De zeven hemelse gaven

De oorsprong van mens en wereld verliest zich in de legende; de legende baseert zich uiteindelijk op een vergeten waarheid of realiteit. 

Momenteel gelooft niet iedereen meer dat legenden, overleveringen of tradities voortkwamen uit ongebreidelde fantasieën; de welbekende Heinrich Schliemann gaf daarvoor een onloochenbaar bewijs. 

Soms is de realiteit fantastischer dan een legende en wordt hij bij het navertellen zelfs ongeloofwaardig. 

Ook de symboliek, en de diverse leringen, zoals astrologie, getallenleer, guldensnede, inwijdingen, wonderen in de geneeskunde blijken op een realiteit te stoelen, die slechts in onze hedendaagse tijd vergleden is naar een verleden, dus tot een vergeten werkelijkheid werd. 

Op een enkele herinnering na, die sommige mensen kenmerkt, en die hen maakt tot zoekers, zoekers naar een vergeten realiteit, zoekers naar een totaal andere wereld, een andere mentaliteit en vooral een innerlijke levensrichting, die innerlijke onzekerheid uitsluit, een onzekerheid die velen tot menselijk wrakhout maakt. 

Dit is duidelijk herkenbaar in sommige takken van kunst, wetenschap en religie, drie peilers die terug te vinden zijn in de zeven hemelse gaven, die we als onderwerp namen voor deze filosofie-week. 

Eigenlijk hangt iedereen in deze tijd een tweedehandsleer aan, een overtuiging in kunst, religie en wetenschap, die overgedragen werd via medemensen, via hun interpretatie, overeenkomstig hun bewustzijn. 

Zonder het te willen is ieder mens immers een doorgeefkanaal, en wat naar buiten komt is altijd besmet of vervormd door hun stempel. Oorspronkelijkheid is vrijwel ondenkbaar; alles is altijd geënt op imitatie; oorspronkelijkheid kan slechts bestaan indien iemand een zeer diepgaande eigen herinnering heeft en daarop een eigen interpretatie vormt. 

Oorspronkelijke mensen trekken zich immers niets aan van de mening van anderen, laten zich ook niet beïnvloeden, dàt tekent hun oorspronkelijkheid. 

Op deze wijze herscheppen zij echter de oorsprong van wetenschap, kunst en religie, omdat bij deze drie een innerlijke inspiratie samenging met een uiterlijke vormgeving. 

Hierdoor werd er maar nauwelijks of helemaal niet afgeweken van de oervorm; een mens met een oerherinnering aan "hoe het eens was" en dit terugvoerend tot de oudste tijden laat zich nl. altijd inspireren of bezielen door een oergegeven. 

Dat zie je aan tradities, tradities dragen een land of een volk. 

De "legende van de Lichtzonen" of de "gulden snede" of de wetten van de astronomie baseren zich op een mondelinge, dan wel schriftelijke nauwkeurige overlevering. 

Gegevens die aantoonbaar zijn in de geschiedenis van een volk of een land. 

Denkt u maar aan de alternatieve geneeswijzen, zij baseren zich allen op een traditie, die, ontdaan van commercialiteit, altijd realiteit blijkt te zijn, d.w.z. op waarheid berust. 

Alle vormen van traditie grondvesten zich in de ene dan wel andere hemelse of heilige gave. 

Zij zijn daarvan uitlopers en bestaan slechts indien hun grondgave gerespecteerd wordt. 

Het grondprincipe van elke gave en van elke vrucht daarvan berust op een tweevoudigheid: de yin en de yang; het innerlijke en het uiterlijke; het verticale en het horizontale. 

Vanuit dit gegeven ontstond het kruisteken: het verticale dat het horizontale doorsnijdt; het horizontale dat het verticale draagt; de yin die de yang doorsnijdt, of het vrouwelijke dat het mannelijke ontvlamt. 

Is het verwonderlijk dat ditzelfde gegeven ook terug te vinden is in religie, wetenschap en kunst, willen deze drie pijlers aan hun opdracht voldoen? 

Is het verwonderlijk dat de genoemde drie pijlers terug te brengen zijn tot een twee-eenheid: 

de yin: de religie 

de yang: de wetenschap 

en hun vrucht: de kunst. 

Kunst met hoofdletters, zoals de alchemisten hun hermetische leer DE KUNST noemden. 

Vandaar ook de andere benaming voor de zeven gaven: de ZEVEN KUNSTEN. 

De zeven Goddelijke of Hemelse Kunsten beantwoordden lange tijd geleden aan hun opdracht: 

in hen ontmoetten yin en yang, 

religie en wetenschap, 

vrouwelijk en mannelijk,

verticaal en horizontaal elkander. 

Toen hadden deze twee samenwerkende zijden ook nog niet de dikwijls negatieve klank die zij heden kunnen hebben - door de onwetendheid van de mens. Yin is vaak negatief, zwak, afbrekend; yang wordt materialistisch, dreigend, verbrandend. 

Als de ene zijde van de andere zijde wordt losgerukt krijg je het beeld van een op drift geraakte religie, kunst dan wel wetenschap. 

We behoeven elkander geen voorbeelden te geven om hierin de huidige realiteit te zien. 

De zeven hemelse of goddelijke Kunsten zijn momenteel op drift geraakte, ontspoorde leringen of suggestieve uitbeeldingen. 

Wel, dat is een voortbrengsel van onze huidige maatschappij, die wij, in wezen, TEZAMEN vormen. 

Dit dateert echt niet van de laatste jaren, doch dat gaat al eeuwen zo door, hoewel je, bij het nazoeken in de mensheidsgeschiedenis toch wel kunt nawijzen WAAR deze ernstige separatie definitief fout ging. 

Voor de religie was vroeger noodzakelijk: geloof èn leven of praktijk; voor de wetenschap was intuïtie èn uitvoering nodig; voor de kunst was inspiratie èn harmonische beeltenis een eis. 

De Geneeskunde of de Kunst van het genezen kunnen we hiertoe ook gemakkelijk rekenen: intuïtie leidde tot helen of heiligen. 

Intuïtie, inspiratie en geloof komen uit één bron, indien je hen ontdoet van hun moderne stempel. 

Door de menselijke stempels ontstonden het onbegrip en de onkunde, het niet-kunnen.  

Het woord kunst is nl. etymologisch afgeleid van kunde, kennis, wijsheid, kracht. 

Het oudfriese "konst" komt van kennis, en ook het woord "gunst" heeft hiermede te maken. 

Tegenwoordig hebben velen een hekel gekregen aan het begrip "gunst", hoewel dit vroeger een abstractie vormde voor het begrip "kunst" of kennis, of kunnen. 

De taaletymologie leidt terug naar de GRAMMATICA, één van de zeven gaven, die we nu echter zien als een vaak moeizaam aangeleerde taalkunde. 

Als we echter de religie, of de wetenschap, of de Kunst bezitten zoals die voorheen omschreven werd, dan is dit een "gunst", een hemelse gunst. 

Hierin ligt tegelijkertijd het ontvangen en het geven. 

Een gunst ontvang je, en uit die gunst kun je iets schenken. 

Een gunst heeft altijd te maken met afhankelijkheid, belangeloosheid, er is geen ruilobject. 

We voelen ons ietwat beledigt als we een "gunst" ontvangen. 

Voelt u hoever we hier weer afgedwaald zijn van het aloude begrip als we "gunst" terugvoeren tot zijn oorsprong: kunst, kunde, kennis, kracht, wijsheid. 

Kunnen en kennen behoren bij elkander. 

Slechts als kunnen en kennen samengevoegd worden tot iets verticaals: kennen - en iets horizontaals: kunnen, komt daaruit voort: de kunst. 

Iemand, die het verticale en het horizontale verbindt, draagt een kruis - liefst in de evenwijdige balkenvorm - en verstaat dan de Kunst van het Leven. 

Bemerkt u hoe dit z.g. kruisdragen in allerlei religies gedegradeerd werd tot lijden, smart, grote ellende, hoewel het dus de essentie is tot DE kunst, in welke vorm we die Kunst ook uitdragen? 

Wel, de yin of het verticale was ééns hetzelfde als het abstracte, heden gedoodverfd als zinloos, nutteloos, het ongrijpbare dat de onwetende mens volkomen ontgaat. 

Zijn de intuïtie, de inspiratie, het oergeloof niet abstract? 

Niettemin stutten zij heel wat belangwekkende gebeurtenissen, die de mensheidsgeschiedenis veranderden. 

Momenteel hebben we een ander woord voor abstractie: nl. theorie. 

En theorie is een vervelend begrip, want ook theorie vinden we zinloos, nietwaar? 

Niettemin zit het woord "theo" erin: god. 

Theo als god of wijsheid. 

Theorie als abstractie, die weer is als intuïtie of inspiratie. 

Je kunt door zulk een theorie bezield worden, maar het is wel een eerste stap en zonder tweede stap is hij waarlijk nutteloos ALS LEVENSKUNST. 

Er ligt geen kunst in - slechts abstractie, yin. 

Zo kan er ook slechts de andere kant aanwezig zijn: yang, de concretie, de materialisatie. 

Wat is materialisatie zonder draagkracht? 

Wat is concretie zonder theorie? 

Wat is kennen zonder kunnen? 

Waarom fulmineert men heden toch zo tegen het kènnen, de kennis tegen theorie? Omdat nog maar weinigen weten dat kennen voorafgaat aan kùnnen. 

Komen hieruit ook niet de flaters in religie, wetenschap en kunst voort? Evenals in de geneeskunst? 

Nu scheiden we de theoretici of de theorie van de practici of de praktijk. 

We hebben het over: "de leer is iets anders dan de praktijk" - en dan wordt er dikwijls aan toegevoegd: "och, leer en praktijk zijn twee totaal verschillende dingen!" 

O ja? 

Wat een onkunde en wat een bewijs van vergeetachtigheid! 

Elke intuïtie, inspiratie, of elk geloof voert uiteindelijk tot een resultaat. 

Ook de afwezigheid daarvan. 

Alles op aarde bestaat uit de tweevoudigheid. 

Wie zijn we dat we menen deze beide ongestraft te kunnen scheiden? 

Ook in onszelf zijn we organisch aan het scheiden gegaan; bij wie werken de beide hersenhelften harmonisch samen?  

Bij wie werken hoofd en hart goed samen - of lichaam en ziel? 

Weten we langzamerhand niet dat hieruit al die ziekteverschijnselen voortvloeien? 

In de westerse wereld ging de yin verloren - de abstractie, de intuïtie, de theorie. 

We menen hier dat we heel goed zonder deze kunnen. 

In het Oosten zie je dat er veel minder aanwezig is van de yang - de concretie, het gematerialiseerde. 

Zelfs in sommige geneeswijzen wordt geprotesteerd tegen de yin, vooral in het Westen, dat weinig begrip kan opbrengen voor de yin, voor het vrouwelijke. 

Elk land en elk volk drukt zich vrijwel éénzijdig uit: of yin - intuïtief, inspiratief, 

of yang - concreet, materialistisch, uiterlijk. 

Ook de landsaard, het volk is hierin te herkennen. 

Vrijwel niemand brengt de beide pijlers samen. 


Teruggaande naar de oergeschiedenis der mensheid, die fragmentarisch overgedragen werd, en in sommige tradities terug te vinden is, ontmoeten we de tweevoudigheid in religie, wetenschap en kunst, waardoor het volk, dat land, die mensen gelukkig, vredig, bezield werden. 

Vragen we ons tot op heden niet af waar zovele schone oude kunstvormen vandaan komen? 

Imiteren we hen niet? 

Vragen we ons niet af hoe die oude schilders hun kleurenpalet mengden, hoe ze überhaupt hun kleuren maakten? 

Ook de kleur bestaat uit de tweevoudigheid van innerlijk en uiterlijk; dat noemen we een natuurlijke, levende kleur. 

Voor het maken van zulke kleuren waren vroeger wetten, eisen, de theorie, die voorafging aan de kleur zelf. 

Een vergrijp tegen deze kleurbasisleer was een onvergeeflijke fout en strafbaar, omdat kleuren, van oudsher hun opdracht hebben in de schepping - in de kunst, in de religie èn in de wetenschap. 

Wel, we trekken ons er niet zoveel meer van aan, hoewel het heimwee aan ons knaagt en we naar de terugweg zoeken: naar de samenvoeging van hemel - de abstractie en aarde - de concretie. 

Wel, nu er aan onze universiteiten in halve religie, wetenschap en kunst wordt onderwezen is het goed even stil te staan bij de universele, alomvattende aanwezigheid van de tweevoudigheid als het verticale en het horizontale, want de Zeven Hemelse Kunsten zijn daaruit voortgekomen, nl. uit de INDALING van de Hemelzonen - een verticale beweging dus - en hun verbreiding op aarde - de daaraan volgende horizontale beweging. 

Hierna ontstonden op aarde de Zeven Hemelse Kunsten, die slechts begrepen en onderwezen konden worden door hen, die vanuit de hemel kwamen en op aarde voortleefden. 

Dus onderwezen en begrepen door de Zonen van het Licht, of de Zonen van de Zon, of de "engelen" zoals onwetende mensen zeggen. 

Er zijn talrijke fragmenten te achterhalen van deze indaling en deze uitbreiding. 

Talloos zijn de overleveringen met betrekking tot de adoratie van hen "die reeds op aarde waren" toen deze Lichtzonen indaalden en hun Kunsten gingen onderwijzen. 

Omdat zij die Kunsten onderwezen aan onwaardigen - onhemelse schepsels - werden ze echter gestraft, waaruit dan weer de uitspraken kwamen: Gooi geen paarlen voor de zwijnen of rozen voor de ezels. 

Daarom zal - tot in lengte van dagen - een Hemelse Kunst of Gave het bezit worden of kunnen zijn van een Zoon des Lichts, of iemand die een oerherinnering bewaart aan zijn hemelse afkomst. 

Wel, in wezen zijn dat alle waarachtige zoekers, die, gedreven door hun intuïtie, DOEN wat hun oerweten, hun geweten hen dringt om te doen. 

Dan zie je een prachtige levenspraktijk en zie je mensen opstaan die de mensheidsgeschiedenis veranderen. 

Hen citeren we nog, zij zijn legendarisch geworden, maar de werkelijkheid is in ons en naast ons en om ons, hij is hier en nu. 

Wie van ons bezit één der hemelse kunsten, al is het maar een fragment, of misschien een uitloper daarvan? 

Dat ontdekken we dan deze week!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene