Geestelijke gaven

In het Oosten wordt als vaststaand aangenomen dat alles één is, d.w.z, electrisch-energisch met elkander verbonden. 

Men weet dat emoties zich in de elektrische activiteit van de  hersenen weerspiegelen en dat de ene hersenmassa, dus de hersenen van de ene mens, een andere hersenmassa, die van de andere mens, een bepaald ritme kan afdwingen. 

Dus een sterker ritme maakt een ander energisch ritme aan zich ondergeschikt. 

Wij spreken dan van telepathie. 

Spreekt men hier dan van een geestelijke gave? 

Wanneer men aan "geestelijk" denkt, denkt men meestal aan iets weldadigs of aan hulp. 

Een geestelijke gave zou dan een aangeboren kracht zijn, die een absoluut weldadige of hulpgevende functie bezit. 

Dan kun je je nog afvragen: wat is genezend en wat is hulp? 

Mensen die lichamelijke pijnen hebben, ondervinden pijnloosheid als een weldaad en diegene waar het vandaan komt zien ze als hulp. 

Heel vanzelfsprekend! 

Hulp kan echter ook komen van een medicijn.

Ook een medicijn heeft bepaalde, meetbare, trillingen; diverse medische opvattingen gaan ervan uit dat ziekte een disharmonie is in het samengestelde individuele energetische trillingsveld. 

Elke cel, elk orgaan, elk mens heeft zijn eigen trilling; dit bepaald zijn individualiteit. 

Een geestelijk kracht zou dus een disharmonisch trillingsveld weer in harmonie moeten brengen. 

Zoiets kan slechts gebeuren vanuit een sterker, geconcentreerder energisch veld. 

Paranormale geneeswijzen zijn grotendeels vormen van etherische therapieën; men voelt zich "genezen" doordat men in het ritme van de genezer is gebracht.  

Die genezer kan zieke energie, of disharmonie, in zichzelf opnemen en moet deze dus daarna afslaan of afspoelen. 

Iemand, die bij therapieën het ritme van de zieke opneemt en zich dus eveneens ziek gaat gevoelen, bezit geen afdoende energetische weerstand. 

Alle zwakkere energievelden nemen de ritmen van de sterkere over en als een sterk energieveld disharmonisch  wordt, hetgeen ook kan, is het dus mogelijk onaangename ervaringen te absorberen en daardoor zelf in disharmonie geraken. 

Het gebeurt nogal eens dat patiënten hun magnetiseur, of handoplegger of dergelijke, als onaangenaam, soms zelfs onverdraaglijk ervaren. 

Het feit doet zich nl. voor dat lang niet alle paranormale genezers hoogstaande, dan wel edele mensen zijn; men spreekt dan van hun dierlijk magnetisme, een energie die men ook bij dieren kan vinden en die louter een energisch overschot is. 

Spreekt men hier dan van een geestelijke gave? 

De volksmond, inderdaad. 

Het zijn gaven die niet uit de toestand van het lichaam zijn te verklaren, maar veelal wel uit de toestand van het etherische lichaam, de energietrilling. 

Vandaar dat ook hier de situatie zich voordoet dat het gelijke het gelijke zoekt en dat dus elke paranormale genezer het soort publiek heeft dat bij hem hoort, dus van gelijke energie- of trillingswaarde is. 

De kwaliteit van de hulp is altijd afhankelijk van de good-standing en ook van de edele inborst van de genezer. 

Een geestelijke gave, dus vooralsnog een onverklaarbare kracht, is altijd geestelijk en lichamelijk weldadig.

Daar alle ziekten voortkomt uit de staat van het etherisch lichaam, is, om gezond te blijven, de herverkregen harmonie van het energetisch-veld dus doorslaggevend. Als ik, als paranormale genezer b.v., noodgedwongen veel moet roken, veel moet drinken, veel pepmiddelen moet gebruiken en veel vlees moet eten, alles om geaard te blijven, is er toch iets met mijn energisch lichaam niet in orde. 

Men kan een hoog elektrisch trillingsveld nooit voeden met lagere trillingen, vanwege het risico van verlagen.  

Het gelijke zoekt ook hier het gelijke. 

Dus, indien ik veel energie kwijtraak, door genezingen b.v., zal ik dan een bijladen zoeken op een totaal ander niveau dan genotmiddelen, uitspattingen, of het eten van lijken. 

Een paranormaal genezer die zich aan deze lagere genietingen overgeeft, trekt ook mensen aan, die een lager etherisch trillingsveld bezitten, dat is de wet. 

Momenteel leven we in de eeuw van de vergetelheid, met betrekking tot psychische waarden; alles wat paranormaal is, wat voor het intellect onverklaarbaar is, wekt de nieuwsgierigheid op. 

Tot aan ongeveer een eeuw geleden was het paranormale vrij normaal: ofwel het lag op het gebied van de religie dan wel het behoorde bij de natuurvolkeren. 


Zoals gezegd, elk schepsel heeft een uitstraling en alles wat hij via zulk een uitstralingskracht doet is een natuurlijk gegeven. 

Ons materialisme heeft onze onwetendheid, maar ook onze onkundigheid op dit gebied veroorzaakt. 

Dat deze z.g. gaven een natuurlijk verschijnsel zijn en te maken hebben met het lichaam en zijn verhouding tot zijn etherisch trillingsveld, wordt bewezen door het feit dat juist emotionele, zenuwgevoelige, zeer sensitieve mensen allerlei paranormale eigenschappen bezitten, die zij al dan niet kunnen beheersen, afhankelijk van hun lichamelijke en rationele conditie. 

Een goed paranormaal genezer is tevens een redelijk hoogstaand mens, en bezit beslist ook vele edele eigenschappen, als mens. 

Elk kennisdragend individu, begiftigd met een eigenschap die niet direct algemeen is, is dankbaar voor zijn gave, slaat deze hoog aan, en beseft dat deze er niet is om louter ten gelde te maken. 

Dat wat psychisch is, is een tegenpool van dat wat materieel is en om beide te verenigen moet men dus een middenweg bewandelen. 

De geschiedenis van de paranormale geneeskunde b.v wordt gesierd door personen die hun onverklaarbare gave niet wilden uitbuiten, maar deze uitsluitend ten dienste van de mensheid wilden aanwenden. 

Een alleszins te loven instelling. 

Het mesmeriaans magnetisme verklaart men grotendeels door het aanwezig zijn van een instinct. 

Het instinctieve gevoel dat natuurvolkeren, maar ook dieren bezitten. 

Een natuurlijke eigenschap die het overgrote deel van de mensen is kwijtgeraakt. 

Hoe dichter we de natuur naderen, hoe minder rationeel we worden, des te meer intensiveren we onze instincten. 

Het instinct b.v. om aardbevingen van te voren aan te voelen; dus ook telepathie, behoort hier b.v. bij. 

Een hond kan telepathisch aanvoelen wat zijn baas wil; een kat kan helderziende zijn. 

De uitstraling van een geliefd huisdier kan een disharmonisch trillingsveld kalmeren, nooit verheffen, maar wel kalmeren. 

Een dierlijk energieveld zal nooit hoger zijn (behalve bij een edel dier en een misdadig mens b.v.), dan een menselijk energieveld, maar in zijn soort kan het wel harmonisch zijn. 

Gebeurt het niet dikwijls dat huisdieren totaal ontwricht raken door het spanningsveld van mensen? 

Er zijn niet voor niets dierpsychologen gekomen. 

Indien een energisch veld ons verheft, gevoelen we ons gedurende enige tijd niet alleen rustig, maar ook geïnspireerder, ontvankelijker voor immateriële zaken. 

Geestelijke gaven stimuleren altijd tot het begrijpen van immateriële onderwerpen of het zoeken naar geestelijke beginselen. 

Wanneer iemand dus een geestelijke gave bezit, heeft hij een spiritueel opwekkende invloed op zijn naasten. 

Daarnaast kan hij kalmeren, genezen, doorzien, of bezit andere paranormale kwaliteiten. Het is een voortvloeisel uit zijn mens-zijn. Hij weet echter dat dit normale kwaliteiten zijn, dus zal er nooit prat op gaan. 

Is het paard trots op zijn telepathische aanleg, de kat op zijn mediamieke gevoel, de muis op zijn instinctieve aanleg?  

Een dier heeft vrijwel altijd, behalve de gecultiveerde huisdieren, een fijner besnaard etherisch veld, d.w.z. het staat direct in binding met het aardse-magnetische veld. 

En het aardse-magnetische veld is niets anders dan de energie-uitstraling, de trillingsvelden van de aarde. 

Hoe dichter men dus bij de aarde staat, des te zuiverder voelt men de bewegingen in dit trillingsveld. 

Dit is een eenvoudige variatie op wat we in de eerste lezing vertelden over energievelden. 

Het gelijkgestemde ontvangt het gelijke. 

Het hogere energieveld kan het lagere begrijpen, maar niet omgekeerd. 

Het dier kan, louter uit zijn harmonisch-aardse trillingen, de menselijke natuur rust geven. 

Wij zijn, als natuurlijk mens, nl. behoorlijk ontspoord en ons natuurlijke levensveld, individueel en gemeenschappelijk, moet eerst geharmoniseerd worden willen we kunnen overgaan tot een hoger energetisch veld. 

De enige oplossing is tot nu toe, en dat kunnen we om ons heen zien, dat de lagere velden zich overgeven aan de hogere, zodat de eerste tenminste beschermd zullen zijn. 

Maar het individuele gaat dan absoluut teloor. 

Een geestelijk begaafd mens is een individueel schepsel; het regeert, in de goede betekenis, over andere levensvelden, puur automatisch, omdat het geestelijke de natuur domineert. 

Een geestelijk begaafd mens houdt natuur en geest, in eerste instantie bij zichzelf, in evenwicht; zonder kunstmatige middelen dus. 

Het in binding blijven met de Alziel kalmeert, herstelt, verheft, de individuele ziel. 

Zouden we dit via voeding, genotmiddelen, methoden willen bereiken dan gaan we er vanuit dat de Alziel te vermurwen is  door voeding, lessen, dwangmethoden, drugs. 

Dit is een vrij algemeen verbreide opvatting, voortspruitende uit de arrogantie van het menselijke wezen, dat meent dat ziel en  geest aan zijn wil, zijn menselijke maatstaven en zijn methoden ondergeschikt gemaakt kunnen worden.

Begaafdheden léér je niet ààn, maar je leert, integendeel, steeds meer af, waardoor ze zich gaan ontwikkelen. 

En afleren gebeurt spontaan, vanuit een groei, een inzicht. 

Zoals we al eens gezegd hebben: de thymus staat in verbinding met de spieren van de glimlach, een glimlach laadt de thymus-energie bij, maar deze glimlach moet vanuit de ogen en de mond spreken en nooit een verstarde glimlach zijn. 

Hetzelfde geldt dus voor de binding met de Alziel: het verlangen moet vanuit de ziel opstijgen. 

Een ander voorbeeld is het Thymusgebaar: de armen verwelkomend voor zich uitstrekken, zoals een moeder b.v. naar haar kind kan doen. 

Iemand, die echter onder rationele ingevingen de armen automatisch voor zich uitstrekt, boekt geen succes in de energie-oplading. 

Het is de emotie, het hart en de ziel die achter het gebaar dringen. 

Een geestelijk begaafd mens, die dus energie , vooral verheffende energie, uitstraalt, wordt altijd gedragen door hart en ziel. 

Er is hier dus, helaas voor velen, geen aanleren mogelijk. 

De uitwisseling tussen energieën is een eenvoudige natuurwet, maar ook hier voltrekt dit zich spontaan. 

Niemand kan zich innerlijk tot adeldom verheffen door middel van voeding, spuiten, ademen, oefenen. 

Men dwingt zichzelf daardoor veelal in een cocon; vandaar dat dezulken hun spontaniteit, maar ook hun ineigen wezen verliezen. 

Een geestelijke begaafd mens is, naast zijn spiritualiteit, altijd geaard; het aarden heeft, naast de betekenis van geworteld zijn in de aarde, ook de betekenis van "zich thuis gevoelen". 

Als je het gevoel hebt dat je in een sfeer niet kunt "aarden", is er sprake van verschillende etherische velden.  

De trillingen vinden geen gelijke noemer. 

Er is geen uitwisseling. 

Je ziet echter ook wel dat spirituele mensen zich niet thuis voelen, niet kunnen aarden in zeer materialistische kringen. 

Men kan zich een tijdje aanpassen, maar op de duur voelt men zich ongelukkig. 

Dit "je ongelukkig gevoelen" (behalve indien het ziekelijk is) is altijd een waarschuwing. 

Men moet nooit, onder dwang van buitenaf, zich aan gaan passen aan trillingsvelden, die iemand b.v., hetgeen gebeurt, onpasselijk maken. 

Hier is het de zonnevlecht die, samen met de thymus, tekenen van weerstand geven. 

Maar vooral de zonnevlecht kan dat onpasselijke gevoel geven, omdat hij uitzet, als in afweer, en tegen de maag gaat drukken. 

Aan de maag zelf mankeert dan niets.

Het is een heel andere reactie dan je ontkracht gevoelen: hier is geen sprake van zwakheid, maar eerder van geestelijk-lichamelijke weerstand. 

Zulk een duidelijk teken mag nooit in de wind worden geslagen; ernstige lichamelijk-geestelijke gevolgen zouden hiervan het gevolg kunnen zijn. 

Kanker b.v. 

Wanneer het rationele ons berooft van het instinctieve en het intuïtieve, vragen we om moeilijkheden, om een tegennatuurlijk, maar ook anti-geestelijk isolement. 

En elk isolement maakt ziek. 

Ieder mens behoeft, om zich geestelijk en lichamelijk te kunnen ontplooien: gezonde lucht, waaruit hij de ether extraheert, die vol is van silicium, dat hem weer lichamelijk en geestelijk in goede conditie houdt, een conditie die evenwichtig is. 

Hij heeft een harmonische omgeving nodig d.w.z. een doorlopende wisselwerking met gelijke, òf verhevener energieën. 

Dus men moet zich omgeven met, voor zichzelf, aangename objecten, mensen, uitstralingen. 

Een ieder zoekt hier ook zijns gelijke. En het is heel goed mogelijk dat een ander zich in jouw omgeving niet thuis voelt. 

Niet omdat die ander "lager" zou zijn, maar hij is anders. 

Daarnaast is het voor het lichaam nodig, dat het gezond voedsel krijgt, dus met de nodige opbouw- en afbraakstoffen. 

Verder is het levensritme van belang: een harmonische opeenvolging van dag en nacht, om het licht-duister-ritme in stand te houden, dat van zulk groot belang is voor onze mentale en emotionele gezondheid. 

En dan is er het evenwicht tussen inspanning en ontspanning.

Het is niet moeilijk te concluderen dat in een moderne levensindeling deze voorschriften grotendeels, zo niet totaal, ontbreken. 

Alle onevenwichtigheid, alle egocentrische, gedegenereerde, vijandige gedachten en gevoelens ontnemen ons onze energie, maar kunnen ook ons trillingsveld verlagen, zodat we afhankelijker worden van dominerende velden. 

Afwerende gedachten, in de goede betekenis, dus energierijk, zijn altijd geel, oranje, helgroen uitstralend; ontvankelijke gedachten zijn blauw, violet, roze. 

De eerste geven energie, de andere  ontspannen en kalmeren. 

Als je aan kleurentherapie doet dan zul zo altijd die kleuren kiezen die je nodig hebt: energie opladen, dan wel ontladen, ontspannen. 

Overspannen mensen kiezen het laatste, verzwakte mensen kiezen het eerste. 

Optimistische mensen kiezen warme kleuren, pessimistische mensen koude kleuren. 

Op de wet van het gelijke. 

Bij ziekten zoek je datgene wat je nodig hebt. 

Zowel de weerstand als de ontvankelijkheid kunnen ziekelijke vormen aannemen. 

Een geestelijk begaafd mens zal dus altijd stralende, warme kleuren bezitten. 

Harmonie laadt bij en kalmeert tegelijkertijd. 

Geel b.v. laadt bij, maar voedt tegelijkertijd het zenuwstelsel, zodat er rust komt. 

Hier zijn de kleurnuancen belangrijk. 

Blauw kan warm zijn, behoeft absoluut geen koude kleur te zijn, als het warm blauw is laadt het, harmonisch, rustig, bij, maar neemt tevens overtollige, overvoerde energie weg. 

Een ieder zoekt toch ook in de natuur die plaats, die hem of haar goed doet? 

Wij voeden ons lichamelijk en geestelijk met datgene wat bij ons past. 

"Zeg me wat u eet en ik zal zeggen wie u bent", is een variatie op: "zeg me wie uw vrienden zijn en ik zal zeggen wie u bent". 

Uitspraken die gebaseerd zijn op de wet van het gelijke. 

Een ieder zoeke daarom datgene wat hem goed doet, maar vergeet de "Aha-Erlebnissen" niet, die altijd aanleiding zijn tot groei, verruiming en een intense geestelijke bevrediging. 

Een doorbraak is altijd een begin van iets nieuws. 

En de individuele vrijheid kan uit dit nieuwe iets groots maken - of niet. 

Het is het voorrecht van de vrije keuze.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene