II

"In de eenheid zongen de demonen de lof van God, zij verliezen hun boosheid en hun toorn."


De twaalf uren van Het Nuctemeron verwijzen natuurlijk ook naar de Dierenriemtekens en naar de 12 werken van Hermes. 

Bovendien kun je er de Tarotkaarten en de numerologie naast leggen. 

Dat is niet zo verwonderlijk als je beseft dat al deze leringen in de oudheid normale gegevens waren om een filosofie op te baseren. 

Anders wordt het als we het Nuctemeron gaan uitleggen op dogmatisch kerkelijke wijze, hetgeen enigszins ongeloofwaardig over zou komen, aangezien de kerkvaders in het algemeen tegenstanders waren van Apollonius. 

Bovendien blijkt zijn filosofie tevens gegrondvest te zijn in de alleroudste leringen uit Griekenland, Syrië, Egypte en India. 

Landen, die hun filosofieën putten uit Atlantische bronnen, d.w.z. veelal gebaseerd op de oudste manuscripten uit hun kloosters. 

In dit eerste uur is er sprake van een - nu op aarde - ongekende eenheid, waarin de demonen Gods lof zingen. 

Is er echter een andere eenheid mogelijk? 

Het eerste uur is altijd het begin van een schepping, de aanzet tot een vervolg, het begin van leven, kortom: pioniersarbeid. 

Het eerste uur heeft natuurlijk niets te maken met de ons bekende tijdsduur, maar is een periode. 

In ons aller leven komt eenmaal een eerste uur, het is het eerste uur waarin licht van duisternis wordt gescheiden, het is het ogenblik van confrontatie, het beslissende ogenblik voor het verdere verloop. 

Wanneer in dat eerste uur de demonen niet knielen, zal het verdere verloop gekenmerkt worden door strijd en toorn. 

In dat eerste uur is het licht dominant; hetzelfde geldt voor de pionier of voor de Ram-mens: indien de demonen van opstand en rebellie, van drift en impulsiviteit niet knielen, zal zijn werk nooit slagen. 

Dit is niet zomaar een simpele astrologische uitleg, achter deze woorden steekt de sleutel tot geestelijk welslagen; er is immers altijd een analogie tussen natuur en geest, mens en ziel.

Zolang in onszelf nog strijd is tussen de demonen en de goden, zal elke overwinning van tijdelijke duur zijn. 

Demonen zijn goddelijke rebellen; demonen zijn gevallen goden, onze verre voorvaders, indien we zoekende zielen zijn.

Zolang de rebellie tegen een Oppermacht nog in ons aanwezig is, blijft de z.g. oerval zich van dag tot dag doorzetten. 

Het gaat in onszelf niet om eventueel z.g. zondige karakter-trekken, het gaat altijd om die controverse tussen demon en god. 

Wezens, die van oorsprong één zijn, maar zich van elkander scheiden bij de indaling op aarde. 

In de oudste tijden sprak men dan ook uitsluitend over demonen die gevleid willen worden, die gek zijn op macht, die òp willen vallen. 

De demonen zijn de vernietigers van alles dat licht is, uit licht komt, en licht verzamelt. 

Als je hier aan de Ram-mens denkt, dat dominerende type, dat,  als de demon in hem los is, impulsief en blindelings op zijn doel afgaat. 

Op dat moment dus is hij verlaten van licht; dat is demonisme. 

Het ligt naast de goddelijke dominantie, want iedereen weet dat, als je demonisch bezield bent er een enorme kracht in je vrijkomt. 

Vandaar, en dat is interessant, dat de oude spraken van magisch demonisme: machtswellustig tentoonspreiden van dominantie en autoriteit. 

Magie kan goddelijk zijn, d.w.z. vol licht èn demonisch, d.w.z. tegengekeerd aan het licht. Het werd later normaal om over magie en occultisme te spreken als demonisch, omdat men onkundig was licht en duister van elkander te scheiden. 

Wie zal oordelen over licht en duister? 

Oordelen kunnen we zodra het Eerste Uur goed wordt doorleefd, omdat afwezigheid van rebellisch demonisme het Licht de vrije teugel geeft om alles te doorlichten. 

In onze beste ogenblikken, dus in waarachtig innerlijke begeestering zien we helder en duidelijk, krijgen we intuïtieve raadgevingen, weten we - van binnenuit - wat duister is en wat licht. 

Onze beoordeling is dus slechts juist indien we zelf Licht zijn. 

En zodra we dit doorlopend ervaren, is het Eerste Uur aangebroken, beginnen we aan het Nuctemeron: "komt het Licht uit de duisternis", omdat de duisternis het eindelijk begrepen en gegrepen heeft. 

Dan zijn dus de demonen opnieuw verlicht. 

Het Eerste Uur is de aanzet, het Tweede Uur grijpt in, in een oude levensvorm en brengt vernieuwingen aan, een transformatie begint. 

"In het Tweede Uur zingen de vissen van de Dierenriem de lof van God en de vuurslagen strengelen zich om de slangenstaf en de bliksem wordt harmonieus." 

Door de tweeheid, zo begint dat Tweede Uur; tweeheid is vereniging, is het samenvoegen van tegengestelden, hetgeen uitsluitend kan indien de demonen knielen. 

De Stiermens is een Zekerheidstype zoals iedereen weet, hij gaat nooit over glad ijs, hij is degene die gelooft in een totale over-gave, en heeft daar moeite mee, omdat - zoals de astrologie leert - hij over 't algemeen materialistisch is ingesteld en - indien hij    een ontwikkeld type is - zich veelal baseert op wetenschappelijke bewijzen. 

Het immateriële brengt hem aan het twijfelen, vandaar dat hij dit in eerste instantie afwijst. 

De "Vissen van de Dierenriem" in dit tweede uur vertegenwoordigen yin en yang, positief en negatief, die veelal strijdende tweeheid die samengebracht moet worden. 

In de Stiermens is het het materiële en het immateriële dat in hem strijdt, maar is het Eerste Uur volbracht, dan is de strijd vergeten, omdat het materialisme als vrucht van het demonisme zich  over-geeft. 

Hiermede is niets zondigs bedoeld, maar het feit dat het materialisme in het leven werd geroepen om gevallen goden, demonen dus, de mogelijkheid tot wederkeer of hergeboorte te schenken. 

Het materialisme op zichzelf is nooit demonisch, maar het wordt altijd een wapen in de handen van demonen. 

Als we onszelf demonisch - anti-goddelijk dus - opstellen, ver-vallen we in materialistische kreten, in financiële betogen en zoeken we wetenschappelijke bewijzen, bewijzen die uitsluitend kortzichtig materialistisch zijn. 

"De vuurslagen strengelen zich om de slangenstaf", is een oud-magische aanduidingen van de twee zenuwstrengen of de Ida en de Pingala die zich in ons organisme om de ruggenwervel slingeren. 

In de occulte Yoga heeft men het over het Slangenvuur; het is een energiecentrum voor het hele natuurlijke en geestelijke organisme, waarin de energiestromen in- en uitgaan, opklimmen en afdalen. 

Wanneer deze energiestroom, deze beide slagen zich harmonieus zouden verhouden, zouden we b.v. nooit meer ziek zijn.

Als de "vissen van de dierenriem" weer zouden zwemmen in de Oceaan van Ea, in die grote goddelijke etherisch-kosmische Zee, dan zouden eveneens de slagen zich harmonieus om de slangenstaf slingeren. 

Een beeld hiervan is de Slangenstaf van Hermes, de voorloper van de astrologie en de kosmologie en een afschaduwing daarvan vinden we in het Aesculaapteken. 

Apollonius hield zich op in de Aesclepiostempel, d.w.z. in die tempel waarin de eerste geheimenissen over gezond en ziek zijn, licht en duister bekend werden gemaakt. 

Het zijn de tempels van Imhotep, de Griekse Aesclepios, die toonaangevend waren voor de "boodschappen van de goden". 

Ziek-zijn stond vroeger nl. gelijk aan demonisme, de godheid die opstaat tegen zijn Leider en daardoor licht verliest, materialistischer werd, en hierdoor ziekten, onderbrekingen van de energiestroom riskeert. 

Zoals de Chinese filosofie zegt: ziek zijn is een afzwakken van de energiestroom, dan wel een disharmonie tussen yin en yang; m.a.w. de slangen rond de slangenstaf zijn zwak geworden, weten hun taak niet meer, dan wel bestrijden elkander. 

Als yin en yang de lof van God zingen, is er harmonie in heel de mens; als dus de Vissen in de Oceaan van Ea zwemmen, voeden ze zich met goddelijke kosmische energie en "alles zal hen toe-vallen." 

Dan "wordt de bliksem" harmonieus, zegt het Tweede Uur en de bliksem is een heel bijzonder vuur. 

De bliksem is een elektrische uitbarsting, indien vuur en water de sfeer geladen heeft. De bliksem zorgt voor een regenererend water, water dat elektrische trillingen bevat. 

Men heeft ooit getracht bliksemwater, regen na onweer, na te maken, hetgeen niet lukte. 

Bliksem is in staat water te bezielen, vuur en water te verenigen, hetgeen een unieke tweeheid is. 

Vele oude uitspraken verwijzen naar die mystieke eenheid van water en vuur: als het water verhit wordt door het vuur, komt er stoom en deze stoom is de sublimatie van de eenheid van water en vuur, zegt de alchemist. 

Als de mens stoom zou voortbrengen omdat zijn energie bestaat uit bliksem, een water-vuur eenheid, is een hernieuwing van alle dingen mogelijk. 

Voor de kerkmensen onder ons memoreer ik even aan het woord van Christus: "Zie, ik maak alle dingen nieuw". 

Hij zei niet: "Zie, ik maak nieuwe dingen!" 

Het gaat dus in het Nuctemeron om HER-schepping, om Regeneratie of om Transformatie. Als je in acht neemt dat wij in onszelf al het begin van de aloude godenzoon bezitten - als godenziel - kun je ook spreken van transfiguratie, aangezien de ziel dan haar oude figuur herstelt. 

Dit Tweede Uur is een worsteling van twee tegengestelden die eenzelfde noemer moeten bezitten om een harmonie te vinden. 

Het is de Stiermens die "boven en beneden" zal  moeten zien te verenigen, vooral door de moed om het materialisme - de zekerheid - los te laten. 

D.w.z. zich er niet als een drenkeling aan vast te klampen, omdat hij zekerheid zoekt, meestal op de verkeerde manier. 

Als de Tarot bij de kaart van de Magiër de Aleph plaatst - het Hebreeuwse Letterteken van de Os - dan wordt duidelijk ver-wezen naar de handeling die de Stiermens moet volbrengen: hij moet zichzelf symbolisch castreren, zijn energie niet zoeken in bezitsdrift, en vooral niet trachten kracht te putten uit machtsvertoon, gegrond in materialistische zekerheid. 

Is - in onze maatschappij - de man-vrouw verhouding anders? 

De man wil een vrouw vanwege de zekerheid - het aloude materialistische gegeven van: huisje, vrouw, kinderen, werk = succes. 

De verbreking van dit stramien kan als een blikseminslag fungeren, maar indien de demonen knielen en de slangen zich   om de slangenstaf slingeren, wordt die bliksem harmonieus. 

Zodra die bliksem harmonieus is, wordt hij ervaren als een verheldering, een doorbraak, die tot inzicht leidt, dus: een hernieuwing. 

In het Derde Uur omstrengelen de slangen van de Slangenstaf  van Hermes elkander drie malen. 

"Cerberus opent zijn drievoudige Muil en het vuur zingt de lof van God door de drie tongen van de bliksem."

In dit Derde Uur geschiedt alles dus drievoudig: het lichaam, de  ziel en de geest worden hernieuwd. Het is opvallend dat deze drievoudigheid bij het derde type staat, de mens van de Tweeling. 

Niemand kan gemakkelijker ten dele zijn dan de Tweelingmens. 

Zijn lichaam kan totaal anders spreken dan zijn ziel en deze kan weer ver verwijderd zijn van zijn geest. 

Hij is een zeer verdeeld mensentype, dat door zijn vlotheid zichzelf een rad voor de ogen draait, maar het is bekend dat juist hij door deze gespletenheid in zichzelf moeilijkheden ondervindt, en eigenlijk een doorlopende strijd voert. 

Als we een beeld van de Hermesstaf zien, dan kun je vaststellen dat de slangen inderdaad elkander drie malen omstrengelen: eerst rond het bekken, dan rond het middenlichaam en tenslotte rond het bovenlichaam. 

In ons bevinden zich dan ook drie aanrakingspunten van die slangen: de zonnevlecht, het hart of de thymus, en de epifyse of de pijnappelklier. 

Vanuit deze drie centra zullen de drie tongen van de bliksem Gods lof gaan zingen. 

Je kunt ook de drie energie-centra hier aanduiden: de stuit; de laatste wervel onder de ribben; en de halswervel. 

Het onderste gedeelte van de wervelkolom bevat materialistische- ofwel demonische energie; het tweede gedeelte tot aan de hals-wervel bevat geestelijke energie; beide energiestromen moeten zich met elkander verenigen en dat is weer die strijd tussen boven en beneden. 

Als die beide zich harmonisch verhouden wordt het kruincentrum: de pinealis of pijnappelklier verlicht en krijg je dat legendarische aureool. 

De Tweelingmens is degene die vrijwel altijd leeft volgens de normen van het hoofd.  

En als de Druïden zeggen: "de Heerlijkheid zit in het denken", bedoelen ze daarmede, als dat denken aangestoken is door het harmonische vuur van de Tweeheid, dan ontvlamt die goddelijke bliksemtong. 

Dan krijg je ook die mythische voorstelling van Vuurtongen boven het hoofd. 

Dit zijn alle gegevens die in de oudste tijden werden ontleend aan de Griekse, Egyptische, Arabische, dan wel andere mysteriën.

Als, zoals in het Derde Uur "het vuur de lof van God zingt", heeft de levensstroom, dus het levensprincipe, zich overgegeven  aan het goddelijke. 

Daarmede is de inzet van het leven volkomen veranderd. 

Want het is altijd het vuur - de wil - die rebelleert. 

Het is het vuur dat verbrandt, regenereert, verlicht; het vuur wordt beschouwd als de goddelijkste van alle elementen. 

Het vuur is het symbool van de zon, de levensschenker of de levensvernietiger. 

Het vuur wordt ook vergeleken met slangen: de symbolen van dood of wijsheid. 

Bij het Tweelingtype is het levensvuur heftig aanwezig en wordt opgezweept door de lucht of de winden, denkbeelden die het vuur vernietigend dan wel verlichtend kunnen maken. 

De drie vuurcentra in het lichaam moeten noodzakelijkerwijs een eenheid vormen wil men heil of heling van hen ondervinden. 

Het hoofd - de geest - wordt hier op aarde staande gehouden door lichaam en ziel, opdat die geest zich kan verheffen op een vaste bodem. 

Zonder de eerste beide worden het bliksemschichten die irriteren en provoceren. 

Alles en allen worden gevoed door een bodem en zolang die bodem nog niet in de hemel kan worden gevonden, moet zij samengesteld zijn uit de twee krachten van de natuur: yin en yang, negatief en positief, concretie en abstractie, een tweeheid die doordrenkt wordt van goddelijke harmonie, indien  zij tezamen de lof van God zingen. 

Dan kan Cerberes, de hellehond, zijn drievoudige muil openen en kan hij overmeesterd worden, opdat degenen uit de onderwereld kunnen terugkeren. 

Het was de laatste opdracht van Herculus om Cerberus naar de bovenwereld te brengen. 

Als alles is volbracht komt de meest geharde van de gevallen godenzonen ook terug. 

Hij, die weggezonden werd in de woestijn: Azazel, of hij, die de aanstoot gaf: Lucifer of Satanaël, de tweelingbroeder van het Licht, of Saturnus, de tegenpool van de Zon. 

Als alles is geschied, wordt de materie opgeheven en niemand behoeft meer de onderwereld te bewaken. 

Als de drievoudige bliksem harmonieus is, opent Cerberes zijn muil, maar laat de redders toe in de onderwereld en laat de zielen heengaan in vrede. 

In het Derde Uur zingt ons leven de lof van God, omdat de onderwereld werd opgeheven. 

En er zal geen enkele vrees meer zijn, noch ziekte of dood, want de ziel weet opnieuw waaruit haar leven ontspruit.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene