Organen, die de geest dienen

Harmonie kunnen we vertalen als geestelijke en lichamelijke gezondheid, en we zijn nu wel tot het besef gekomen dat het bestrijden en behandelen van zieke lichaamsdelen niet tot een algehele gezondheid voert, maar dat de psyche van de mens zijn oorspronkelijke verbintenis met Moeder Natuur en de Schepper moet terugvinden. 

In het menselijke lichaam bevinden zich organen die zich speciaal belasten met het onderhouden van de binding: organisme en geest. 

Naar de fundamentele wetten van de drie-eenheid is ook ons lichaam, de organen incluis, verdeeld in drie afdelingen, die ieder een taak voor zichzelf hebben. 

Het borstgedeelte heeft spirituele opdrachten; het middengedeelte met de maag tot aan de navel heeft de bemiddelende taak tussen stof en geest, en het bekkengedeelte moet het stoffelijke of natuurlijke harmonisch in werking houden. 

Hetzelfde zien we in het gelaat: het voorhoofd behoort tot het ideële of spirituele gedeelte, de ogen en neus plus de wangen tot het bemiddelende gedeelte, en de mond en de kin behoren bij het stoffelijke deel. 

Uitgaande van deze fundamentele wet kunnen we eenvoudig nagaan wat de organen en welke, te doen hebben bij de eenheid: geest, ziel en lichaam of spiritualiteit, overdracht en stof. 

De ziekten, die de betreffende organen kunnen aantasten, komen altijd voort uit een belemmering in het uitvoeren van hun taak binnen de genoemde drie-eenheid. 

De harmonie tussen geest, ziel en lichaam staat garant voor onze gezondheid; elk vergrijp tegen die harmonie slaat terug op één der organen. 

De wijze Chinese menskunde zegt niet voor niets, dat "het geluk in het hart huist".

Het hart is een orgaan dat voornamelijk in dienst staat van de spiritualiteit. 

En dat sommigen menen dat het slechts een bloedpomp is, is een belediging voor dit mysterieuze orgaan. 

Zo hebben de organen in het bemiddelende gedeelte de taak om binding te maken tussen lichaam en geest, zoals de ziel een etherisch bemiddelend orgaan is. 

Alle storingen in de bemiddelende organen: lever, gal, milt, maag en nieren, bewijzen dat de levensinstelling van de mens in dis-harmonie is geraakt tegenover de natuur en/of de geest, en dat bemiddelende organen hun zware regulerende taak niet meer kunnen bolwerken. 

Ook de zonnevlecht speelt hierin een belangrijke rol. 

Het verwaarlozen van het spirituele aanzicht van het leven dwingt de spirituele, zowel als de bemiddelende organen, hun oorspronkelijke werk te herzien. 

Hetgeen zij niet kunnen en hetgeen dan een disharmonie veroorzaakt in het gehele organisme. 

Ook geërfde ziekten bewijzen dat de instelling van de familie EN van de voorgaande persoonlijkheid, deformaties hebben veroorzaakt in het etherische lichaam, die zo sterk zijn dat ze erfelijk zijn geworden.

Het op aarde komen met een stoornis in het etherische lichaam, is een belasting voor de huidige persoonlijkheid, maar kan wel worden gerectificeerd, wanneer deze persoonlijkheid radicaal en intelligent ingrijpt in zijn levensinstelling: zijn spirituele aanzicht, zijn levensgewoonten en zijn voeding. 

We gaan de tijd binnen, en we staan reeds in het voorportaal daarvan, van de correcties, van de zeer noodzakelijke correcties. 

We kunnen ingrepen van buitenaf voorkomen door zelf reeds corrigerend op te treden. 

Als we ons hart gericht houden op spirituele zaken en het niet laten verkrachten door onbenullige en sterfelijke interessen, voert het hart geestelijk fluïdum in het bloed, en dit wordt daardoor automatisch in elke orgaan binnengebracht, hetgeen een reinigende en helende werking bezit. 

________


De lever MOET een spiritueel etherisch fluïdum krijgen om zijn taak behoorlijk te kunnen vervullen. 

Indien niet, "dan gaat de gal ons overlopen", en krijgen we leverkwalen. 

De nieren moeten bij hun zware taak - het corrigeren van onze instelling tegenover geest en natuur, onze oprechtheid - eveneens geholpen worden door het geestelijk fluïdum. 

Indien niet, dan laten zij het afweten, dan krijgen we nierstenen, dan kristalliseert onze schijnheiligheid in onze nieren en bezorgt ons zodanige last, dat we gedwongen worden ons leven anders in te richten. 

Ons zenuwgestel, als bemiddelaar tussen het etherische- en het stoflichaam, waarschuwt ons wanneer er iets mis zal gaan: we raken overspannen, nerveus, onze zonnevlecht, die mysterieuze zenuwknoop wordt overgevoelig, en belemmert de maag in zijn werk. 

En al die verschijnselen willen zeggen: Mens, je stoort je niet aan de fundamentele wet van de drievoudige harmonie! Pas op! 

Maar wie van ons let daarop? 

Grijpen we niet te snel naar pillen, kruiden, methoden? 

Wie van ons trekt zichzelf terug in zijn binnenkamer om zijn eigen levensschip eens op de helling te trekken? 

En bovendien, wie van ons blijft volkomen eerlijk tegenover zichzelf? 

Elke ziekte bewijst: Je doet iets fout! 

Die fouten kunnen zozeer verankerd worden in ons leefpatroon, dat wij een gedeformeerd etherisch lichaam krijgen; we leggen ons neer bij onze ziekte en "leren er mede te leven." 

De "erfelijke" ziekte is geboren of de familiekwaal. 

De kwaal waaraan het overgrote deel der mensheid leidt is geesteloosheid, een ziekte die ons gehele organisme belast, die ons doet grijpen naar vergiftigende voeding en die de luiheid en de gemakzucht tot volkszonde maakt. 

Gevolg: kristallisaties in het gehele organisme, stenen, woekeringen, stopzetting van geestelijke en lichamelijke groei, de celstructuren blijven steken in hun arbeid. 

De oerwet van het organisme en de geest is aangetast, en heel de natuur raakt zijn oriëntatie kwijt. 

Hetgeen heel duidelijk bij de huidige mens te bemerken is. 

Mensen, die gemakzuchtig zijn of haast hebben, zullen ook op deze wijsheid precies naar hun aard reageren: de organen met hun werking opschrijven en bliksemsnel kruiden kopen, voeding extraheren die hen gezond zullen moeten maken. 

Laten we vooral niet vergeten dat de mens "één groot geheel is", dat geen orgaan op zichzelf staat, maar dat hij altijd medewerkt in de fundamentele drie-eenheid. 

En door een orgaan "apart" te nemen, zoals we in de maatschappij mensen apart kunnen nemen om hen onze wensen toe te fluisteren, zonder dat de anderen daar iets van merken, GAAT NIET. 

De leiding binnen deze drievoudige eenheid moet veranderen, de computer moet ANDERS geïnstrueerd worden. 

Dat betekent dat onze hersencomputer andere impulsen moet ontvangen, want deze is afhankelijk van hetgeen deze leiding invoert. 

Biologisch gezien is de rechterhelft van de hersenen de meest concrete hersenhelft: rekenen, lezen, schrijven, spreken, terwijl de linker hersenhelft wel eens "de culturele" kant genoemd wordt, die schoonheid waarneemt, het abstracte denken regelt, kortom in onze harde zelfhandhavingsmaatschappij de meest onbelangrijke is. 

Linkshandigen hebben een overwegende linker hersenhelft, rechtshandigen zijn "normaal", omdat, volgens de maatschappij, hun linker hersenhelft juist en concreet ingesteld werd, en tot nu toe is de maatschappij erop gericht geweest de rechterhelft nog sterker te ontwikkelen, aangezien concreet denkende mensen nuttiger zijn in het sociale beeld. 

Totdat men ontdekte dat kinderen die geremd worden in hun linkshandigheid, tevens geremd worden in hun "culturele of ideële denkpatroon, en aldus tot organische en geestelijke remmingen kwamen. 

Aldus "mag" het kind heden zijn zoals het is: ideëel denkend dan wel concreet denkend, terwijl ondertussen ontelbaren gedwarsboomd werden in hun aangeboren menszijn. 

We zijn ook zo geschapen dat wanneer de ene hersenhelft werkt, de andere inactief wordt. 

Hetgeen ons belet aan "twee dingen" tegelijk te denken. 

Er is ALTIJD één ding dat werkelijk in onze gedachten de boventoon voert. 

En dat "ene ding" bepaalt de harmonie, de gezondheid, de eenheid binnen ons drievoudig ingestelde organisme. 

Zo kunnen we dus nooit, biologisch gezien, van "twee walletjes eten", zonder daarvan de destructieve gevolgen te ondergaan, want we leven dan tegennatuurlijk en logischerwijze zeker tegengeestelijk. 

Onze computer is eenpuntig gericht, ons hart, waarvan de uitspraken der wijzen getuigen, eveneens. 

Onze corrigerende en bemiddelende organen eveneens, anders zouden zij niet corrigerend zijn. 

Dus dan vragen we ons serieus af: wat doen we onszelf aan door van hier naar daar, van materiële naar spirituele interessen te vliegen, door schijnheilig te leven, terwijl we in hart en denken eigenlijk ANDERS, nl. op dat ene punt, de materie, gericht zijn? 

Is het een wonder dat we zovele ziekten kennen, die niet te wijten zijn aan gebrek aan hygiëne of andere aanwijsbare feiten?

Is het verwonderlijk dat we niet "wijs" worden, maar dat het zowel van jeugdige als oude onwijzen krioelt?

Hoewel we menen zoveel te weten? 

We bepleisteren onszelf met geestelijke citaten, maar onderwijl gaat ons innerlijke en organische ziekbed door, en wordt een sterfbed en tenslotte een graf voor de innerlijke Mens, die eigenlijk de enig belangrijke Mens is. 

Wel, wat kunnen we aan deze situatie doen, zult u vragen. 

We kunnen niets anders doen dan elkander raden, want het opvolgen van die raad is een zeer individuele zaak en een kwestie van het dringen der noden. 


Ten eerste:

De leiding van ons organisme, inclusief onze hersencomputer, weer leggen in de handen van de geest, door elke dag tijd te nemen, onverschillig of we menen het zo druk te hebben, voor spirituele, abstracte en ideële zaken. 

Ons daar werkelijk tot in hart en ziel mede bezig te houden. 

Hoe lang? 

Zo lang als onze interesse levend blijft en hopelijk wordt dat elke dag langer. 

De tijd richt zich naar òns en niet wij naar de tijd. 

In het begin, als we er moeite mede hebben, omdat we zo lang reeds overheerst werden door de materie, moeten we deze noodzakelijke bezigheid maar beschouwen als een medicijn voor lichaam en ziel. 

Een reinigend en preventief medicijn.


Ten tweede:

Alle geestelijke ballast, nutteloze dingen, emotionele, aangrijpende, maar totaal onnodige verbintenissen, tot het minimum beperken, desnoods opheffen. 

Uitsluitend of vooral, indien u meent dat het niet anders kan, DOEN wat uw hart u ingeeft, en wat u, als redelijk en intelligent mens, aangenaam vindt. 

Onaangename dingen hebben zo eveneens hun aangename zijde. 

Het bittere vermengen met het zoete. 

Vraag jezelf vooral af WAAROM je iets onaangenaam vindt, soms bedriegen we onszelf, en zijn we alleen maar lui, gemakzuchtig, angstig voor consequenties. 

Dan is het betreffende feit niet onaangenaam, maar ons mist een bepaalde kracht, energie, moed of dergelijke om het onaangename in zijn juiste proporties te zien. 

En aan die instelling moeten we eveneens wat doen, want dat is al een teken van ziek zijn, van disharmonie, krachtverlies. 


Ten derde:

Jezelf er steeds van overtuigen dat je een drie-eenheid bent: geest, ziel en lichaam en dat je je er nooit aan moet storen hoe de naasten over je denken. 

Maar dat je te allen tijde JEZELF moet zijn, verantwoording schuldig bent aan je innerlijk Tribunaal, en alleen daaraan. 

Dat innerlijke tribunaal wordt steeds meer in ere herstelt, als je de eerste twee raadgevingen opvolgt, en zal dus je trouwe en feilloos werkende begeleider worden. 

Tenslotte, waarschijnlijk vragen dit sommigen van u zich af, en hoe staat het met onze voeding. 

Laten we voorop stellen: een mens, die de eerste drie raadgevingen opvolgt, voedt zich gezond naar lichaam en ziel. 

Bij hem zijn er geen voedsel problemen, hij weet wat zijn lichaam nodig heeft, zoals hij ontdekt heeft wat zijn totale menszijn, organisch en geestelijk, nodig heeft. 

Het voedsel voedt ons lichaam en bevordert, dan wel benadeelt, de lichamelijke functies, tot en met de werking van onze computer, in lichamelijk opzicht. 

Een evenwichtig uitgebalanceerd karakter is MEDE, maar niet UITSLUITEND, het werk of het resultaat van een uitgebalanceerde voeding, en dat wil niet zeggen een fanatiek dieet volgen, maar het wil vooral zeggen: Zich voeden met de essentiële levenskracht binnen de natuur door middel van de levende producten van deze natuur. MAAR éénpuntige gerichtheid op de voeding met uitsluiting van idealistische of spirituele denkbeelden, betekent altijd, de rechter-hersenhelft meer voeden en dat maakt dat we materialistisch worden in onze voeding. 

We voeden dan het ego op tot een superieur, anderen overheersend ego. 

En de linker hersenhelft wordt verwaarloosd, hetgeen tot gevolg heeft dat alle organen, die volkomen of ten dele de "geest" dienen: hart, longen, lever, nieren, zenuwgestel, gedwongen worden uitsluitend het lichaam te dienen. 

We worden dan de overbekende en weinig gewaardeerde voedselfanaticus, die minstens zo erg is als de religieuze fanaticus en zeker net zo gericht op de voordelen voor zichzelf. 

En die tenslotte ALTIJD de rekening daarvan gepresenteerd krijgt door zijn organisme. 

Van iedere mens wordt, aan het einde van zijn leven, de rekening opgemaakt in het bijzijn van het Licht. 

We kunnen zelf die rekening schrijven, en de credit en debet zijde invullen. 

We zullen dan tot de verrassende en soms pijnlijke ontdekking komen dat daarbij niet gevraagd wordt:

Wàt heb je gegeten, maar, wat heb je gedaan met de geestelijke Kracht èn met je Kennis of je ingeboren Weten, je Gnosis? 

Wie diende je? 

De geest, je naasten of jezelf en die prachtige mensenmaatschappij of de materie? 

Diende je je lichaam of stelde je je lichaam in dienst van de geestelijke Kracht en Kennis, omdat het lichaam dienaar is, en NOOIT bedoeld werd als heerser te werken? 

Aan wie of wat hing je hart, afgezien van de bloedverbintenissen via familie? 

Want het hart, met zijn geestelijke kracht, hangt, of WENST te hangen aan geestelijke verbintenissen. 

Bloedverbintenissen zijn door de natuur gevormd, zij tellen nauwelijks als de rekening wordt opgemaakt, hetzij dan dat er een geestelijke verbintenis, ONDANKS die bloedverbintenis, tot stand kwam. 

Het is beter ons eens op deze vragen te bezinnen, dan onze tijd te vergooien met sterfelijke, voorbijgaande dingen. 

Ieder van ons, elk op zijn eigen tijd, zal met een bezinning worden geconfronteerd, hetzij door omstandigheden, hetzij door ziekten, hetzij door een morele of mentale of emotionele schok. 

Zulk een schok kan ons dermate sterk aangrijpen, dat we er organisch en geestelijk door in de war raken. 

Laten we dus zoiets zien te voorkomen en, zo het al zou gebeuren, ernstig bedenken WAAROM dit gebeurt, zonder onszelf te belasten met de onzinnige vraag: Waarom ik. 

Wel, omdat dat ik, u of ik, dat nodig hebben. 

En laten we vooral niet kijken hoe onze naasten gecorrigeerd worden, laat staan dat wij hen willen corrigeren, maar laten we erop bedacht zijn dat onze tijd beslist ook komt, omdat vrijwel niemand foutloos, oprecht en spontaan zich ter beschikking stelt aan de geest. 

Zich spiritueel oriënteren moet tenslotte uitmonden in de geest dienen. 

Met oriëntatie alleen komen we er niet. 

Erger nog, hij die zich oriënteert, en zich afkeert of negeert wat hij verneemt, is schuldiger dan degene die onwetend blijft. 

En deze onszelf aangedane "schuld" werkt in ons organisme uit als een voortdurende irritatie, veroorzaakt allerlei vergiftigingen, ontstekingen, koortstoestanden. 

We worden tot in ons organisme, in hart en ziel "geïrriteerd", als een correctie, een genade. 

Ons organisme heeft zijn eigen arbeid, we kunnen hiervan niet verlangen dat het méér doet dan het kan of waartoe het geschapen is. 

Het hart en het denken, die beide direct in aanraking kunnen komen met de geest, moeten zich herstellen en tot inzicht komen.

En is het "tot inzicht" komen iets anders dan een reactie op een geestelijke impuls, die als in een flits hart dan wel denken binnenkomt, soms binnengeforceerd wordt? 

Daartoe dienen de geestelijke injecties, die binnendringen, ONDANKS de afweer van een gedeformeerd, uit zijn drievoudige balans geslagen, organisme. 

Moge de geestelijke injecties tijdens dit bijeenzijn op Sivas, organisch en geestelijk, ons herstel en vernieuwing worden. 

Want we hebben het zo intens nodig!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene