Voorchristelijke astrologische ketterij

"De goden van gisteren zijn de demonen van vandaag; de goden van vandaag zullen de duivels van morgen zijn."


De astrologie is "in" momenteel. 

Niettegenstaande de kerk het nog als een verboden leer ziet, wordt er overal aan astrologie gedaan en lijkt het niet te zijn uit te roeien. 

Dat is begrijpelijk, omdat de astrologie van vóór-christelijke tijden met ons is meegegroeid; hoogstens is de leer een poosje verborgen geweest in de tijden van de kerkheerschappij, omdat de vervolgingen ook de astrologen betroffen. 

Nu kunnen we de hedendaagse astrologie niet vergelijken met de oorspronkelijke opvattingen, want de astrologie van vandaag heeft heel weinig te maken met de astrosofie van vroeger. 

In alle landen der wereld treft men restanten van astrologische symbolen, die zijn verweven met religies, met politiek en met inwijdingen. 

Dat zegt toch wel wat. 

In vrijwel alle oude tempels, kathedralen, stenen monumenten en belangrijke beelden vindt men wel iets van de astrologie terug. 

Dit kun je zien in Egypte, Griekenland, India, Israël, Perzië, Tibet, China, Noord- en Zuid-Amerika en de Scandinavische landen; verder eveneens in de Mohammedaanse landen, zodat dit eigenlijk betekent dat

men altijd veel waarde heeft gehecht aan de verbintenis van de zodiak en de mens, van de invloed van de hemellichten op de mensheid. 

De zodiak is veel ouder dan men vermoedt en gaat veel dieper dan de schijnbare verbintenis met de seizoenen. 

Fabre d'Olivet, een bekende Franse filosoof, verbindt de herkomst van de zodiak aan Ram, een Keltische heerser die het eerste Indiase rijk vestigde. 

Hier dus weer die merkwaardige verbintenis tussen Kelten en Indiërs, Druïdisme en Hindoeïsme. 

En Hindoeïsme wordt heden met de astronomie verbonden, door o.a. Carl Sagan. 

Dat is het uitgangspunt van de onderzoekingen dat de astronomie en de astrologie eenmaal één leer waren, en dat de scheiding van beiden, die uiteindelijk resulteerde in een vijandschap, uitsluitend ontstaan is door de verloren kennis der mensheid, door het materialisme en het kerkelijke christendom. 

Die periode van Ram gaat terug tot ongeveer 7000 jaar voor onze jaartelling, toen het wintersolstitium gelijk viel met het teken van de Ram. 

Verder is de basis voor de oude astrologie te vinden in de geschriften van Ptolemeus, en kun je oude gegevens vinden in de Veda. 

Wanneer alles astrologisch goed wordt gedaan, moet de leer eveneens overeenstemmen met b.v. de leer der getallen, die net zo oud is als de astrologie. 


Het woord zodiak komt van het Griekse woord "zoe", d.w.z. leven, en "diakos", d.w.z. wiel, dus: levenswiel. 

Het woord "zoe" is ook de wortel van het woord zoon, hetgeen betekent: dier. 

Het Griekse woord "zoon", vertaald als dier, klinkt in het Frans als "animal", dat weer terug te voeren is tot animer, en animer (bezield) behoort bij dier (of mens); de rijken van plant en mineraal worden verondersteld inanimer (onbezield) te zijn. 

Het wiel heeft dus te maken met beweging, animeren. 

Hetzelfde principe vinden we terug in de Ouroboros, de wereldslang die zichzelf in de staart bijt. 

In de tijden van het oude India wordt verteld hoe Narayana, om de onsterfelijkheid voor de sterfelijken te bemachtigen, de kronkels van de slang Vasukhi ontvouwt en hen legt om de berg Mandar, de kosmos), die hij zo in rotatie brengt om hem de Oceaan te doen baren (d.w.z. het ongevormde fluïdum). 

Deze episode vermeldt de zodiakale tekens. 

Het teken van de Vissen wordt verbeeld door het chakrum waaronder twee reusachtige slangen de sterfelijke Amrita bewaken. 

Hier kunnen we denken aan het symbool van Hippokrates of Hermes Tresmegistos met de slangen. 

Het teken dus, waarin de sterfelijkheid zich zou veranderen in onsterfelijkheid. 

In een andere passage van de Mahabharata wonen twee verschrikkelijke slangen in het paleis van Swastika en Meninâga. 

De auteur (Arthur Lille, een Franse monnik die eens zei dat de Tarot het oudste boek der inwijding was) concludeert aldus dat het chakrum (wiel) de vissen (synthese van de zodiak) en de swastika een en hetzelfde symbool vertegenwoordigen, waarbij beide slangen de twee delen van de zodiak zoals in de horoscoop, het donkere en het lichte, of het bewuste en het onbewuste, uitbeelden. 

Deze swastika die, naar links draaiend de duisternis, en naar rechts draaiend het licht uitbeeldt, vond men eveneens in de catacomben van de eerste christenen in Rome. 

Een andere interpretatie van het noord zodiak is het Griekse zoe (leven) te verbinden met het Griekse die = dag. 

Hetgeen wordt: levensdag, hetgeen beschouwd in het voorgaande, betekent dat de sterfelijken een nieuwe levensdag of levensduur tegemoet gingen. 

Het is niet al te vreemd deze geschiedenis te koppelen aan het reeds dikwijls geciteerde indalen van de Lichtzonen, hun straf, hun sterfelijkheid en hun streven naar onsterfelijkheid; sterfelijkheid en onsterfelijkheid liggen dus vlak naast elkander en zijn nauw verbonden met de zodiak, zelfs met die aloude tekening van de horoscoop. 

De astrologie is dus veel meer dan een banale voorspelkunst en de diepte van de astrologie zal juist worden verondersteld door degenen die van die "onsterfelijken of gevallen goden" afstammen. 

Zij zullen de popularisering van die astrologie verwerpen en zoeken naar de diepte, de betekenis de symboliek en de oorspronkelijke verbintenis van hemel en aarde, onsterfelijkheid en sterfelijkheid. 

Frappant is hier ook dat de oude opvatting zegt, dat de 12 zodiakale tekens eigenlijk 12 poorten zijn, 12 halfgoden, die een poort tot de hemel openhouden voor hen, die het wachtwoord weten uit te spreken. 

Die 12 poorten verbinden wij ook met de 12 houdingen van het Zonnegebed. 

Er worden in die 12 houdingen, 12 gebedshoudingen uitgebeeld, bestemd voor elk van die goden. 

En dat is heel wat anders dan een gezondheidsoefening. 

De dag werd vroeger verdeeld in 12 uren of 12 tijdsperioden, hetzelfde herken je in de 12 Uren van Apollonius van Tyana - het Nuctemeron. 

Ook deze zijn terug te voeren tot die tijd waarin de sterfelijken een verbintenis kregen met de onsterfelijkheid of de Uitredding. 

In het Sanskriet heet de zodiak: "Rasi-Chakra"; rasa betekent: essentie of sap, en chakra betekent: wiel. 

Het woord Chakra komt van Shak: d.w.z. bekwaam zijn, capabel zijn, de macht tot handelen bezitten, en dit woord heeft als stam "Kram" = zich bewegen, verlaten, uitstromen of uitgaan. 

Chakra wordt b.v. gebruikt om "het wereldhart (centrum) te beschrijven. 

De wereld van de verschillende uitdrukkingen. De wereld is een zenuwplexus, een zonnevlecht, een bewustzijnscentrum. 

In de aloude astrologie zijn er 36 tattwa's, waardoor de hemelse energie naar de aarde stroomt, waarin deze energie weer verder wordt verdeeld.

Maar terug volgt deze energie dezelfde weg, van de veelheid naar de eenheid. 

De zodiak is dus het oudste kosmische symbool en het is begrijpelijk dat de kerken hiertegen protesteren, want het symbool staat voor involutie en evolutie zonder dat er wordt gesproken over Jezus, de historische Jezus. 

De oude astrologie is verbonden met een innerlijk god of godsvonk die aanzet tot zelfrealisatie, zelfwerkzaamheid, zelf regeneratie. 

Het wiel of het chakrum wordt vereenzelvigd met Vishnou, de tweede persoon in de hindoestaanse drie-eenheid, die door zijn "drie passen" de wereld tot aarde, de hemel tot sfeer maakte. 

Hetzelfde verhaal van die "drie passen" vind je in de Sephir Jetzirah of het boek van Abraham en de schepping, de bijbel van de Kabbalisten. 

Ook kun je het vereenzelvigen met de Jezus-legende waarin gezegd wordt dat hij na drie dagen zal opstaan: dan pas is de verlossing compleet. 

Het verhaal van Vishnou is in grote lijnen te vereenzelvigen met het Jezus-verhaal. 

Het is mogelijk dat deze hele beschrijving van de zodiak te vereenzelvigen is met de energiewetten die het universum formeren. 

Deze energie heeft te maken met de zichtbare wereld of de sterrenwereld, maar de ouden kenden blijkbaar ook nog subtielere energie, die te maken had met de intelligentie of de hemelse sfeer. 

Vandaar dat vroeger de astrologie-astronomie vereenzelvigd werd met de mystieke religies en de inwijdingen. 

Het waren nooit de sterren zelf die werden aanbeden, maar altijd de kracht die zij vertegenwoordigden of doorgaven. 

Voor hen waren de sterren de "wagens van de goden" en de goden zijn, volgens de oude opvattingen niets als energiecentra en bewustzijnskernen. 

Er is in heel de natuur een veranderingsprincipe, na elke kritieke fase komt er een nieuw stadium, zodra b.v. het water zich bij  32 gr. Fahrenheit zich verandert in ijs, gebeurt er iets met de moleculen H2O, die hun samenstelling provoceert tot een nieuwe stolling. 

Er verschijnt zo altijd een nieuw leidend principe en dit nieuwe leidende principe beheerst een andere energie (shakti), waarbij de oude vorm is opgelost in de nieuwe. 

Elke natuurlijke vorm moet zo zijn eigen heerser hebben, die het oude verandert in het nieuwe, en hier gaat het altijd om een bewustzijnskern, een andere vorm van energie. 

Deze heersers-principes of leidende energiekernen behouden een vorm en worden bepaald door een naam. 

In de spirituele wereld zijn deze energiekernen, deze leidende principes die dringen tot een omzetting, bekend als vorm en naam. 

Wij, in menselijke terminologieën, hebben het over de "ziel"; de ziel die de middelaar is tussen geest en stof en waaruit de omzetting moet plaatsvinden. 

De ziel die ook uit een andere energie bestaat dan ons stoffelijke lichaam. 

In de Veda spreekt men over deze "zielen", deze omzettings-energieën, als Devata's. (godheid) 

In de Orphische mysteriën interpreteert men de mythologische goden als elementen van kosmische energie. 

Je ziet dus dat in de oudheid de historische-materialistische uitleg, die wij b.v. geven aan de Jezus-geschiedenis, totaal ontbreekt. 

Men stond dichter bij de hemelse energie, was meer overtuigd van abstracties, men keek achter de dingen, achter de filosofieën, ook met betrekking tot de astrologie die wij nu de mensen moeten aanpraten, waaraan men dan kan twijfelen, waren vroeger vast geaccepteerde feiten, normale opvattingen. 

Het materialisme van de laatste eeuwen verwijderde ons van die oude, en vooral, diepzinnige denkbeelden. 

De splitsing tussen concretie en abstractie, die zich in alle filosofieën, leringen en religies heeft voltrokken, maakt ons sceptisch tegenover de abstractie, ofwel afwijzend tegenover de concretie. 

Een aversie tegenover het materialisme kan het risico inhouden dat we z.g. gaan zweven, ontaarden. 

Het materialisme houdt in dat we slechts geloven in tastbare feiten en alles afwijzen dat niet door feiten kan worden bewezen, d.w.z. onomstotelijk driemaal kan worden herhaald. 

Hetgeen voor abstracte dingen altijd moeilijk is, omdat er een predispositie, een sfeer voor aanwezig moet zijn. 

De moderne onderzoekingen bewijzen echter dat de materie zich gedraagt alsof zij een "intelligente geest" bezit, dus alsof er bewustzijn in aanwezig is. 

Dit zegt de fysicus James Jeans, die zich nergens meer over verwondert, omdat de fysica altijd verrassingen in petto heeft, hetgeen de astronomen eveneens weten. 

Vanaf de oudheid tot aan onze dagen zijn sterren, goden, de materie en de energie en het bewustzijn nauw met elkander verbonden, zij getuigen van hetzelfde principe. 

Vanuit dit gezichtspunt kun je een wetenschap van analogieën of overeenkomsten funderen. 

Er is een wet van universele overeenkomsten die resulteert in het hindoestaanse woord: "Alles is in allen". 

Op deze wet berust de werking van de zodiak, dus van de oude astrologie. 

De mythologie kan zich noch scheiden van de symboliek, noch van de astrologie, noch van de astronomie volgen Carl Sagan, noch van de psychologie. 

Esoterische of/en psychologische astrologie gaat veel verder en veel dieper dan de horoscopie. 

Deze wetenschappen completeren elkaar zodra je iets weet van de kosmische wetten en van de eeuwigdurende transformatie van de scheppende energie. 

En dit laatste vertalen we als: LEVEN. 

De doorlopende onderzoekingen in de kosmos-biologie laten er geen twijfel over dat de sterren en planeten invloed hebben op de aarde en de mensheid. 

Indien deze opvattingen algemeen zouden worden, zou er beslist een verschuiving plaatsvinden in de religieuze overtuigingen, er zouden veel geijkte, vooral kerkelijke, en sommige sektarische ideeën volkomen overhoop worden gehaald, en vooral: de mens zou zichzelf als "selfsupporting" zien, uitsluitend verbonden met een Oerkracht zonder menselijke bemiddelaars. 

Het rationele denken heeft slechte kanten, maar ook goede: het sleept onomstootbare bewijzen aan, die weer aangewend kunnen worden om twijfelaars te overtuigen. 

En twijfelaars zijn altijd beginnende zoekers, mensen of zielen die op weg zijn naar een innerlijke verandering onder leiding van een inwonende godheid. 

Hier krijg je ook te maken met de velerlei "godheden" waar de ouden van spraken en die veelal totaal misverstaan werden. 

Elke energievorm, elk energieveld heeft zijn eigen godheid of Heerser, die dat energieveld, of die vorm moet overwinnen voordat hij getransformeerd kan worden. 

Denk hier aan het Tibetaanse dodenboek, denk aan het Evangelie van de Pistis Sophia, denk aan de verschillende schepsels met ieder een andere bewustzijnsniveau, d.w.z. een ander energieveld. 

Ieder heeft zijn eigen inwonende godheid, zijn eigen saturnale god die een poortwachter is en in een wijze verandert. 

Die saturnale godheid met zijn "ring tot hiertoe en niet verder", zoals de oude filosofie zegt, is er dus zeer individueel voor ons allen. Wij kunnen allen veranderen tot een bepaalde hoogte, in verhouding met de materie waaruit we bestaan.

Degene die we ZIJN is de sleutel tot degene die we WORDEN en die sleutel wordt gehanteerd door onze ziel. 

Deze goddelijke bewustzijnskern, die pas toestemming geeft indien bij ons een bepaald toegangsweten, (niet intellectueel) aanwezig is - een begrijpen. 

De astrologie en de leer van de zodiak is eigenlijk het schema van een universele ontologie, een universele leer van het zijnde. 

Dit "zijnde" is nooit stabiel, alles beweegt, alles verandert. 

De antieke ontologie ging uit van het fysieke scheppingsplan en daar komen totaal geen sprookjes bij, noch figuurtjes om te aanbidden. 

Het is de leer van de energiebanen, van de transformaties en van het onsterfelijke dat zich binnen het sterfelijke beweegt en daaruit wil terugkeren; het onsterfelijke evolueert op deze wijze, op basis van de alomtegenwoordige wetten. 

Want er is voor materie en geest maar één wet, de geest werkt slechts subtieler, de stof werkt concreter. 

Maar dat wat we nog niet begrijpen behoeft daarom niet ondenkbaar, of onmogelijk te zijn. 

Zich dit subtiele of abstracte in kunnen denken is één, zich dit in kunnen voelen is twee of omgekeerd, maar het BEGRIJPEN is drie, de derde stap, en die wordt gezet indien voelen en denken elkander aanvullen. 

Het ene is nooit compleet zonder het andere, al meent men dat soms wel. 

Pas als we op deze wijze "begrijpen" weten we wat vrijheid is, en kunnen we eveneens inzien dat "ketterij" in de dogmatische opvatting niet bestaat. 

Die "ketterij" is eenvoudig de eerste stap tot de voornoemde vrijheid. 

En er is géén gevallen god die niet "vrij" zou willen zijn.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene