Het midden tussen tijd en eeuwigheid

"De tijd is de ziel der wereld.

Grieks.


In het "midden" leven betekent links en rechts in de hand houden. 

Het midden van elk schepsel of van elke schepping - inclusief de menselijke scheppingen - is een werveling, een uitwisseling tussen tijd en eeuwigheid; het is dat punt waar tijd en eeuwigheid elkander raken. 

Het is daar waar het geheim van de betrokkene woont; het is daar waar hij IS. 

We leven met z'n allen in de meest vreemde situatie: in het NU, daar waar verleden en toekomst elkander raken. 

Kleine kinderen kennen geen NU, zij leven in het onbegrensde, totdat hun ouders over verleden en toekomst gaan spreken en hen het begrip "tijd" bijbrengen. 

De tijd is een klok zonder cijfers. 

Hebt u wel eens bemerkt dat u heel anders leeft zonder horloge? 

Tijd wordt dan onwezenlijker, hij verliest zijn dwang. 

In ons leven vormen we zelf - als wezen - de personificatie van het NU, een schepsel dat balanceert op de grens tussen verleden en toekomst. 

Elke seconde bepaalt ons méér bij de toekomst dan wel ketent ons aan het verleden. Wij scheppen zelf de tijd.

Door suggestie is bewezen dat wij ons gewennen aan tijdsduur; dat we seconden voor minuten kunnen aanzien en omgekeerd. 

Het horloge of de klok ZEGT ons dat het een bepaalde tijd is; onze innerlijke klok wijst iets anders aan. 

Onze innerlijke klok is afgesteld op het ritme van licht en duister en op het aardmagnetisme. 

Hoewel deze zeer persoonlijke klok wat van slag af is, kunnen we hem toch weer instellen door ons te concentreren in ons MIDDEN. 

De eeuwigheid heeft ons geplaatst in een tijdelijk leven, behorende tot de zichtbare vormen. 

Onzichtbare vormen hebben een totaal ander ritme, zoals kleine kinderen bewijzen. 

Zij reageren op het aardmagnetisme. 

Zij kunnen dit omdat zij, althans als ze gezond en normaal zijn, uit hun midden leven. 

Er bestaat voor hen geen einde, geen dood, nauwelijks een begin, omdat zij dikwijls herinneringen bezitten aan een leven VOOR dit leven. 

Het NU heeft direct te maken met het doen, het zichtbaar maken van het onzichtbare, datgene dat IS voordat we DOEN. 

Onze gedachten bewegen zich buiten de tijd; onze fantasieën eveneens; ook onze dromen. 

Wij kunnen de tijd "vergeten".

En wat is "vergeten"? 

Het is het zichtbare doen vervagen. 

Het irriteert ons als we vergeetachtig zijn of worden, hoewel, en hebt u dat wel eens bemerkt, we bepaalde gebeurtenissen of dingen nooit vergeten. 

Vergeetachtig worden is een verzwakte binding bezitten met het NU; leven in het onbegrensde. 

Het betekent ook een verflauwde belangstelling, en tenslotte kan het - organisch - een gebrek aan fosfor zijn. 

Maar fosfor is energie, licht, de overdrager van eeuwigheid naar de tijd. 

Intelligente mensen bezitten veel fosfor. 

Energie-weggave, vooral geestelijke, betekent een vermindering van fosfor. 

Als die niet tijdig wordt aangevuld ontstaat een ziekelijke vergeetachtigheid. 

Oudere mensen drijven weg uit het NU, hun fosfor-aanvulling ontbreekt, zij hebben geen animo om het te vermeerderen, omdat dit NU hen vaak niet meer interesseert. 

Zij leven met één voet, en zeker met hun gedachten in het onbegrensde; het aanknopingspunt tussen tijd en eeuwigheid - het MIDDEN - wordt zwakker. 

Een filosoof zijn is direct in contact staan met eeuwigheid en tijd - NIET MET DE KLOK -, maar met verleden, heden en toekomst, die zich alle drie bewegen binnen een tijdveld. 

De tijd werkelijk beheersen betekent dan ook feeling hebben met verleden, heden èn toekomst.

Waarom zou slechts het NU voor ons levend moeten zijn?

Het NU is vluchtiger dan verleden of toekomst.

Het NU is vaak slaaf van de klok, althans in onze ogen.

Voor dit NU maken we een horoscoop, een blauwdruk voor een vluchtig moment tussen twee eeuwigheden.

Daar hechten we enorme waarde aan. 

We menen dat we degenen ZIJN die de horoscoop uitbeeldt, maar we vergeten dikwijls dat we een eeuwigheidswezen zijn die tijdelijk een aantekenboekje op zak heeft.

Dat aantekenboekje is een geheugensteuntje, maar GEEN wegwijzer uit onze tijdelijke gevangenis.

Het NU is even onbetrouwbaar als ons tijdelijke wezen; elke seconde verandert dit NU in verleden tijd. 

Dit NU heeft te maken met ons navelchakrum met zijn 10 spaken, een wiel dat tijd en eeuwigheid verbindt in ons organisme. 

En dat ons doorlopend confronteert met de situatie in het NU en de "vergeten" sfeer van een oerverleden, een tijdeloze sfeer. 

Dit navelchakrum reageert op ons geestelijke èn ons materiële voedsel; het probeert intellectueel èn mystiek voedsel te verwerken. 

Als het zich niet meer bewegen kan, dus niet meer draait, is het eenzijdig belast, zwaar van materieel voedsel, dan wel zwaar van theoretisch filosofisch voedsel. 

Al het "onverwerkte" blijft hangen aan het navelrad, dat ook wel wereldrad wordt genoemd, omdat ook de wereld bestaat uit verleden - HEDEN - en toekomst en zich eveneens beweegt tussen tijd en eeuwigheid. 

Het NU kan het navelchakrum van de wereld belasten. 

Alle lagere emoties, alle lichtloze voeding, alle grove voedingswijzen belasten dit middelste chakrum, waardoor het zijn werk van verbinden tussen hemel en aarde niet meer kan volbrengen. 

Gevolg: ons midden is dood; we missen intuïtie, we missen een etherische gevoeligheid, waardoor we louter kunnen AAN-leren, lessen die ons niet aangrijpen, maar die we louter in onze hersenen stouwen. 

Die lessen missen ook de verbintenis met het onvergankelijke, waardoor ze levenloos, vluchtig zijn. 

En dat wat vluchtig, tijdelijk is, herstelt noch bevestigt ons "midden", het zet ons navelwiel niet in gang, dan gaan we ons duf gevoelen, dan wel proberen we ijzer met handen te breken, omdat we eventueel nog bemerken dat we "iets" missen, maar niet meer begrijpen WAT er mankeert. 

Het navelchakrum is de as van een lichtend roterend wiel, dat ons bezield, doordat het ons verenigt met aarde en hemel. 

Wat zou onze aarde zonder hemel zijn? 

Uit de bewegingen van dit wiel sproeien vonken, energie, krachten, die ons psychisch en fysisch in conditie houden. 

Zeggen we altijd niet dat "beweging" ons levend, jong, gezond, actief of alert houdt? 

Vergeetachtigheid betreft altijd de dingen die we niet in ons midden hebben opgeborgen, ze raken ons leven niet, ze raken of alleen het verstand of alleen de emotie, en niet het gevoel. 

Onvergetelijke dingen hebben we vastgemaakt aan dat roterende wiel en zij duiken dan weer materieel, dan weer geestelijk in ons leven op. 

We worden opgebouwd door en we leven uit die onvergetelijke dingen; zij hebben plaats in ons midden. 

Goede dingen zetten dat wiel aan, slechte dingen remmen het af. 

TE veel slechte dingen maken ons ziek, misselijk, we krijgen aversie. 

Met "slecht" en "goed" wordt bedoeld dingen en gebeurtenissen die ons bezielen dan wel lam leggen, geestelijk bezien. 

Er zijn mensen die slechts door hun uitstraling ons kunnen verlammen, of ons ontledigen, dan wel ons bezielen of opladen. 

Ook situaties of een bepaalde omgeving kan ons opladen dan wel aftappen. 

Er wordt vooral fosfor afgetapt, lichtende energie. 

We weten immers dat tijdens een ontspanning onze vergeetachtigheid plotseling wegebt, er wordt fosfor toegevoerd. 

Zonder fosfor worden we flegmatisch, lauw, er dreigt energie-verlies en daardoor stilstand van het wiel. 

Door geestelijke ontspanning en door geestelijke concentratie, buiten de wil om, vergaren we energie voor het navelwiel, ons heilige midden, onze 10, die de verbintenis tussen de mens, de één, en de eeuwigheid of de kosmos, de nul, symboliseert en verwerkelijkt. 

Een volmaakt getal: twee volkomenheden die elkander aanvullen. 

Laten we vooral bedenken dat hetgeen zich IN ONS afspeelt, zich ook buiten ons voltrekt; niets staat geïsoleerd op zichzelf. 

Als mens staan we rechtop tussen hemel en aarde. 

De hemel of de kosmos voert via de kruin energie toe, de aarde via de voeten neemt de afgewerkte energie op. 

Geheel languit op de grond liggen ontspant: overtollige, onverwerkte of gestouwde energie wordt zo van ons afgenomen. 

Heeft u ooit bemerkt dat op de buik op de aarde liggen een andere uitwerking heeft dan op de rug? 

De yin-meridiaan van de buik en de borst krijgt veel eerder contact met de aarde dan de yang-meridiaan van de rug. 

De yin-meridiaan is ontvankelijk voor uitwisseling. 

Het chakrum van de navel is yin EN yang; het neemt op en straalt uit, het kan zich over-eten dan wel het kan zich totaal ontledigen. 

Niet voor niets worden bij mediamieke mensen, die de controle over hun gevoeligheid NIET bezitten, aangeraden hetzij een stuk lood, hetzij een rode doek op hun navel te dragen. 

Een slingerend of bewegingloos navelwiel brengt ons totaal van de kook; van-de-kook zijn wil zeggen het proces van het vuur en het water, de vriendschap tussen hemel en aarde, verlaten. 

Of de ketel staat droog: een explosie volgt; dan wel het vuur gaat uit, we worden lauw dan wel koud. 

Het chakrumwiel doorsnijdt de vier hemelstreken ook in onszelf: het pakt de energie uit het Noorden, de kruin, het brengt het naar het Oosten, naar het hart, en het voert gif af in het Zuiden, voeten en onderbuik, daarna beweegt het zich gereinigd naar het Westen, de lever, van waaruit het zich verbreid in ons etherisch lichaam. 

Te weinig energie en onafgewerkte dan wel vuile energie belast dus de organen in Noord, Oost, Zuid en West. 

Een slecht werkende pijnappelklier, alsmede een rechter hersenhelft, maken ons "onverlicht"; een lichtloos of/en energieloos hart maakt ons ongelukkig; uit hun evenwicht geraakte darmen, blaas en geslachtsorganen maken ons angstig, onzeker, en tenslotte is een slecht werkende lever de oorzaak voor depressies, wanhoop en een ongeïnteresseerdheid in het leven. 

Ons midden, ons navelwiel, verbindt de organen der windstreken en bundelt hun kracht in zijn as, dat zowel opneemt als uitzendt, bezielt als afvoert. 

De tijd is onze dienaar, zodra we de klok kunnen vergeten; hij is onze slaaf, indien we een eeuwigheidsmoment ervaren; maar hij is onze tiran, indien we onszelf voor hem buigen.

En buigen doen we dagelijks door onze toekomst te zien binnen de begrenzing van het tijdelijke leven, waardoor we een vazal worden van de haast, die ons ruïneert, die ons zenuwstelsel kapotmaakt; haast wil zeggen dat we begrenzingen kennen en dat we bang zijn voor een tijdverlies. 

Wat is tijdverlies? 

Kunnen we ooit de tijd inhalen? 

Ja, we kunnen iets doen dat we nagelaten hebben, maar is daardoor de tijd ingehaald? 

Tijd inhalen doen we slechts indien we de tijd vergeten.

We laten hem dan langs ons heen glijden en we kunnen hem pakken indien we willen. 

Niemand dan de eeuwigheid kan de tijd inhalen. 

Kunnen een seconde van bezinning of meditatie niet zijn als een eeuwigheid? 

Doen we in zulk een luttel ogenblik niet dingen die we anders moeizaam, gedurende dagen, zouden volbrengen? 

Denk even aan intellectuele inspanningen waaronder je hersens kraken, die je hoofdpijn bezorgen - één moment van lichtende ontspanning, van ontspannen mijmering, brengt je altijd de oplossing nabij. 

Zonder as, zonder midden, kunnen we nooit stabiel bezield zijn. 

Als ons leven, en dat is onze TIJD op aarde, niet gedragen wordt door een eeuwigheidsbeginsel, is het nutteloos. 

Dan leren we niets, we griffen de onvergetelijke gebeurtenissen niet in, omdat we vluchtig zijn. 

We zamelen hoogstens emoties, lichamelijke aandoeningen, maar we raken nooit aan die eeuwigheidsgevoelens: trouw, vriendschap, onsterfelijke liefde en al die zegenende gevoelens die daaruit voortvloeien. 

Deze eeuwigheidsgevoelens zijn niet te centraliseren in ons aardse organisme - volgens de onderzoekers - slechts de emoties en de intellectuele vaardigheden kan men registreren. 

Als we eeuwigheidsgevoelens kunnen ervaren, moeten we toch iets hebben dat die eeuwigheid opneemt. 

Van niets komt niets. 

Er moet altijd een begin zijn. 

Hetgeen we opbouwen of verkrijgen knoopt ALTIJD aan bij iets dat we bewust dan wel onbewust bezitten. 

De as van ons navelwiel is dat knooppunt waarin eeuwigheid en tijd voor ons geregistreerd staan. 

Het is ons onderbewuste, ons bewuste en ons bovenbewuste zijn. 

En ons bewustzijn, ons BEWUSTE zijn, hangt mede af van de draaiing van dat wiel en wat het ontmoet in onze vier windstreken. 

"Zijn" is afhankelijk van "hebben". 

Maar "hebben" is eveneens een gevolg van "zijn". 

Als we geestelijk iets "hebben", al is het nog zo miniem, vermoeden we wat "zijn" betekent, kunnen we zelfs een beetje "zijn". 

Als we niets hebben, geestelijk bezien, kunnen we nooit begrijpen wat "zijn" is. 

En "zijn" heeft te maken met tijdloosheid, waardoor je nooit uit je balans wordt gestoten. 

Tijdeloos "zijn" is als een doorlopende bezieling, een voortdurend opladen èn afgeven. 

Het is: je midden in de as van je navelwiel bevinden, voeden èn verwerken, geestelijk èn stoffelijk. 

En iedereen zou kunnen weten dat zoiets je denken èn je gevoelens gezond maakt, heelt. 

Dat is een "healing" voor jezelf, waaruit dan weer vruchten voor de medemens kunnen voortkomen. 

Helen en geheeld worden is daarom een betere uitspraak dan eten en gegeten worden. 

Mogen onze meditatiemomenten waarlijke "healings" zijn voor ieder van ons èn voor onze medemens.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene