Sociale en maatschappelijke ketterij

Voor de ketterij behoeven we niet te zoeken in de sekten en religies, wij vinden het ook in de maatschappij: ketters tegen immoraliteit en uitbuiting. 

Dit soort ketterij viert momenteel hoogtij; nu de immoraliteit en de uitbuiting zijn zieke vruchten gaat afwerpen worden velen wakker. 

Daarmede is beslist niet gezegd dat de immoraliteit heden erger zou zijn dan b.v. in de middeleeuwen, alleen wordt, juist door de opstandige geest, deze immoraliteit nu gesanctioneerd. 

Als onrijpe mensen vrij worden, slaat de balans altijd naar de verkeerde kant uit. 

Bekende ketters in de maatschappij, die tegen de maatschappelijke normen en wetten protesteerden waren o.a.; Plato, Socrates, Epictetus, Kepler, Rousseau, Tolstoi, van Eeden, Sartre. 

Ketterij tegen de maatschappij houdt niet anarchisme in, zoals gezegd, is dit de weg van het geweld; maar vooral de psychologie van het geknecht worden in tegennatuurlijke, dikwijls natuur-ontwrichtende normen. 

In tijden dat kerk en maatschappij nauw verbonden waren, werd er een moraalnorm gehandhaafd die zo tegennatuurlijk was, dat er allerlei uitwassen ontstonden. 

Maar morele uitwassen ontstaan ook indien iemand extreem egocentrisch is, waardoor het eigenbelang een te grote plaats gaat innemen. 

Ketterij is vrijwel altijd een gevolg van een noodsituatie, in opstand komen gebeurt uit nood. 

Je kunt lichamelijk en geestelijk in opstand komen; het lichaam fulmineert als het ziek is; de geest protesteert als hij geknecht wordt. 

Tenminste, zo zou het moeten zijn, want dat is de grondwet van de schepping. 

Dat er met deze wet individueel wordt omgesprongen bewijst wel individuele verschil in reactie-gradaties. 

De ene mens kan ongelooflijke braspartijen verdragen; de andere wordt direct ziek als hij over de schreef gaat; de ene mens kan jarenlang worden geknecht, de andere mens komt bij de minste onderdrukking in opstand. 

Dit is niet slechts afhankelijk van je type, maar mede van de innerlijke Veranderaar die, afgesteld op het individu, een seintje geeft als ergens een grens wordt gepasseerd. 

Zij, die het snelste in opstand komen, worden altijd de pioniers. 

Wat is verdraaglijk en wat is onverdraaglijk? 

Als je overspannen bent, als je zenuwen kapot zijn, verdraag je vrijwel niets. 

Verdraagzaamheid is mede afhankelijk van de ingeschapen wijsheid, mits iemand natuurlijk gezond is. 

De eerste de beste opstandeling behoeft geen ketter te zijn, maar kan b.v. een zeer groot ego hebben, of een machtswellusteling zijn. 

Ook in de maatschappij is ketterij afgesteld op een samengaan van rede en gevoel. 

Onredelijke typen zijn nog geen ketters, evenmin als overgevoelige typen. 

Ketterij is een protest tegen het verkrachten van morele, natuurlijke en geestelijke wetten. 

De natuur is niet immoreel ofwel de mens moet in haar wetten hebben ingegrepen. 

Elk weldenkend mens heeft een zekere moraal; die moraal zal er altijd op zijn gebaseerd dat je noch enig schepsel, noch enige schepping nadeel berokkent. 

Hier is ons eigen lichaam in inbegrepen; als ik mijn lichaam nadeel berokken, negeer ik een natuurwet. 

Als ik daar coûte que coûte mede doorga, ontstaat er een organisch anarchisme, zoals je ziet bij celwoekeringen. Protest is een ingeschapen eigenschap bij alle scheppingen; het is een kwestie van actie en reactie. 

Het wegkwijnen is eveneens een vorm van protest, een verkeerd gehandhaafde ketterij. 

Het je terugtrekken uit een bepaalde situatie zodat je niet behoeft te protesteren met alle gevolgen van dien. 

Het vlammende protest, zoals de ketters lieten zien, 

roept een felle reactie op. 

Monniken trekken zich terug uit de maatschappij, ook als een soort protest, omdat de maatschappij goddeloos, decadent, materialistisch zou zijn. 

De grote massa, in de maatschappij, reageert nauwelijks, velen reageren door zich af te sluiten, weg te trekken, op een eiland te gaan wonen. 

Je ziet hier een overeenkomst tussen de gedragslijnen binnen zonnereligies of zonneketters, en maanreligies, of maanketters. 

De eersten trekken op met vlammende protesten, sterven martelaarsdood, de anderen trekken zich terug en mediteren. 

Welke methode het beste is, is nog steeds niet bewezen, maar de extroverte ketters schreven historie, veranderden situaties, gaven leven en bezit om een bepaald doel te bereiken. 

Er zijn nu duizenden die de straat opgaan als protest tegen bepaalde politieke of morele besluiten, maar het is vanzelfsprekend dat evenzovele duizenden het met hen eens zijn en niets laten horen. 

De grote massa is traag; een log beest; de beangsten lopen graag weg en de schijnheiligen zien hun voordeel of in de ene of in de andere methode. 

Tegenover de ketterij staat het verdoemen, of "in de ban" doen; als je anders bent dan de massa of anders wil dan de aanvaarde opvattingen, doen mensen, organisaties, groepen je "in de ban." 

Je kunt door je buren en door je familie, door je kerk en je groep in de ban worden gedaan. 

De Duitsers noemen dit "Het in Acht und Bann doen". 

Opgesloten worden in een afgesloten denksfeer, het uitstoten uit de gemeenschap. 

Elke ketter is een uitgestotene, die dan weer contact vindt met andere uitgestotenen. 

Het soort zoekt soort is een grondwet; en dat tegengestelden elkander afstoten is eveneens een wet; 

zij vinden elkander slechts door een middelaar. 

Frederik van Eeden als één van de voorvechters voor een nieuwe maatschappijstructuur, zoals Bellamy ook heeft geprobeerd, was van mening dat het geld de mens en de maatschappij verpestte. 

Door de hunkering naar geld helt de mens over naar het materialisme; waardoor zowel de natuur als de geest verwaarloosd worden. 

De scheppingsstructuur is totaal niet geïnteresseerd in geld- en goederenverzameling; het "hebben" als oerwens van het schepsel is uitgedijd tot een overheersende begeerte, die zijn bezitter kastijdt. 

Bij zulk een mentaliteit wordt de gezonde drang naar ketterij, het zich vrij vechten, totaal ontkracht. 

Het is een bekend feit dat de drang naar vrijheid, sterven kan door materieel bezit. 

Hoe meer banden we smeden, des te zwaarder is het om hen los te maken, indien we dit zou moeten. 

Vrijheid en onthechting gaan nauw samen; maar laten we onthechting vooral niet verwarren met ontaarding. 

Ketterij is een subtiele vorm van onthechten. 

Het gaat er altijd om of je geweten en je intuïtie zwaarder wegen dan gewoonten, kennissen, familiebanden of/en baan. 

Je bent pas een wijze en ook invloedrijke ketter indien je innerlijk bent geaard. 

Ontaarde ketters kunnen zich vergrijpen aan oerwetten; geaarde ketters vallen steeds weer terug op hun basis. 

Er zijn duizenden mensen die geen basis hebben; dan kun je hen voor elk wagentje spannen en tenslotte krijg je die funeste uitputting, het "moe" zijn; het geen interesse meer hebben. Een geaard en bezield ketter, die zich voor een doel inzet, wordt nooit moe zich daarvoor in te spannen ofwel daarover te denken en te praten. 

Het innerlijke rijpingsproces brengt veranderingen aan, maar neemt nooit bezieling en geaardheid weg. 

Een ketter wordt eigenlijk geboren, niet gemaakt; kan men een plant beletten te groeien? 

Er is dan slechts de keuze tussen groeien of sterven; dat is de ingeschapen levensdrang van het schepsel. 

Een bepaalde maatschappelijke, organisatorische of dogmatische structuur kan zo benauwen dat het schepsel werkelijk geen andere keuze overblijft dan sterven; geestelijk, soms lichamelijk, na het doorworstelen van allerlei ziektebeelden. 

Hoeveel ziektebeelden ontstaan door druk? 

De mens in zijn ontplooiing beletten, leidt tot misgroeiingen en ziekten. 

Maar ook tot psychische ziektebeelden, het denken kan worden ontwricht, de gevoelens gedood. 

Een ketters mens voelt zich ongelukkig wanneer hij niet begrepen wordt, wanneer hij verdrukt wordt of wanneer hij vals beschuldigd wordt. 

Het groeien naar vrijheid wordt natuurlijk altijd met argusogen bezien door degenen die er baat bij hebben dat mensen dom worden gehouden, of onderdrukt worden. 

Het groeien naar vrijheid maakt intelligenter, wijzer, en actiever. 

Elk groeiproces gaat vergezeld van bepaalde processen; als ketters vechten voor een ideaal, geloven zij daarin tot dat ideaal werkelijkheid is, dan zien ze de mankementen. 

Dit zie je dus vooral bij sociale ketterij. 

Elke structuur die uit mensenbreinen komt gaat mank; alleen de natuurlijke structuur is foutloos. 

Toen de mensenmaatschappij nog de insecten gemeenschappen als basis voor hun eigen gemeenschappen namen, was er een soort van harmonie, een eenheid; toen werd er niet gediscussieerd over wie de macht zou moeten hebben en wie geen goede taak had of wie tekort kwam. 

Het niet tevreden zijn met zijn taak of zijn plaats kan ook het gevolg zijn van een innerlijke onvrede met zichzelf. 

Als één cel van ons organisme ontaardt, heeft dat invloed op de hele cellengemeenschap; als in de maatschappij de cellen die b.v. de gezinnen vormen, ontaarden slaat dat terug op de hele maatschappij. 

Als wij verwrongen denkbeelden hebben over de belangrijkheid of de onbelangrijkheid van ons werk, zoals dat b.v. met intellectuele arbeid en handarbeid het geval is, krijg je een verschuiving binnen de gemeenschap die funest is voor het geheel. 

Deze verwrongen denkbeelden werken uit in alle groeperingen: spiritueel, moreel, sociaal. 

Elk van die groeperingen is immers uit mensen opgebouwd, die daar de cellen vormen. 

Hebt u er wel eens over nagedacht dat bepaalde volksziekten het gevolg zijn van een massaal denkpatroon? 

Zoals het individu zich ziek kan denken, zo kunnen groepen en volkeren dat ook. 

Elkeen die zich verzet tegen het alom vertegenwoordigde eigenbelang, dat zich uit in een enorme bezitsdrift, is een sociale ketter, omdat hij de basis van de huidige maatschappij aantast. 

Het hebben verdringt het zijn. 

Het teveel hebben verstikt iemand, de levensontwikkeling, de groei wordt gestuit en dan komen de verwrongen denkbeelden naast de lichamelijke kwalen. 

Je bent een ketter als je terug wil naar de oude, natuurlijke, ingeschapen scheppingsnormen. 

Dan worden aarde en hemel, stof en geest weer verbonden, terwijl de ingeschapen middelaar, de Veranderaar, als vanzelfsprekend wordt geaccepteerd. 

Van Eeden zei zo krachtig: 

"Het geld en de taal zijn de toetsstenen waaraan men de koninklijken herkent." 

Met de "koninklijken" meent hij degenen die moreel en geestelijk een hoog peil handhaven, waarin besloten ligt de eerbied voor het leven, de natuur. 

"Wie het bedrog van het geld en het bedrog van de woorden niet merkt, heeft niet de juist leidende geest. 

Want het komt niet op uiterlijke begaafdheid aan, maar op goed onderscheiden, op vrij oordeel en machtige liefdekracht." 

Deze woorden haken in op alle oude leringen, op astrologie, zowel als op geneeskunde, op spiritualiteit, zowel als op natuurlijkheid. 

Hierin vind je de drie basisprincipes van Paracelsus, en ook Hippokrates geneeskunde terug:

intuïtie -

eigen ervaringen - 

en nauwkeurig onderzoek. 

Dit zijn de elementen die elke ketter moet bewaren, of hij nu sociaal, dan wel geestelijk ketters is. 

Intuïtie is onontbeerlijk; maar intuïtie is afhankelijk en ondergeschikt aan de innerlijke groei, aan de wet van de inwonende Veranderaar. 

Intuïtie is het onfeilbaar herkennen van wantoestanden, in jezelf, in anderen, in de maatschappij, in geloofskwesties. 

Niet uiterlijke wantoestanden, maar subtiele misleidingen die door woorden soms worden bedekt, maar die een bepaalde vibratie overdragen die een scheppingsprincipe, een oerbasis in het individu provoceert. 

Dan wordt de ketter wakker. 

Ten tweede zijn er de eigen ervaringen, waarop zeer reëel en betrouwbaar kan worden teruggevallen. 

Elke eigen ervaring heeft een nut, indien dat nut niet is ontdekt, is die ervaring geen ervaring maar een theoretische gegeven. 

Alle ketters kennen hun innerlijke, zeer duidelijke of hun uiterlijke, aantoonbare ervaringen. 

Tenslotte het nauwkeurige onderzoek dat vergeleken kan worden met objectiviteit: 

objectief nagaan of datgene wat je ervaart of ziet wel juist is, twee kanten in ogenschouw nemen dus. 

Onderzoeken of je niet slechts emotioneel bewogen bent of je in je ikje aangetast bent, of datgene wat je wilt, of waartegen je wilt protesteren wel uitgaat van een edel motief, een gemeenschappelijk doel, mensendienst. 

Zoals de cel het gehele organisme dient; zo zou het individu de mensheid moeten dienen. 

Beginnen in het klein is het eenvoudigste en dan kom je weer bij het gezin, of de kleinste groep. 

Of, nog kleiner, bij jezelf. 

Iemand, die niet vecht voor zijn eigen vrijheid, kan NOOIT een gemeenschappelijke vrijheid dienen. 

Ik kan nooit harmonie brengen als ik zelf één en al disharmonie ben. 

Alles wat ik zeg is dan theoretisch, éénzijdig, en dat wil zeggen: onbezield.

Bezieldheid - het woord komt van "ziel", nietwaar, is een resultaat van twee samenwerkenden, geest en stof, theorie en praktijk, abstractie en concretie. 

De ziel verbindt hen. 

De ketter is een product van stabiliteit en beweeglijkheid - de ontmoeting tussen beide maakt de ketter: de bevrijder, of de veranderaar, de doorbreker. 

Om iets nieuws te brengen moeten eerst individuen "vrij" zijn, en vrijheid en ketterij zijn bijna synoniem, in de oude betekenis van het woord. 

Vrij zijn - van binnenuit - is goddelijk zijn, zegt van Eeden. 

Hij, die zijn eigen goddelijkheid gehoorzaamt, let niet op de stem van de kudde. 

Hij wordt geroepen om herder te zijn. 

En daaraan is behoefte. 

Kudden zijn er genoeg, maar de herders kennen nauwelijks meer hun werk. 

Moge dezulken ontwaken in een tijd van revolte, zoals de onze.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene