en haar vergissing volkomen erkent. 

Het is de stem die vanuit het diepste diep komt en het Leeuwen-type, als type van de Zon, moet een intense omkering bewerkstelligen, wil het - naast zichzelf - zo volkomen een andere kracht kunnen loven. 

Hier lijkt een omwending plaats te vinden, die geen terug meer kent en die zich fundeert in dat intense berouw en die waarachtige spijtbetuiging, die zich uit, ofwel in een uitgeschreeuwd lof-gedicht, dan wel in een intense kreet om hulp. 

Het is de tijd van het knielen van de hoogmoed; heel het Nuctemeron beschrijft een strijd waarin demonen zich omwenden en verdwaasden de weg terugvinden. 

Dat is ook logisch: De 12 Uren zijn als 12 stadia, die door iedere - in de chaos verblijvende - ziel doorschreden moeten worden, beter gezegd doorleden moeten worden. 

Alle mythen en legenden die verwijzen naar 12 Opdrachten, 12 Boetezangen, 12 Uren duiden op de omwending van de ziel, d.w.z. de gevallen godenzoon, die in ieder van ons leeft. Het begin is de eenheid; dan volgt de vereniging: de tweeheid; dan het geïnspireerd worden: de drieheid; dan het bevestigen en het funderen van de weg-terug: de vierheid. 

En dan de omwending: de vijfheid, die echter tevens wordt gekenmerkt door een achteruitzien, zoals het getal 5 ook laat zien.  (>5<) 

Het is het omzien naar degenen die de discipel vervolgen, het omzien naar b.v. tegenstand en spot. 

Het even stilstaan ook bij de twijfel: Bén ik op de goede weg? 

Al deze beroeringen vinden we ook terug bij de Sofia, die aan de ene kant haar God looft en verheugd is Zijn Licht te zien, maar aan de andere kant wordt verscheurd door de twijfel en de ongelovigheid betreffende de eigen kracht. 

Het is de eigenschap die de Leeuwmens verbergt: de hoop dat degenen die hem te na zijn gekomen, zullen worden gestraft en   de diep verborgen angst dat zijn eigen krachten tekort zullen schieten. 

Het is het type dat stralend van overtuiging Gods lof kan zingen, terwijl hij innerlijk zijn kleinheid vreest. 

Daarom moet in dit Vijfde Uur de lof en de stem uit de diepste en grootste wateren komen. 

Men moet zichzelf binnenste buiten keren en alle maskeraden afwerpen en met zijn diepste zelf Gods lof zingen, opdat de uiterste hoeken van het zelf zullen worden doorlicht en alle angst en vrees zullen worden uitgebannen. 

Het is dus een kwestie van waarachtigheid; een totale overgave die voor een Leeuwmens moeilijk is, zolang hij zich nog verheft op de eigen hoogmoed. 

Het vergt Hoge Moed om zijn eigen kleinheid te erkennen en tevens vraagt het hoge moed om zich zo totaal over te geven en de risico's of de consequenties te negeren. 

Want vanzelfsprekend wanneer "de Stem der grote Wateren de God der Hemelse sferen gaat lofzingen", komt er een reactie van de tegenstanders van hen die zich een eigen home willen scheppen in een tijdelijke sfeer, de materiële sfeer. 

Als de Stem der Wateren de God der Sferen gaat lofzingen, zijn de oerzielen van Water en van Lucht bezig zich te verenigen. 

Dan worden de emoties of gevoel en het denken - de lucht - samengesmolten, dan zullen de wateren niet meer door de luchten worden opgezweept en houdt het vuur zich stil, opdat zijn kameraden elkander zullen kunnen vinden in hun diepste geheimenis. 

De Sferen - de Lucht - is het element van transport, het draagt alles mede, kracht en vuil, schoonheid en begeestering. het is de Transporteur van DE ANDERE ELEMENTEN. 

En het kan zich ook verenigen met alle 3 de overige elementen. 

De God der Sferen is de alomtegenwoordige God, want de lucht is in allen en doordringt allen; het is de Adem des Levens en verbergt zich in de "od" - de ether. 

God is in allen en alles, want Hij is in de adem en de "od", en zonder deze beide kan geen schepsel bestaan. 

God is, zoals de Ouden zeiden en zoals Apollonius beslist ook geweten heeft, het "Atoum", het atoom waaruit alles en allen zijn opgebouwd en dat bestaat bij de gratie van de lucht. 

Lucht is leven; de ergste ziekte van onze moderne maatschappij wordt genezen door b.v. lucht, d.w.z. leven. 

De mens, het schepsel, moet symbolisch en reëel, lucht hebben. 

Iemand, die verdrukt wordt, sterft en dit zowel geestelijk als lichamelijk. 

Daar waar iemand wordt verdrukt, wordt de "od" en de adem uit hem weggedrukt en daarmede sterft het atoom, de Atoum. 

Niet voor niets hebben het woord adem, odem en atoum of atoom veel gemeen. 

Er is een filosofische opvatting die zegt, dat alle woorden die met het voorvoegsel "ad" of "at" beginnen de oudste woorden zijn in de mensheidshistorie en altijd betrekking hebben op de wortel van het menselijke ras. 

Adam - Atlantis - Atoom - Adem. 

De A is het letterteken van de Vader, de D het letterteken van het aardse: de drift of de donder of de duisternis. 

A en D tezamen vormen een  vereniging van boven en beneden en vertegenwoordigen dus die oersensatie van de indaling in de chaos van de Adamas, de zoon der hemelen. 

De D en de T hebben beide iets met de aarde te maken, het aardse dat zich verenigt met het hemelse. 

Let u maar op hoe u de letters uitspreekt, voor beide moet de tong tegen het verhemelte aantikken. 


Als dan die Grote Wateren de God der Sferen lofzingen, komt er een geweldige beweging in het heelal, er is een ontsteltenis en dat begin beschrijft het Zesde Uur:

"De geest hield zich onbeweeglijk, hij ziet de helse monsters tegen hem optrekken en hij is zonder vrees." 

Indien dus zulk een gebeurtenis plaatsvindt waarbij de oer-wateren de God der Sferen lofzingen, is er eerst een intense onbeweeglijkheid, een alles doordringende stilte. 

Dat is het moment van omwending zelf: het is de bemiddelende stilte, waarin de handeling zich voltrekt, het is de middelaar. 

In elke ontmoeting bevindt zich een moment van stilte, de seconde waarin de twee samenkomen, om daarna veranderd weer naar buiten te treden. 

Het is deze middelaar, dit ondefinieerbare en dikwijls onopgemerkte moment, dat de Druïden: de verbintenis noemen en vergelijken met de ziel; voor hen gingen de leerstellingen altijd uit van een tweeheid, twee ontmoeten elkander en worden één. 

Maar er is die ondefinieerbare derde, die de verbintenis tot stand brengt, vandaar de oer-drieëenheid, het geest - ziel - lichaam-principe. 

In de elementenleer spreekt men van vuur, lucht en water; dit zijn de elementen waaruit de schepping zich voltrok, en het vierde element: de aarde, liet het aan zich voltrekken. 

Ook hier is die stilte van die ene seconde herkenbaar: "De geest hield zich onbeweeglijk en in die onbeweeglijkheid ziet hij de helse monters aan zich optrekken, doch hij is zonder vrees." 

Dat ene moment is ook de flits van de herkenning en de diep doorvoelde onbevreesdheid. 

De geest is hier een eenheid van vuur en water en de lucht hield zich onbeweeglijk. 

Het is dus de drie-eenheid die vanuit de vierde, de aarde, de helse monsters tot zich zien optrekken. 

Zo bezien lijkt het of alles wat uit de aarde komt hels en demonisch is, maar het gaat om datgene wat OP DE AARDE heeft gewoond en niet om wat IN de aarde is. 

De aarde, als element en als planeet, is altijd een materie waaraan en waarmede wat geschiedt, het is het lijdend voorwerp, zoals we ook duidelijk in onze tijd van milieuvervuiling en uitbuiting kunnen herkennen. 

Het Zesde Uur behoort bij het type van de Maagd, het aardetype, dat afwacht en vaak veel te veel MET zich laat gebeuren, inplaats van zelf in te grijpen. 

Aan de andere kant kan het afwachten - zonder vrees - en met lede ogen constateren dat de helse monsters optrekken. 

Indien in dit Maagdtype de geest aanwezig is, dan vertolkt hij volkomen dit Zesde Uur, waarin afwachting en observatie op de voorgrond staan. 

We kunnen dit Zesde Uur ook verplaatsen naar een leven na de dood, waarin dan de wetende ziel alle hem misleidende en aanvallende monsters ziet optrekken en zijzelf zich stilhoudt, in zichzelf gekeerd, zich sterkende door de ineigen kracht, die voortkomt uit de eenheid van water, vuur en lucht; van gevoel, energie en gedachte. 

Drie elementen, drie gaven die zich verenigd hebben om haar te herscheppen. 

Hier staat de aarde buiten, het is alles ONDANKS dit element gebeurd. 

De aarde behoort bij het lichaam, zij is de dienaar, zij kan lijden en dienen, maar het is haar, wat betreft de her-schepping, niet mogelijk eraan deel te nemen.

Vandaar dat in diverse filosofieën de aarde of het lichaam zo worden geminacht, een volkomen fout standpunt niettemin,  omdat ZONDER die aarde het besef tot omwending of her-schepping niet kan geschieden. 

Een besef moet in lijf en leden, in merg en been worden doorvoeld, eerder gebeurt er niets. 

Het is het lichaam waarin je dit besef moet ervaren, het lichaam behoort bij de bevestiging, zoals de aarde de schepping vorm gaf. 

Zolang er geen bevestiging in de vorm is, is er - wat omkeer en herstel betreft - niets gebeurt. 

Het lichaam IS HET LAATSTE EN HET LAAGSTE element, maar daarom niet minder noodzakelijk. 

Iedereen weet dat we pas wat beseffen, indien we ons er in het lichaam van bewust worden, b.v. door ziekte. 

We zeggen niet voor niets: "Eerst moet je voelen voordat je weet." 

De aarde is de planeet van het voelen, het aanraken; de "touch for health" heeft altijd met het aarde-element te maken. 

Als hier in dit Zesde Uur van onbeweeglijkheid sprake is, dan wil dat ook zeggen dat "de aarde" het aan zich ziet voorbijtrekken en weet dat het leed is geleden en daarom is ook zij zonder vrees. 

De vreesloosheid is doorgedrongen in alle elementen, in heel de schepping en daarom is de stilte genezend, herstellend en belerend. 

Dit leert ons het Zesde Uur: voorbij laten gaan, zich verbergen in de Eenheid en weten dat er niets behoeft te worden gevreesd.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene